Inleiding

Is het zo belangrijk hoe we de Bijbel lezen? Mijn ervaring is van wel. Ik was bijna gestrand in de tegenstrijdigheden in Gods Woord en de verschillende uitleggingen daarover. Staan er dan in de Bijbel teksten die elkaar tegenspreken? Ik heb ze wel gevonden. Neem bijvoorbeeld 1 Korinthe 7,26,29 en vergelijk dat met 1 Timotheüs 5:14. Ik weet wel dat je de teksten in het verband moet lezen, maar dan nog kwam ik er niet uit. In mijn studie "tegenstrijdigheden in de Bijbel" kun je lezen waar ik zoal tegenaan ben gelopen en hoe ik deze vermeende tegenstrijdigheden mag lezen.

In de verzen 1 Korinthe 1:10 en Filippenzen 2:2 spreekt de Bijbel over eensgezindheid. Als ik om mij heen kijk heb ik het idee dat we alles behalve eensgezind zijn. Over het werk van Christus denken we veelal wel hetzelfde, maar er zijn verder veel verschillen en dus ook veel groepen.

In de VISIE van januari 2014 wordt in “slijpsteen” gevraagd of werken aan kerkelijke eenheid verspilde energie is. 61 % vindt van niet, 39 % vindt van wel.

Ik denk dat veel van de verschillen te maken hebben met hoe we de Bijbel lezen.

Wat ik veel hoor en lees is dat wij tegenwoordig leven in en mogen bouwen aan het Koninkrijk van God. De Here Jezus wordt aanbeden als onze Koning. Maar is Christus op dit moment Koning? Hierover kun je lezen in mijn studie "De toekomst van de mens" deel 1 "Het Koninkrijk"

Maar om de bedoeling van het Koninkrijk goed te begrijpen raad ik je aan ook de andere delen van de studie te lezen. Daar vind je dan ook een een uitleg over "de hel", waar ik me aan gewaagd heb. Eén en ander hebben, naar mijn idee, met elkaar te maken.

"De hel" is een onderwerp waar we mee in onze maag zitten. Ongeveer 10 jaar geleden werd daar in diverse tijdschriften aandacht aan besteed. In het blad CV-Koers schreef een bekende Nederlander dat hij zou willen dat er een ander verhaal was dan "de hel". Bovendien werd het "ons nare geheimpje" genoemd.

Waar ik natuurlijk benieuwd naar ben is wat je van de studies vindt.

Studie: De uit-opstanding en de verschijning met Christus.

De uit-opstanding en de verschijning met Christus.

In de studie Wat is de opname  leg ik uit dat de 'opname' niet de hoop is voor De ene Gemeente, die het Lichaam is van Christus. Het Lichaam van Christus gaat niet de Heer tegemoet in de lucht. Dat is wel wat heel veel christenen geloven. De hoop voor de gelovigen van Het Lichaam van Christus is het verschijnen met Christus. Hoe dat er uit zal gaan zien wil ik in deze studie gaan uitleggen. Ik haal de teksten aan uit de Herziene Staten vertaling, mits anders aangegeven.

Wat gaat er aan vooraf?

Paulus verwachte in de Thessalonicenzen en in eerste brief aan Korinthe dat hij samen met de andere gelovigen bij leven de Heer tegemoet zou gaan in de lucht, om zo voor altijd bij Christus te zijn. Maar omdat de Israëlieten Christus niet als hun Messias hebben aangenomen kon Christus niet als Koning op de wolken terug komen zoals zij Hem ook hadden zien opvaren. Paulus weet dat het de Heer tegemoet gaan in de lucht niet door gaat. Alle beloften aan het volk Israël worden uitgesteld. Deze beloften zullen in de toekomst, als het volk Israël wel tot geloof en bekering komt, wel worden ingelost. Voor de gelovigen, die op dat moment leefden, was deze boodschap een catastrofe. Ze zullen zich afgevraagd hebben wat er nu moest gebeuren. Maar God heeft hen niet aan hun lot over gelaten. God had een soort 'noodplan'. Dat plan mocht Paulus openbaren en het blijkt absoluut geen achteruit gang te zijn.

Paulus krijgt een andere boodschap die hij door mag geven aan de gelovigen. Die boodschap vind ik in de brieven Efeze, Kolossenzen, Filippenzen, 1 en 2 Timotheüs, Titus en Filemon. Paulus mag het geheimenis bekend maken. Ik lees in Efeze 3: 5 dat het geheimenis niet in een andere eeuw, tijd of bedeling bekend is gemaakt. Deze boodschap kan dan ook niet aangetoond worden vanuit Mozes en de profeten, zoals dat wel in Handelingen gebeurde. Het was een totaal nieuwe boodschap en dat niet alleen wat de 'opname' betreft.


De nieuwe boodschap.

Ef.3: 1 – 12 1 Om deze reden ben ik, Paulus, de gevangene van Christus Jezus, voor u, die heidenen bent, 2 als u tenminste gehoord hebt van de uitdeling (bedeling SV) van de genade van God die aan mij gegeven is ten behoeve van u, 3 dat Hij mij door openbaring dit geheimenis bekendgemaakt heeft (zoals ik eerder in het kort geschreven heb; 4 waaraan u, als u dit leest, mijn inzicht kunt bemerken in het geheimenis van Christus), 5 dat in andere tijden niet bekendgemaakt is aan de mensenkinderen, zoals het nu geopenbaard is aan Zijn heilige apostelen en profeten door de Geest, 6 namelijk dat de heidenen mede-erfgenamen zijn en tot hetzelfde lichaam behoren en mededeelgenoten zijn van Zijn belofte in Christus, door het Evangelie, 7 waarvan ik een dienaar geworden ben, krachtens de gave van de genade van God, die mij gegeven is, naar de werking van Zijn kracht. 8 Mij, de allerminste van alle heiligen, is deze genade gegeven, om onder de heidenen door het Evangelie de onnaspeurlijke rijkdom van Christus te verkondigen, 9 en allen te verlichten, opdat zij mogen begrijpen wat de gemeenschap aan het geheimenis inhoudt, dat door de eeuwen heen verborgen is geweest in God, Die alle dingen geschapen heeft door Jezus Christus, 10 opdat nu door de gemeente aan de overheden en de machten in de hemelse gewesten de veelvuldige wijsheid van God bekendgemaakt zou worden, 11 volgens het eeuwige voornemen dat Hij gemaakt heeft in Christus Jezus, onze Heere. 12 In Hem hebben wij de vrijmoedigheid en de toegang met vertrouwen, door het geloof in Hem.

Voor ik mij richt op de vervangende boodschap van de 'opname' wil eerst nog iets over Efeze 3: 1 - 12 schrijven. Misschien lijkt het wel alsof deze boodschap allang bekend was. Men wist toch al van de Genade van Christus? En er waren toch ook al heidenen tot geloof gekomen? Jazeker, maar de heidenen, of volkeren in de Handelingen periode kregen deel aan de belofte van Abraham, samen met Israël. Zij hoorden via Paulus en de 12 apostelen van deze belofte. Zij werden geënt op de olijfboom (Israël) zoals beschreven staat in Romeinen 11: 15 – 32. In die verzen wordt ook van een verborgenheid gesproken. Maar dit is de verborgenheid van de tijdelijke verwerping van het volk Israël. En deze verborgenheid was wel geopenbaard in de Schriften, maar werd niet verstaan.

De verborgenheid van de Efeze brief werd op dat moment pas openbaar gemaakt. De verborgenheid van Efeze was tot dan toe verborgen geweest in God. Het 'noodplan' werd geopenbaard toen het 'gewone' plan niet door kon gaan. God zal en wil zijn doel bereiken met de mensen. En Paulus mocht dit plan bekend maken.


Opname of sterven.

Voor ik verder ga wil ik eerst laten zien wat er gebeurt als ik de Bijbel niet chronologisch lees. Zie ook mijn studie: Beproef de dingen die daarvan verschillen 

Hieronder heb ik een schema gemaakt van de brieven van Paulus zoals hij ze chrononlogisch geschreven heeft. Er zitten wel enigen verschillen in qua tijdstip bij de bronnen, maar het schema geeft wel duidelijk aan welke brieven tijdens de Handelingen periode zijn geschreven (de gele brieven) en welke daarna (de turquoise brieven). En dat is belangrijk om te onderscheiden, want elke set van 7 brieven behandelen gedeeltelijk een andere of aan vullende boodschap.


Brief Christipedia Levendwater Amen Friese Bijbel
Galaten           49 49 57 57
1 Thess.          51 52 53 52
2 Thess.          51/52 52 53 52
Hebreeën        ? 53 53 80
1 Korinthe       55 57 57 57
2 Korinthe       55/57 57 57 57
Romeinen        57 58 58 58
Efeze              60 61 62 61/63
Kolossenzen    60 61 62 61/63
Filemon           60 61 62 61/63
Filippenzen      61 62 62 61/63
1 Timotheüs    64 65 67 63/65
Titus               64 65 67 63/65
2 Timotheüs    66/67 67 68 66/67

Men heeft mij verteld dat de volgorde van de Bijbel brieven gemaakt is naar aanleiding van de grote van de brief. Maar is dat een logische volgorde? Waarom heeft men niet de chronologische volgorde genomen? Ik heb geen idee en wat ik hoor en lees is dat de volgorde niet uitmaakt. Maar ik wil laten zien dat de volgorde wel degelijk uitmaakt. Daarvoor wil ik vier teksten op een rij zetten, teksten die te maken hebben met het onderwerp van deze studie.

1Kor.15: 51, 52 51 Zie, ik vertel u een geheimenis: Wij zullen wel niet allen ontslapen, maar wij zullen allen veranderd worden, 52 in een ondeelbaar ogenblik, in een oogwenk, bij de laatste bazuin. Immers, de bazuin zal klinken en de doden zullen als onvergankelijke mensen opgewekt worden, en ook wij zullen veranderd worden.

Fil.1: 21 Want het leven is voor mij Christus en het sterven is voor mij winst.

1Thess.4: 15 Want dit zeggen wij u met een woord van de Heere, dat wij die levend zullen overblijven tot de komst van de Heere, de ontslapenen beslist niet zullen voorgaan.

2Tim.4: 6  Ik word immers reeds als een plengoffer uitgegoten en het tijdstip van mijn heengaan is aanstaande.

Deze vier teksten, over de opname en het sterven, staan in de volgorde van mijn Bijbel. Twee teksten, 1 Korinthe 1: 51, 52 en 1 Tessalonicenzen 4: 15 gaan over de komst van de Heer. Paulus verwachtte dit mee te maken tijdens zijn leven. Maar in Filippenzen 1: 21 en 1 Timoteüs 4: 6, de tweede en de vierde tekst in de rij, heeft Paulus het over sterven. Als ik de volgorde van mijn Bijbel aanhoud dan verwachtte Paulus eerst dat hij in leven zal zijn bij de komst van de Heer. Daarna verwachtte hij te gaan sterven en vervolgens heeft hij het opnieuw over het in leven zijn bij de komst van de Heer en daarna nog een keer over zijn sterven. Weet Paulus niet wat hij wil? Ik geloof niet dat dit het is. Sommigen hebben mij gezegd dat het niet uitmaakt. Paulus gaat uit van beide opties. Dat lijkt me sterk. Paulus die openbaringen kreeg van God zou niet weten hoe zijn toekomst er uit ziet?

Nee er is een ander reden. Het zit hem in de volgorde van de Bijbelboeken. De eerste en de derde tekst passen in de geel gekleurde serie brieven van Paulus, die hij dus het eerst geschreven heeft, tijdens Handelingen. Paulus heeft nog zeven brieven geschreven, die ik turquoise heb gekleurd. Deze brieven heeft Paulus later geschreven. Dat is ook te zien aan de datums. Ik ga weer naar mijn aangehaalde teksten en zie dat de tweede en vierde tekst in het turquoise het gekleurde rijtje passen. Paulus ging er tijdens het schrijven van zijn brieven in Handelingen vanuit dat hij levend de komst van de Heer zou mee maken. Maar in de latere brieven die hij schreef gaat hij er vanuit dat hij zou sterven. Hij schrijft in die 7 brieven, die hij na Handelingen geschreven heeft, niets meer over 'de opname'. Dat hoeft mij nu niet meer te bevreemden. Ik begrijp nu dat die hoop is uitgesteld vanwege ongeloof van de Israëlieten.

Is het nu een vooruitgang dat Paulus verwacht dat hij gaat sterven? Hij hoopte toch bij leven de Heer tegemoet te gaan en dan samen met de Heer terug te keren naar de aarde als Christus Koning zou worden en de eeuw van het Koninkrijk der hemelen zou aanbreken? Natuurlijk was dat tijdens Handelingen de grootste hoop. Maar die hoop was vervlogen en Paulus verwachtte dat hij zou sterven. Maar hij zegt in Filippenzen 1: 21 dat het sterven winst is voor hem.

De winst van het sterven.

Fil.1: 20 – 26 20 overeenkomstig mijn reikhalzend verlangen en hoop dat ik in geen enkel opzicht beschaamd zal worden, maar dat in alle vrijmoedigheid, zoals altijd, Christus ook nu grootgemaakt zal worden in mijn lichaam, of het nu door het leven is of door de dood. 21 Want het leven is voor mij Christus en het sterven is voor mij winst. 22 Maar blijf ik leven in het vlees, dan betekent dit voor mij vruchtbaar werken wat ik verkiezen zal, weet ik niet. 23 Want ik word door deze twee gedrongen: ik heb de begeerte om heen te gaan en bij Christus te zijn, want dat is verreweg het beste, 24 maar in het vlees te blijven is noodzakelijker voor u. 25 En dit vertrouw en weet ik dat ik zal blijven leven en bij u allen zal blijven tot uw vordering en blijdschap van het geloof, 26 opdat uw roemen in Christus Jezus overvloedig is door mij, door mijn hernieuwde aanwezigheid bij u.

Paulus verlangt dat Christus in zijn lichaam grootgemaakt zal worden. Dat kan blijkbaar door zijn leven, maar ook door zijn dood. Dat Christus alles was in het leven van Paulus begrijp ik. Paulus was vol van Christus. Hij sprak altijd over Hem. Maar hoe zit dat met zijn dood? Tot en met Handelingen was het zo dat als een mens, gelovig of ongelovig, stierf hij/zij naar het graf ging. Daar moest hij/zij wachten op zijn opstanding. Hierover schrijf ik in mijn studie: “De toekomst van de mens” deel 3: “De opstandingen

Het klopt dus wel dat Paulus in Handelingen graag wilde dat hij bij leven mee zou maken dat Christus terug kwam. Dan hoefde hij niet in het graf te wachten op een opstanding, die pas plaats zou vinden bij de wederkomst van Christus zo lees ik in 1 Korinthe 15: 23 en 52.


Maar hier is de situatie blijkbaar verandert. Als hij blijft leven dan is dat voor de gelovigen (en niet meer voor de 'opname'). Toch heeft hij het verlangen om te sterven en bij Christus te zijn. Want ook in zijn dood kan Paulus Christus groot maken, zegt hij hier. Hoeft Paulus na zijn sterven dan niet meer te wachten in het graf?


De uitopstanding

Fil.3: 8c – 11 En ik beschouw het als vuiligheid, opdat ik Christus mag winnen, 9 en in Hem gevonden word, niet met mijn rechtvaardigheid, die uit de wet is, maar die door het geloof in Christus is, namelijk de rechtvaardigheid uit God door middel van het geloof; 10 opdat ik Hem mag kennen, en de kracht van Zijn opstanding en de gemeenschap met Zijn lijden, doordat ik aan Zijn dood gelijkvormig word, 11 om hoe dan ook te komen tot de opstanding van de doden.

Fil.3: 11 Of ik enigszins moge komen tot de wederopstanding der doden. SV

In de Statenvertaling wordt gesuggereerd dat Paulus niet zeker weet of hij tot wederopstanding zal komen. De Herziene Statenvertaling zegt 'om hoe dan ook'. In de NBG staat 'zou mogen komen'. De Nieuwe Bijbelvertaling heeft 'in de hoop misschien'. Het lijkt er zo op dat de wederopstanding voor Paulus een enorme onzekerheid is. Maar in de grondtekst wordt het Griekse woord 'katanao' gebruikt. Dit woord komt 13 keer elders voor en wordt daar vertaald door: aankomen, heeft bereikt, is gekomen. Er zit dus helemaal geen onzekerheid in de betekenis. Ik kan dan ook aannemen dat het voor Paulus, en ook voor ons, zeker is dat de wederopstanding ons deel zal worden. Dit is een fantastisch uitzicht voor ons gelovigen in deze tijd. Geen wachttijd in het graf, maar een voortzetting van ons leven in de boven hemel, de epouranios, oftewel de hemelse gewesten (NBG) waar we nu in de geest al zijn.


Paulus zegt in Filippenzen 3: 8 – 11 dat hij in Christus gevonden, of bevonden, wordt door het geloof. Het is niet uit zijn eigen werken, niet uit de wet, maar enkel en alleen In Christus. Christus is de rechtvaardigheid uit God. Paulus mag Christus kennen en de kracht van Zijn opstanding en de gemeenschap aan Zijn lijden. Paulus wordt gelijkvormig aan de dood van Christus en mag komen tot de opstanding van de doden. Hier in de HSV staat in vers 11 'opstanding'. In de Statenvertaling en Willibrord vertaling staat 'wederopstanding'. In de grondtekst staat 'exanastasis'. Dit is de enige keer dat dit woord in de Bijbel voorkomt laten mijn Interlinear Scripture Analyzer en mijn online Bijbel zien. Dan moet het wel iets bijzonders zijn. In het Engels wordt het vertaald door 'uit-op-standing'.

Op de site van "Levend Water" lees ik in brochure 9 op blz. 7 "dat dit een persoonlijke uitopstanding uit de doden is, waar ieder lid van de Gemeente wat sterft, direct deel aan krijgt. Hij of zij staat direct op in een geestelijk verheerlijkt lichaam en ontdekt dat wat hij/zij altijd geloofd heeft namelijk met Christus te zijn, mede levend gemaakt, mede opgewekt en mede gezet te zijn, ook werkelijk zo is."
Verderop in deze brochure lees ik op blz. 39: "In Filippenzen 3: 11 wordt gesproken van de uitopstanding uit de doden, 'eis ten exanastasis ten nekron". Deze Griekse term komt maar één maal voor in het Nieuwe Testament. Letterlijk staat er: 'tot de uitopstanding, die uit de doden is'. Uit de doden wil niet zeggen'uit de dood', maar 'tussen de doden uit'. De Here Jezus gebruikt deze term voor het eerst in Markus 9: 9 ten aanzien van Zijn opstanding."

Vervolg op blz. 40: "Bij een opstanding uit de doden staan niet alle doden op uit het graf, maar een beperkt deel. Het betreft een exclusieve vooropstanding, die maar enkelen aangaat. Hier blijven de overige doden in het graf achter. Daarom heet het een opstanding uit de doden.
Zo stond Christus ook tussen de doden uit op de derde dag en liet Hij de overige doden in het graf achter. Paulus gebruikt hier in Filippenzen 3: 11 een nog krachtiger term, want hij spreekt hier niet over een opstanding uit de doden, (wat dus altijd een vooropstanding betekent) maar hij spreekt hier van een uitopstanding uit de doden; van een voor-vooropstanding. Een opstanding die aan alle vooropstandingen vooraf gaat. Het is niet een opstanding van een groep. Paulus spreekt niet over 'wij' maar over 'ik'."


Ik vind het lastig om in eigen woorden de uitopstanding uit te leggen en daarom heb ik het letterlijk overgenomen uit de brochure. Wat ik wel begrijp is waarom Paulus sterven als winst beschouwt. Over het algemeen zien mensen sterven niet als winst. Het is afscheid nemen en gaan naar het graf met daarna een onzekere toekomst. Maar als ik geloof dat ik niet als een lichaam loos zieltje in een soort tussenstation hoeft te wachten op de opstanding waarbij gelovigen een nieuw lichaam zullen ontvangen, dan wordt het aantrekkelijker om te sterven. Ik heb gelukkig mee gemaakt dat gelovigen konden zeggen dat zij ogenblikkelijk bij Christus zouden zijn. En dat is wat Paulus hier duidelijk maakt en wat ik mag geloven. Dan laat ik wel geliefden achter, maar zal de Grote Geliefde ontmoeten. En dat met een verheerlijkt lichaam wat gelijkvormig is aan het Lichaam van Christus.

Fil.3: 20, 21 20 Ons burgerschap is echter in de hemelen, waaruit wij ook de Zaligmaker verwachten, namelijk de Heere Jezus Christus, 21 Die ons vernederd lichaam veranderen zal, zodat het gelijkvormig wordt aan Zijn verheerlijkt lichaam, overeenkomstig de werking waardoor Hij ook alle dingen aan Zichzelf kan onderwerpen.

Filippenzen 3: 20 wordt meestal gezien en uitgelegd als een tekst die behoort bij 'de opname'. Men verwacht Christus uit de hemelen. Maar dit gaat mank. Want bij 'de opname' gelooft men dat men naar de hemel gaat om Bij Christus te zijn. Hier in deze tekst staat dat de gelovigen Christus uit de hemelen verwachten. Nu geloof ik niet in 'de opname' zoals die vaak wordt voorgesteld. Ik geloof in een de Heer tegemoet gaan van gelovigen terwijl de Heer naar beneden komt om Zijn Koningschap op zich te nemen. Dit zal zijn in de periode na de openbaring van de antichrist. Christus zal dan Koning zijn in het duizendjarig vrederijk.

Dus dan klopt de tekst wel dat wij de Zaligmaker verwachten uit de hemelen. Maar er is hier geen sprake van een tegemoet gaan in de lucht, dus van een opname. Nee, er staat dat ons burgerschap echter al in de hemelen is. Dat betekent dat ik geestelijk reeds die plaats innemen in de hemelen waar Christus nu is. Daarover gaat het in Kolossenzen 3: 1 – 3. Ik mag nu, heden te dage bezig zijn met de dingen die boven zijn, daar waar Christus is. Als ik dan sterf en ik een verheerlijkt lichaam ontvang neem ik die plaats volmaakt in.


En dan volgt vers 4 waar staat dat ik met Christus geopenbaard zal worden in heerlijkheid als Christus geopenbaard wordt. Dit zal zijn bij de komst en wederkomst van Christus. Christus en De Gemeente, Zijn Lichaam, dalen dan als een Volkomen Man vanuit de hemel naar beneden. Op dat moment komt de Bruid, die weggerukt is uit de verdrukking, de Messias tegemoet. Wanneer deze beide groepen beneden komen zal Israël Zijn Koning zien komen om te regeren op de aarde en breekt voor Israël het duizend jarig vrederijk aan. Een schitterend vooruit zicht.

Kol.3: 1 – 4 1 Als u nu met Christus opgewekt bent, zoek dan de dingen die boven zijn, waar Christus is, Die aan de rechterhand van God zit. 2 Bedenk de dingen die boven zijn en niet die op de aarde zijn, 3 want u bent gestorven en uw leven is met Christus verborgen in God. 4 Wanneer Christus geopenbaard zal worden, Die ons leven is, dan zult ook u met Hem geopenbaard worden in heerlijkheid.

Als laatste wil ik nog proberen uit te leggen hoe het met de Gemeente afloopt nu er geen 'opname' voor haar is terwijl er wel in Kolossenzen 3: 4 staat dat de Gemeente met Christus geopenbaard zal worden als Hij geopenbaard wordt. Dat openbaren kan alleen als de Gemeente daadwerkelijk bij Christus is in de hemel is. Deze vraag heeft mij tijden bezig gehouden en ik heb nergens hier een antwoord op gevonden. Dus de drie opties die ik hieronder geef zijn enkel en alleen mijn conclusies en ik kan het dus volkomen mis hebben.  

1. Ik kan mij voorstellen dat er op een gegeven moment geen Gemeentelid meer hier op aarde is. Dat kan komen doordat de Gemeente is uitgestorven. Dit is geen ondenkbare optie in deze tijd. Op de site “Uitdaging”  lees ik dat de groei van moslims sterk zal toenemen. Daar tegenover staat dat de groei van christenen zal afnemen. 

2. Dit uitsterven kan ook komen doordat de Gemeente dusdanig zal worden vervolgd dat er niemand meer in leven is. Ook dat is geen ondenkbare optie.

3. De laatste optie kan het zijn dat er geen christenen meer zijn omdat ze allemaal zijn ingelijfd in de laatste grote oecumenische gemeenschap.

Hoe het ook zal zijn, God bepaald wanneer de Gemeente zijn volheid heeft bereikt. En als dat het geval is dan neemt God de draad weer op met Zijn volk Israël. Er start een nieuwe bedeling, het 1000 jarig rijk, waarin Christus Zijn Koningschap aanvaardt. 

Het is haast te groot om te begrijpen hoe één de Gemeente nu al met Christus is. Niet hier op aarde, maar boven. Ik wil daar nog een aantal teksten over aanhalen. 

Ef.1: 3 Gezegend zij de God en Vader van onze Heere Jezus Christus, Die ons gezegend heeft met alle geestelijke zegen in de hemelse gewesten in Christus,

Ef.2: 6 en heeft ons met Hem opgewekt en met Hem in de hemelse gewesten gezet in Christus Jezus,


Ef.3: 10 opdat nu door de gemeente aan de overheden en de machten in de hemelse gewesten de veelvuldige wijsheid van God bekendgemaakt zou worden,


Ef.4: 13 totdat wij allen komen tot de eenheid van het geloof en van de kennis van de Zoon van God, tot een volwassen man, tot de maat van de grootte van de volheid van Christus,


Fil.1: 6, 10 6 Ik vertrouw erop dat Hij Die in u een goed werk begonnen is, dat voltooien zal tot op de dag van Jezus Christus. 10 opdat u kunt onderscheiden wat wezenlijk is, opdat u oprecht bent en zonder aanstoot te geven tot de dag van Christus,


Fil.3: 14 maar één ding doe ik: vergetend wat achter is, mij uitstrekkend naar wat voor is, jaag ik naar het doel: de prijs van de roeping van God, die van boven is, in Christus Jezus.


1Tim.6: 14 dit gebod onbevlekt en onberispelijk in acht te nemen, tot de verschijning van onze Heere Jezus Christus.


1 Timoteüs 6: 14 gaat over de verschijning waar ook Kolossenzen 3: 4 over gaat. Wij hebben een hemelse positie, maar wij wandelen hier nog zichtbaar op aarde. Laat ik dat dan doen in overeenstemming met het plan van God en de gezonde woorden.


1Tim.6: 3, 4a 3 Als iemand een andere leer brengt en zich niet houdt aan de gezonde woorden van onze Heere Jezus Christus en aan de leer die in overeenstemming is met de godsvrucht, 4 dan is hij verwaand,


2Tim.1: 13 Houd u aan het voorbeeld van de gezonde woorden, die u van mij gehoord hebt, in geloof en liefde, die in Christus Jezus zijn.


Zie verder ook mijn studie: ”De toekomst van de mens” deel 5: “De toekomst van de mens nu


Geen opmerkingen:

Een reactie posten