ADVENT en OPENBARING.
Allereerst
wil ik de lezers van mijn blog een paar mooie kerstdagen toewensen.
In
deze tijd zijn de kerken bezig met 'advent'.
Op de site “VISIE.EO”
lees ik over de betekenis van advent.
“'Advent’
is afgeleid van het Latijnse woord adventus, dat ‘komst’
betekent. Met advent leven christenen namelijk toe naar het
kerstfeest: het feest van Jezus' komst naar deze wereld als klein
kind in een kribbe.
Advent
begint vier zondagen voor kerst. In veel kerken wordt elke week een
adventskaars aangestoken. Dat symboliseert dat we steeds iets dichter
naderen tot Kerst, het feest van het Licht.
Minder
bekend, maar minstens even belangrijk, is dat de adventstijd ons ook
wil richten op de nog te verwachten komst van Christus: Zijn
wederkomst. Ook dat is altijd een belangrijk onderdeel geweest van de
adventsverkondiging.”
Dat
laatste wil ik benadrukken. Dit mede
omdat de geboorte van
Christus niet als feest voorkomt in Gods Woord. Wanneer
kerken begonnen zijn met 'advent' lees ik op de site van het
Reformatorisch Dagblad. Er
staat:
“Geschiedenis
– Sinds wanneer advent wordt gehouden, is onduidelijk. Er zijn
bronnen bekend uit de vijfde eeuw die erop wijzen dat er in de
periode voor Kerst preken werden gehouden over de voorzegging van de
geboorte van Jezus door de engel Gabriël aan Maria. Het concilie van
Efeze in 431 gaf opdracht om preken rond dat thema te houden in de
periode voorafgaand aan Kerst. Bisschop Gregorius van Tours (circa
538-594) was de eerste die advent noemt. Hij schreef in een boek dat
Perpetus, een van zijn voorgangers, rond 480 een vastentijd
voorafgaand aan Kerst had ingesteld. De vastentijd begon op de dag
van Sint-Maarten, 11 november. Het is uit de tekst niet duidelijk op
te maken of dit de instelling van iets nieuws of de bekrachtiging van
een bestaand gebruik behelst. De adventstijd varieerde qua lengte.
Het was mogelijk Gregorius I de Grote (paus van 590-604) die de
adventsperiode vaststelde op vier weken. De oudste bron die echt iets
zegt over een adventsperiode van vier weken is een brief van paus
Nicolaas I (820-867) aan de Bulgaren.
Wederkomst
– De kerk overdacht door de eeuwen heen tijdens de adventsperiode
niet alleen de komst van Christus in het vlees, maar ook Zijn
wederkomst op de wolken op de jongste dag. Dat aspect krijgt anno
2010 vrijwel geen aandacht tijdens advent. De wederkomst is vaak
onderdeel van de preek op oudejaarsdag.”
Er
is zeker niks mis mee om met de kerstdagen te denken aan de geboorte
van de Here Jezus. Alhoewel ik me sowieso de laatste tijd meer richt
op de wederkomst van Christus, ondanks dat dit laatste blijkbaar meer
bij oudejaarsdag hoort. In het boek Openbaring, wat ik aan het
bestuderen ben, is de wederkomst van Christus, als Koning, een
belangrijk onderwerp:
Openbaring
1: 7 Zie, Hij komt met de wolken, en elk oog zal Hem zien,
ook zij die Hem doorstoken hebben. En alle stammen van de aarde
zullen rouw over Hem bedrijven. Ja, amen.
Openbaring
11: 15, 17 11 En de zevende engel blies op de bazuin,
en er klonken luide stemmen in de hemel, die zeiden: De koninkrijken
van de wereld zijn van onze Heere en van Zijn Christus geworden, en
Hij zal Koning zijn in alle eeuwigheid. 17 en zeiden: Wij
danken U, Heere, God de Almachtige, Die is en Die was en Die komt,
omdat U Uw grote kracht ter hand hebt genomen en Koning geworden
bent.
Openbaring
15: 3 En zij zongen het lied van Mozes, de dienstknecht van
God, en het lied van het Lam, met de woorden: Groot en wonderbaarlijk
zijn Uw werken, Heere, almachtige God; rechtvaardig en waarachtig
zijn Uw wegen, Koning van de heiligen!
Openbaring
19: 6, 16 6 En ik hoorde zoiets als een geluid van een
grote menigte en als een gedruis van vele wateren en een geluid als
van zware donderslagen: Halleluja, want de Heere, de almachtige God,
is Koning geworden. 16 Er stond op Zijn bovenkleed en op Zijn
dij deze naam geschreven: Koning der koningen en Heere der heren.
Openbaring
22: 7, 12, 17, 20 7 En zie, Ik kom spoedig. Zalig is
hij die de woorden van de profetie van dit boek in acht neemt. 12
En zie, Ik kom spoedig en Mijn loon is bij Mij om aan ieder te
vergelden zoals zijn werk zal zijn. 17 En de Geest en de bruid
zeggen: Kom! En laat hij die het hoort, zeggen: Kom! En laat hij die
dorst heeft, komen; en laat hij die wil, het water des levens nemen,
voor niets. 20 Hij Die van deze dingen getuigt, zegt: Ja, Ik
kom spoedig. Amen. Ja, kom, Heere Jezus!
Vaak
wordt het woord 'Maranatha' gebruikt als gelovigen spreken over de
komst van Christus. Nu las ik hier iets merkwaardigs over op de site
“Christipedia”:
“'Maranatha' (Gr. μαραν αθα
ma’ran a’tha) is van Aramese oorsprong. De juiste betekenis van
de uitdrukking is niet zeker: 'Onze Heer, kom!' of 'Onze Heer is
gekomen'. Het
woord komt in de Bijbel alleen voor in 1
Cor. 16:
22.”
1
Korinthe 16:22 Als iemand de
Heere Jezus Christus niet liefheeft, laat die vervloekt zijn.
Maranatha!
In
de grondtekst staat: Indien
iemand niet veel houdt van de Heer, laat hem zijn! Banvloek Maran
atha.
Banvloek
is in het Grieks: anathema.
Maran
atha is in het Grieks: maran
atha.
Maran atha is dus niet vertaald in mijn Bijbel. En volgens de site “Christipedia” is 'maran atha' dus een Aramees woord. In de grondtekst
wordt het vertaald met: gedoemd
jij bent!!!
Het
lijkt dus wel een dubbele vloek, namelijk
'anathema
maran atha'
wat vertaald kan worden met: 'Laat
die vervloekt zijn. Gedoemd ben jij'.
Ik
weet niet zeker of ik dit woord 'maranatha' nog wel wil gebruiken.
Ondertussen
is mijn studie over Openbaring 7 af.
Als
je nog meer wil lezen over kerst dan kan dat op de volgende blogs:
2014
2015
2016.
Aanvulling op 30 - 12 - 2017.
Aangezien er enkele reacties zijn gekomen op het woord 'maranatha' heb ik daar nog eens wat verder onderzoek naar gedaan. Ik vind het behoorlijk ingewikkeld en verwarrend. Ik citeer twee sites.
1.
Op
de site “Het Zoeklicht”
vond ik over 'maranatha':
“Betekenis
'maranatha'.
In
de Bijbel komen we het woord alleen tegen in 1 Korintiërs 16:22,
‘Als iemand de Heere Jezus Christus niet liefheeft, laat die
vervloekt zijn. Maranatha!’
Er
zijn drie varianten waarmee het woord verklaard kan worden.
• De
eerste lezing is mãrãn’ ãtã (onze Heer is gekomen of is
aanwezig).
• De
tweede lezing is mãrãnã’ ta (onze Heer kom!).
Beide
leeswijzen zijn mogelijk. Tegenwoordig gaat de voorkeur uit naar de
tweede lezing, dan is dit woord een bede van hoop en verwachting.
•
Men kan het deel ãtã ook als een profetisch perfectum beschouwen,
dan krijgt het woord nog weer een andere betekenis, namelijk ‘de
Here zal zeker komen’.
Opvallend
is dat het in 1 Korintiërs 16:22 om een vervloeking en een ernstige
waarschuwing gaat. Pas op, je bent gewaarschuwd, de Here zal zeker
komen! In onze tijd is dat waarschuwende element sterk naar de
achtergrond verschoven en is het accent op de hoop op de komst van de
Heer komen te liggen.”
2.
Op de site “Goed bericht” vond ik over 'maranatha':
“1Korinthe
16:22 – anathema, maranatha
08-04-2017
- Geplaatst door Andre Piet
Indien
iemand niet houdt van de Heer, laat hem zijn anathema, maranatha. De
genade van de Heer Jezus zij met jullie.
Anathema
is een banvloek. Maranatha trouwens ook. Het eerste is Grieks, het
tweede Hebreeuws (mara = vloek, ata = jij bent; vergl. Mal.3:9).
Paulus is niet kwistig met het uitspreken van zulke zulke termen. Hij
spreekt zijn anathema uit over degenen die aan de Galaten een
evangelie verkondigden, afwijkend van wat hijzelf hen had verkondigd
(1:8,9). Aan degenen die hen van de genade van Christus afbrengen,
tot een ‘evangelie’ dat geen evangelie is. Zij die in naam van
het Evangelie, de genade teniet doen.
Paulus
spreekt zijn anathema niet uit over niet-gelovigen in het algemeen.
Hij schrijft aan wie belijden gelovigen in Christus te zijn. Ook in
1Korinthe 16 blijkt “de genade” in het geding. Vandaar: “De
genade van de Heer Jezus zij met jullie”.
Het
evangelie of goede bericht staat of valt met Gods genade. Zoals
Paulus schrijft in Romeinen 3: “Want allen zondigden, en komen
tekort van Gods heerlijkheid en worden om niet gerechtvaardigd, in de
genade van Hem…”. Leest u het goed? “Allen… om niet”. Het
is zwart of wit. Zonder deze genade is de boodschap(per) anathema.”
Volgens
mijn “Interlineair Scripture” is:
'Vervloeking'
in het Hebreeuws: e·marrim.
'Vervloekt'
in het Hebreeuws: narim.
'Gedoemd,
banvloek' in het Grieks: anathema
'Vervloekt'
in het Grieks: maran
In
de Nederlandse “Darby Vertaling” (H. Medema Apeldoorn 1966)
staat: “Maranatha wil zeggen: de
Heer komt (of kome) en zoals uit het verband blijkt: de Heer komt (of
kome) om te oordelen, om dan het 'anathema', het 'vervloekt' uit te
spreken over allen die hem niet hebben liefgehad.”
Op
de site “Goed
bericht” lees ik ook over 'anathema'. Alleen lijkt het
alsof men daar een fout heeft gemaakt door te schrijven dat 'maran
atha' Hebreeuws is in plaats van Aramees. Maar hun vertaling (mara =
vloek, ata = jij bent) komt uit de Griekse
grondtekst.
Het
lijkt of mijn conclusie juist is dat het een dubbele vloek is ondanks
de reacties die ik kreeg en de uitleg op de site van “Het
Zoeklicht”.