Welkom op mijn blog.

Welkom op mijn blog. In 2014 ben ik begonnen met bloggen. Het maken van Bijbelstudies is voor mij belangrijk. Alleen horen en lezen beklijft niet. Het begrijpen gaat het beste door in het onderwerp te duiken en het op te schrijven. Ik besloot om het bestudeerde niet voor mezelf te houden maar te delen. De studies staan allemaal rechts op dit blog. Ze gaan over Bijbelse onderwerpen die mij aanspreken.

Verder probeer ik elke maand een blog te plaatsen. Zo'n stukje schrijf ik in eerste instantie voor het blad van de kerkelijke gemeenschap waar ik neer toe ga. Als het daar is verschenen deel ik het hier. Zo vang ik twee vliegen in één klap. De onderwerpen zijn uit Gods Woord, tijdschriften of gaan over persoonlijke gebeurtenissen en ervaringen. Ik nodig je uit om rond te snuffelen in mijn studies en je voordeel er mee te doen. Je mag ze gerust kopiëren of delen maar dan wel graag met vermelding van de bron. Succes met studeren. Het staat je vrij om te reageren.


Studie "Openbaring 21"

Openbaring 21.

Deze studie is een vervolg op Openbaring 1Openbaring 2Openbaring 3,  Openbaring 4Openbaring 5
Openbaring 6Openbaring 7Openbaring 8Openbaring 9Openbaring 10Openbaring 11Openbaring 12, 
Openbaring 13, Openbaring 14Openbaring 15Openbaring 16, Openbaring 17Openbaring 18Openbaring 19 en 
Openbaring 20.

In deze studie wil ik het boek Openbaring onderzoeken. Het centrale thema van het boek is 'de grote verdrukking' of ook wel 'de dag des Heeren'; zie Openbaring 1: 10. Ik ga tekst met tekst vergelijken en hoop er zo een beetje inzicht in te krijgen.

Van de 404 verzen zijn er 285 welke terug te vinden zijn in het Oude Testament. Ook zijn regelmatig teksten uit de evangeliën in Openbaring toepasbaar. Zo zie ik dat het Oude Testament, de evangeliën en Openbaring met elkaar verbonden zijn. De profetie wordt vervuld in de Openbaring van Jezus Christus.

In Openbaring staat het volk Israël centraal, maar ook de 'oikoumene' wat in de de grondtekst vertaald door 'bewoonde-wereld'. 'Oikoumene' komt 3 keer voor in Openbaring en wel in Openbaring 3: 10 / 12: 9 en 16: 14. In de Statenvertaling vertaald men het met 'de gehele wereld'. Toch gaat hier om een select gebied, de toenmalige bewoonde wereld, namelijk het oude Romeinse rijk. Dat bestond uit landen rond de Middellandse zee. Dat zijn de landen waarover het ook meestal in het Oude Testament ging en waar Paulus zijn zendingsreizen naar toe heeft gemaakt. Ik geloof dat de verzoeking, de grote verdrukking, zie mijn studie “De toekomst van de mens”  deel 4 paragraaf 9.2, zich met name in dat gebied zal voltrekken. Mogelijk zal wel de wereld (kosmos; komt 3 keer voor in: Openbaring 11: 15 / 13: 8 en 17: 8) er zijn invloed van ondervinden.

Het woordje 'aarde' komt 64 keer voor in Openbaring. Aarde is in de grondtekst 'gês'. En dat betekent: land. Vaak geeft men er de betekenis aan van de gehele aarde, alle landen. Het is erg verwarrend als er aarde staat, maar een land wordt bedoeld, met name het land Israël. 

De naam 'Johannes' is de Griekse vorm van het Hebreeuwse 'Jochanan'. Het betekent: De HERE is genadig. Johannes heeft iets gezien en moet dit opschrijven. Voor Johannes is dit verleden tijd en daarom is het boek Openbaring in de verleden tijd geschreven. Maar ik geloof dat hetgeen Johannes heeft gezien toekomst is. Het is profetie; Openbaring 22: 19. Daarom schrijf ik mijn commentaar zoveel mogelijk in de onvoltooide tegenwoordige toekomende tijd: Het zal gebeuren.

Ik werk vanuit de Herziene Staten Vertaling, mist anders aangegeven. Ik maak gebruik van de grondtekst. Ook vervang of vul ik regelmatig stukje aan. Ik ga er niet vanuit dat deze studie volmaakt is.
 
Ik gebruik kleurtjes. Voor de teksten uit Openbaring gebruik ik een lichtblauwe kleur. Voor teksten die Openbaring aanvullen gebruik ik een oranje kleur. De aanhalingen en woorden uit de grondtekst kleur ik groen. Aanhalingen uit andere artikelen geef ik door een lichtgele kleur aan. De blik in de hemel heb ik een blauwe kleur gegeven. De blik op de aarde is groen. De zegels turquoise. De engelen met bazuinen roze. De weeën donker geel. De plagen grijs. Het kan zijn dat ik nog meer kleuren heb gebruikt, maar dat is vanzelf te zien. Het principe van de kleuren zal nu duidelijk zijn. 

Mijn bronnen voor deze studie zijn: 
 
Het boek "Deze profetie" van de schrijver C.H. Welch. 
De studie deel 30 van S. de Graaf. 
De studie deel 31 van S. de Graaf. 
Het artikel “De nieuwe hemel en aarde” op de site van Franklin ter Horst.  
Het artikel “Het nieuwe Jeruzalem” op de site van Franklin ter Horst.
De Bijbelvertaling op de site “Het Schriftwoord”.

In Openbaring 21 en 22 is er geen sprake meer van een blik in de hemel afwisselend met een blik op de aarde. Openbaring 1 tot en 
met 19 gaat het over de grote verdrukking, de dag des Heeren. Zie Openbaring 1: 10 en: 
2 Petrus 3: 10 Maar de dag des Heeren zal komen als een dief in de nacht. Dan zullen de hemelen met gedruis voorbijgaan en de elementen brandend vergaan, en de aarde en de werken daarop zullen verbranden
 
In Openbaring 20 wordt in vogelvlucht het duizendjarig rijk beschreven. Zie het schema.


Aan het begin van de 1000 jaar.
Aan het einde van de 1000 jaar.
Vers 2: Satan wordt gebonden voor duizend jaar.
Vers 3, 7: Satan wordt korte tijd losgelaten.
Vers 3: Volken worden voor duizend jaar niet meer verleid.
Vers 8: Volken worden door satan verleid.
Vers 4: Tronen en oordeel wordt gegeven aan de heiligen van Israël. Vers 9: De legerplaats van de heiligen van Israël wordt omsingeld.
Vers 4, 6: De eerste opstanding: Priesters van God en van Christus. Vers 11 - 15: De opstanding van de overige doden.

In Openbaring 21 gaat het over de nieuwe hemel en het nieuwe Jeruzalem.

1 En ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, want de eerste hemel en de eerste aarde waren voorbijgegaan. En de zee was er niet meer.

In dit hoofdstuk gaat het over de laatste beschreven periode, bedeling in de Bijbel. Het zal de vijfde eeuw zijn. Het zal de eeuw na het duizendjarig rijk (4e eeuw) zijn. Zie verder Openbaring 20: 10
 
Ik tel in de Bijbel minstens vijf eeuwen. In Prediker 1: 10 lees ik over eeuwen die voor de huidige eeuw zijn geweest. Prediker 1: 10 Is er iets waarvan men kan zeggen: Kijk eens, dat is nieuw? In de eeuwen die voor ons geweest zijn, is het er al geweest.

De eerste eeuw wordt beschreven in Genesis 1: 1. Deze eeuw, waarover niet veel bekend, is liep af met een oordeel, waarschijnlijk toen al door het toedoen van satan. Genesis 1: 2 begint met de beschrijving van wat er over is gebleven van die eerste eeuw. 

De tweede eeuw vangt aan. Deze duurt van Genesis 1: 2 tot Genesis 7 en loopt af met de zondvloed; Genesis 7.

Er zijn twee eeuwen voorbij en we leven nu in de derde eeuw, de tegenwoordige eeuw zoals ik lees in Titus 2: 12 en:
Galaten 1: 4 Die Zichzelf gegeven heeft voor onze zonden, opdat Hij ons zou ontrukken aan de tegenwoordige slechte wereld (165 aeon=eeuw), overeenkomstig de wil van onze God en Vader.
Titus 2: 12 en leert ons de goddeloosheid en de wereldse begeerten te verloochenen en in deze tegenwoordige wereld (165 aeon=eeuw) bezonnen, rechtvaardig en godvruchtig te leven,  

Enkele teksten die ook over het einde van de derde eeuw gaan zijn: Mattheüs 24: 3, 14 3 Toen Hij op de Olijfberg zat, gingen de discipelen naar Hem toe toen zij alleen waren, en zeiden: Zeg ons, wanneer zullen deze dingen gebeuren? En wat is het teken van Uw komst en van de voleinding van de wereld? 14 En dit Evangelie van het Koninkrijk zal in heel de wereld gepredikt worden tot een getuigenis voor alle volken; en dan zal het einde komen.

Komst’ is vers 3 in de grondtekstparousias= aanwezigheid en wereld isaeon= eeuw. ‘Heel de wereld’ is in vers 14 in de grondtekstoikoumenē= bewoonde wereld. Bijzonder want in Openbaring gaat het over de oikoumenê, zie inleiding.

Mattheus 13: 39, 40 39 De vijand die het gezaaid heeft, is de duivel; de oogst is de voleinding van de wereld (aeon) en de maaiers zijn engelen. 40 Zoals dan het onkruid verzameld en met vuur verbrand wordt, zo zal het ook zijn bij de voleinding van deze wereld (aeon):

Deze verzen zeggen dat alles plaats zal vinden bij de voleinding van de wereld. Ook hier in het Grieks ‘aeon’ = eeuw. Dit moet wel de tegenwoordige eeuw zijn, waarvan aan het einde de wederkomst van de Heer plaats vindt, de parousias, en daarna zal het Koninkrijk aanvangen.

Na deze tegenwoordige eeuw zullen er nog twee eeuwen komen zo is te zie in:
Efeze 2: 7 opdat Hij in de komende eeuwen (165 aeonen = eeuwen) de alles overtreffende rijkdom van Zijn genade zou bewijzen, door de goedertierenheid over ons in Christus Jezus.
 
De vierde eeuw zal de eeuw van het 1000 jarig Koninkrijk zijn. Deze eeuw wordt afgesloten met een oordeel waarover ik in vers 7 - 10 lees. 

De vijfde eeuw zal de eeuw van de nieuwe hemel en aarde zijn. Daarover gaat het in dit hoofdstuk en in Openbaring 21. Die eeuw zal niet met een oordeel worden afgesloten.
 
En ik zag. In de grondtekst staat: en ik-nam-waar. De uitdrukkingen 'en ik zag' of 'wat u hebt gezien' en 'hierna zag ik' komen in mijn online Bijbel ongeveer 50 keer in Openbaring en 30 keer in het Oude Testament voor. Wel bijzonder dat het niet in de evangeliën, Handelingen (slechts 1 keer in Handelingen 26: 16) en de brieven van de apostelen voorkomt. Blijkbaar is 'iets zien' alleen bedoeld voor het Oude Testament en voor de toekomst. Dit mag een aanwijzing zijn voor onze tijd waarin men ook beelden en visioenen meent te moeten zien. Zie verder Openbaring 1: 19

Johannes zag een nieuwe hemel: In de Bijbel lees ik over drie hemelen. In het Grieks kom ik twee uitdrukkingen tegen van de hemel: de ouranos (3772) en de epouraniois (2032). Epouraniois staat in o.a. in Efeze 1: 3, 20 / 2: 6 / 3: 10 / 6: 12 en Filippenzen 2: 10. In de Statenvertaling is het verschil tussen deze twee Griekse woorden niet te zien. Men vertaald alles met 'hemel'. Wel zie ik in mijn online bijbel van de SV bij de uitleg een verschil. Ouranos is lucht/hemel en epouraniois is de ‘bovenhemel’. De bovenhemel is alles wat na de lucht (de 1e hemel) komt. De NBV vertaald ‘epouraniois’ door 'hemelsferen'. De NBG en HSV laten het verschil wel zien en vertalen ‘epouranois’ door 'de hemelse gewesten': Efeze 1: 3 Gezegend zij de God en Vader van onze Heere Jezus Christus, Die ons gezegend heeft met alle geestelijke zegen in de hemelse gewesten in Christus, 
In de grondtekst staat in Efeze 1: 3; op-hemelsen.
 
Op de site “Amen’’ lees ik dat de 'hemelse gewesten' het gebied is dat direct boven de 1e hemel begint. De hemelse gewesten zijn dus de 2e en de 3e hemel. Omdat ik het allemaal ingewikkeld vind heb ik een schema gemaakt:

hemelen = ouranous daar bevinden zich: Grieks en vertaling. wie verblijven er?
1e hemel = lucht vogels ouranos satan, overheden en machten Ef.2: 2
2e hemel = sterrenhemel sterren, zon, maan, planeten epoiraniois = boven hemelse plaatsten / hemelse gewesten satan, overheden en machten (Job 1:6)
3e hemel = hemel der hemelen. verblijfplaats van God / Christus en tois ouraniois = in de ‘op hemelsen’ / hemelse gewesten God, Christus, leden van het lichaam IN Christus

In dit vers en in geheel Openbaring gaat het over de ouranos. Dit betreft de 1e hemel waar satan en zijn demonen vertoeven. Dat gedeelte is verontreinigd en zal vernieuwd worden. Zie ook:
Jesaja 65: 17a Want zie, Ik schep een nieuwe hemel en een nieuwe aarde.
Jesaja 66: 22a Want zoals de nieuwe hemel en de nieuwe aarde die Ik ga maken, voor Mijn aangezicht zullen blijven staan, spreekt de HEERE.
2 Petrus 3: 13 Maar wij verwachten, overeenkomstig Zijn belofte, nieuwe hemelen (ouranous) en een nieuwe aarde, waar gerechtigheid woont.

Omdat ik in 2 Petrus 3: 13 lees dat de er nieuwe hemelen zullen komen zou het kunnen dat ook de 2e hemel vernieuwd zal worden omdat daar de satan, overheden en machten zich ook hebben bevonden. 
 
Johannes zag ook een nieuwe aarde. Betekent dit dat de aarde zal vergaan? Aarde is in de grondtekst gên'. En dat betekent: Land, aarde in de zin van grond. Het komt 66 keer voor in Openbaring. Vaak geeft men er de betekenis aan van de gehele aarde, alle landen. Het is erg verwarrend als er aarde staat, maar een land wordt bedoeld. In dit geval kan dit inhouden dat niet de gehele wereld zal worden vernieuwd, maar het land Israël. Onderstaande drie verzen bevestigen dat het land Israël en de omgeving van Israël getroffen zal worden door Gods oordelen.
1 Kronieken 16:14 Hij is de HEERE, onze God, Zijn oordelen gaan over de hele aarde. (erets = land)
Psalm 9: 9 Hij Zelf zal de wereld (tebel) oordelen in gerechtigheid en over de volken (lamim = volkstammen/gemeenschap) op billijke wijze rechtspreken.
Psalm 105: 7 Hij is de HEERE, onze God, Zijn oordelen gaan over heel de aarde. (erets = land)

Aarde is hier in het Hebreeuws 'erets', wat overeenkomt met het Griekse ‘gên’ wat land betekent. Wereld is in het Hebreeuws ‘tebel’ wat wereld en 'bewoonbaar gedeelte’ kan betekenen. Dit ‘bewoonbare gedeelte’ kan ik vergelijken met de 'oikoumenê' uit het Nieuwe Testament. Zoals ik het nu begrijp vergaat niet de wereld, maar komt er wel vernieuwd land en nieuwe hemelgedeelte(s) aan het einde van het duizend jarig Koninkrijk.
Dat komt overeen met Mattheus 5: 18 en 2 Petrus 3: 10 waar het over de aarde (grondtekstge’) gaat. Vooral 2 Petrus 3: 10 wordt uitgelegd als dat de gehele wereld zal vergaan. Ik geloof niet dat dit het geval is. Net zoals het bij de vernieuwing van de hemelen om de 1e en 2e hemel zal gaan, geloof ik dat het hier over het gebied rondom Israël zal gaan. 
Mattheus 5: 18 Want, voorwaar, Ik zeg u: Totdat de hemel en de aarde (gê) voorbijgaan, zal er niet één jota of één tittel van de Wet voorbijgaan, totdat het alles geschied is.
2 Petrus 3: 10, 12 10 Maar de dag des Heeren zal komen als een dief in de nacht. Dan zullen de hemelen met gedruis voorbijgaan en de elementen brandend vergaan, en de aarde (gê) en de werken daarop zullen verbranden. 12 u, die de komst van de dag van God verwacht en daarnaar verlangt, de dag waarop de hemelen, door vuur aangestoken, zullen vergaan en de elementen brandend zullen wegsmelten.

Ik moet het vernieuwen van de hemelen en het land niet ‘geestelijk’ lezen, want de 1e hemel en de 1e aarde zullen voorbijgaan. Er zal een kosmische verandering plaats vinden. 
 
Over die 1e hemel en aarde gaat het vanaf Genesis 1: 2 tot en met Openbaring 20. Vanaf die periode zullen er vier eeuwen voorbijgaan. Dit laatste grote oordeel en verandering komt tegelijk met het einde van het duizendjarig rijk: Openbaring 20: 7 En wanneer die duizend jaar tot een einde gekomen zijn. Zie het begin van dit vers.
Dat betekent dat er na het duizend jarig rijk een nieuw tijdperk, de vijfde eeuw, zal aan breken. Daarin wordt het oude en verdorvene niet meegenomen. De nieuwe aarde wordt beschreven in Openbaring 22: 1 – 5.

En de zee was er niet meer. Ik lees in Genesis 1: 2 1 In het begin schiep God de hemel en de aarde. 2 De aarde nu was woest en leeg, en duisternis lag over de watervloed; en de Geest van God zweefde boven het water

Er was in Genesis 1 een hemel en aarde. Daarover lees ik in: 2 Petrus 3: 5, 6 5 Want willens en wetens is het hun onbekend dat door het Woord van God de hemelen er reeds lang geweest zijn, evenals de aarde, die uit water oprijst en in water vaststaat. 6 Daardoor is de wereld die er toen was, vergaan, overspoeld door het water.

In Genesis 1: 2 was er alleen nog maar water. God ging aan het herscheppen. Opnieuw is er een watervloed in: 
Genesis 6: 17, 23 17 En Ik, zie, Ik ga een watervloed over de aarde brengen om alle vlees waarin een levensgeest is, van onder de hemel te gronde te richten; alles wat op de aarde is, zal de geest geven 23 Zo verdelgde Hij alles wat bestond, wat op de aardbodem was, van mens tot dier, tot kruipende dieren en vogels in de lucht; verdelgd werden zij van de aarde. Alleen Noach bleef over, en wat met hem in de ark was
 
Maar God belooft in: Genesis 9: 11 Ik maak Mijn verbond met u, dat niet meer alle vlees door het water van een vloed zal worden uitgeroeid, en dat er geen vloed meer zal zijn om de aarde te gronde te richten.

Ik geloof dat het hier, in Openbaring, om een werkelijke zee gaat gezien de voorgaande teksten uit Genesis. De zee heeft voortdurend levens gevergd. In Openbaring 20: 13 worden de doden uit de zee opgehaald, ook de doden uit de zondvloed. De doden staan op en de tot leven verwekte doden, die behouden zullen worden omdat ze in het boek van het leven staan, moeten een plaats krijgen op deze wereld. Het lijkt logisch dat de zee plaats zal maken voor land. Openbaring 20: 5a Maar de overigen van de doden werden niet weer levend, totdat de duizend jaar tot een einde gekomen waren.

In Openbaring 17: 15 lees ik over de zee als beeld van de volkeren. Als dat hier bedoelt zou worden houdt dit in dat er geen volkeren meer zouden zijn. Als dat inderdaad bedoeld wordt dan kan ik dit alleen maar begrijpen in de zin van dat er geen onderscheid meer is in de diverse volken, menigten, naties en talen. Openbaring 17: 15 En hij zei tegen mij: De wateren die u gezien hebt, waaraan de hoer zit, zijn volken, menigten, naties en talen.

2 En ik, Johannes, zag de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem, neerdalen van God uit de hemel, gereedgemaakt als een bruid die voor haar man sierlijk gemaakt is.

En ik, Johannes, zag. Zie vers 1.
Na de vermelding van de nieuwe hemel en aarde en het verdwijnen van de zee ziet Johannes de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem. Ook Ezechiël ziet iets dergelijks in: Ezechiël 40: 2 In visioenen van God bracht Hij mij naar het land van Israël. Hij zette mij op een zeer hoge berg, met daarop aan de zuidzijde iets als het bouwsel van een stad.

In Galaten 4: 26 en 28 heeft Paulus het tegen zijn broeders over Jeruzalem. In Hebreeën 12 : 22 lees ik over het hemelse Jeruzalem. De Hebreeërs zullen er binnen komen. Galaten 4: 26, 28 26 Maar Jeruzalem, dat boven is, dat is vrij, hetwelk is ons aller moeder 28 Wij nu, broeders, zijn kinderen van de belofte, net zoals Izak.
Hebreeën 12: 22 Maar gij zijt gekomen tot den berg Sion, en de stad des levenden Gods, tot het hemelse Jeruzalem, en de vele duizenden der engelen;

Deze heilige stad Jeruzalem zal neerdalen van God uit de hemel. In de grondtekst staat: neer-dalende van-uit de hemel (ouranou) van-af de God. Het nieuwe Jeruzalem zal hemels van karakter zijn, maar zal gevonden worden op de aarde. Het daalt neer ‘uit de hemel’. De heilige stad zal een verbinding tussen God in de hemel en de vernieuwde aarde zijn. Het zal de stad zijn voor de overwinnaars: Openbaring 3: 12b Wie overwint, …..En Ik zal de Naam van Mijn God op hem schrijven en de naam van de stad van Mijn God, het nieuwe Jeruzalem, dat neerdaalt uit de hemel, bij Mijn God vandaan, en Mijn nieuwe Naam.

Die stad is als een gereedgemaakte bruid die voor haar man sierlijk gemaakt is. Over die versiering lees ik in 11, 18 – 21 en: Jesaja 52: 1a Ontwaak, ontwaak, bekleed u met uw kracht, Sion, trek uw mooiste kleren aan, Jeruzalem, heilige stad! 
Jesaja 61: 10 Ik ben zeer vrolijk in de HEERE, mijn ziel verheugt zich in mijn God, want Hij heeft mij bekleed met klederen van heil, de mantel van gerechtigheid heeft Hij mij omgedaan, zoals een bruidegom zich bekleedt met priesterlijk hoofdsieraad, en een bruid zich tooit met haar sieraden
 
In vers 9 en 10 zie ik dat het nieuwe Jeruzalem ook de bruid zal zijn. Daar ga ik in die verzen op in. Hier staat ‘als een bruid’. Dit is meer: gelijkend op een bruid, mede door de versiering. 
 
3 En ik hoorde een luide stem uit de hemel zeggen: Zie, de tent van God is bij de mensen en Hij zal bij hen wonen, en zij zullen Zijn volk zijn, en God Zelf zal bij hen zijn en hun God zijn.

Johannes heeft een luide stem gehoord. Luide stem is in de grondtekst 'phônên megas'. Dit betekent: 'grote stem'. En zo wordt het ook vertaald in de Staten Vertaling. In Deuteronomium 5: 22 heeft Jahweh met grote stem de verordeningen en bepalingen aan Mozes verteld. Mozes geeft dit door aan het volk Israël in de verzen 6 – 22. De Here Jezus sprak ook regelmatig met een luide megastem, o.a. in Mattheus 26: 47 en 50, Markus 15: 34 en 37. Luide stem komt 20 keer voor in het boek Openbaring. 
 
Deze luide stem komt uit de hemel en zal zeggen: Zie, de tent van God is bij de mensen en Hij zal bij hen wonen. Dit doet denken aan tabernakel met daarin het Heilige der Heilige waarin God in de wolk woonde, een beeld van de toekomst:
Zacharia 2: 10 Juich en verblijd u, dochter van Sion, want, zie, Ik kom, en zal in uw midden wonen, spreekt de HEERE
Zacharia 8: 3, 8 3 Zo zegt de HEERE: Ik ben naar Sion teruggekeerd en Ik zal midden in Jeruzalem wonen. Jeruzalem zal stad van de waarheid genoemd worden, de berg van de HEERE van de legermachten de heilige berg. 8 Ik zal hen hierheen brengen, zij zullen midden in Jeruzalem wonen. Zij zullen Mij tot een volk zijn, en Ík zal hun tot een God zijn, in waarheid en in gerechtigheid.  
Exodus 25: 8 En zij moeten voor Mij een heiligdom maken, zodat Ik in hun midden kan wonen.  
Exodus 40: 33, 34b 33 Zo voltooide Mozes het werk. 34 Toen overdekte de wolk de tent van ontmoeting, en de heerlijkheid van de HEERE vervulde de tabernakel.  
Leviticus 26: 11a Ik zal Mijn tabernakel in uw midden plaatsen
 
En zij zullen Zijn volk zijn. Natuurlijk waren en zijn de Israëlieten Gods volk. Maar tot op heden zijn ze lo-ammi, dat is ‘niet mijn volk’ door ongehoorzaamheid en ongeloof: Hosea 1: 6, 9 6 Zij werd opnieuw zwanger, en zij baarde een dochter. Daarop zei Hij tegen hem: Geef haar de naam Lo-Ruchama, want Ik zal Mij voortaan niet meer ontfermen over het huis van Israël 9 En Hij zei: Geef hem de naam Lo-Ammi, want u bent niet Mijn volk en Ík zal er voor u niet zijn.

Ik weet van uit Gods Woord dat deze toestand voor het volk Israël niet zo zal blijven. Ze zullen zich bekeren en zien wie zij doorstoken hebben. Zie onderstaande teksten: Hosea 1: 10b, 11a, 12 10b En het zal gebeuren dat in de plaats waar tegen hen gezegd is: U bent niet Mijn volk, tegen hen gezegd zal worden: kinderen van de levende God. 11a Dan zullen de Judeeërs bijeengebracht worden samen met de Israëlieten. 12 Zeg tegen uw broeders: Ammi, en tegen uw zusters: Ruchama

Hosea 2: 22 En Ik zal haar voor Mij in de aarde zaaien en Mij ontfermen over Lo-Ruchama. Ik zal zeggen tegen Lo-Ammi: U bent Mijn volk, en hij zal zeggen: Mijn God!
Romeinen 9: 25, 26 25 Zoals Hij ook in Hosea zegt: Ik zal Niet-Mijn-volk noemen: Mijn volk, en de Niet-geliefde: Geliefde. 26 En het zal zijn dat op de plaats waar tegen hen gezegd was: U bent Niet-Mijn-volk, daar zullen zij kinderen van de levende God genoemd worden.
Openbaring 1: 7 Zie, Hij komt met de wolken, en elk oog zal Hem zien, ook zij die Hem doorstoken hebben. En alle stammen van de aarde zullen rouw over Hem bedrijven. Ja, amen.

Vanaf de grote verdrukking zal een deel van Israël zich bekeren en gelden als Zijn volk. Het zijn degenen die overwinnen: Openbaring 3: 12a Wie overwint, hem zal Ik tot een zuil in de tempel van Mijn God maken, en hij zal daaruit niet meer weggaan
 
En God Zelf zal bij hen zijn en hun God zijn. Zie vers 23. Dit was al een belofte in: Exodus 29: 45, 46 45 Ik zal dan te midden van de Israëlieten wonen, en Ik zal hun tot een God zijn. 46 En zij zullen weten dat Ik de HEERE, hun God, ben, Die hen uit het land Egypte geleid heeft, opdat Ik in hun midden zal wonen; Ik ben de HEERE, hun God.
 
4 En God zal alle tranen van hun ogen afwissen, en de dood zal er niet meer zijn; ook geen rouw, jammerklacht of moeite zal er meer zijn. Want de eerste dingen zijn voorbijgegaan.

En God zal alle tranen van hun ogen afwissen. Tranen komen in acht verzen van de Psalmen voor: Psalmen 6:7 / 39:13 / 42:4 / 56:9 / 80:6 / 102:10 / 116:8 en 126:5.
Er hebben in het verleden veel tranen gevloeid, en soms was er geen trooster.: Prediker 4: 1 Opnieuw zag ik al de onderdrukking die er onder de zon plaatsvindt. En zie, de tranen van de onderdrukten; zij hadden echter geen trooster. Aan de kant van hun onderdrukkers was macht, zij daarentegen hadden geen trooster.

In de toekomst zal er wel een trooster zijn. Ik lees daarover in Openbaring 17: 7 waar de vermoorden uit de grote verdrukking voor de troon van God staan; Openbaring 7: 17 Want het Lam, Dat in het midden van de troon is, zal hen weiden en zal hen geleiden naar de levende waterbronnen. En God zal alle tranen van hun ogen afwissen
 
Er zullen op de nieuwe hemel en aarde geen tranen meer te zijn, want de dood zal er niet meer zijn. En ook geen rouw, jammerklacht of moeite zal er meer zijn.
Jesaja 25: 8, 9 8 Hij zal de dood voor altijd verslinden, de Heere HEERE zal de tranen van alle gezichten afwissen en de smaad van Zijn volk wegnemen van heel de aarde, want de HEERE heeft gesproken. 9 Op die dag zal men zeggen: Zie, Dit is onze God; wij hebben Hem verwacht, en Hij zal ons verlossen. Dit is de HEERE, wij hebben Hem verwacht, wij zullen ons verheugen en verblijden in Zijn heil.
Jesaja 35: 10 Want wie door de HEERE zijn vrijgekocht, zullen terugkeren; zij zullen Sion binnenkomen met gejuich. Eeuwige blijdschap zal op hun hoofd zijn, vreugde en blijdschap zullen zij verkrijgen, verdriet en gezucht zullen wegvluchten.

Want de eerste dingen zijn voorbijgegaan: Zoals bijvoorbeeld het huwelijk in Mattheus 22: 30. Na de opstanding zal er niet meer getrouwd worden. Ongelooflijk, maar het staat er. De opstandingen zullen plaats vinden voordat er een nieuwe hemel en aarde zullen komen, dus dat is hier van toepassing. Ik moet zelfs niet meer aan die dingen denken lees ik in: 
Jesaja 43: 18 Denk niet aan de dingen van vroeger, let niet op de dingen van het verleden.
Mattheus 22: 30 Want in de opstanding nemen ze niet ten huwelijk en worden ze niet ten huwelijk gegeven, maar ze zijn als engelen van God in de hemel.

5 En Hij Die op de troon zit, zei: Zie, Ik maak alle dingen nieuw. En Hij zei tegen mij: Schrijf, want deze woorden zijn waarachtig en betrouwbaar.

En Hij Die op de troon zit. In Openbaring 1: 13 schrijft Johannes dat hij “Iemand Die op de Zoon des mensen leek” zag. Verder beschrijft hij in vers 12 – 16 hoe die Iemand er uit ziet. Het is onmiskenbaar Christus. In Openbaring 4: 2 ziet Johannes een troon waarop Iemand zit. Ik geloof dat het Christus is, net als hier.
Openbaring 4: 2 En meteen raakte ik in geestvervoering. En zie, er stond een troon in de hemel, en op de troon zat Iemand.
 
Christus zal in de toekomst vanaf Zijn troon spreken: “Zie, Ik maak alle dingen nieuw“. In de grondtekst staat: Ik maak alles nieuw. Dat wordt hier vanaf vers 1 tot en met Openbaring 22: 5 beschreven. Jesaja 43: 19 Zie, Ik maak iets nieuws. Nu zal het ontkiemen. Zult u dat niet weten? Ja, ik zal een weg aanleggen in de woestijn, rivieren in de wildernis.
2 Korinthe 5: 17 Daarom, als iemand in Christus is, is hij een nieuwe schepping: het oude is voorbijgegaan, zie, alles is nieuw geworden.
 
En Hij zei tegen mij: Schrijf. Schrijven komt 13 x voor in Openbaring. Omdat er geschreven is hebben wij nu dit boek voor de toekomst.
 
Want deze woorden zijn waarachtig en betrouwbaar. Openbaring 19: 11 En ik zag de hemel geopend, en zie, een wit paard, en Hij Die daarop zat, werd getrouw en waarachtig genoemd. En Hij oordeelt en voert oorlog in gerechtigheid.
Openbaring 22: 6 En hij zei tegen mij: Deze woorden zijn betrouwbaar en waarachtig. En de Heere, de God van de heilige profeten, heeft Zijn engel gezonden om Zijn dienstknechten te laten zien wat met spoed moet gebeuren.

6 En Hij zei tegen mij: Het is geschied. Ik ben de Alfa en de Omega, het Begin en het Einde. Wie dorst heeft, zal Ik voor niets te drinken geven uit de bron van het water des levens.

Christus zal tegen Johannes zeggen: Het is geschied. De komst van de nieuwe hemel en aarde zal een feit worden. In Openbaring 16: 17 zal de laatste schaal worden uitgegoten waarmee een einde is gekomen aan de oordelen zo lees ik in:
Openbaring 15: 1 En ik zag een ander teken in de hemel, groot en wonderbaarlijk: zeven engelen met de zeven laatste plagen. Want daarmee zal de toorn van God tot een einde gekomen zijn.
Openbaring 16: 17 En de zevende engel goot zijn schaal uit over de lucht. En er klonk een luide stem uit de tempel in de hemel, vanaf de troon, die zei: Het is geschied.

Het is geschied’ doet mij denken aan Mattheus 5: 17, 18 en aan de uitroep van Christus aan het kruis:
Johannes 19: 30 Toen Jezus dan de zure wijn genomen had, zei Hij: Het is volbracht! En Hij boog het hoofd en gaf de geest.
Mattheus 5: 17, 18 17 Denk niet dat Ik gekomen ben om de Wet of de Profeten af te schaffen; Ik ben niet gekomen om die af te schaffen, maar te vervullen. 18 Want, voorwaar, Ik zeg u: Totdat de hemel en de aarde voorbijgaan, zal er niet één jota of één tittel van de Wet voorbijgaan, totdat het alles geschied is
 
Ik ben de Alfa en de Omega, het Begin en het Einde. Deze titel ziet op de grote Naam Jahweh, de almachtige, al genoemd in het Oude Testament. De Naam staat in verband met dood en opstanding zo zie ik in:
Openbaring 1: 8, 17b 8 Ik ben de Alfa en de Omega, het Begin en het Einde, zegt de Heere, Die is en Die was en Die komt, de Almachtige. 17b Wees niet bevreesd, Ik ben de Eerste en de Laatste 18 en de Levende, en Ik ben dood geweest en zie, Ik ben levend tot in alle eeuwigheid. Amen. En Ik heb de sleutels van het rijk van de dood en van de dood zelf

Alfa is de eerste letter van het Griekse alfabet en Omega de laatste. Deze gezegden komen ook voor in Openbaring 1: 8 en Openbaring 22: 13. 'Het begin en het einde' staat in Openbaring 1: 8 niet in de grondtekst. In Openbaring 1: 11 komt de gehele uitdrukking niet voor in de grondtekst. Zie de uitleg bij dat vers. 

In Openbaring 1: 17b lees ik als aanvulling 'de Eerste en de Laatste', net als in: Openbaring 22: 13 Ik ben de Alfa, en de Omega, het Begin en het Einde, de Eerste en de Laatste
 
Ik kom die uitdrukking of het begrip verder tegen in Jesaja 40 – 48. Enkele teksten daaruit zijn: Jesaja 41: 4 Wie heeft dit bewerkt en gedaan? Hij Die de generaties riep vanaf het begin! Ik, de HEERE, Die de Eerste ben, en bij de laatsten ben Ik Dezelfde.
Jesaja 43: 10 – 12 10 U bent Mijn getuigen, spreekt de HEERE, en Mijn dienaar die Ik verkozen heb, opdat u het weet en Mij gelooft, en begrijpt dat Ik Dezelfde ben: vóór Mij is er geen God geformeerd en na Mij zal er geen zijn. 11 Ik, Ik ben de HEERE, buiten Mij is er geen Heiland. 12 Ík heb verkondigd en Ik heb verlost, en Ik heb het doen horen, en er was geen vreemde god onder u. U bent Mijn getuigen, spreekt de HEERE, dat Ik God ben.
Jesaja 44: 6 Zo zegt de HEERE, de Koning van Israël, zijn Verlosser, de HEERE van de legermachten: Ik ben de Eerste en Ik ben de Laatste, en buiten Mij is er geen God.
Jesaja 48: 12, 13 12 Luister naar Mij, Jakob, Israël, Mijn geroepene: Ik ben Dezelfde, Ik ben de Eerste, ook ben Ik de Laatste. 13 Ook heeft Mijn hand de aarde gegrondvest, en Mijn rechterhand heeft de hemel uitgespannen. Roep Ik ze, dan staan ze er tezamen.

Wie dorst heeft zal Ik voor niets te drinken geven uit de bron van het water des levens. Op de site “Het levende ware woord” lees ik: “Christus onderging tijdens de verzoeking in de woestijn honger, dorst en hitte en ging de strijd met satan aan. Boodschap: God voorziet in Christus door genade in alle behoeften.” 

Over dorst lees ik op de laatste dag van het loofhuttenfeest in Johannes 7: 37, 38. Verder moet ik hierbij denken aan:
Jesaja 55: 1, 2 1 O, alle dorstigen, kom tot de wateren, en u die geen geld hebt, kom, koop en eet, ja, kom, koop zonder geld, zonder prijs, wijn en melk. 2 Waarom weegt u geld af voor wat geen brood is, en uw arbeid voor wat niet verzadigen kan? Luister aandachtig naar Mij, eet het goede, en laat uw ziel vreugde scheppen in de overvloed.
Psalm 36: 9 Zij worden verzadigd met de overvloed van Uw huis; U laat hen drinken uit Uw beek vol verrukkelijke gaven.
Mattheus 5: 6 Zalig zijn zij die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden
Openbaring 7: 16, 17 16 Zij zullen geen honger of dorst meer hebben, en geen zonnesteek of enige hitte zal hen treffen. 17 Want het Lam, Dat in het midden van de troon is, zal hen weiden en zal hen geleiden naar de levende waterbronnen. En God zal alle tranen van hun ogen afwissen.
Openbaring 22: 1, 17c 1 En hij liet mij een zuivere rivier zien, van het water des levens, helder als kristal, die uit de troon van God en van het Lam kwam 17c En laat hij die dorst heeft, komen; en laat hij die wil, het water des levens nemen, voor niets.
Johannes 7: 37, 38 37 En op de laatste, de grote dag van het feest, stond Jezus daar en riep: Als iemand dorst heeft, laat hij tot Mij komen en drinken. 38 Wie in Mij gelooft, zoals de Schrift zegt: Stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien.

In Jeremia 2: 13 lees ik over de Heere als bron van levend water. Daar heeft het volk deze Bron verlaten. Maar hier in Openbaring 21 zijn zij terug bij die Bron en gaat het over de overwinnaars. Jeremia 2: 13 Want Mijn volk heeft een dubbel kwaad gedaan: Mij, de bron van levend water, hebben zij verlaten, om zich bakken uit te hakken, lekkende bakken, die geen water houden.

7 Wie overwint, zal alles beërven, en Ik zal voor hem een God zijn en hij zal voor Mij een zoon zijn.

Wie overwint, komt verder voor in Openbaring 2: 7, 11, 17, 26 en Openbaring 3: 5, 12, 21. Dat is bijzonder want dat zijn de brieven voor de zeven gemeenten. Het is goed te bedenken dat het hier over de overwinnaars uit de Israëlieten gaat en niet over de kerkgeschiedenis, zie de inleiding van deze brieven. 

Men overwint wanneer men uit God is geboren lees ik in: 1 Johannes 5: 4, 5 4 Want al wat uit God geboren is, overwint de wereld; en dit is de overwinning die de wereld overwonnen heeft: ons geloof. 5 Wie anders is het die de wereld overwint dan hij die gelooft dat Jezus de Zoon van God is?
Johannes 3: 5 Jezus antwoordde: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Als iemand niet geboren wordt uit water en Geest, kan hij het Koninkrijk van God niet binnengaan.

De Israëlieten die overwinnen zullen alles beërven. Dit ‘alles’ zal het Nieuwe Jeruzalem zijn. Het kan zo zijn dat iemand vanwege zijn geboorte recht heeft op een erfenis. Maar hier is het vanwege een verdienste, zoals lijden met Christus:
Romeinen 8: 15 – 17 15 Want u hebt niet de Geest van slavernij ontvangen, die opnieuw tot angst leidt, maar u hebt de Geest van aanneming tot kinderen ontvangen, door Wie wij roepen: Abba, Vader! 16 De Geest Zelf getuigt met onze geest dat wij kinderen van God zijn. 17 En als wij kinderen zijn, dan zijn wij ook erfgenamen: erfgenamen van God en mede-erfgenamen van Christus; wanneer wij althans met Hem lijden, opdat wij ook met Hem verheerlijkt worden.
 
Abraham verwachte de stad (Jeruzalem) die fundamenten heeft. Door geloofsvertrouwen heeft hij mogen overwinnen.
Hebreeën 11: 8, 9, 10, 16 8 Door het geloof is Abraham, toen hij geroepen werd, gehoorzaam geweest om weg te gaan naar de plaats die hij tot een erfdeel ontvangen zou. En hij is weggegaan zonder te weten waar hij komen zou. 9 Door het geloof is hij een inwoner geweest in het land van de belofte als in een vreemd land en heeft hij in tenten gewoond, met Izak en Jakob, die mede-erfgenamen waren van dezelfde belofte. 10 Want hij verwachtte de stad die fundamenten heeft, waarvan God de Bouwer en Ontwerper is 16 Maar nu verlangen zij naar een beter, dat is naar een hemels vaderland. Daarom schaamt God Zich niet voor hen om hun God genoemd te worden. Want Hij had voor hen een stad gereedgemaakt.

Over de erfenis van Christus lees ik in: Hebreeën 1: 1, 2, 4, 5 1 Nadat God voorheen vele malen en op vele wijzen tot de vaderen gesproken had door de profeten, heeft Hij in deze laatste dagen tot ons gesproken door de Zoon, 2 Die Hij Erfgenaam gemaakt heeft van alles, door Wie Hij ook de wereld gemaakt heeft. 4 Hij is zoveel meer geworden dan de engelen als de Naam die Hij als erfdeel ontvangen heeft, voortreffelijker is dan die van hen 5 Want tegen wie van de engelen heeft God ooit gezegd: U bent Mijn Zoon, heden heb Ik U verwekt? En verder: Ik zal voor Hem tot een Vader zijn, en Hij zal voor Mij tot een Zoon zijn?
 
Het zal in de toekomst zo zijn dat er niet alleen ‘geloof’ nodig is om te erven maar ook overwinning. Er zullen daden verwacht worden. Dan zal Ik voor hem een God zijn en hij zal voor Mij een zoon zijn. Dat principe vind ik in:
2 Samuel 7: 14 Ík zal hem tot een Vader zijn, en híj zal Mij tot een zoon zijn, wat wil zeggen: als hij zich misdraagt, zal Ik hem terechtwijzen met een stok als van mensen en met slagen als van mensenkinderen.  
Mattheus 5: 5 Zalig zijn de zachtmoedigen, want zij zullen de aarde beërven.
2 Korinthe 6: 16b – 18 16b en Ik zal hun God zijn en zij zullen Mijn volk zijn. 17 Ga daarom uit hun midden weg en zonder u af, zegt de Heere, en raak het onreine niet aan, en Ik zal u aannemen, 18 en Ik zal u tot een Vader zijn, en u zult Mij tot zonen en dochters zijn, zegt de Heere, de Almachtige. 
1 Petrus 3: 9 Vergeld geen kwaad met kwaad of laster met laster, maar zegen daarentegen, omdat u weet dat u daartoe geroepen bent, opdat u zegen zult beërven.
Openbaring 12: 11 En zij hebben hem overwonnen door het bloed van het Lam en door het woord van hun getuigenis, en zij hebben hun leven niet liefgehad tot in de dood.

8 Maar wat betreft de lafhartigen, ongelovigen, verfoeilijken, moordenaars, ontuchtplegers, tovenaars, afgodendienaars en alle leugenaars: hun deel is in de poel die van vuur en zwavel brandt. Dit is de tweede dood.

Lafhartigen. In de grondtekst staat: timiden/beducht. De Statenvertaling heeft ‘vreesachtigen’. De Naardense Bijbel vertaalt het met ‘lafaards’. 

Ongelovigen. De grondtekst zegt: voor-degenen-niet gelovige. In de Naardense Bijbel lees ik over ‘trouwelozen’.

Verfoeilijken. In de grondtekst staat: voor-degenen-gegruwd zijnde. De Statenvertaling heeft ‘gruwelijken’. De Naardense Bijbel vertaald het door ‘verdorvenen’. 

Moordenaars. In de Statenvertaling staat ‘doodslagers’. 

Ontuchtplegers. In de grondtekst staat: voor-ontuchtige mannen. De Statenvertaling en de Naardense Bijbel hebben ‘hoereerders’. 

Tovenaars komen 16 x voor in het Oude Testament, voornamelijk in de boeken Exodus en Daniël, en 2 keer in Openbaring, hier en in Openbaring 22: 15. Verder is er 3 x in het Oude Testament sprake van een tovenaar en 2 x in Handelingen 13: 6 en 8.

Ik zie de afgodendienaars en de leugen samen komen in: Romeinen 1: 23 – 26 23 en hebben zij de heerlijkheid van de onvergankelijke God vervangen door een beeld dat lijkt op een vergankelijk mens, op vogels en op viervoetige en kruipende dieren. 24 Daarom ook heeft God hen in de begeerten van hun hart overgegeven aan de onreinheid om hun lichamen onder elkaar te onteren. 25 Zij hebben de waarheid van God vervangen door de leugen, en het schepsel vereerd en gediend boven de Schepper, Die te prijzen is tot in eeuwigheid. Amen 26 Daarom heeft God hen overgegeven aan oneervolle hartstochten, want ook hun vrouwen hebben de natuurlijke omgang vervangen door de tegennatuurlijke
 
Mogelijk slaat deze tekst uit Romeinen, waar geschreven wordt over het maken van een beeld waarmee de onvergankelijke God wordt vervangen, op de situatie in Openbaring 13: 11 – 14. In onze tijd worden nogal wat consequenties verbonden aan Romeinen 1: 23 – 26 in verband met homofilie. Ik geloof dat deze teksten in de eerste plaats van toepassing zijn op de toekomst. In Openbaring 13: 11 – 14 wordt geschreven over het maken van een beeld door het tweede beest. Degenen die dat beeld zullen aanbidden zullen door God worden gestraft.
Openbaring 13: 11 – 14 11 En ik zag een ander beest opkomen, uit de aarde, en het had twee horens, als die van het Lam, maar het sprak als de draak. 12 En het oefent al de macht van het eerste beest voor zijn ogen uit, en het maakt dat de aarde en zij die er wonen het eerste beest aanbidden, waarvan de dodelijke wond genezen was. 13 En het doet grote tekenen, zodat het zelfs vuur uit de hemel laat neerkomen op de aarde, voor de ogen van de mensen. 14 En het misleidt hen die op de aarde wonen door middel van de tekenen die het gegeven zijn te doen voor de ogen van het beest. En het zegt tegen hen die op de aarde wonen, dat zij een beeld moeten maken voor het beest dat de wond van het zwaard had en weer levend werd.

En alle leugenaars. Nu vertellen mensen over het algemeen wel eens een leugen, al was het maar een leugen om bestwil. Zulke leugenaars worden hier niet bedoeld. Het gaat hier om leugens verbonden aan de duivel, de wetteloze en aan moordenaars, zoals in:
Johannes 8: 44 U bent uit uw vader de duivel, en wilt de begeerten van uw vader doen; die was een mensenmoordenaar van het begin af, en staat niet in de waarheid, want er is in hem geen waarheid. Wanneer hij de leugen spreekt, spreekt hij vanuit wat van hemzelf is, want hij is een leugenaar en de vader van de leugen.
2 Thessalonicenzen 2: 8 – 11 8 En dan zal de wetteloze geopenbaard worden. De Heere zal hem verteren door de Geest van Zijn mond en hem tenietdoen door de verschijning bij Zijn komst; 9 hem, wiens komst overeenkomstig de werking van de satan is, met allerlei kracht, tekenen en wonderen van de leugen, 10 en met allerlei misleiding van de ongerechtigheid in hen die verloren gaan, omdat zij de liefde voor de waarheid niet aangenomen hebben om zalig te worden. 11 En daarom zal God hun een krachtige dwaling zenden, zodat zij de leugen geloven.
1 Johannes 3: 12 Kaïn: hij was uit de boze en sloeg zijn broer dood. En waarom sloeg hij hem dood? Omdat zijn werken slecht waren en die van zijn broer rechtvaardig.

Alle groepen en nog meer kom ik tegen in 1 Korinthe 6: 9, 10, Galaten 5: 19 – 21 en Efeze 5: 5. In die verzen wordt gezegd dat deze groepen het Koninkrijk van God niet zullen beërven. Dat gaat minder ver dan de straf hier in Openbaring. Er is zelfs op het laatste moment nog behoudenis mogelijk zo zie ik in: Lukas 23: 39 – 43 39 En een van de misdadigers die daar hingen, lasterde Hem en zei: Als U de Christus bent, verlos dan Uzelf en ons. 40 Maar de andere antwoordde en bestrafte hem: Vreest zelfs u God niet, nu u hetzelfde vonnis ondergaat? 41 En wij toch rechtvaardig, want wij ontvangen straf overeenkomstig wat wij gedaan hebben, maar Deze heeft niets onbehoorlijks gedaan. 42 En hij zei tegen Jezus: Heere, denk aan mij, als U in Uw Koninkrijk gekomen bent. 43 En Jezus zei tegen hem: Voorwaar, zeg Ik u heden, u zult met Mij in het paradijs zijn
1 Korinthe 6: 9, 10 9 Of weet u niet dat onrechtvaardigen het Koninkrijk van God niet zullen beërven? 10 Dwaal niet! Ontuchtplegers, afgodendienaars, overspelers, schandknapen, mannen die met mannen slapen, dieven, hebzuchtigen, dronkaards, lasteraars en rovers zullen het Koninkrijk van God niet beërven.
Galaten 5: 19 – 21 19 Het is bekend wat de werken van het vlees zijn, namelijk overspel, hoererij, onreinheid, losbandigheid, 20 afgoderij, toverij, vijandschappen, ruzie, afgunst, woede-uitbarstingen, egoïsme, onenigheid, afwijkingen in de leer, 21 jaloersheid, moord, dronkenschap, zwelgpartijen, en dergelijke; waarvan ik u voorzeg, zoals ik ook al eerder gezegd heb, dat wie zulke dingen doen, het Koninkrijk van God niet zullen beërven.
Efeze 5: 5 Want dit moet u weten, dat geen enkele ontuchtpleger, onreine of hebzuchtige, die een afgodendienaar is, een erfdeel heeft in het Koninkrijk van Christus en van God
 
Hun deel is in de poel die van vuur en zwavel brandt. Al degenen die in dit vers in Openbaring genoemd worden zullen dezelfde straf krijgen als het beest en de valse profeet. Het zullen hun volgelingen zijn. Deze volgelingen zullen eerst gedood worden voordat ze in die poel van vuur worden gegooid lees ik in:  Openbaring 19: 20, 21 20 En het beest werd gegrepen, en met hem de valse profeet, die in zijn tegenwoordigheid de tekenen gedaan had, waardoor hij hen misleid had die het merkteken van het beest ontvangen hadden en die zijn beeld aanbeden hadden. Deze twee werden levend geworpen in de poel van vuur, die van zwavel brandt. 21 En de overigen werden gedood met het zwaard van Hem Die op het paard zat, namelijk het zwaard dat uit Zijn mond kwam. En alle vogels werden verzadigd met hun vlees
Openbaring 20: 10, 14, 15 10 En de duivel, die hen misleidde, werd in de poel van vuur en zwavel geworpen, waar ook het beest en de valse profeet reeds zijn. En zij zullen dag en nacht gepijnigd worden in alle eeuwigheid. 14 En de dood en het rijk van de dood werden in de poel van vuur geworpen. Dit is de tweede dood. 15 En als iemand niet bleek ingeschreven te zijn in het boek des levens, werd hij in de poel van vuur geworpen.

Dit is de tweede dood en die dood wordt ook genoemd in Openbaring 20: 14. De poel van vuur zal de tweede dood zijn. De tweede dood komt behalve in Openbaring 20: 6 en 12 ook nog voor in Openbaring 2: 11. De tweede dood is een definitieve vernietiging, door het vuur. Alles verbrand. Uit de tweede dood is geen opstanding mogelijk. De Bijbel zegt niet voor niets: Mattheus 10: 28 En wees niet bevreesd voor hen die het lichaam doden en de ziel niet kunnen doden, maar wees veeleer bevreesd voor Hem Die zowel ziel als lichaam te gronde kan richten in de hel (gehenna).
Lukas 12: 4, 5 4 En Ik zeg u, Mijn vrienden: Wees niet bevreesd voor hen die het lichaam doden en daarna niets meer kunnen doen. 5 Maar Ik zal u laten zien voor Wie u bevreesd moet zijn: Wees bevreesd voor Hem Die, nadat Hij gedood heeft, ook macht heeft in de hel (gehenna) te werpen. Ja, Ik zeg u, wees bevreesd voor Hem!

Maar wie overwint; vers 7 en wordt gedood (eerste dood), krijgt niet te maken met de tweede dood. In de tweede dood zullen de dood en het rijk van de dood verdwijnen. Na de tweede dood is er geen pijn en verdriet meer. Er bestaat geen eeuwige pijniging in een soort van ‘hel’. Er is een einde gekomen aan Gods toorn; Openbaring 15: 1 En ik zag een ander teken in de hemel, groot en wonderbaarlijk: zeven engelen met de zeven laatste plagen. Want daarmee zal de toorn van God tot een einde gekomen zijn.

In de traditie geld de uitleg die zegt dat deze ellendigen eeuwig in die poel van vuur zullen worden gekweld als een soort straf. Is dood dan niet dood? Ik heb toch gelezen in Openbaring 19: 21 dat deze overigen eerst gedood zullen worden met het zwaard van Hem Die op het paard zal zitten! Hoe komt het dat men deze dood, die nota bene door Christus zal geschieden, niet accepteert als zijnde dood? 
 
9 En een van de zeven engelen die de zeven schalen hadden, vol van de zeven laatste plagen, kwam naar mij toe en hij sprak met mij en zei: Kom, ik zal u de bruid, de vrouw van het Lam, laten zien.

En een van de zeven engelen die de zeven schalen hadden, vol van de zeven laatste plagen. De zeven engelen met de zeven plagen worden genoemd in: Openbaring 15: 1 En ik zag een ander teken in de hemel, groot en wonderbaarlijk: zeven engelen met de zeven laatste plagen. Want daarmee zal de toorn van God tot een einde gekomen zijn.
Openbaring 16: 1 En ik hoorde een luide stem uit de tempel zeggen tegen de zeven engelen: Ga en giet de schalen van de toorn van God uit over de aarde
Openbaring 17: 1 En een van de zeven engelen die de zeven schalen hadden, kwam en sprak met mij en zei tegen mij: Kom, ik zal u het oordeel over de grote hoer laten zien, die aan vele wateren zit
 
Eén van de engelen kwam naar mij (Johannes) toe en hij sprak met mij en zei: Kom, ik zal u de bruid, de vrouw van het Lam laten zien. Vrouw, in de zin van een huwbare echtgenoot, komt 2 keer voor in Openbaring. Hier en in:  
Openbaring 19: 7 Laten wij blij zijn en ons verheugen en Hem de heerlijkheid geven, want de bruiloft van het Lam is gekomen en Zijn vrouw heeft zich gereedgemaakt

De Bruiloft zal worden aangekondigd aan het begin van het duizend jarig rijk. De huwelijkse plechtigheden lijken duizend jaar te duren. In het Oude Testament duurde een bruiloft één week zoals in Richteren 14: 12 te lezen is en in: Genesis 29: 27 Maak de bruiloftsweek van deze dochter vol; Hoe dan ook, hier zie ik de bruid neerdalen uit de hemel en sierlijk gemaakt voor haar Man; vers 2. 

Bruid komt 20 x voor in de Bijbel. 15 x in het Oude Testament, 1 x in Johannes 3: 29 en 4 x in Openbaring waarvan 2 x in dit hoofdstuk in vers 2 en 9. Daarmee wordt zichtbaar, samen met de bijbehorende teksten, dat de bruid bestaan zal uit gelovigen uit het uitverkoren volk Israël. Dat geld ook voor 1 Korinthe 11: 2. Die brief is tijdens Handelingen geschreven en toen werd de boodschap nog steeds gebracht aan het volk Israël. Bovendien is deze tekst gelijkvormig aan de andere teksten, dus waarom zou dit dat plotseling voor gelovigen uit andere volken slaan.
 
De gelovige Israëlieten zullen de de maagden en eerstelingen zijn zo lees ik in: Openbaring 14: 1, 4 1 En ik zag, en zie, het Lam stond op de berg Sion, en bij Hem honderd vierenveertigduizend mensen met op hun voorhoofd de Naam van Zijn Vader geschreven. 4 Zij zijn het die niet met vrouwen bevlekt zijn, want zij zijn maagden. Dezen zijn het die het Lam volgen waar Het ook naartoe gaat. Dezen zijn gekocht uit de mensen, als eerstelingen voor God en het Lam.
2 Korinthe 11: 2 Want ik beijver mij voor u met een ijver van God. Ik heb u immers ten huwelijk gegeven aan één Man om u als een reine maagd aan Christus voor te stellen.
Jeremia 3: 14 Keer terug, afkerige kinderen, spreekt de HEERE, want Ík heb u getrouwd. Ik zal u nemen, één uit een stad en twee uit een geslacht, en Ik zal u naar Sion brengen.
Hosea 2: 18, 19 18 Ik zal u voor eeuwig tot Mijn bruid nemen: ja, Ik zal u tot Mijn bruid nemen in gerechtigheid en in recht, in goedertierenheid en in barmhartigheid. 19 In trouw zal Ik u voor Mij als bruid nemen; en u zult de HEERE kennen.

Zij zijn ook de eerstgeborenen zo lees ik in Hebreeën 12: 22 – 24. In die tekst wordt het hemelse Jeruzalem genoemd zodat ik weer terug ben bij het nieuwe Jeruzalem: Hebreeën 12: 22 – 24a 22 Maar u bent genaderd tot de berg Sion en tot de stad van de levende God, tot het hemelse Jeruzalem en tot tienduizendtallen van engelen, 23 tot een feestelijke vergadering en de gemeente van de eerstgeborenen, die in de hemelen opgeschreven zijn, en tot God, de Rechter over allen, en tot de geesten van de rechtvaardigen, die tot volmaaktheid zijn gekomen, 24a en tot de Middelaar van het nieuwe verbond,

Zie verder mijn studie “Wie is de bruid”. 
 
10 En hij voerde mij weg in de geest op een grote en hoge berg en liet mij de grote stad zien, het heilige Jeruzalem, dat neerdaalde uit de hemel, bij God vandaan.

En hij voerde mij weg in de geest. In de grondtekst staat: en-hij-brengt weg mij in geest, met eronder: blazen-windstoot geest. Geest, in het Grieks ‘pneumati’, betekent: leven, wind, lucht, adem, blazen, engel of demon, goddelijk, de geest van Christus, de Heilige Geest.
De meeste Bijbel vertalingen schrijven ‘in de geest’. Maar het woordje ‘de’ ontbreekt hier in de grondtekst zoals ik ook zie op de site “Schriftwoord”. Als er in de grondtekst wel ‘de’ zou staan dan gaat het om “de Heilige Geest”, zoals in Markus 13: 11 waar de Heilige Geest door mensen spreekt. Maar ‘de’ staat weer niet in Lukas 1: 35 bij de bevruchting van Maria. Daar is het niet de Heilige Geest zelf maar de kracht, wind of adem van God die Maria zal overschaduwen. Hetzelfde gebeurde in:
Genesis 2: 7 toen vormde de HEERE God de mens uit het stof van de aardbodem en blies de levensadem in zijn neusgaten; zo werd de mens tot een levend wezen
 
Johannes is vaker weggevoerd ‘in geest’ zoals in Openbaring 1: 10 / 4: 2 en 17: 3. Het wil zeggen dat hij ‘iets’, vanuit God, in een visioen zag of hoorde. In alle teksten ontbreekt in de grondtekst het woordje ‘de’.
Openbaring 1: 10 Ik was in de geest op de dag des Heeren en ik hoorde achter mij een luide stem, als van een bazuin,
Openbaring 4: 2 En meteen raakte ik in geestvervoering. En zie, er stond een troon in de hemel, en op de troon zat Iemand.
Openbaring 17: 3 En in de geest bracht hij mij weg naar een woestijn.

Paulus schrijft over eenzelfde ervaring in:
2 Korinthe 12: 2, 3 2 Ik ken namelijk een mens in Christus, veertien jaar is het geleden of het in het lichaam gebeurde, weet ik niet; of buiten het lichaam, ik weet het niet; God weet het dat zo iemand tot in de derde hemel werd opgenomen. 3 En ik weet van deze mens of het in het lichaam of buiten het lichaam gebeurde, weet ik niet; God weet het.

Johannes werd door een van de zeven engelen in vers 9 in geest weggevoerd op een grote en hoge berg zag de grote stad, het heilige Jeruzalem, dat neerdaalde uit de hemel, bij God vandaan
Iets dergelijks is Ezechiël overkomen: Ezechiël 40: 2 In visioenen van God bracht Hij mij naar het land van Israël. Hij zette mij op een zeer hoge berg, met daarop aan de zuidzijde iets als het bouwsel van een stad
 
Ik lees in Openbaring 11: 8 over de grote stad Jeruzalem als Sodom. Ondertussen zal er wel iets veranderd zijn in Jeruzalem; Openbaring 11: 8 En hun dode lichamen zullen liggen op de straat van de grote stad, die in geestelijke zin genoemd wordt Sodom en Egypte, waar ook onze Heere werd gekruisigd

Een andere grote stad die genoemd wordt is Babylon. Maar deze stad zal worden vernietigd in: Openbaring 18: 10a, 21 10a Wee, wee de grote stad Babylon, de sterke stad, want in één uur is uw oordeel gekomen. 21 En een sterke engel hief een steen op als een grote molensteen, en wierp die in de zee, en zei: Zó zal Babylon, de grote stad, met geweld neergeworpen worden, en het zal nooit meer gevonden worden

Hieronder een schema over de verschillen tussen Babylon in Openbaring 16: 17 – 21 en Jeruzalem in Openbaring 21: 9 – 24.

Het is geschied – oordeel Het is geschied – zegeningen
De grote stad, Babylon De grote stad, het nieuwe Jeruzalem
Edelstenen, parels en goud Edelstenen, parels en goud
Geen harpspeler, kaars of blijdschap meer Geen dood, verdriet of voel meer
Woonplaats van demonen en onreine geesten Niets dat verontreinigd
Eilanden vluchten, bergen niet gevonden Aarde en hemel vluchten weg
De hoer De bruid
Koningen der aarde corrupt Koningen der aarde brengen glorie
Volken dronken gemaakt Volken wandelen in het licht

11 Zij had de heerlijkheid van God, en haar uitstraling was als een zeer kostbare edelsteen, als een kristalheldere steen jaspis

In de toekomst zal het heilige Jeruzalem als bruid/vrouw van het lam de heerlijkheid van God hebben. Jesaja 60: 1, 2 1 Sta op, word verlicht, want uw licht komt en de heerlijkheid van de HEERE gaat over u op. 2 Want zie, de duisternis zal de aarde bedekken en donkere wolken de volken, maar over u zal de HEERE opgaan en Zijn heerlijkheid zal over u gezien worden

Christus is de heerlijkheid van God in: 2 Petrus 1: 16, 17a 16 Want wij zijn geen kunstig bedachte verzinsels gevolgd, toen wij u de kracht en de komst van onze Heere Jezus Christus bekendmaakten, maar wij zijn ooggetuigen geweest van Zijn majesteit. 17 Want Hij heeft van God de Vader eer en heerlijkheid ontvangen,

En haar uitstraling was als een zeer kostbare edelsteen. ‘Uitstraling’ is in de grondtekst: lichtgeving. Door deze verklaring krijg ik er een ander beeld van Jeruzalem, meer een beeld van een lichtgevende stad. Ik kom dit beeld inderdaad tegen in vers 23. In de Statenvertaling staat: “En haar licht was den allerkostelijksten steen gelijk, namelijk als den steen Jaspis, blinkende gelijk kristal”. 
 
Als een kristalheldere steen jaspis. Ik lees op de site “Schriftwoord”: “De jaspis is mogelijk de meest kostbare soort, plasma genaamd, een doorzichtige, groene steen. Net als het goud van de stad, zal het lichtgevend vermogen kristalachtig zijn in z’n doorzichtige straling. Die op de troon zit ziet er als een jaspis juweel (4:3).”
Openbaring 4: 3 En Hij Die daar zat, zag eruit als de stenen jaspis en sardius. En er was een regenboog rondom de troon, die eruit zag als een smaragd

12 Zij had een grote en hoge muur met twaalf poorten, en bij die poorten twaalf engelen. Ook waren er namen op geschreven, namelijk van de twaalf stammen van de Israëlieten.
13 Drie poorten op het oosten, drie poorten op het noorden, drie poorten op het zuiden, en drie poorten op het westen
 
Zij had een grote en hoge muur met twaalf poorten. Zie ook vers 21.
Jesaja 26: 1, 2 1 Op die dag zal dit lied gezongen worden in het land Juda: Wij hebben een sterke stad, God stelt heil tot muren en vestingwallen. 2 Doe de poorten open, zodat het rechtvaardige volk kan binnengaan, dat de trouw bewaart.
 
Twaalf is een getal wat met het volk Israël verbonden is. Het komt 140 keer voor in de Statenvertaling; 100 x in het Oude Testament, 25 x in de evangeliën, 4 x in Handelingen, 1 x in de brieven in Jacobus 1: 1 en 10 x in Openbaring. In Openbaring 7: 5 – 8 lees ik over de 144000 verzegelden uit het volk Israël. In het boek “Getallen in de Bijbel” geschreven door Dr. E.W. Bullinger lees ik dat twaalf duidt op ‘bestuurlijke volmaaktheid’. Veelvoud van 12 heeft te maken met besturen of regeren. Voorbeelden van twaalftallen zijn de twaalf zonen van Jacob, de twaalf stammen, de twaalf verspieders en de twaalf apostelen uitgekozen door de Here Jezus; zie vers 14. 
 
En bij die poorten twaalf engelen. Jesaja 62: 6, 7 6 Op uw muren, Jeruzalem, heb Ik wachters aangesteld. Nooit zullen zij zwijgen, heel de dag en heel de nacht niet. U die het volk aan de HEERE doet denken, gun u geen rust. 7 Ja, geef Hem geen rust, totdat Hij Jeruzalem gegrondvest heeft en gesteld heeft tot een lof op aarde.

Zoals na de verdrijving uit de hof van Eden cherubs werden geplaatst om de boom des levens te bewaken, in Genesis 3: 24, zo zullen bij het Nieuwe Jeruzalem twaalf poorten zijn en twaalf engelen staan om de stad te bewaken.
Genesis 3: 24 Hij verdreef de mens, en plaatste ten oosten van de hof van Eden de cherubs met een vlammend zwaard, dat heen en weer bewoog, om de weg naar de boom des levens te bewaken
 
Blijkbaar is die bewaking nog wel nodig zo zie ik in vers 27, alhoewel ik dat niet helemaal begrijp omdat ik in vers 8 lees dat deze misdadigers de tweede dood ontvangen. Ik meen dat de tweede dood voor de aanvang van de nieuwe hemel en aarde uitgevoerd zal worden. Daarom begrijp ik niet dat hier nog engelen de poorten moeten bewaken. 
 
Ook waren er namen op geschreven, namelijk van de twaalf stammen van de Israëlieten. In de borsttas van de priesters zaten twaalf stenen met de namen van de twaalf zonen van Jakob of Israël in Exodus 28: 31 en:
Exodus 39: 14 En wat de stenen met de namen van de zonen van Israël betreft, dat waren er twaalf in getal, overeenkomend met hun namen, met zegelgraveringen per man bij zijn naam, in overeenstemming met de twaalf stammen
 
De twaalf poorten zullen verdeeld worden in vier groepen van drie. Vanuit alle windstreken zal men door de poorten het nieuwe Jeruzalem binnen kunnen gaan: Ezechiël 48: 31 – 34 31 De poorten van de stad zullen overeenkomstig de namen zijn van de stammen van Israël: drie poorten naar het noorden: één de Rubenpoort, één de Judapoort en één de Levipoort. 32 En aan de oostzijde is de maat vijfenveertighonderd el, met drie poorten: namelijk één de Jozefpoort, één de Benjaminpoort en één de Danpoort. 33 De zuidzijde: de maat is vijfenveertighonderd el, met drie poorten: één de Simeonpoort, één de Issascharpoort en één de Zebulonpoort. 34 De westzijde: vijfenveertighonderd el, met drie bijbehorende poorten: één de Gadpoort, één de Aserpoort en één de Naftalipoort.

14 En de muur van de stad had twaalf fundamenten met daarop de twaalf namen van de twaalf apostelen van het Lam
 
Twaalf; zie vers 12. Fundamenten; zie vers 19. Ezechiël ziet in zijn visioen de fundamenten van de tempel in Ezechiël 41. Abraham verwachtte de stad met de fundamenten;
Hebreeën 11: 10 Want hij verwachtte de stad die fundamenten heeft, waarvan God de Bouwer en Ontwerper is.
Ezechiël 41: 8 Ik zag helemaal rondom aan het huis een verhoging, de fundamenten van de zijvertrekken: een volle lat, een verbinding van zes el.

Op de twaalf fundamenten staan de namen van de twaalf apostelen van het Lam. De apostelen hebben de grond beginselen mogen leggen voor de gemeenten in Handelingen en ook onder deze stad.
Mattheus 10: 2 - 8 2 De namen nu van de twaalf apostelen zijn deze: de eerste, Simon die Petrus genoemd werd, en Andreas, zijn broer; Jakobus, de zoon van Zebedes, en Johannes, zijn broer; 3 Filippus en Bartholomes; Thomas en Matthes, de tollenaar; Jakobus, de zoon van Alfes, en Lebbes, die ook Thaddes genoemd werd; 4 Simon Kananites en Judas Iskariot, die Hem ook verraden heeft. 5 Deze twaalf zond Jezus uit en Hij gebood hun: U zult u niet op weg begeven naar de heidenen en u zult geen enkele stad van de Samaritanen binnengaan, 6 maar ga liever naar de verloren schapen van het huis van Israël. 7 En als u op weg gaat, predik dan: Het Koninkrijk der hemelen is nabijgekomen. 8 Genees zieken, reinig melaatsen, wek doden op, drijf demonen uit. U hebt het voor niets ontvangen, geef het voor niets.
Mattheus 16: 18, 19 18 En Ik zeg u ook dat u Petrus bent, en op deze petra zal Ik Mijn gemeente bouwen, en de poorten van de hel zullen haar niet overweldigen. 19 En Ik zal u de sleutels van het Koninkrijk der hemelen geven; en wat u bindt op de aarde, zal in de hemelen gebonden zijn; en wat u ontbindt op de aarde, zal in de hemelen ontbonden zijn.
Efeze 2: 19, 20 19 Zo bent u dan niet meer vreemdelingen en bijwoners, maar medeburgers van de heiligen en huisgenoten van God, 20 gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, waarvan Jezus Christus Zelf de hoeksteen is,

15 En hij die met mij sprak, had een gouden meetlat om de stad op te meten, en haar poorten, en haar muur.

En hij die met mij (Johannes) sprak, was een van de zeven engelen; vers 9.
De engel had een gouden meetlat. Dat iets van goud is wil zeggen dat het geheiligd is. Veel aan de priesterkleding in Exodus 28 was van goud. Ik lees in: Exodus 28: 2, 5 2 Dan moet u voor uw broer Aäron geheiligde kleding maken om hem waardigheid en aanzien te geven. 5 En zíj moeten daarvoor het goud en de blauwpurperen, de roodpurperen, en de scharlakenrode wol en het fijn linnen nemen

Iets van goud komt 14 x voor in Openbaring. Het kan gaan om: 
Kandelaren:                Openbaring 1: 12, 20 / 2: 1. 
Gordel:                       Openbaring 1: 13 / 15: 6. 
Kronen:                      Openbaring 4: 4 / 14: 14. 
Schalen:                     Openbaring 5: 18 / 15: 7. 
Altaar en wierook vat: Openbaring 8: 3 / 9: 13. 
Stenen:                      Openbaring 9: 20. 
Drinkbeker:                Openbaring 17: 4. 
 
En hier gaat het om een meetlat. ‘Meetlat’ is in de grondtekst: riet(stok). Zie ook Openbaring 11: 1

Ik lees in Ezechiël 40: 3 en Zacharia 2: 1 over een Man die met een meetlat.
Ezechiël 40: 3 Hij bracht mij erheen, en zie, een Man. Zijn uiterlijk was als het uiterlijk van koper en in Zijn hand was een linnen koord en een meetlat. En Hij stond in de poort.
Zacharia 2: 1, 2 1 Opnieuw sloeg ik mijn ogen op en zag, en zie, er was een Man met een meetsnoer in Zijn hand. 2 Toen zei ik: Waar gaat U heen? Hij zei tegen mij: Ik ga Jeruzalem opmeten om te zien hoe groot zijn breedte en hoe groot zijn lengte zal zijn.
 
Waarom er gemeten moet worden is mij niet duidelijk. Een mogelijk antwoord vind ik in het artikel van Franklin ter Horst en de studie van “Het levende ware woord”, zie onderaan vers 17.

Om de stad op te meten. Zie vers 16.

En haar poorten, zie vers 12, waar sprake is van 12 poorten en vers 21 waar iedere poort uit één parel bestaat. 
 
En haar muur, zie vers 17 voor de maat van de muur en vers 18 waar gezegd wordt dat de bouwsteen van de muur van jaspis is. Het zal een soort doorzichtige groenachtige muur zijn, zie vers 11.

16 En de stad lag daar als een vierkant, haar lengte was even groot als haar breedte. En hij mat de stad met de meetlat op: twaalfduizend stadiën. Haar lengte, breedte en hoogte waren gelijk.

En de stad lag daar als een vierkant, haar lengte was even groot als haar breedte. Dat doet denken aan het bouwen door Salomo van het vierkante heilige der heilige in: 2 Kronieken 2: 8 Vervolgens maakte hij het vertrek van het heilige der heiligen: zijn lengte, langs de breedte van het huis, was twintig el, en zijn breedte twintig el.

Met de meetlat op: Zie vers 15.

En hij mat de stad; twaalfduizend stadiën. Zie vers 12 over het getal twaalf. 1 stadie = 100 vadem = ca. 185 meter lees ik op de site “Christipedia”.

Haar lengte, breedte en hoogte waren gelijk. Hier lees ik over de de lengte, de breedte en de hoogte van de stad. Ik zie dat de diepte ontbreekt. Het lijkt een driehoek en doet mij denken aan een piramide.

Diepte komt wel voor in Efeze 3: 18. Het is een toegevoegde waarde in die brief. Dit laat zien dat er in de latere brieven van Paulus een diepere dimensie aangeboord wordt in de verborgenheid van de liefde van Christus.
Efeze 3: 1 – 3, 18 1 Om deze reden ben ik, Paulus, de gevangene van Christus Jezus, voor u, die heidenen bent, 2 als u tenminste gehoord hebt van de uitdeling van de genade van God die aan mij gegeven is ten behoeve van u, 3 dat Hij mij door openbaring dit geheimenis bekendgemaakt heeft 18 opdat u ten volle zou kunnen begrijpen, met alle heiligen, wat de breedte en lengte en diepte en hoogte is,

17 En hij mat haar muur op: honderd vierenveertig el, een mensenmaat, die ook de maat van een engel is.

En hij mat haar muur op: honderd vierenveertig el. De Bijbelse el is ongeveer 48 – 56 cm.
Het getal honderd vierenveertig doet denken aan: Openbaring 7: 4 En ik hoorde het aantal van hen die verzegeld waren: honderd vierenveertigduizend waren er verzegeld uit alle stammen van de Israëlieten
 
Een mensenmaat, die ook de maat van een engel is. Ik lees op de site “Het nieuwe Jeruzalem” van Franklin ter Horst: “De merkwaardige opmerking over mensenmaat die engelenmaat is wijst er op dat de schaalengel niet met hemelse maten, maar hier duidelijk met de mens bekende en reële maten rekent. De gouden maatstok (vers 15) en de nadruk op de menselijke maatstaf zouden niet op deze wijze onder de aandacht zijn gebracht, als de hemelstad figuurlijk of allegorisch zou moeten worden opgevat. De enorme afmetingen-alles in onze categorieën van denken- wijzen op een ontzaglijke inhoud en –ook weer in aardse inhoudsmaten gedacht- dit herinnert aan het woord van Jezus/Yeshua: Johannes 14: 2 “In het huis mijns Vaders zijn vele woningen – anders zou Ik het u gezegd hebben – want Ik ga heen om u plaats te bereiden…”.” 
 
De site “Het levende ware woord” schrijft hierover: “De mensenmaat wordt engelenmaat, dat wil zeggen: deze wordt hemels heilig”.

18 En het bouwmateriaal van de muur was jaspis en de stad was zuiver goud, gelijk aan zuiver glas.

En het bouwmateriaal van de muur zal van jaspis en zuiver glas zijn. Zie vers 11. Ik kom jaspis ook tegen in:
Openbaring 4: 2, 3 2 En zie, er stond een troon in de hemel, en op de troon zat Iemand. 3 En Hij Die daar zat, zag eruit als de stenen jaspis en sardius. En er was een regenboog rondom de troon, die eruit zag als een smaragd.

En de stad was zuiver goud. Zie voor de uitleg van het goud bij vers 15. Bij ‘zuiver’ denk ik aan:
Openbaring 3: 18a Ik raad u aan dat u van Mij goud koopt, gelouterd door het vuur, opdat u rijk wordt
 
Ik lees in het commentaar op de site “Het Schriftwoord
Goud, indien onderworpen aan intense hitte, kan blijvend doorzichtig gemaakt worden. Wanneer de stad door de vurige smeltkroes gaat die de nieuwe aarde introduceert (2Petr. 3:10), zal het goud, dat nu in een diffuse staat in aanzienlijke hoeveelheden bestaat, gestort en gezuiverd worden en dan in kristallen helderheid naar voren komen.” 
 
19 En de fundamenten van de muur van de stad waren met allerlei edelgesteente versierd. Het eerste fundament was jaspis, het tweede saffier, het derde chalcedon, het vierde smaragd,
20 het vijfde onyx, het zesde sardius, het zevende chrysoliet, het achtste beril, het negende topaas, het tiende chrysopraas, het elfde hyacint, het twaalfde amethist.

En de fundamenten van de muur van de stad. Zie vers 14 waar staat dat de stad twaalf fundamenten met daarop de twaalf namen van de twaalf apostelen van het Lam zal hebben.
 
De twaalf soorten edelstenen met hun specifieke kleuren komen terug in de kleren van de priesters en in de tempel. Voor het getal ‘twaalf’ zie vers 12. Hier vond ik een site die het allemaal voor mij heeft uitgezocht. 
 
Op de site “Het Schriftwoord” vind ik in de commentaren beschrijvingen van de twaalf edelstenen.

Op de site “Het levende ware woord” lees ik: “De nieuwe hemel en aarde getuigen met het hemels Jeruzalem van de immense heerlijkheid van God die de wereld en de mensheid wacht. Wij mogen nu al geestelijk delen in die heerlijkheid, maar ook uitzien naar de heerlijkheid an sich > Lezen:Filip. 3:20-21.”

De kleuren komen ook deels terug in de gevallen cherub in: Ezechiël 28: 13, 14a 13 u was in Eden, de hof van God. Allerlei edelgesteente was uw sieraad: robijn, topaas en diamant, turkoois, onyx en jaspis, saffier, smaragd, beril en goud. Het werk van uw tamboerijnen en uw fluiten was bij u. Op de dag dat u geschapen werd, waren ze gereed. 14a U was een cherub.

Er is mogelijk nog veel meer over deze edelstenen te zeggen, maar ik laat het hier bij. Ik kan mij er nauwelijks iets van voorstellen en ik geloof dat de helft van al het mooie van de toekomst ons niet is aangezegd;
1 Koningen 10: 6, 7 6 Zij zei tegen de koning: Het was de waarheid, wat ik in mijn land over uw woorden en over uw wijsheid gehoord heb. 7 Maar ik geloofde die woorden niet, totdat ik kwam en mijn eigen ogen het zagen. Zie, nog niet de helft was mij verteld. U hebt wat uw wijsheid en welstand betreft het gerucht dat ik gehoord had, overtroffen.

21 En de twaalf poorten waren twaalf parels. Elke poort apart bestond uit één parel, en de straat van de stad was zuiver goud, als doorzichtig glas.

En de twaalf poorten waren twaalf: Zie voor het getal twaalf bij vers 12.
Parels, Zuiver goud en doorzichtig glas: Zie vers 11, 18 en 19. Jesaja 54: 11, 12 11 U, ellendige, door stormweer voortgedrevene, ongetrooste, zie, Ik zal uw stenen leggen in schitterend zilverwit, Ik zal u grondvesten op saffieren, 12 uw torens maken van kristal, uw poorten van robijn, heel uw omwalling van edelsteen
 
Zie hier over het ontstaan van parels. De Here Jezus vertelde aan Zijn discipelen dat het Koninkrijk der hemelen vergeleken kan worden met een mooie parel van grote waarde in: Mattheus 13: 45, 46 45 Ook is het Koninkrijk der hemelen gelijk aan een koopman die mooie parels zoekt. 46 Toen hij één parel van grote waarde gevonden had, ging hij heen en verkocht alles wat hij had, en hij kocht hem.

22 Ik zag geen tempel in haar, want de Heere, de almachtige God, is haar tempel, en het Lam.

Zie vers 3 waar staat dat dat ‘de tent van God’ bij de mensen is en dat Hij ben hen zal wonen. De gelovige Israëlieten zullen in de toekomst rechtstreeks de Heere en het Lam aanbidden. Er is dan geen tempel meer en er zullen geen priesters meer nodig zijn. Deuteronomium 5: 24 laat daar al iets van zien en het zou zomaar kunnen dat Johannes in zijn evangelie hierop duidt in: Johannes 4: 21, 23 21 Jezus zei tegen haar: Vrouw, geloof Mij, de tijd komt dat u niet op deze berg, en ook niet in Jeruzalem de Vader zult aanbidden. 23 Maar de tijd komt en is nu, dat de ware aanbidders de Vader zullen aanbidden in geest en waarheid, want de Vader zoekt wie Hem zo aanbidden.
Deuteronomium 5: 24 En u zei: Zie, de HEERE, onze God, heeft ons Zijn heerlijkheid en Zijn grootheid laten zien en wij hebben Zijn stem gehoord vanuit het midden van het vuur; vandaag hebben wij gezien dat God met de mens spreekt en dat deze in leven blijft.

Hoe anders is dat vroeger geweest:
Exodus 33: 20 Hij zei verder: U zou Mijn aangezicht niet kunnen zien, want geen mens kan Mij zien en in leven blijven.

De almachtige God; Openbaring 1: 8 Ik ben de Alfa en de Omega, het Begin en het Einde, zegt de Heere, Die is en Die was en Die komt, de Almachtige.

Op de site “Schriftwoord” lees ik een interessant commentaar geschreven door A.E Knoch over de tempels: 
Zes tempels, "gemaakt met handen" worden door JAHWEH tijdens de aionen bewoond.
De eerste was de Tabernakel in de wildernis (Ex. 25:8). De tweede werd opgericht door Salomo (2 Sam. 7:13). Die werd verwoest door Nebukadnessar (2Kon. 2:59).
De derde werd door Ezra gebouwd op bevel van Cyrus (Ezra 6:3). Herodes tempel was de vierde
De vijfde wordt "de tempel van God" genoemd (2Thess. 2:4) en wordt in deze rol opgemeten (Openbaring 11:1)
De zesde wordt beschreven door Ezechiël (40-43)
Het is buitengewoon interessant om de ontwikkeling van waarheid in de eerste, tweede en zesde op te merken. Hier hebben we de ware Tempel: God zelf, met het ware Offer, het Lammetje.” 
 
De ‘zevende tempel’ zal een ‘bijzondere tempel’ zijn die niet door mensen handen is gemaakt. 
 
23 En de stad heeft de zon en de maan niet nodig om haar te beschijnen, want de heerlijkheid van God verlicht haar, en het Lam is haar lamp.

De stad zal de zon en de maan niet meer nodig om haar te beschijnen. Daarover lees ik in een profetie van Jesaja en in: Openbaring 22: 5 En daar zal geen nacht zijn, en zij hebben geen lamp en ook geen zonlicht nodig, want de Heere God verlicht hen. Jesaja 60: 1, 19 1 Sta op, word verlicht, want uw licht komt en de heerlijkheid van de HEERE gaat over u op. 19 De zon zal voor u niet meer zijn tot een licht overdag en als een schijnsel zal u de maan niet verlichten, maar de HEERE zal voor u zijn tot een eeuwig licht en uw God tot uw sieraad. 20 Uw zon zal niet meer ondergaan en uw maan zal zijn licht niet intrekken, want de HEERE zal voor u tot een eeuwig licht zijn en aan de dagen van uw rouw zal een einde komen.

De stad met daarin de gelovige Israëlieten zullen door de heerlijkheid van God verlicht worden. Zie vers 11.

En het Lam is haar lamp. Johannes 8: 12 Jezus dan sprak opnieuw tot hen en zei: Ik ben het Licht der wereld; wie Mij volgt, zal beslist niet in de duisternis wandelen, maar zal het licht van het leven hebben.

24 En de naties die zalig worden, zullen in haar licht wandelen, en de koningen van de aarde brengen hun heerlijkheid en eer erin.

Het nieuwe heilige Jeruzalem zal bedoeld zijn voor het volk Israël om in te wonen. Het is hun al belooft in Hebreeën 11: 8; zie vers 7. Maar ook de naties zullen delen in die zegen, zij zullen zalig worden, want zij zullen in haar licht wandelen:
Jesaja 60: 3, 4a 3 En heiden volken zullen naar uw licht gaan en koningen naar de glans van uw dageraad. 4a Sla uw ogen op, kijk om u heen en zie: zij allen zijn bijeengekomen, zij komen naar u toe
 
Het zal dan gaan om gehoorzame volken die vertrouwen op de God van Israël zo begrijp ik uit: Jesaja 60: 12 Want het volk en het koninkrijk die u niet zullen dienen, zullen vergaan en die volken zullen totaal verwoest worden.

En de koningen van de aarde brengen hun heerlijkheid en eer erin. Koningen der aarde komt 9 keer voor in Openbaring. Meestal is het in negatieve zin, als dienaren van de duivel. Zij zijn allen, als ze zich niet bekeerd hebben, gedood en in de poel van vuur terecht gekomen; Openbaring 19: 21. Het zal hier om andere koningen gaan: Openbaring 1: 5a en van Jezus Christus, Die de getrouwe Getuige is, de Eerstgeborene uit de doden en de Vorst van de koningen der aarde,
Jesaja 49: 6b, 7 6b Ik heb U ook gegeven tot een Licht voor de heidenvolken, om Mijn heil te zijn tot aan het einde der aarde. 7 Zo zegt de HEERE, de Verlosser van Israël, zijn Heilige, tegen de verachte Ziel, tegen Hem van Wie het volk een afschuw heeft, tegen de Knecht van heersers: Koningen zullen het zien en opstaan, vorsten zij zullen zich voor U neerbuigen, omwille van de HEERE, Die getrouw is, de Heilige van Israël, Die U verkozen heeft.

Dit doe mij denken aan de schatten die de koningin van Sjeba aan Salomo gaf in: 1 Koningen 10: 10 – 12 10 Zij gaf de koning honderdtwintig talent goud en zeer veel specerijen en edelstenen. Zo'n grote hoeveelheid specerijen als die de koningin van Sjeba aan koning Salomo gaf, is er nooit meer gekomen. 11 Ook bracht de vloot van Hiram, die goud uit Ofir vervoerde, zeer veel sandelhout en edelstenen uit Ofir. 12 De koning maakte van dit sandelhout steunbalken voor het huis van de HEERE en voor het huis van de koning, en luiten en harpen voor de zangers. Zulk sandelhout is er niet meer gekomen of gezien tot op deze dag.

In plaats van het beeld van een ‘hemel’ waar gelovigen alleen aanbidden en zingen, zie ik nu dat er een veel gevarieerder beeld van de toekomst verschijnt. Een nieuwe hemel en aarde met daarin een nieuw Jeruzalem. Er lijkt veel leven in de brouwerij te zullen zijn. 
 
25 En haar poorten zullen overdag nooit gesloten worden, want daar zal geen nacht zijn.

Jesaja 60: 11 Uw poorten zullen steeds openstaan; dag en nacht zullen ze niet gesloten worden, opdat men het vermogen van de heiden volken naar u toe zal brengen en hun koningen naar u toe geleid zullen worden.
Zacharia 2: 4b, 5 4b Jeruzalem zal niet ommuurd blijven, vanwege de veelheid aan mensen en dieren in haar midden. 5 En Ík zal voor haar zijn, spreekt de HEERE, een muur van vuur rondom, en Ik zal in haar midden tot heerlijkheid zijn.
Zacharia 14: 6 – 9 6 Op die dag zal het geschieden dat het kostbare licht er niet zal zijn, evenmin de dikke duisternis. 7 Maar er zal één dag zijn, die de HEERE bekend zal zijn, geen dag en geen nacht. Het zal geschieden ten tijde van de avond dat het licht blijft. 8 Op die dag zal het geschieden dat er levend water vanuit Jeruzalem zal stromen, de ene helft ervan naar de zee in het oosten en de andere helft ervan naar de zee in het westen: 's zomers en 's winters zal het plaatsvinden. 9 De HEERE zal Koning worden over heel de aarde. Op die dag zal de HEERE de enige zijn en Zijn Naam de enige
 
26 En zij zullen de heerlijkheid en de eer van de naties daarin brengen.
 
De koningen van de aarde zullen dit doen. Zie vers 24b en:
Psalm 72: 10, 11 10 De koningen van Tarsis en de kustlanden zullen schatting brengen; de koningen van Sjeba en Seba zullen schatten aanvoeren. 11 Ja, alle koningen zullen zich voor hem neerbuigen, alle heiden volken zullen hem dienen.
Jesaja 60: 5 Dan zult u het zien en stralen, uw hart zal diep ontzag hebben en zich verruimen, want de menigte van de zee zal zich naar u toekeren, het vermogen van de heiden volken zal naar u toe komen
Zacharia 2: 10, 11 10 Juich en verblijd u, dochter van Sion, want, zie, Ik kom, en zal in uw midden wonen, spreekt de HEERE. 11 Veel heiden volken zullen op die dag bij de HEERE gevoegd worden en zij zullen Mij tot een volk zijn, en Ik zal in uw midden wonen. Dan zult u weten dat de HEERE van de legermachten Mij tot u gezonden heeft.

27 Al wat onrein is, zal er niet inkomen, en ook niemand die zich bezighoudt met gruwelen en leugens, maar alleen zij die geschreven zijn in het boek des levens van het Lam.

Zie vers 8 en 12 waar twaalf engelen de poorten en muren zullen bewaken om al wat onrein is en zich bezighoudt met gruwelen en leugens tegen te houden. Over hen lees ik ook in: Openbaring 22: 15 Maar buiten bevinden zich de honden, de tovenaars, de ontuchtplegers, de moordenaars, de afgodendienaars en ieder die de leugen liefheeft en doet.
Jesaja 52: 1b Jeruzalem, heilige stad! Want voortaan zal in u geen onbesnedene of onreine meer komen.

Alleen zij die geschreven zijn in het boek des levens van het Lam zullen in en uit kunnen gaan. Het boek des levens komt 9 keer voor in de Staten Vertaling. 1 Keer in het Oude Testament in Psalm 69: 29. 1 Keer in de latere brieven van Paulus in Filippenzen 4: 3. Dan nog 7 keer in: Openbaring 3: 5 / 13: 8 / 17: 8 / 20: 12, 15 / 21: 27 en 22: 19.

Op de site “Amen” lees ik dat 'het boek des levens' voornamelijk over Israël gaat. Israël was en zal altijd Gods volk zijn. Een groot deel van Gods Woord gaat over dit volk. Openbaring gaat ook over Israël, zie inleiding. Dus alle Israëlieten die overwinnen staan geschreven in het boek des levens.

Ik heb altijd gemeend dat het een boek van gelovigen was. Maar dat staat er niet. Het is het boek van het leven. Iedereen die leeft en geleefd heeft, rechtvaardig is en overwint staat er ingeschreven. Sommigen worden uit het boek verwijderd. Dit gebeurd wanneer iemand volhard in zonde en ongeloof, zie Psalm 69: 29 en Openbaring 3: 5, waar de mogelijkheid beschreven wordt van het uitgewist kunnen worden. Dan komt men in aanmerking voor de tweede dood. En het kan zijn dat men er nooit in is ingeschreven zo lees ik in vers 15. Lees uitgebreid over het boek des levens in mijn studie: "De toekomst van de mens" deel 3. Psalm 69: 29 Laat hen uitgewist worden uit het boek des levens, laat hen bij de rechtvaardigen niet opgeschreven worden. 
Openbaring 3: 5 Wie overwint, zal bekleed worden met witte kleren en Ik zal zijn naam beslist niet uitwissen uit het boek des levens, maar Ik zal zijn naam belijden voor Mijn Vader en voor Zijn engelen.

Korte samenvatting
 
Dit hoofdstuk gaat voornamelijk over de nieuwe hemel en het nieuwe Jeruzalem. In vers 2 – 10 lees ik over de openbaring van het hemels Jeruzalem als bruid. In vers 11 – 21 lees ik over de kenmerken van de stad. In vers 22 – 26 lees ik over Gods aanwezigheid in de stad.
In Openbaring 22: 1 – 5 lees ik over de nieuwe aarde, het paradijs.
De nieuwe hemel, aarde met het hemels Jeruzalem zullen de heerlijkheid van God laten zien die de wereld en de mensheid wacht.

Ik heb nu al deel aan de geestelijk zegen van die heerlijkheid: Efeze 1: 3 Gezegend zij de God en Vader van onze Heere Jezus Christus, Die ons gezegend heeft met alle geestelijke zegen in de hemelse gewesten in Christus,
Filippenzen 3: 20 – 21 20 Ons burgerschap is echter in de hemelen, waaruit wij ook de Zaligmaker verwachten, namelijk de Heere Jezus Christus, 21 Die ons vernederd lichaam veranderen zal, zodat het gelijkvormig wordt aan Zijn verheerlijkt lichaam, overeenkomstig de werking waardoor Hij ook alle dingen aan Zichzelf kan onderwerpen. 

Terug naar:
Openbaring 1Openbaring 2Openbaring 3,  Openbaring 4Openbaring 5, Openbaring 6Openbaring 7
Openbaring 8Openbaring 9Openbaring 10Openbaring 11Openbaring 12, Openbaring 13, Openbaring 14
Openbaring 15Openbaring 16, Openbaring 17Openbaring 18Openbaring 19, Openbaring 20, Openbaring 21 
en Openbaring 22.

Geen opmerkingen: