Inleiding

Is het zo belangrijk hoe we de Bijbel lezen? Mijn ervaring is van wel. Ik was bijna gestrand in de tegenstrijdigheden in Gods Woord en de verschillende uitleggingen daarover. Staan er dan in de Bijbel teksten die elkaar tegenspreken? Ik heb ze wel gevonden. Neem bijvoorbeeld 1 Korinthe 7,26,29 en vergelijk dat met 1 Timotheüs 5:14. Ik weet wel dat je de teksten in het verband moet lezen, maar dan nog kwam ik er niet uit. In mijn studie "tegenstrijdigheden in de Bijbel" kun je lezen waar ik zoal tegenaan ben gelopen en hoe ik deze vermeende tegenstrijdigheden mag lezen.

In de verzen 1 Korinthe 1:10 en Filippenzen 2:2 spreekt de Bijbel over eensgezindheid. Als ik om mij heen kijk heb ik het idee dat we alles behalve eensgezind zijn. Over het werk van Christus denken we veelal wel hetzelfde, maar er zijn verder veel verschillen en dus ook veel groepen.

In de VISIE van januari 2014 wordt in “slijpsteen” gevraagd of werken aan kerkelijke eenheid verspilde energie is. 61 % vindt van niet, 39 % vindt van wel.

Ik denk dat veel van de verschillen te maken hebben met hoe we de Bijbel lezen.

Wat ik veel hoor en lees is dat wij tegenwoordig leven in en mogen bouwen aan het Koninkrijk van God. De Here Jezus wordt aanbeden als onze Koning. Maar is Christus op dit moment Koning? Hierover kun je lezen in mijn studie "De toekomst van de mens" deel 1 "Het Koninkrijk"

Maar om de bedoeling van het Koninkrijk goed te begrijpen raad ik je aan ook de andere delen van de studie te lezen. Daar vind je dan ook een een uitleg over "de hel", waar ik me aan gewaagd heb. Eén en ander hebben, naar mijn idee, met elkaar te maken.

"De hel" is een onderwerp waar we mee in onze maag zitten. Ongeveer 10 jaar geleden werd daar in diverse tijdschriften aandacht aan besteed. In het blad CV-Koers schreef een bekende Nederlander dat hij zou willen dat er een ander verhaal was dan "de hel". Bovendien werd het "ons nare geheimpje" genoemd.

Waar ik natuurlijk benieuwd naar ben is wat je van de studies vindt.

Studie: "Openbaring 18"

Openbaring 18. 

Deze studie is een vervolg oOpenbaring 1Openbaring 2Openbaring 3,  Openbaring 4Openbaring 5
Openbaring 6Openbaring 7Openbaring 8Openbaring 9Openbaring 10Openbaring 11Openbaring 12, 
Openbaring 13, Openbaring 14Openbaring 15Openbaring 16 en Openbaring 17.

In deze studie wil ik het boek Openbaring bestuderen. Het centrale thema van het boek Openbaring is 'de grote verdrukking' of ook wel 'de dag des Heeren'; zie Openbaring 1: 10.
Ik ga tekst met tekst vergelijken en hoop zo een beetje inzicht in Openbaring te krijgen.
Van de 404 verzen in Openbaring zijn er 278 welke welke terug te vinden zijn in het Oude Testament. Ook zijn regelmatig teksten uit de evangeliën toepasbaar in Openbaring. Zo zie ik dat het Oude Testament, de evangeliën en Openbaring met elkaar verbonden zijn. De profetie wordt vervuld in de Openbaring van Jezus Christus.

In Openbaring staat het volk Israël centraal, maar ook de 'oikoumene' wat in de de grondtekst vertaald door 'bewoonde-wereld'. 'Oikoumene' komt 3 keer voor in Openbaring en wel in Openbaring 3: 10 / 12: 9 en 16: 14. In de Statenvertaling vertaald men het met 'de gehele wereld'. Toch gaat hier om een select gebied, de toenmalige bewoonde wereld, namelijk het oude Romeinse rijk. Dat bestond uit landen rond de Middellandse zee. Dat zijn de landen waarover het ook meestal in het Oude Testament ging en waar Paulus zijn zendingsreizen naar toe heeft gemaakt. Ik geloof dat de verzoeking, de grote verdrukkingzie mijn studie “De toekomst van de mens” deel 4 paragraaf 9.2, zich met name in dat gebied zal voltrekken. Mogelijk zal wel de wereld (kosmos; komt 2 keer voor in Openbaringer zijn invloed van ondervinden.

Het woordje 'aarde' komt 64 keer voor in Openbaring. Aarde is in de grondtekst 'gês'. En dat betekent: land. Vaak geeft men er de betekenis aan van de gehele aarde, alle landen. Het is erg verwarrend als er aarde staat, maar een land wordt bedoeld. 

De naam 'Johannes' is de Griekse vorm van het Hebreeuwse 'Jochanan'. Het betekent: De HERE is genadig.
Johannes heeft iets gezien en moet dit opschrijven. Voor Johannes is dit verleden tijd en daarom is het boek Openbaring in de verleden tijd geschreven. Maar ik geloof dat hetgeen Johannes heeft gezien toekomst is. Het is profetie; Openbaring 22: 19. Daarom schrijf ik mijn commentaar zoveel mogelijk in de onvoltooide tegenwoordige toekomende tijd: Het zal gebeuren.

Ik werk vanuit de Herziene Staten Vertaling, mist anders aangegeven. Ik maak gebruik van de grondtekstIk ga er niet vanuit dat deze studie volmaakt is.

In Openbaring 4 – 20 kom ik 7 keer een afgewisselde blik tegen in de hemel en op aarde, te beginnen bij:

1e Blik in de hemel in hoofdstuk 4 en 5    
Hier gaat het over de troon, een boekrol, het Lam, de vier dieren en alle schepsel.                                          
1e Blik op de aarde in Openbaring 6: 1 – 7: 8.                                                 
Openbaring 6             Openen van de eerste zes zegelsBeschrijving van de grote verdrukking over Israël.
Openbaring 7: 4 – 8   De verzegeling van de 144000. 
2e Blik in de hemel in Openbaring 7: 9 – 8: 6
Openbaring 7: 9 – 17 Johannes ziet een grote menigte, die niemand tellen kan. 
Openbaring 8: 1         Opening van het zevende zegel met daarna een stilte in de hemel.
Openbaring 8: 2 – 6    Optreden van de 'andere' engel met oordelen. 
2e Blik op de aarde in Openbaring 8: 7 – 11: 14
Openbaring 8: 7         Optreden van de eerste vier engelen met bazuinen
Openbaring 8: 13       Aankondiging van de drie weeën
Openbaring 9             De vijfde en zesde engel blazen op de bazuinDeerste  twee weeën breken aan.
Openbaring 10           Verschijning van een andere engel. Johannes moet het boekje opeten en hij moet profeteren.
Openbaring 11: 1 – 14 Het is nog steeds de periode van de tweede wee
                                Optreden van de twee getuigen. 
                                Derde wee wordt aangekondigd.
3e Blik in de hemel in Openbaring 11: 15 – 19a.
zevende engel blaast op de zevende bazuin
Het Koninkrijk van Christus wordt aangekondigd.
3e Blik op de aarde in Openbaring 11: 19b.
Er vinden oordelen plaats, zoals bliksemstralen, stemmen, donderslagen, een aardbeving en grote hagel.
4e Blik in de hemel in Openbaring 12: 1 – 12.
Er verschijnen twee tekenen.
Vers 1: een vrouw die een Zoon baarde. 
Vers 3: een grote vuurrode draak.
4e Blik op de aarde in Openbaring 12: 13 – 13: 18. 
Blik op de aarde in Openbaring 12: 13 – 13: 18
Openbaring 12: 13, 14 De draak wordt op aarde geworpen en vervolgt de vrouw en haar nageslacht. De vrouw vlucht voor drieënhalf jaar naar de woestijn.
Openbaring 13: 1 – 18 Het derde wee is aangebroken. Opkomst van het 1e beest, het antichristelijke rijk en het 2e beest, de valse profeet/antichrist.
5e Blik in de hemel in Openbaring 14: 1 – 5.
Het Lam zal staan op de berg Sion en met Hem de 144000 verzegelden, Zij hebben de naam van Zijn Vader op hun voorhoofd geschreven. Zij zingen een nieuw lied. Zij zijn maagden, eerstelingen en smetteloos.
5e Blik op de aarde in Openbaring 14: 6 – 20.
De drie engelen met hun boodschap (14: 6-13)
Eerste Engel: Brengt het eeuwig evangelie. 
Tweede Engel: Brengt het oordeel over Babel. 
Derde Engel: Brengt het oordeel over het beest en zijn aanbidders. 
Daarna komen er nog drie engelen. Zij zullen de tarwe en druiven oogsten.
6e Blik in de hemel in Openbaring 15: 1 – 8.
Johannes ziet een glazen zee met vuur. Daarbij staan de overwinnaars van het beest. Zij zingen het lied van Mozes.
De zeven laatste plagen worden aangekondigd.
6e Blik op de aarde in Openbaring 16: 1 – 18: 24
Openbaring 16: 1 – 21 De zeven gouden schalen worden uitgegoten over de aarde. 
Openbaring 17: 1 – 18 Het oordeel over de vrouw, grote hoer. 
Openbaring 18: 1 – 24 Het oordeel over Babylon.
6e Blik op de aarde in Openbaring 16: 1 – 18: 24.
7e Blik in de hemel in Openbaring 19: 1 – 16.
7e Blik op de aarde in Openbaring 19: 17 – 20: 15.

Mijn bronnen voor deze studie zijn:

Het boek "Deze profetie" van de schrijver C.H. Welch.
De studie deel 27 van S. de Graaf.
De Bijbelvertaling op de site “Het Schriftwoord”.
De studie over Openbaring 18 van Franklin ter Horst.

Openbaring 18 kan in drieën verdeeld worden:
1. Vers 1 – 8: Het oordeel over Babylon.
2. Vers 9 – 19: Klaagzangen over Babylon.
3. Vers 20 – 24: Het Oordeel over Babylon.

1 Hierna zag ik een andere engel neerdalen uit de hemel. Hij had grote macht, en de aarde werd verlicht door zijn heerlijkheid.

Openbaring 18 is een verdere uitwerking van Openbaring 17. In Openbaring 17: 1 ziet Johannes één van de zeven engelen met de zeven schalen uit Openbaring 16.

Hierna zag ik. Ide grondtekst staat: Ik nam waar.

De uitdrukkingen 'en ik zag' of 'wat u hebt gezien' en 'hierna zag ik' komen in mijn online Bijbel in Openbaring ongeveer 50 keer voor en 30 keer in het Oude Testament. Wel bijzonder dat het niet in de evangeliën, Handelingen (slechts 1 keer in Handelingen 26: 16)  en de brieven van de apostelen voorkomt. Blijkbaar is 'iets zien' alleen bedoeld voor het Oude Testament en voor de toekomst. Dit mag een aanwijzing zijn voor onze tijd waarin men meent ook beelden en visioenen te moeten zien. 

Hier ziet hij een andere engel, neerdalen uit de hemel. Er zijn nogal wat andere, al dan niet sterke engelen die in Openbaring een boodschap doorgeven of door Johannes gezien worden terwijl ze iets doen. Ik weet niet om welke engel het hier gaat. Van deze engel, boodschapper wordt gezegd dat hij grote macht heeft. Wat deze macht uitwerkt zie ik in vers 2.

Verder wordt ervan de engel verteld dat de aarde wordt verlicht door zijn heerlijkheid. Aarde is in de grondtekst 'gês'. En dat betekent: land. Wordt de hele aarde of het land Israël verlicht? In ieder geval zag Johannes dit licht en moest hij het doorgeven. Door dit licht staat deze 'andere engel' tegenover de duisternis van het grote Babylon. Het Licht van het Koningschap van Christus zal steeds dichterbij komen. Hierbij denk ik aan: Openbaring 21: 23 En de stad heeft de zon en de maan niet nodig om haar te beschijnen, want de heerlijkheid van God verlicht haar, en het Lam is haar lamp
Openbaring 22: 5a En daar zal geen nacht zijn, en zij hebben geen lamp en ook geen zonlicht nodig, want de Heere God verlicht hen.

2 En hij riep uit met krachtige stem: Zij is gevallen, zij is gevallen, het grote Babylon, en een woonplaats van demonen geworden, een schuilplaats voor allerlei onreine geesten en een schuilplaats voor allerlei onreine en weerzinwekkende vogels.

De andere engel zal met krachtige stem roepen. In de grondtekst staat: ekraxen en ischura phônê. Het betekent: en hij-schreeuwt in sterke stem. Dit onderscheidt zich van bijvoorbeeld Openbaring 1: 10 waar het over 'luide (HSV) of grote (SV) stem' (phonen megalên) gaat.

Het woord 'roepen' komt 59 keer voor in mijn online Bijbel “The Word”. Ik heb diverse teksten in de grondtekst opgezocht en het wordt overal door 'schreeuwen' vertaald. De Here Jezus schreeuwde nogal eens tijdens Zijn bediening op aarde, zoals in Johannes 12: 44. Dat kan ik me nauwelijks voorstellen. Het past niet bij de zachtmoedige Christus. Schreeuwen heeft een negatieve klank. Als ik schreeuw ben ik meestal kwaad. Roepen klinkt anders. Dat heeft iets in zich om te willen overtuigen. Dat is toepasbaar op de Here Jezus, toch staat er in de grondtekst 'schreeuwen'. De Here Jezus heeft zeker ook een strenge rechtvaardige kant, die in de periode van Openbaring te zien zal zijn. 
Zie bijvoorbeeld Openbaring 2: 27 / 12: 5 en: Openbaring 19: 15 En uit Zijn mond kwam een scherp zwaard, opdat Hij daarmee de heiden volken zou slaan. En Hij zal hen hoeden met een ijzeren staf. En Hij treedt de wijnpersbak van de wijn van de grimmige toorn van de almachtige God
Johannes 12: 44 Jezus nu riep en zei: Wie in Mij gelooft, gelooft niet in Míj maar in Hem Die Mij gezonden heeft.

Het woord 'krachtige' ('ischura' SV 'krachtiglijk') komt 11 keer voor in mijn online Bijbel “The Word”, waarvan 3 keer in Openbaring, in Openbaring 5: 12 en 7: 12. Openbaring 5: 12 En zij zeiden met luide stem: Het Lam Dat geslacht is, is het waard om de kracht te ontvangen, en rijkdom, wijsheid, sterkte, eer, heerlijkheid en dankzegging.
Openbaring 7: 12 en zeiden: Amen. De lofprijzing, de heerlijkheid, de wijsheid, de dankzegging, de eer, de kracht en de sterkte is aan onze God tot in alle eeuwigheid. Amen.

De vertalingen kunnen, althans bij mij, voor verwarring zorgen. Ik vind in Openbaring 18 in vers 10 in de grondtekst het woordje 'ischura' en in vers 21 'ischuros'. In die verzen is het dan wel vertaald met 'sterke', zowel in de Herziene Statenvertaling als in de Statenvertaling.

De andere engel zal roepen: Zij is gevallen, zij is gevallen, het grote Babylon. Het zou nog kunnen lijken dat Babel is veroverd, maar in de verzen 8, 10, 16, 19 en 21 lees ik over plagen van een dag, verbranden, een oordeel in één uur en totale vernietiging. Dit oordeel vind ik al in het Oude Testament in Jeremia 50 en 51 en in: 
Jesaja 13: 19 Babel, het sieraad van de koninkrijken, de luister en de trots van de Chaldeeën, zal zijn als toen God ondersteboven keerde Sodom en Gomorra
Jesaja 21: 9 Zie nu, daar komt het: strijdwagens, manschappen, ruiters twee aan twee! Hij neemt het woord en zegt: Gevallen, gevallen is Babel! En alle beelden van zijn goden heeft Hij tegen de grond stukgebroken
Jeremia 51: 8 Plotseling is Babel gevallen en stukgebroken. Weeklaag erover. Haal balsem tegen zijn pijn, misschien zal het genezen.

Verder lees ik over deze val en oordeel van dit antichristelijke systeem in Openbaring 14: 8 / 16: 19 en in 19: 1 en 2.
Openbaring 14: 8 En een andere engel volgde, die zei: Zij is gevallen, zij is gevallen, Babylon, de grote stad
Openbaring 16: 19 En de grote stad viel in drie stukken uiteen en de steden van de heidenvolken stortten in. En het grote Babylon kwam bij God in gedachtenis, en Hij gaf haar de drinkbeker met de wijn van Zijn grimmige toorn
Openbaring 19: 1a, 2 1a En hierna hoorde ik een luide stem van een grote menigte in de hemel zeggen: 2 Want Zijn oordelen zijn waarachtig en rechtvaardig, omdat Hij de grote hoer geoordeeld heeft, die de aarde te gronde gericht heeft met haar hoererij, en omdat Hij het bloed van Zijn dienstknechten aan haar gewroken heeft.

In Openbaring 17: 3 en 16 lees ik dat de tien koningen (dit zijn niet dezelfden als de koningen der aarde) de vouw/hoer/Babylon zullen gaan haten, terwijl ze eerst samen zullen werken. Daardoor zal de macht van Babylon al verzwakt zijn. En nu wordt in Openbaring 18 de totale val van Babylon beschreven.
Openbaring 17: 3, 16 3 En in de geest bracht hij mij weg naar een woestijn. En ik zag een vrouw zitten op een scharlakenrood beest, dat vol van godslasterlijke namen was, met zeven koppen en tien horens. 16 En de tien horens die u op het beest zag, die zullen de hoer haten, en haar verwoest en naakt maken, en zij zullen haar vlees eten, en haar met vuur verbranden.

Dat er hier krachtig geschreeuwd wordt is begrijpelijk, het is niet niks wat hier zal gebeuren. Het grote bolwerk van satan, wat een woonplaats van demonen is geworden, zal vallen door een oordeel; vers 10 en 21. Babel heeft in het Oude Testament al nederlagen geleden en de toren van Babel werd verwoest; Genesis 11: 1 – 9 maar het is nooit echt helemaal van de kaart geveegd zoals Sodom en Gomorra. Dat zal in de eindtijd wel gebeuren. Het is zelfs de bedoeling dat het in deze tijd weer opgebouwd zal worden. Maar dat zal dan niet voor lange tijd zijn.

Het grote Babylon zal ook een schuilplaats voor allerlei onreine geesten zijn
Openbaring 16: 13, 14a 13 En ik zag uit de bek van de draak, uit de bek van het beest en uit de mond van de valse profeet drie onreine geesten komen, als kikvorsen. 14a Dit zijn namelijk de geesten van de demonen.

Bovendien zal het grote Babylon een schuilplaats voor allerlei onreine en weerzinwekkende vogels zijn. Ook daarvan getuigd het Oude Testament reeds in: Jesaja 13: 21 Maar wilde woestijndieren zullen daar neerliggen. Hun huizen zullen vol zitten met huilende uilen; struisvogels zullen er wonen en bokachtigen zullen er rondspringen
Jeremia 50: 39, 40 39 Daarom zullen er wilde woestijndieren met hyena's wonen, struisvogels zullen er wonen. Er zal voor altijd niet meer in worden gewoond, van generatie op generatie zal het niet worden bewoond. 40 Zoals God Sodom en Gomorra en de naburige plaatsen ervan ondersteboven heeft gekeerd, spreekt de HEERE, zo zal niemand daar wonen en geen mensenkind erin verblijven.

In Lukas 8: 5 lees ik over het goede zaad wat door de vogels wordt opgegeten. In vers 12 lees ik de betekenis van vers 5. De vogels zijn een beeld van satan die het woord van God weg neemt uit de harten: 
Lukas 8: 5, 12 5 Een zaaier ging eropuit om zijn zaad te zaaien. En toen hij zaaide, viel het ene deel langs de weg, en het werd vertrapt en de vogels in de lucht aten het op. 12 Zij bij wie langs de weg gezaaid wordt, zijn zij die het horen; maar daarna komt de duivel en neemt het Woord uit hun hart weg, opdat zij niet geloven en zalig worden.

Hetzelfde beeld van vogels, demonen wordt gebruikt in de gelijkenis van het mosterdzaadje, wat het Koninkrijk van God voorstelt in: 
Lukas 13: 19 Het is gelijk aan een mosterdzaad, dat iemand nam en in zijn tuin zaaide. En het groeide op en werd tot een grote boom en de vogels in de lucht maakten een nest in zijn takken.

In Openbaring 9: 14, 16 en 19 lees ik over vier engelen met een groot aantal bereden troepen. Deze worden losgelaten bij de rivier de Eufraat. Dat gebeurt bij het blazen van de zesde bazuin. Het gaat om demonen en ze brengen niet veel goeds. Openbaring 9: 14, 16 14 Die zei tegen de zesde engel die de bazuin had: Maak de vier engelen los die gebonden zijn bij de grote rivier, de Eufraat. 16 En het aantal bereden troepen bedroeg tweemaal tienduizend maal tienduizend, en ik hoorde hun aantal.19 Want hun macht ligt in hun mond en in hun staart, want hun staarten zijn als slangen, met koppen eraan, en daarmee brengen zij schade toe.

3 Want van de wijn van de toorn van haar hoererij hebben alle volken gedronken, en de koningen van de aarde hebben hoererij met haar bedreven, en de kooplieden van de aarde zijn rijk geworden door de kracht van haar losbandig leven.

Babylon zal moeten vallen omdat alle volken van de wijn van de toorn van haar hoererij zullen hebben gedronken. Hetzelfde staat in Jeremia 51: 7 en Ezechiël 27: 33a. Lees verder Openbaring14: 8 en lees de aantekeningen die ik daarbij heb gezet: Openbaring 14: 8 Zij is gevallen, Babylon, de grote stad, omdat zij alle volken van de wijn van de toorn van haar hoererij heeft laten drinken
Jeremia 51: 7 Babel was in de hand van de HEERE een gouden beker, die heel de aarde dronken maakte. Van zijn wijn hebben de volken gedronken, daarom gedragen de volken zich als een waanzinnige
Ezechiël 27: 33a Toen uw waren van overzee kwamen, verzadigde u veel volken. Met uw vele bezittingen en uw handelswaar maakte u de koningen van de aarde rijk.

In Openbaring 17: 1 lees ik over de hoer die aan vele wateren zit. Wateren is een beeld van de volken; Openbaring 17: 15. En niet alleen de volken zullen drinken van die wijn, ook de koningen van de aarde zullen hoererij met haar bedrijven. Datzelfde lees ik in Ezechiël 27: 33b in verband met Tyrus, in Ezechiël 28: 18, 19 in verband met de vorst van Tyrus, een cherub; vers 2 en 14a en in Openbaring 17: 2. 
Openbaring 17: 1, 2 1 En een van de zeven engelen die de zeven schalen hadden, kwam en sprak met mij en zei tegen mij: Kom, ik zal u het oordeel over de grote hoer laten zien, die aan vele wateren zit. 2 Met haar hebben de koningen van de aarde hoererij bedreven, en de bewoners van de aarde zijn dronken geworden van de wijn van haar hoererij
Ezechiël 27: 33b Met uw vele bezittingen en uw handelswaar maakte u de koningen van de aarde rijk
Ezechiël 28: 2, 14a 18a 2 Mensenkind, zeg tegen de vorst van Tyrus: 14a U was een cherub 18a Vanwege de overvloed van uw ongerechtigheden door uw oneerlijke handel ontheiligde u uw heiligdommen.

Deze 'koningen van de aarde' zijn, volgens mijn bronnen, niet dezelfde als de tien koningen uit Openbaring 17: 12 en 16. Dat lijkt me inderdaad waarschijnlijk omdat ze anders worden genoemd. De koningen van de aarde worden ook vermeld in vers 9, Openbaring 1: 5 / 6: 15 / 16: 14 / 17: 2, 18 / 19: 19 en 21: 24. In Openbaring 16: 14 lees ik over koningen maar daar ontbreekt in de grondtekst het woordje 'aarde'. Het gaat in dat vers om koningen van 'de bewoonde wereld' de 'oikoumenês'. Ondanks dit verschil geloof ik dat het hier om dezelfde door demonen beïnvloede koningen gaat: 
Openbaring 16: 14 Dit zijn namelijk de geesten van de demonen, die tekenen doen en die uitgaan naar de koningen van de aarde en van de hele wereld, om hen te verzamelen voor de oorlog van de grote dag van de almachtige God

'Aarde' is in de grondtekst 'gês'. Het betekent: land.

En de kooplieden van de aarde zijn rijk geworden door de kracht van haar losbandig leven. Zie vers 11, 15 en 23. Van deze hoererij zijn de tekenen in deze tijd reeds zichtbaar. Ik lees in de studie deel 25 van “S. de Graaf”: 
Alle kenmerken zijn op één of andere manier terug te vinden bij huidige rijken/landen; ... Zo doet Nederland zaken met Noord Korea en Saoedi-Arabië. Denk ook aan het kolonialisme. Het gaat om economische groei en niet om moreel juist handelen; Twee teksten voor ons: Rom. 12: 2 en 1 Tim. 6: 7-10.”
Romeinen 12: 2 En word niet aan deze wereld gelijkvormig, maar word innerlijk veranderd door de vernieuwing van uw gezindheid om te kunnen onderscheiden wat de goede, welbehaaglijke en volmaakte wil van God is
1 Timoteüs 6: 7-10 7 Want wij hebben niets de wereld ingedragen, het is duidelijk dat wij ook niets daaruit kunnen wegdragen. 8 Als wij echter voedsel en kleding hebben, zullen wij daarmee tevreden zijn. 9 Maar wie rijk willen worden, vallen in verzoeking en in een strik en in veel dwaze en schadelijke begeerten, die de mensen doen wegzinken in verderf en ondergang. 10 Want geldzucht is een wortel van alle kwaad. Door daarnaar te verlangen, zijn sommigen afgedwaald van het geloof, en hebben zich met vele smarten doorstoken.

4 En ik hoorde een andere stem uit de hemel zeggen: Ga uit haar weg, Mijn volk, opdat u geen deel hebt aan haar zonden, en opdat u niet van haar plagen zult ontvangen.

En ik hoorde een andere stem uit de hemel zeggen: In Openbaring hoort Johannes 6 keer een stem uit de hemel namelijk in: Openbaring 10: 4 / 11: 12 / 14: 2, 13 / 18: 4 en 21: 3. De stemmen hebben diverse boodschappen door te geven.

Hier is het (weer?) een andere engel die zegt: Ga uit haar weg, Mijn volk. De stem verkondigd een boodschap van God aan het volk Israël om weg te gaan uit het antichristelijke systeem van Babylon. Deze opdracht heeft in het Oude Testament al geklonken in Genesis 19: 14 waar Lot uit Sodom moest vertrekken, in Jesaja 48: 20 en Jeremia 51: 6, 45. Maar het klonk ook in: 
2 Korinthe 6: 16 – 18 16 Of welk verband is er tussen de tempel van God en de afgoden? Want u bent de tempel van de levende God, zoals God gezegd heeft: Ik zal in hun midden wonen en onder hen wandelen, en Ik zal hun God zijn en zij zullen Mijn volk zijn. 17 Ga daarom uit hun midden weg en zonder u af, zegt de Heere, en raak het onreine niet aan, en Ik zal u aannemen, 18 en Ik zal u tot een Vader zijn, en u zult Mij tot zonen en dochters zijn, zegt de Heere, de Almachtige
Genesis 19: 14 Toen ging Lot naar buiten en sprak tot zijn schoonzoons, die zijn dochters tot vrouw zouden nemen, en zei: Sta op! Ga naar buiten, uit deze plaats! Want de HEERE gaat deze stad te gronde richten. Maar hij was in de ogen van zijn schoonzoons als iemand die grappen maakte
Jesaja 48: 20 Ga weg uit Babel
Jeremia 50: 8 Vlucht weg uit het midden van Babel
Jeremia 51: 6, 9, 45, 50 6 Vlucht weg uit het midden van Babel, laat ieder zijn leven redden, word in zijn ongerechtigheid niet verdelgd. Want dit is de tijd van de wraak van de HEERE, Hij vergeldt het wat het verdient. 9 Wij hebben getracht Babel te genezen, maar het is niet genezen. Verlaat het, en laten wij gaan, ieder naar zijn land, want het oordeel erover reikt tot aan de hemel, het is verheven tot aan de wolken. 45 Ga weg uit zijn midden, Mijn volk, laat ieder zijn leven redden vanwege de brandende toorn van de HEERE. 50 U die ontkomen bent aan het zwaard, ga op weg, blijf niet staan. Denk vanuit verre landen aan de HEERE, laat de gedachte aan Jeruzalem opkomen in uw hart.

De reden om weg te gaan is: Opdat u geen deel hebt aan haar zonden. Dit gegeven telt ook voor de bedeling waarin ik leef: Efeze 5: 11 En neem niet deel aan de onvruchtbare werken van de duisternis, maar ontmasker ze veeleer
1 Timoteüs 5: 22 Leg niemand haastig de handen op en heb geen deel aan zonden van anderen. Bewaar uzelf rein.

De zonden van Babylon zullen bestaan uit ongehoorzaamheid aan God, vervolging van de heiligen, hoogmoed, macht en rijkdom willen hebben, hoererij en ontucht, eten van afgoden offers, liegen, aanbidden van demonen, moorden en toverijen: Openbaring 2: 14, 21 14 Maar Ik heb enkele dingen tegen u, namelijk dat u daar mensen hebt die zich houden aan de leer van Bileam, die Balak leerde voor de Israëlieten een struikelblok neer te leggen, opdat zij afgodenoffers zouden eten en hoererij bedrijven. 21 Maar Ik heb enkele dingen tegen u: dat u de vrouw Izebel, die van zichzelf zegt dat zij een profetes is, ongemoeid haar gang laat gaan om te onderwijzen en Mijn dienstknechten te misleiden, zodat zij hoererij bedrijven en afgodenoffers eten
Openbaring 3: 9, 17 9 Zie, Ik geef u enigen uit de synagoge van de satan, van hen die zeggen dat zij Joden zijn en het niet zijn, maar liegen. 17 Want u zegt: Ik ben rijk en steeds rijker geworden en heb aan niets gebrek, maar u weet niet dat juist u ellendig, beklagenswaardig, arm, blind en naakt bent
Openbaring 9: 20, 21 20 En de overige mensen, die niet door deze plagen werden gedood, bekeerden zich niet van de werken van hun handen; zij bleven de demonen aanbidden en de gouden, zilveren, koperen, stenen en houten afgoden, die niet kunnen zien, horen of lopen. 21 Ook bekeerden zij zich niet van hun moorden, hun tovenarij, hun ontucht en het plegen van diefstal. 
Openbaring 17: 1a – 4 1a Kom, ik zal u het oordeel over de grote hoer laten zien, die aan vele wateren zit. 2 Met haar hebben de koningen van de aarde hoererij bedreven, en de bewoners van de aarde zijn dronken geworden van de wijn van haar hoererij. 3 En in de geest bracht hij mij weg naar een woestijn. En ik zag een vrouw zitten op een scharlakenrood beest, dat vol van godslasterlijke namen was, met zeven koppen en tien horens. 4 En de vrouw was bekleed met purper en scharlaken, en getooid met goud, edelgesteente en parels, en zij had een gouden drinkbeker in haar hand, vol van gruwelen en van onreinheid van haar hoererij.

Nog een reden waarom het volk weg zal moeten gaan is opdat u niet van haar plagen zult ontvangen. Over die plagen lees ik in vers 6, 7, 8 en 21.

5 Want haar zonden hebben zich opgestapeld tot aan de hemel, en God herinnerde Zich haar ongerechtigheden.

Want haar zonden hebben zich opgestapeld tot aan de hemel. Zie vers 4. Eens zal de maat van de zonden van het Babylonische systeem door al die jaren heen genoeg zijn. Het zullen vooral de vermoorde heiligen zijn die zullen lijden onder deze zonden: Openbaring 7: 14b En hij zei tegen mij: Dezen zijn het die uit de grote verdrukking komen
Openbaring 12: 11 En zij hebben hem overwonnen door het bloed van het Lam en door het woord van hun getuigenis, en zij hebben hun leven niet liefgehad tot in de dood
Openbaring 16: 6a Aangezien zij het bloed van de heiligen en van de profeten vergoten hebben
Openbaring 17: 6 En ik zag dat de vrouw dronken was van het bloed van de heiligen, en van het bloed van de getuigen van Jezus.

God zal Zich haar ongerechtigheden herinneren. Zie ook vers 24. Hierbij moet ik denken aan Openbaring 6: 10 waar de geslachte zielen onder het altaar roepen om wraak over hun bloed aan hen, dit zijn de koningen, kooplieden en groten die op aarde wonen:
Openbaring 6: 10 9 En toen het Lam het vijfde zegel geopend had, zag ik onder het altaar de zielen van hen die geslacht waren omwille van het Woord van God, en omwille van het getuigenis dat zij hadden. 10 En zij riepen met luide stem: Tot hoelang, heilige en waarachtige Heerser, oordeelt en wreekt U ons bloed niet aan hen die op de aarde wonen?

6 Vergeld haar zoals zij ook u vergolden heeft, en vergeld haar dubbel naar haar werken. Schenk in de drinkbeker waarin zij voor anderen ingeschonken heeft, voor haar het dubbele in.

God zal haar vergelden zoals zij ook de heiligen vergolden heeft. Ik zou kunnen zeggen dat de vrouw op het beest, Babylon een koekje van eigen deeg zal ontvangen. Het zal oog om oog en tand om tand zijn zoals de wet in Deuteronomium 19: 21 voorschrijft. Zie ook vers 7. Deze manier van omgaan gaat helemaal tegen het genade principe van onze bedeling in. Openbaring 2: 23 En haar kinderen zal Ik door de dood ombrengen, en alle gemeenten zullen weten dat Ik het ben Die nieren en harten doorzoek, en Ik zal u geven eenieder naar uw werken
Openbaring 16: 6 Aangezien zij het bloed van de heiligen en van de profeten vergoten hebben, hebt U hun ook bloed te drinken gegeven, want zij verdienen het
Openbaring 19: 2 Want Zijn oordelen zijn waarachtig en rechtvaardig, omdat Hij de grote hoer geoordeeld heeft, die de aarde te gronde gericht heeft met haar hoererij, en omdat Hij het bloed van Zijn dienstknechten aan haar gewroken heeft
Mattheus 5: 38 U hebt gehoord dat er gezegd is: Oog voor oog en tand voor tand
Exodus 21: 23 Maar als er wel dodelijk letsel is, moet u geven leven voor leven
Exodus 22: 4 Als inderdaad het gestolene levend in zijn bezit aangetroffen wordt, moet hij het van rund tot ezel, tot kleinvee toe dubbel vergoeden
Deuteronomium 32: 43 Juich, heidenen, met Zijn volk! Want Hij zal het bloed van Zijn dienaren wreken. Hij zal de wraak laten terugkomen op Zijn tegenstanders, en Zijn land en Zijn volk verzoenen
Psalm 137: 8 Dochter van Babel, die verwoest zult worden, welzalig is hij die u uw misdaad vergelden zal, die u tegen ons begaan hebt
Jeremia 16: 18 Ik zal eerst hun ongerechtigheid en hun zonde dubbel vergelden, omdat zij Mijn land ontheiligd hebben: zij hebben Mijn eigendom met de dode lichamen van hun afschuwelijke afgoden en hun gruweldaden vervuld
Jeremia 50: 29 Laat u horen tegen Babel. Vergeld het naar zijn werk, doe het overeenkomstig alles wat het zelf gedaan heeft. Want het heeft overmoedig gehandeld tegen de HEERE, tegen de Heilige van Israël.

God zal van de drinkbeker het dubbele inschenken welke Babylon voor anderen ingeschonken heeft
Openbaring 14: 10 dan zal hij ook drinken van de wijn van de toorn van God, die onvermengd is ingeschonken in de drinkbeker van Zijn toorn, en gepijnigd worden in vuur en zwavel voor het oog van de heilige engelen en van het Lam
Obadja: 15, 16 15 Want de dag van de HEERE is nabij over alle heiden volken; zoals u gedaan hebt, zal u gedaan worden; wat u verdient, zal op uw eigen hoofd terugkeren! 16 Want zoals u op Mijn heilige berg gedronken hebt, zullen alle heiden volken voortdurend drinken; zij zullen drinken en slurpen; zij zullen worden alsof zij er niet geweest waren!

7 Overeenkomstig de maat waarin zij zichzelf heeft verheerlijkt en losbandig heeft geleefd, geef haar naar die maat pijniging en rouw. Want in haar hart zegt zij: Ik zit als een koningin en ben geen weduwe en ik zal zeker geen rouw zien.

Omdat de vrouw op het beest, als antichristelijk systeem, zichzelf zal verheerlijken en losbandig zal leven, zal God haar overgeven aan pijniging en rouw die zij ook anderen heeft aangedaan. Babylon zal vallen zie vers 2, 8, 10, 16 en 21. De pijniging zal bestaan uit allerlei plagen en rouw; vers 8. In vers 10 en 15 lees ik over angst voor pijniging van de koningen en kooplieden van de aarde.

Babylon zal helemaal niet zien hoe hoogmoedig ze is. Ze zegt in haar hart: Ik zit als een koningin en ben geen weduwe en ik zal zeker geen rouw zien. Die hoogmoed zie ik ook in Jesaja 47: 5 bij de dochter van de Chaldeeën, beeld van Babylon, in Ezechiël 27: 3 en in Ezechiël 28 bij de vorst van Tyrus, beeld van satan; vers 13a en 14a. 
Jesaja 47: 5, 8, 10 11a 5 Zit neer in stilzwijgen, ga het duister in, dochter van de Chaldeeën; want men zal u niet meer noemen: gebiedster van de koninkrijken. 8 Nu dan, hoor dit, genotzuchtige, die zo onbezorgd woont, die in haar hart zegt: Ik ben het, en niemand anders dan ik, ik zal niet als weduwe neerzitten of verlies van kinderen kennen. 10 Want u hebt op uw slechtheid vertrouwd. U hebt gezegd: Niemand ziet mij. Uw wijsheid, uw wetenschap, die heeft u afvallig gemaakt. U zei in uw hart: Ik ben het, en niemand anders dan ik. 11a Daarom zal er onheil over u komen
Ezechiël 27: 3 en zeg tegen Tyrus, dat zetelt bij de toegangen naar de zee, dat met de volken handel drijft in veel kustlanden: Zo zegt de Heere HEERE: Tyrus, heeft gezegd: Ik ben volmaakt in schoonheid
Ezechiël 28: 2, 5, 13a, 14a, 16, 17 2 Mensenkind, zeg tegen de vorst van Tyrus: Zo zegt de Heere HEERE: Omdat uw hart hoogmoedig is geworden en u zegt: Ik ben God, ik zit op de zetel van God in het hart van de zeeën terwijl u een mens bent en geen God geeft u uw hart uit voor het hart van God. 5 Door uw grote wijsheid in uw handel hebt u uw vermogen vermeerderd en is uw hart hoogmoedig geworden vanwege uw vermogen. 13a u was in Eden, de hof van God. 14a U was een cherub, 16 Door de overvloed van uw handel vulde men uw midden met geweld, en ging u zondigen. Daarom verbande Ik u van de berg van God, en deed Ik u verdwijnen, beschermende cherub, uit het midden van de vurige stenen. 17 Vanwege uw schoonheid werd uw hart hoogmoedig, u richtte uw wijsheid te gronde vanwege uw luister. Ik wierp u ter aarde, Ik stelde u voor koningen, opdat zij op u neer zouden zien.

8 Daarom zullen op één dag haar plagen komen: dood, rouw en honger, en met vuur zal zij verbrand worden, want sterk is de Heere God, Die haar oordeelt.

Vanwege de hoogmoed van Babylon zullen op één dag haar plagen komen. Babylon zal heel plotseling, in één uur verdelgd worden, zie vers 10, 16 en 19.
Ik lees in 2 Petrus 3: 8 dat één dag bij de Here als duizend jaar kan zijn. Toch geloof ik niet dat dit hier bedoeld wordt. Het gaat meer om de 'dag des Heeren' wat een bepaalde periode, of mogelijk één dag, in de toekomst zal zijn. Deze dag wordt 18 keer genoemd in mijn online Statenvertaling en wordt ook wel de 'dag van wraak' genoemd; Jeremia 46: 10. Het heeft altijd te maken met het oordeel van God; Joël 1: 15. Johannes was in Openbaring 1: 10 in de geest in de dag des Heeren geplaatst. Daaruit kan ik concluderen dat Openbaring de 'dag des Heren' is: 2 Petrus 3: 8 Maar laat vooral dit u niet ontgaan, geliefden, dat één dag bij de Heere is als duizend jaar en duizend jaar als één dag
Jeremia 46: 10 Deze dag is van de Heere, de HEERE van de legermachten, een dag van wraak om Zich te wreken op Zijn tegenstanders. Het zwaard zal verslinden en verzadigd worden, en dronken worden van hun bloed. Want het is een slachting voor de Heere, de HEERE van de legermachten, in het land in het noorden, aan de rivier de Eufraat
Jeremia 50: 29a, 31 29a Laat u horen tegen Babel, 31 Zie, Ik zál u, overmoedige! spreekt de Heere, de HEERE van de legermachten. Want uw dag is gekomen, de tijd dat Ik u straffen zal
Joël 1: 15 Ach, die dag! Ja, de dag van de HEERE is nabij, en hij zal komen als een verwoesting van de Almachtige
Openbaring 1: 10 Ik was in de geest op de dag des Heeren en ik hoorde achter mij een luide stem, als van een bazuin,

Dood, rouw en honger, en met vuur zal zij verbrand worden, Want sterk is de Heere God, Die haar oordeelt
Jeremia 51: 24, 25 30, 58a 24 Maar Ik zal aan Babel vergelden en aan al de inwoners van Chaldea al hun kwaad dat zij Sion aangedaan hebben voor uw ogen spreekt de HEERE. 25 Zie, Ik zál u, berg die te gronde richt, spreekt de HEERE, u, die heel de aarde te gronde richt! Ik zal Mijn hand tegen u uitstrekken, Ik zal u van de rotsen afrollen en Ik zal u maken tot een berg die in brand staat. 30 De helden van Babel houden op met strijden, zij blijven in de bergvestingen zitten. Hun macht is opgedroogd, zij zijn als vrouwen geworden. Men heeft zijn woningen in brand gestoken, zijn grendels zijn stukgebroken. 58a Zo zegt de HEERE van de legermachten: De brede muur van Babel zal zeker geslecht worden, en zijn hoge poorten zullen met vuur aangestoken worden
Ezechiël 28: 18b Daarom deed Ik een vuur uit uw midden oplaaien, en dat verteerde u. Ik maakte u tot een hoop as op de grond voor de ogen van allen die naar u keken.

9 En de koningen van de aarde die hoererij met haar bedreven hebben en losbandig geleefd hebben, zullen huilen en rouw over haar bedrijven, wanneer zij de rook van haar verbranding zullen zien.

Vanaf hier tot vers 20 begint het gejammer over Babylon. Er zijn drie jammerklachten: 
1. Vers 9 en 10: Geklaag van de koningen. 
2. Vers 11 – 16: Geklaag van de kooplieden. 
3. Vers 17 en 19: Geklaag van de zeelieden.

En de koningen van de aarde zullen hoererij met Babylon bedrijven en zullen losbandig leven, zie vers 3. Maar berouw komt na de zonde, alhoewel ik niet het idee heb dat deze koningen echt berouw hebben van hun daden. Ze zullen eerder spijt hebben van de verloren gegane rijkdom en glorie. Daarom zullen de koningen huilen en rouw over Babylon bedrijven, wanneer zij de rook van haar verbranding zullen zien, zie vers 8 en 18.

In Jesaja 13: 19, Jeremia 21: 10 / 50: 46 en 51: 8 wordt over de val van Babel geschreven. De volken schreeuwen en weeklagen daarover. 
Jesaja 13: 19 Babel, het sieraad van de koninkrijken, de luister en de trots van de Chaldeeën, zal zijn als toen God ondersteboven keerde Sodom en Gomorra
Jeremia 21: 10 Want Ik heb Mijn aangezicht tegen deze stad gericht ten kwade en niet ten goede, spreekt de HEERE. Zij zal overgegeven worden in de hand van de koning van Babel, en hij zal haar met vuur verbranden
Jeremia 50: 46 Van het gerucht dat Babel ingenomen is, beeft de aarde en geschreeuw wordt gehoord onder de volken
Jeremia 51: 8 Plotseling is Babel gevallen en stukgebroken. Weeklaag erover. Haal balsem tegen zijn pijn, misschien zal het genezen.

10 Zij blijven van verre staan uit vrees voor haar pijniging en zeggen: Wee, wee de grote stad Babylon, de sterke stad, want in één uur is uw oordeel gekomen.

De koningen van de aarde blijven van verre staan uit vrees voor haar pijniging. Zie ook vers 15 en 17. De pijn zal niet aan hun voorbij zal gaan. In vers 3 lees ik dat zij deel zullen nemen aan de hoererij van Babylon. In Openbaring 19: 19 lees ik dat de koningen van de aarde oorlog zullen voeren tegen Hem die op het witte paard zal zitten. Zij zullen dit niet winnen: 
Openbaring 19: 19, 21 19 En ik zag het beest en de koningen van de aarde en hun legers bijeenverzameld om oorlog te voeren tegen Hem Die op het paard zat, en tegen Zijn leger. 21 En de overigen werden gedood met het zwaard van Hem Die op het paard zat, namelijk het zwaard dat uit Zijn mond kwam. En alle vogels werden verzadigd met hun vlees.

Maar hier zeggen de koningen van de aarde nog: Wee, wee de grote stad Babylon, de sterke stad, want in één uur is uw oordeel gekomen. Zie vers 2, 16, 19 en 21. Terwijl ik in vers 8 lees van oordelen in één dag lees ik hier over het oordeel in één uur.

11 En de kooplieden van de aarde zullen over haar huilen en treuren, omdat niemand hun waren meer koopt:

Kooplieden komen alleen voor in dit hoofdstuk van Openbaring. En de kooplieden van de aarde zullen over haar huilen en treuren, zie vers 3 en 15 en: Ezechiël 26: 16, 17 16 Alle vorsten van de zee zullen van hun tronen afdalen, hun mantels afleggen en hun kleurrijk geborduurde kleding uittrekken. Met verschrikkingen bekleed zullen zij op de grond zitten, elk ogenblik beven en over u ontzet zijn. 17 Dan zullen zij over u een klaaglied aanheffen en tegen u zeggen: Hoe bent u uit de zeeën verdwenen, u, beroemde, dichtbevolkte stad, die sterk was aan de zee, zij en haar inwoners, die schrik voor zich inboezemden bij allen die om haar heen woonden
Ezechiël 27: 33 Toen uw waren van overzee kwamen, verzadigde u veel volken. Met uw vele bezittingen en uw handelswaar maakte u de koningen van de aarde rijk.

Dit vers kan ik vergelijken met vers 9, waar de koningen der aarde huilen en rouw bedrijven over Babylon. Hier zijn het de kooplieden die jammeren. Niet om het oordeel, maar omdat niemand hun waren meer koopt. Welke waren dat zijn lees ik in vers 12 en 13.

12 koopwaar van goud, zilver, edelgesteente, parels, fijn linnen, purper, zijde en scharlaken, allerlei geurig hout, allerlei ivoren voorwerpen en allerlei voorwerpen van zeer kostbaar hout, koper, ijzer en marmer,

Enkele kostbaarheden die hier genoemd worden zoals goud, edelgesteente, parels, fijn linnen, purper, scharlaken, allerlei ivoren voorwerpen en kostbaar hout, ijzer komen ook voor in: 
Ezechiël 27: 15, 16, 19, 22, 24 15 De Dedanieten dreven handel voor u. Veel kustlanden verkochten uw handelswaar. Ivoren slagtanden en ebbenhout gaven zij u als schatting terug. 16 Syrië deed zaken met u vanwege het vele werk dat u leverde. Smaragden, roodpurper, en kleurrijk geborduurd werk, fijn linnen, koraal en robijnen leverden zij voor uw waren. 19 Vedan en Javan leverden u handelswaar uit Uzal. Smeedijzer, kassia en kalmoes behoorden tot uw handelswaar. 22 De handelaars van Sjeba en Raëma, díe waren uw handelaars in de allerbeste specerijen. Allerlei edelstenen en goud leverden zij u als uw waren. 24 Zij waren op uw markten uw handelaars in pronkgewaden, in blauwpurperen mantels, voorzien van kleurrijk borduurwerk, in kleden van tweekleurige stof en in stevig gevlochten touwen.

Uit dit vers kan ik opmaken dat er veel rijkdom zal zijn in Babylon. In onze tijd is het al te zien. De rijken worden rijker en de armen armer. Ik lees op de site “Quest”: “Volgens hulporganisatie Oxfam is volgend jaar het punt bereikt dat de rijkste 1 procent van de wereldbevolking meer vermogen bezit dan de armste 99 procent.” Op 'wikipedia' vind ik een lijst met de 15 rijkste mensen van de wereld. Wat speelt er zich allemaal achter de schermen af? Op de site “Niburu” lees ik over afschuwelijke zaken. En ook Franklin ter Horst schrijft hier over.

13 en kaneel, reukwerk, mirre, wierook, wijn, olie, meelbloem en tarwe, lastdieren en schapen, paarden en wagens, en lichamen en zielen van mensen.

In de grondtekst komt 'mirre' hier niet voor. Er staat 'zalfolie'. In de Statenvertaling staat 'welriekende zalf'. Mirre komt 11 keer voor in het Oude Testament en 2 keer in het Nieuw Testament; in Mattheus 2: 11 en Johannes 19: 39. Allebeide teksten gaan over het zalven van de Here Jezus met mirre.

Wijn, olie, meelbloem en tarwe worden genoemd in: 
Ezechiël 27: 17, 18 17 Juda en het land Israël, díe waren uw handelaars in tarwe van Minnit, fijn meel, honing, olie en balsem, die zij als handelswaar aan u leverden. 18 Damascus deed zaken met u vanwege het vele werk dat u leverde, vanwege de veelheid van allerlei bezittingen: wijn uit Chelbon en witte wol.

Lastdieren en schapen, paarden en wagens
Ezechiël 27: 14 Uit Beth-Togarma leverde men werkpaarden, rijpaarden en muildieren voor uw waren.

En lichamen en zielen van mensen. Omdat het in vers 11 over het kopen en verkopen van waren gaat, zou het hier om mensen handel kunnen gaan, zoals ik ook lees in: Ezechiël 27: 13 Javan, Tubal en Mesech, díe waren uw handelaars. Zij leverden u slaven en koperen voorwerpen als handelswaar.

Maar het kan hier ook om mensen, slaven, gaan die gedwongen hun leven moeten wijden aan het antichristelijke Babylon. In Mattheus 10: 28 worden mensen opgeroepen om niet bevreesd te zijn voor iemand die de mens kan doden, bij de eerste dood. Het is altijd nog beter om te sterven dan toe te geven aan de macht van satan. Alhoewel dat zeker niet gemakkelijk zal zijn. Hopelijk heeft God erbarmen met mensen die bezwijken maar met hun hart God dienen. 
Mattheus 10: 28 En wees niet bevreesd voor hen die het lichaam doden en de ziel niet kunnen doden, maar wees veeleer bevreesd voor Hem Die zowel ziel als lichaam te gronde kan richten in de hel (gehenna).

Een mens die wel bewust voor de macht van satan kiest moet bevreesd zijn voor God die de totale mens kan vernietigen in de gehenna, de tweede dood; 
Openbaring 21: 8 Maar wat betreft de lafhartigen, ongelovigen, verfoeilijken, moordenaars, ontuchtplegers, tovenaars, afgodendienaars en alle leugenaars: hun deel is in de poel die van vuur en zwavel brandt. Dit is de tweede dood.

Zielen is in de grondtekst 'psuchas'. Het betekent: leven, adem, lucht, koel, geest, gemoed, dierlijk leven, omschrijving van de persoon, schepsel. Het gaat hier niet om een onsterfelijke ziel maar om een totaal mens, een persoon. Zie mijn studie “De toekomst van de mens” deel 2, vanaf paragraaf 3.1.

Op de site “Glamour“ lees ik: “Slaven. Volgens de Nederlandse HvA–student Roza, die wordt gequote in een artikel op Folia, zijn er mensen die horen bij de Illuminati en mensen die door hen worden gebruikt. Volgens Roza’s theorie zijn popsterren de slaven van de illuminati. In ruil voor hun roem, moeten ze doen wat ze wordt opgedragen. Mensen die in de theorie geloven vergelijken het met het verkopen van je ziel aan de duivel. Zodra een popster eruit wil, wordt die persoon vermoord. Volgens aanhangers is dit ook gebeurd met Michael Jackson, Paul Walker, 2-Pac en de hierboven besproken Aaliyah.” Voor zover ik het begrijp gelooft deze site niet dat de Illuminati groepering bestaat. Over mensen die dat wel doen zegt de site: “als je goed zoekt vind je op het internet gemakkelijk “bewijzen” voor hun bestaan. Zo wordt het een self-fulfilling prophecy.

14 En de rijpe vrucht waarnaar uw ziel verlangde, is van u geweken. Al wat glansrijk en sierlijk was, is van u weggegaan en u zult dat beslist niet meer terugvinden.

Het zal voorgoed voorbij zijn voor Babylon, zie vers 21. Zie ook: Jeremia 25: 12 Maar het zal gebeuren wanneer de zeventig jaar voorbij zijn, dat Ik de koning van Babel en dat volk spreekt de HEERE hun ongerechtigheid zal vergelden, en ook het land van de Chaldeeën en Ik zal dat maken tot eeuwige woestenijen
Ezechiël 26: 18, 19 18 Nu beven de kustlanden op de dag van uw val. Geschrokken zijn de kustlanden, die aan de zee liggen, vanwege uw ondergang. 19 Want zo zegt de Heere HEERE: Wanneer Ik van u een verwoeste stad maak, als steden die niet bewoond worden, wanneer Ik een watervloed op u af laat komen en de grote wateren u zullen bedelven, 20 dan zal Ik u laten neerdalen met hen die in de kuil neerdalen, naar het volk van oude tijden af. Ik zal u laten verblijven in de onderste plaatsen van de aarde, bij hen die in de kuil zijn neergedaald, in de verwoeste plaatsen van weleer, zodat u niet bewoond wordt
Ezechiël 27: 34 – 36 34 Nu ligt u in de waterdiepten, gebroken door de zeeën; uw handelswaar en heel uw menigte zijn uit uw midden weggevallen. 35 Alle bewoners van de kustlanden zijn ontzet over u, en hun koningen rijzen de haren te berge, hun gezichten staan verwrongen. 36 Zij die zaken doen onder de volken, sissen van afschuw over u. U bent een voorwerp van verschrikking geworden, en u zult niet meer bestaan tot in eeuwigheid
Ezechiël 28: 19 Allen onder de volken die u kennen, zijn ontzet over u. U bent een voorwerp van verschrikking geworden en u zult niet meer bestaan tot in eeuwigheid.

15 De kooplieden van deze waren, die door haar rijk zijn geworden, zullen huilend en treurend op grote afstand blijven staan uit vrees voor haar pijniging,

Over de rijkdom van de kooplieden lees ik in vers 12 , 13 en 16. Het huilen en treuren vind ik ook in vers 9 en 11. Over de pijniging lees ik in vers 7 en 10. Hier blijven de kooplieden van de aarde op grote afstand staan uit vrees voor pijniging. In vers 10 doen de koningen van de aarde dit ook. In vers 17 blijft elke stuurman, al het volk op de schepen, zeelieden en allen die op zee hun werk doen, van verre staan.

16 en zeggen: Wee, wee de grote stad, die bekleed was met fijn linnen, purper en scharlaken, en getooid met goud, edelgesteente en parels. Want in één uur is die grote rijkdom verwoest.

Zie ook vers 12 waar dezelfde kostbaarheden worden genoemd. De beschrijving van de grote stad, waar de kooplieden overs speken, komt overeen met Openbaring 17: 4 waar de vrouw, de hoer Babylon bekleed is met purper en scharlaken goud, edelgesteente en parels
Openbaring 17: 4 En de vrouw was bekleed met purper en scharlaken, en getooid met goud, edelgesteente en parels, en zij had een gouden drinkbeker in haar hand, vol van gruwelen en van onreinheid van haar hoererij.

Als Babylon vernietigd zal zijn komt en een nieuwe stad, het heilige Jeruzalem welke dezelfde rijkdom zal hebben: 
Openbaring 21: 11, 19a, 21 11 Zij had de heerlijkheid van God, en haar uitstraling was als een zeer kostbare edelsteen, als een kristalheldere steen jaspis. 19a En de fundamenten van de muur van de stad waren met allerlei edelgesteente versierd. 21 En de twaalf poorten waren twaalf parels, en de straat van de stad was zuiver goud
Ezechiël 19: 20c En Ik zal het sieraad in het land van de levenden herstellen.

De kooplieden van de aarde zeggen: Wee, wee de grote stad, want in één uur is die grote rijkdom verwoest. In vers 10 zeggen de koningen van de aarde hetzelfde. Zie ook vers 14 en 19. In vers 8 wordt gesproken over plagen die in één dag zullen komen. Over de val van Babylon lees ik in vers 2, 8, 10, 18 en 21.

17 En elke stuurman, al het volk op de schepen, zeelieden en allen die op zee hun werk doen, bleven van verre staan,
18 en zij riepen toen zij de rook van haar verbranding zagen: Welke stad was aan deze grote stad gelijk?

Zie vers 10 waar de koningen van de aarde en vers 15 waar de kooplieden ook van verre zullen blijven staan en wel uit vrees voor pijniging. Wat een angst zal er zijn. 
Ezechiël 27: 28, 29 28 Voor het geluid van het geschreeuw van uw matrozen beven de opgezweepte golven. 29 Allen die roeiriemen vastgrijpen, dalen af uit hun schepen. Zeelieden, alle matrozen van de zee: zij staan aan land.

En in hun vrees zal elke stuurman, al het volk op de schepen, zeelieden en allen die op zee hun werk doen roepen als zij de rook van de verbranding van Babylon zullen zien: Welke stad was aan deze grote stad gelijk? Ik lees eenzelfde soort uitroep over 'het beest' in: 
Openbaring 13: 4 En zij aanbaden de draak, omdat hij aan het beest macht gegeven had. En zij aanbaden het beest en zeiden: Wie is aan dit beest gelijk? En wie kan er oorlog tegen voeren?

19 En zij wierpen stof op hun hoofd en riepen huilend en treurend: Wee, wee de grote stad, waarin allen die schepen op zee hadden, rijk zijn geworden door haar weelde. Want in één uur is zij verwoest.

Het huilen en treuren om de rijkdom en weelde van de grote stad Babylon vind ik ook in in vers 9, 11 en 15. Het wee, wee roepen vind ik nog in vers 10 en 16. Treffend is de overeenkomst met Ezechiël 27 waar matrozen en zeelieden bitter schreeuwen, stof op hun hoofd werpen en treuren om de stad Tyrus: 
Ezechiël 27: 30, 32 30 Zij laten hun stem over u horen, bitter schreeuwen zij, stof werpen zij op hun hoofd, zij wentelen zich in de as. 32 Jammerend zullen zij een klaaglied over u aanheffen en een weeklacht over u zingen: Wie was als Tyrus, als de verwoeste, in het midden van de zee?

Want in één uur is zij verwoest. Zie vers 2, 8, 10, 16 en 21.

20 Verblijd u over haar, hemel, heilige apostelen en profeten, want God heeft uw vonnis aan haar voltrokken.

Verblijd u over haar. Dit is heel andere taal dan het gejammer van de koningen en kooplieden van de aarde. In de eerste plaats zal de hemel zich verblijden, zie vers 1. Als de grote stad Babylon gevallen zal zijn, kan eindelijk het 2000 jaar geleden beloofde Koninkrijk der hemelen van God opgericht worden. Christus zal Koning worden. 
Openbaring 11: 15 En de zevende engel blies op de bazuin, en er klonken luide stemmen in de hemel, die zeiden: De koninkrijken van de wereld zijn van onze Heere en van Zijn Christus geworden, en Hij zal Koning zijn in alle eeuwigheid
Openbaring 12: 10 En ik hoorde een luide stem in de hemel zeggen: Nu is gekomen de zaligheid, de kracht en het koninkrijk van onze God en de macht van Zijn Christus, want de aanklager van onze broeders, die hen dag en nacht aanklaagde voor onze God, is neergeworpen
Openbaring 16: 7 En ik hoorde een ander bij het altaar vandaan zeggen: Ja Heere, almachtige God! Uw oordelen zijn waarachtig en rechtvaardig.
Openbaring 19: 1, 2 1 En hierna hoorde ik een luide stem van een grote menigte in de hemel zeggen: Halleluja, de zaligheid, de heerlijkheid, de eer en de kracht zij aan de Heere, onze God. 2 Want Zijn oordelen zijn waarachtig en rechtvaardig, omdat Hij de grote hoer geoordeeld heeft, die de aarde te gronde gericht heeft met haar hoererij, en omdat Hij het bloed van Zijn dienstknechten aan haar gewroken heeft.

Ook de heilige apostelen en profeten zullen zich verblijden. Hun bloed zal gewroken worden. 
Openbaring 16: 6, 7 6 Aangezien zij het bloed van de heiligen en van de profeten vergoten hebben, hebt U hun ook bloed te drinken gegeven, want zij verdienen het. 7 En ik hoorde een ander bij het altaar vandaan zeggen: Ja Heere, almachtige God! Uw oordelen zijn waarachtig en rechtvaardig.

Want God heeft uw vonnis aan haar voltrokken. Zie vers 6.

21 En een sterke engel hief een steen op als een grote molensteen, en wierp die in de zee, en zei: Zó zal Babylon, de grote stad, met geweld neergeworpen worden, en het zal nooit meer gevonden worden.

En een sterke engel hief een steen op als een grote molensteen. Hierbij moet ik denken aan Daniël 2: 34 en 44 waar een steen het beeld uit de droom van Nebukadnezar zal verbrijzelen. Verder denk ik aan de tekst uit: 
Markus 9: 42 En wie een van deze kleinen, die in Mij geloven, doet struikelen, het zou beter voor hem zijn dat er een molensteen om zijn hals gedaan en hij in de zee geworpen werd
Daniël 2: 34, 44 34 Hier keek u naar, totdat er, niet door mensenhanden, een steen werd afgehouwen. Die trof dat beeld aan zijn voeten van ijzer en leem, en verbrijzelde die. 44 In de dagen van die koningen zal de God van de hemel echter een Koninkrijk doen opkomen dat voor eeuwig niet te gronde zal gaan en waarvan de heerschappij niet op een ander volk zal overgaan. Het zal al die andere koninkrijken verbrijzelen en tenietdoen, maar zelf zal het voor eeuwig standhouden.

Deze steen zal in de zee worden geworpen met de woorden: Zó zal Babylon, de grote stad, met geweld neergeworpen worden en het zal nooit meer gevonden worden. Zie vers 2, 8, 10, 16 en 19. Dit zal de vervulling zijn van de woorden in: 
Jeremia 51: 61 – 64 61 En Jeremia zei tegen Seraja: Zodra u in Babel komt, zult u het bezien en al deze woorden voorlezen, 62 en zeggen: HEERE, U hebt Zelf over deze plaats gesproken dat U het zult uitroeien, zodat er geen inwoner meer in is, van mens tot dier, maar dat het zal worden tot eeuwige woestenijen. 63 Dan zal het gebeuren, zodra u het voorlezen van deze boekrol beëindigt, dat u daaraan een steen zult binden en hem midden in de Eufraat zult werpen. 64 Dan moet u zeggen: Zo zal Babel wegzinken en niet meer boven komen, vanwege het onheil dat Ik erover zal brengen. En zij zullen afgemat zijn. Tot zover de woorden van Jeremia
Ezechiël 26: 21 Ik zal van u een voorwerp van verschrikking maken en u zult niet meer bestaan. Wanneer u gezocht wordt, zult u voor eeuwig niet meer gevonden worden, spreekt de Heere HEERE.
Ezechiël 27: 27 Uw bezittingen, uw waren, uw handelswaar, uw zeelieden, uw matrozen, zij die de lekken in uw schepen dichtten, zij die handel met u dreven, al uw strijdbare mannen die bij u waren, samen met heel uw menigte, die in uw midden is, zullen vallen in het hart van de zeeën op de dag van uw val.

22 En het geluid van citerspelers, zangers, fluitspelers en bazuinblazers zal beslist niet meer in u gehoord worden. En er zal geen enkele beoefenaar van welke kunst dan ook meer in u gevonden worden, en het geluid van de molen zal zeker niet meer in u gehoord worden.

In Babylon zal geen geluid van citerspelers en zangers meer gehoord wordenJesaja 24: 8 De vreugdemuziek van tamboerijnen houdt op, het gejoel van uitgelaten mensen verstomt, de vreugdemuziek van de harp houdt op
Jeremia 25: 10, 11a 10 Ik zal uit hun midden doen verdwijnen de stem van de vreugde, de stem van de blijdschap, de stem van de bruidegom en de stem van de bruid, het geluid van de molenstenen en het licht van de lamp. 11a Dan zal heel dit land worden tot een puinhoop, tot een verschrikking.

Ook de bazuinblazers zullen niet meer in Babylon gehoord worden. In Daniël 3: 5, 7, 10 en 15 bij het geluid van de hoorn, fluit, citer, luit, lier, panfluit, en allerlei muziekinstrumenten moesten de mensen het gouden beeld van Nebukadnezar aan bidden. Boog men niet neer dan werd men in de vurige oven geworpen. Dit overkwam Sadrach, Mesach en Abed-nego, vrienden van Daniël. Maar God redde hen. 
Daniël 3: 5, 25 5 Op het moment dat u het geluid hoort van de hoorn, fluit, citer, luit, lier, panfluit, en allerlei muziekinstrumenten, moet u neervallen en het gouden beeld aanbidden dat koning Nebukadnezar heeft opgericht. 25 Hij antwoordde en zei: Zie, ik zie vier mannen midden in het vuur vrij rondlopen! Zij hebben geen letsel en de aanblik van de vierde lijkt op die van een zoon van de goden.

Er zal geen kunst meer beoefend worden en de molen zal in Babylon niet meer draaien. De citers en het zingen zal wel gehoord worden in de hemel in Openbaring 14: 2 en 3 en de bazuinen zullen alleen nog gehoord worden als God Zijn beloften vervuld in: 
Openbaring 10: 7 Maar in de dagen van de stem van de zevende engel, wanneer die op de bazuin zal blazen, zal ook het geheimenis van God volbracht worden, zoals Hij aan Zijn dienstknechten, de profeten, verkondigd heeft.
Openbaring 14: 2, 3 2 En ik hoorde een geluid uit de hemel, als een geluid van vele wateren en als het geluid van een zware donderslag. En ik hoorde het geluid van citerspelers die op hun citers spelen. 3 En zij zongen als een nieuw lied vóór de troon, vóór de vier dieren en de ouderlingen. En niemand kon dat lied leren behalve de honderd vierenveertigduizend, die van de aarde gekocht waren.

23 En het lamplicht zal nooit meer in u schijnen en de stem van een bruidegom of van een bruid zal nooit meer in u gehoord worden. Want uw kooplieden waren de groten van de aarde. Door uw tovenarij immers werden alle naties misleid.

Met dit vers wordt opnieuw benadrukt dat Babylon volkomen van de kaart zal worden geveegd. Zie vers 2, 8, 10, 16, en 21. Er zal geen lamp meer schijnen, geen bruid en bruidegom meer zijn.

Want uw kooplieden waren de groten (grondtekst: magnaten) van de aarde. Zie vers 11 en 15. Aarde is in de grondtekst 'gês'. Dat betekent: land. Zullen deze kooplieden de magnaten van het land (Israël) zijn of van de 'oikoumene' (zie inleiding)? In Ezechiël 27: 13 – 25 komen nogal wat kooplieden uit diverse landen, streken, steden of families voor die van Tyrus kochten. Het gaat om het midden oosten (oikoumene). 
 13: Javan, Tubal en Mesech. 
 14: Uit Beth-Togarma. 
 15: De Dedanieten. 
 16: Syrië. 
 17: Juda en het land Israël, 
 18: Damascus 
 19: Vedan en Javan. 20: Dedan. 
 21: Arabië en alle vorsten van Kedar. 
 22: Sjeba en Raëma. 
 23: Haran, Kanne en Eden, Sjeba, Assur en Kilmad. 
 25: Tarsis.

Alle naties. In de grondtekst staat: panta ta ethnê. Dat betekent: alle de natiën. Deze uitdrukking komt ook voor in: Openbaring 14: 8 / 15: 4 en 18: 3. Ik heb uitgelegd gekregen dat dit ook kan worden vertaald met 'alle deze naties'. Dat impliceert dat het niet om alle naties gaat maar om 'deze', een aantal geselecteerde naties zoals ik zie in Ezechiël 27: 13 – 25.

Door uw tovenarij zullen alle naties misleid worden. Dan is het dus maar de vraag of alle landen over de hele wereld misleid zullen worden. Zie ook vers 24.

24 En het bloed van profeten en heiligen en van allen die geslacht zijn op de aarde, is in deze stad gevonden.

En het bloed van profeten en heiligen is in deze stad Babylon gevonden. Zie ook vers 5. De verzen hieronder gaan over dit bloed. 
Openbaring 6: 10 En zij riepen met luide stem: Tot hoelang, heilige en waarachtige Heerser, oordeelt en wreekt U ons bloed niet aan hen die op de aarde wonen
Openbaring 16: 6 Aangezien zij het bloed van de heiligen en van de profeten vergoten hebben, hebt U hun ook bloed te drinken gegeven, want zij verdienen het
Openbaring 17: 6 En ik zag dat de vrouw dronken was van het bloed van de heiligen, en van het bloed van de getuigen van Jezus.

Het land Israël zal zijn profeten en heiligen hebben, maar er zal ook bloed worden gevonden van allen die geslacht zijn op de aarde. Aarde is in de grondtekst 'gês'. Dat betekent: land. Dus zal het de vraag zijn waar deze 'allen die geslacht zijn' vandaan komen. God weet het.

Met de vernietiging van Babylon zou je denken dat de mensheid geen behoefte meer hebben om een dergelijk verschrikkelijk antichristelijk systeem te volgen. Toch blijkt dit niet zo te zijn, want na het duizend jarig rijk komt er nog één keer een poging van de duivel om de volken te misleiden. Het aantal mensen die hij dan opnieuw verleidt zal als zand van de zee zijn. 
Openbaring 20: 7 – 10 7 En wanneer die duizend jaar tot een einde gekomen zijn, zal de satan uit zijn gevangenis worden losgelaten. 8 En hij zal uitgaan om de volken te misleiden die zich in de vier hoeken van de aarde bevinden, Gog en Magog, om hen te verzamelen voor de oorlog. En hun aantal is als het zand van de zee. 9 En zij kwamen op over de breedte van de aarde, en omsingelden de legerplaats van de heiligen en de geliefde stad. Maar er daalde vuur van God neer uit de hemel en dat verslond hen. 10 En de duivel, die hen misleidde, werd in de poel van vuur en zwavel geworpen, waar ook het beest en de valse profeet reeds zijn. En zij zullen dag en nacht gepijnigd worden in alle eeuwigheid.

Korte samenvatting:

Openbaring 18 kan ik onderverdelen in:
1. Vers 1 – 8: Het oordeel over Babylon.
2. Vers 9 – 19: Klaagzangen over Babylon.
3. Vers 9 – 10: Geklaag van de koningen van de aarde. 
4. Vers 11 – 16: Geklaag van de kooplieden van de aarde.
5. Vers 17 – 19: Geklaag van de zeelieden.
6. Vers 20 – 24: Het oordeel over Babylon.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten