Inleiding

Is het zo belangrijk hoe we de Bijbel lezen? Mijn ervaring is van wel. Ik was bijna gestrand in de tegenstrijdigheden in Gods Woord en de verschillende uitleggingen daarover. Staan er dan in de Bijbel teksten die elkaar tegenspreken? Ik heb ze wel gevonden. Neem bijvoorbeeld 1 Korinthe 7,26,29 en vergelijk dat met 1 Timotheüs 5:14. Ik weet wel dat je de teksten in het verband moet lezen, maar dan nog kwam ik er niet uit. In mijn studie "tegenstrijdigheden in de Bijbel" kun je lezen waar ik zoal tegenaan ben gelopen en hoe ik deze vermeende tegenstrijdigheden mag lezen.

In de verzen 1 Korinthe 1:10 en Filippenzen 2:2 spreekt de Bijbel over eensgezindheid. Als ik om mij heen kijk heb ik het idee dat we alles behalve eensgezind zijn. Over het werk van Christus denken we veelal wel hetzelfde, maar er zijn verder veel verschillen en dus ook veel groepen.

In de VISIE van januari 2014 wordt in “slijpsteen” gevraagd of werken aan kerkelijke eenheid verspilde energie is. 61 % vindt van niet, 39 % vindt van wel.

Ik denk dat veel van de verschillen te maken hebben met hoe we de Bijbel lezen.

Wat ik veel hoor en lees is dat wij tegenwoordig leven in en mogen bouwen aan het Koninkrijk van God. De Here Jezus wordt aanbeden als onze Koning. Maar is Christus op dit moment Koning? Hierover kun je lezen in mijn studie "De toekomst van de mens" deel 1 "Het Koninkrijk"

Maar om de bedoeling van het Koninkrijk goed te begrijpen raad ik je aan ook de andere delen van de studie te lezen. Daar vind je dan ook een een uitleg over "de hel", waar ik me aan gewaagd heb. Eén en ander hebben, naar mijn idee, met elkaar te maken.

"De hel" is een onderwerp waar we mee in onze maag zitten. Ongeveer 10 jaar geleden werd daar in diverse tijdschriften aandacht aan besteed. In het blad CV-Koers schreef een bekende Nederlander dat hij zou willen dat er een ander verhaal was dan "de hel". Bovendien werd het "ons nare geheimpje" genoemd.

Waar ik natuurlijk benieuwd naar ben is wat je van de studies vindt.

Studie: Wat is 'de opname'?

Wat is de opname?

Veel christenen rekenen op 'de opname' in de hemel. Deze 'opname' zal voor de grote verdrukking plaats vinden. Het zal de eerste stap zijn in de eindtijd. Ik heb altijd geloofd in 'de opname'. Nou ja, geloofd! Ik nam aan dat het zo was. Wat ik er nu nog van weet is dat men uitlegde dat er twee gebeurtenissen waren. Een opname en een wederkomst. Dat is ook wat ik vond op enkele sites, waarvan de linken onderaan op deze studie staan. Hoe meer ik mij verdiep in dit onderwerp op de sites hoe verwarder ik word.

Mijn vragen zijn:

1. Zijn er twee opnames? Een van de gemeente en één van het gelovig overblijfsel uit Israël?

2. Als het in Mattheus 24: 31 niet over 'de opname' gaat, waar gaat het daar dan wel over?

3. Wat moet ik aan met 2 Thessalonicenzen 2: 1 – 4 waar duidelijk staat dat de vereniging van Paulus en de gelovigen met Christus, wat men ziet als de 'opname', na de komst van de mens der wetteloosheid zal zijn? Dat is overigens dezelfde volgorde die ik vind in Mattheüs 24: 15 en 31. Wonderlijk dat ik in de sites nergens iets lees over 2 Thessalonicenzen 2: 2 – 4, behalve op de site: "Eindtijdbode". Maar daar vind ik een onderscheid tussen een 'opname' en een 'wegname', wat ook al weer ingewikkeld klinkt.

4. Als de laatste bazuin, uit 1 Korinthe 15: 52 niet de zevende bazuin uit Openbaring is, welke bazuin is het dan? De zevende bazuin in Openbaring 11: 15 is wel de bazuin die aankondigt dat Christus als Koning gaat heersen.

5. Wel lees ik in bijna alle sites die ik tegenkwam over de 'wederhouder'. Dat is degene die de mens der wetteloosheid ervan weerhoud om zijn werk te doen. Wie of wat is de wederhouder uit 2 Thessalonicenzen 2: 7.

Ik wil nu eerst alle teksten, die gaan over dit onderwerp en die over het algemeen ook worden aangehaald op de diverse sites, op een rijtje zetten. Daarna probeer ik onbevooroordeeld, voor zover dat nog kan, te ontdekken wat deze teksten werkelijk zeggen. De aangehaalde teksten komen uit de Herziene Statenvertaling, mist anders aangegeven.

Welke teksten gaan over 'de opname'

Matth.24: 3, 15, 21, 31 3 Toen Hij op de Olijfberg zat, gingen de discipelen naar Hem toe toen zij alleen waren, en zeiden: Zeg ons, wanneer zullen deze dingen gebeuren? En wat is het teken van Uw komst en van de voleinding van de wereld? (wereld; grondtekst: aion = eeuw) 15 Wanneer u dan de gruwel van de verwoesting, waarover gesproken is door de profeet Daniël, zult zien staan op de heilige plaats – laat hij die het leest, daarop letten! 21 Want dan zal er een grote verdrukking zijn, zoals er niet geweest is vanaf het begin van de wereld, tot nu toe, en zoals er ook nooit meer zijn zal. 30 En dan zal aan de hemel het teken van de Zoon des mensen verschijnen; en dan zullen al de stammen van de aarde rouw bedrijven en zij zullen de Zoon des mensen zien, als Hij op de wolken van de hemel komt met grote kracht en heerlijkheid. 31 En Hij zal Zijn engelen uitzenden onder luid bazuingeschal, en zij zullen Zijn uitverkorenen bijeenbrengen uit de vier windstreken, van het ene uiterste van de hemelen tot het andere uiterste ervan.

De Here Jezus gaat in Mattheus 24 vers 3 in op de vraag van de discipelen wanneer datgene, wat in Mattheus 23 : 34 – 39 beschreven staat, zal gebeuren. De discipelen willen weten wat het teken is van de komst van Christus en wanneer de voleinding van de eeuw zal plaats vinden. In mijn Bijbel staat in vers 3 'wereld' maar in de grondtekst staat 'eeuw'. Het gaat hier dus niet over het einde van de wereld, maar over het ten einde komen van de eeuw, een tijdperk. Na het tijdperk, waarin de discipelen leefden, zou het Koninkrijk opgericht worden waarin Christus Koning zou zijn. Daar leefden de Israëlieten naar toe. Wij spreken van het 1000 jarig rijk wat nog komen gaat.

Dan zegt de Here Jezus dat de discipelen moeten letten op de gruwel van de verwoesting. In Daniel 9: 27 lees ik over deze verwoester. Ik ken hem als de antichrist. En deze verwoester zal zich zetten in de heilige tempel van Jeruzalem en hij zal het offeren doen stoppen. Er zal een grote verdrukking zijn zo lees ik in Mattheus 24: 21. Daarna komt Christus, vers 30 en Hij zal zijn uitverkorenen laten verzamelen door engelen onder luid bazuin geschal, vers 31.

Conclusie:
Als ik dit gedeelte lees kom ik tot het inzicht dat het bijeenbrengen (geen 'opname') van de uitverkoren plaats vindt na de grote verdrukking. Deze gebeurtenissen gaan niet over 'de opname' die men over het algemeen verwacht. Waar gaat het dan wel over?

Parousia

In Mattheus 24: 3 staat het woordje 'komst'. In de grondtekst staat: parousia. De Statenvertaling heeft parousia vertaald met 'toekomst'. De Naardens Bijbel heeft het over 'nadering'. De NBG, NBV en Telos Vertaling vertalen het met 'komst'. Het is duidelijk. De parousia is de komst, nadering maar ook de toekomst van Christus. Dat is ook wat ik vind in:

Openb.1: 7  Ziet, Hij komt met de wolken en alle oog zal Hem zien, ook degenen, die Hem doorstoken hebben;

Openb.11: 15, 17  15 En de zevende engel heeft gebazuind, en er geschiedden grote stemmen in den hemel, zeggende: De koninkrijken der wereld zijn geworden onzen Heeren en van Zijn Christus, en Hij zal als Koning heersen in alle eeuwigheid 17  Zeggende: Wij danken U, Heere God almachtig, Die is, en Die was, en Die komen zal! Dat Gij Uw grote kracht hebt aangenomen, en als Koning hebt geheerst;

Het woord 'parousia' komt niet letterlijk voor in de teksten van Openbaring, maar het gaat wel over wel over het komen van Christus en Zijn Koningschap in de toekomst dus. Dat Koningschap is de reden van de komst van Christus. En deze komst zal zijn bij de zevende bazuin. Het kan dan niet anders dan de bazuin uit Mattheus 24: 31 is dezelfde bazuin als de zevende bazuin. Dan is het 4e punt van mijn vragen beantwoord.

Episunagoge

Maar gaat het hier in Mattheus dan over een 'opname' in de hemel? Ik kan het er niet van maken. Het is een bijeen brengen. In de grondtekst staat: episunagoge. Het wordt vertaald in de diverse Bijbels met 'bijeen vergaderen' 'bijeen verzamelen' en 'samen brengen'. Ook die vertaling is duidelijk.
Dit bijeenbrengen gebeurt onmiskenbaar na de grote verdrukking. Dit kan dus niet 'de opname' zijn waar de hedendaags gelovigen naar verlangen.

Conclusie:
In Mattheus 24 gaat het over het einde van de eeuw. In vers 21 – 29 gaat het over de grote verdrukking waarna in vers 30 de parousia van de Zoon des mensen beschreven wordt. In vers 31 lees ik over het bijeen verzamelen van de uitverkorenen.

Maar ik ga verder met mijn onderzoek. Er zijn nog meer tekst gedeeltes.

1 Thessalonicenzen 4

1Thess. 4: 13 – 18 13 Maar ik wil niet, broeders, dat u onwetend bent ten aanzien van hen die ontslapen zijn, opdat u niet bedroefd bent zoals ook de anderen, die geen hoop hebben. 14 Want als wij geloven dat Jezus gestorven en opgestaan is, zal ook God op dezelfde wijze hen die in Jezus ontslapen zijn, terugbrengen met Hem. 15 Want dit zeggen wij u met een woord van de Heere, dat wij die levend zullen overblijven tot de komst van de Heere, de ontslapenen beslist niet zullen voorgaan. 16 Want de Heere Zelf zal met een geroep, met de stem van een aartsengel en met een bazuin van God neerdalen uit de hemel. En de doden die in Christus zijn, zullen eerst opstaan. 17 Daarna zullen wij, de levenden die overgebleven zijn, samen met hen opgenomen worden in de wolken, naar een ontmoeting met de Heere in de lucht. En zo zullen wij altijd bij de Heere zijn. 18 Zo dan, troost elkaar met deze woorden.

Volgens de uitleg die ik vroeger kreeg en wat ik op de sites las, gaat dit gedeelte met name over 'de opname'. Paulus schrijft hier aan de gelovigen dat de gestorvenen eerst zullen opstaan en teruggebracht worden met Hem, dat is Christus. Waar zijn die gestorvenen? Ik geloof dat deze doden in het graf liggen. Zie mijn studie: “De toekomst van de mens” deel 3.

Nadat de doden opgewekt en teruggebracht zijn bij Christus worden de levende gelovigen samen met de opgewekte doden opgenomen in de wolken, naar een ontmoeting in de lucht. Ja, dit moet dan de 'opname' zijn. Deze twee groepen zullen dan altijd bij de Heer zijn zegt vers 17. Alleen zie ik een probleem. Want waar is de Heer en waar gaat de Heer naar toe?

Nogmaals Parousia

In vers 15 lees ik over de komst van de Heer. Hier wordt hetzelfde woord 'parousia' gebruikt als in Mattheus 24: 3, 27, 37 en 39. Dit wordt bevestigd door vers 16 waar staat dat: “de Heere Zelf zal met een geroep, met de stem van een aartsengel en met een bazuin van God neerdalen uit de hemel”. Het lijkt dezelfde bazuin te zijn als in Mattheus 24: 31.
Ik weet niet hoe ik het anders moet lezen. De 'opname' gelovers vertellen mij dat het 'voor altijd bij de Heer zijn' betekent dat zij bij Hem in de hemel zijn totdat de Heer terug gaat naar de aarde. In die tussentijd zal dan de grote verdrukking plaatsvinden waarvoor zij bewaard blijven. Dat is hun troost. Maar dat is niet wat hier wordt aangegeven. Er is hier sprake van de parousia, de komst van Christus. De opgestane en levende gelovigen gaan de Heer tegemoet in de lucht terwijl de Heer naar de aarde komt. De lucht is ook niet het zelfde als de hemel. Hemel is in het Grieks 'ouranios' en dat is niet wat hier in de grondtekst staat. Er staat 'aer' en dit is gewoon de lucht. Men stijgt dus niet echt omhoog. Het zou meer een horizontale beweging zijn. Men gaat door de wolken terug met de Heer naar de aarde. Daar zit geen periode van grote verdrukking tussen. Dat gebeurt op het zelfde moment. Ik moet hierbij denken aan:

Openb.14: 1 – 4 1 En ik zag, en zie, het Lam stond op de berg Sion, en bij Hem honderdvierenveertigduizend mensen met op hun voorhoofd de Naam van Zijn Vader geschreven. 2 En ik hoorde een geluid uit de hemel, als een geluid van vele wateren en als het geluid van een zware donderslag. En ik hoorde het geluid van citerspelers die op hun citers spelen. 3 En zij zongen als een nieuw lied vóór de troon, vóór de vier dieren en de ouderlingen. En niemand kon dat lied leren behalve de honderdvierenveertigduizend, die van de aarde gekocht waren. 4 Zij zijn het die niet met vrouwen bevlekt zijn, want zij zijn maagden. Dezen zijn het die het Lam volgen waar Het ook naartoe gaat. Dezen zijn gekocht uit de mensen, als eerstelingen voor God en het Lam.

Deze tekst uit Openbaring beschrijft het staan van Christus op de berg Sion. Bij de Heer zijn 144000 mensen. Zij zijn van de aarde gekocht. Het zijn maagden en eerstelingen. Ik lees hier niet of dit opgestane of levende mensen zijn.
In Openbaring 7 lees ik ook over de 144000.

Openb.7: 1, 4, 9, 14 1 Hierna zag ik vier engelen staan op de vier hoeken van de aarde. Zij hielden de vier winden van de aarde tegen, opdat er geen wind zou waaien op de aarde, of op de zee of tegen enige boom. 4 En ik hoorde het aantal van hen die verzegeld waren: honderdvierenveertigduizend waren er verzegeld uit alle stammen van de Israëlieten. 9 Hierna zag ik en zie, een grote menigte, die niemand tellen kon, uit alle naties, stammen, volken en talen, stond vóór de troon en vóór het Lam, bekleed met witte gewaden en palmtakken in hun hand. 14 En ik zei tegen hem: U weet het, mijn heer. En hij zei tegen mij: Dezen zijn het die uit de grote verdrukking komen;

Hier zijn de 144000 de verzegelden uit de 12 geslachten van Israël. Dan wordt, zo herinner ik het mij, in vers 9 de gemeente gezien. Die grote schare die niemand tellen kan. Maar dat kan niet, want dat zijn degenen die volgens vers 14 uit de grote verdrukking komen. De gemeente gaat volgens de uitleggers niet door de grote verdrukking. En mijn mening is dat in het boek Openbaring de Gemeente, het Lichaam van Christus helemaal niet voorkomt. Openbaring is een vervolg op Mattheus. In beide boeken wordt niet over de Gemeente, het Lichaam van Christus geschreven. Het lichaam van Christus openbaarde zich pas nadat Israël volk LO-AMMI is geworden. 

Bijzonder is dat het in vers 1 gaat over vier winden, vier engelen die op de vier hoeken staan van het land (grondtekst: ge = land). In Mattheus 24: 31 lees ik ook over deze vier engelen en de vier winden.

Conclusie:
De parousia gaat over de komst van de Heer naar de aarde. Bij die komst zullen de opgestane gelovigen zijn en ook de levende achtergebleven gelovigen die de grote verdrukking hebben overleefd. Zij zullen samen met de Heer verschijnen op de berg Sion. Dit gebeuren wordt in Mattheus en in 1 Thessalonicenzen 4: 13 – 18 beschreven.

De bazuin

En dan is er ook nog sprake van geroep van de Heer zelf met de stem van een aartsengel en de bazuin van God in 1 Thessalonicensen 4: 16. Zou dit nu werkelijk een andere bazuin zijn dan de bazuin uit Mattheus 24: 31, de zevende bazuin uit Openbaring 11: 15 en de laatste bazuin uit 1 Korinthe 15: 52? Ik denk het niet. De overeenkomsten zijn te groot. Als dit niet dezelfde bazuin zou zijn wordt het wel erg verwarrend. Dat is ook waar ik last van had bij het lezen van de aangehaalde stukken van de diverse sites.

Ik kan tot nu toe niet anders zeggen dan dat het hier gaat, in 1 Thessalonicenzen over de zelfde gebeurtenis als in Mattheus. Wel zie ik dat er in Mattheus niet gesproken wordt over de opstanding van de reeds gestorven gelovigen. Dat kan wel kloppen, omdat er in Mattheus staat:

Dit geslacht zal geenszins voorbijgaan

Mattheus 24: 34  Voorwaar, Ik zeg u: Dit geslacht zal geenszins voorbijgaan, totdat al deze dingen zullen geschied zijn.

Het was de bedoeling dat het allemaal zou gebeuren tijdens het dan levende geslacht. Maar helaas door ongeloof van het volk Israël ging deze komst van Christus niet door. Dus sterven er gelovigen en Paulus komt daar op terug in 1 Thessalonicenzen 4: 13 en 14. De gestorvenen zullen eerst opstaan en niet in het graf achterblijven. Paulus licht dit nog eens extra toe in de eerste Korinthe brief, die chronologisch later geschreven is dan de Thessalonicenzen brieven. Het gaat in 1 Korinthe 15: 22 ook over de opstanding van de gestorven gelovigen, bij de parousia, de komst van Christus. Paulus noemt die opstanding hier een geheimenis. Dit doet hij, mogelijk, omdat deze opstanding niet aangekondigd was in Mattheus. En ik weet nu waarom dat zo was. Ook in 1 Thessalonicenzen 4: 13 – 18 openbaart hij aan de gelovigen dat zij niet onwetend zouden zijn over de ontslapenen. Het is en troost voor hen nu te weten dat de gestorven gelovigen eerst worden opgewekt. Zij blijven niet achter.

1Kor.15: 22, 23, 51, 52 22 Want zoals allen in Adam sterven, zo zullen ook in Christus allen levend gemaakt worden. 23 Ieder echter in zijn eigen orde: Christus als Eersteling, daarna wie van Christus zijn, bij Zijn komst. 51 Zie, ik vertel u een geheimenis: Wij zullen wel niet allen ontslapen, maar wij zullen allen veranderd worden, 52 in een ondeelbaar ogenblik, in een oogwenk, bij de laatste bazuin. Immers, de bazuin zal klinken en de doden zullen als onvergankelijke mensen opgewekt worden, en ook wij zullen veranderd worden.

Conclusie:
In 1 Thessalonicenzen 4 gaat het over dezelfde gebeurtenis als in Mattheus 24 en in 1 Korinthe 15. In 1 Thessalonicenzen 4: 15 gaat het over de parousia van de Zoon des mensen. In vers 16 lees ik over de opstanding van de gestorven gelovigen. Deze worden in Mattheus niet genoemd omdat daar de verwachting was dat de komst van Christus nog bij het leven van de gelovigen zou plaatsvinden, namelijk in dit geslacht. In vers 17 lees ik over 'de opname', het toe vergaderen. De beide groepen gaan de Heer tegemoet in de lucht en zullen met Christus terug komen naar deze aarde. Dit is niet 'de opname' is van de levende gelovigen uit de tegenwoordige Gemeente.

Maar wat is dan 'de opname'? Er zijn nog meer teksten om te bestuderen.

2 Thessalonicenzen 2

2 Thess.2: 1  En wij bidden u, broeders, door de toekomst van onzen Heere Jezus Christus, en onze toevergadering tot Hem, SV

Eerder, toen ik nog 'geloofde' in 'de opname' werd ook deze tekst gebruikt om 'de opname' te bevestigen. Door het woord 'toekomst' van de Statenvertaling kan ik nog denken aan een periode waar dan 'de opname' aan vooraf gaat. Toch staat daar in de grondtekst 'parousia' wat in de Herziene Statenvertaling vertaald is met 'komst'. Het gaat dus weer over diezelfde komst. Over het vervolg van dit vers had men het niet.

2Thess.2: 1 – 4 1 En wij vragen u dringend, broeders, met betrekking tot de komst van onze Heere Jezus Christus en onze vereniging met Hem, 2 dat u niet snel aan het wankelen wordt gebracht of verschrikt, niet door een uiting van de geest, niet door een woord, en ook niet door een brief die van ons afkomstig zou zijn, alsof de dag van Christus al aangebroken zou zijn. 3 Laat niemand u op enigerlei wijze misleiden. Want die dag komt niet, tenzij eerst de afval gekomen is en de mens van de wetteloosheid, de zoon van het verderf, geopenbaard is, 4 de tegenstander, die zich ook verheft boven al wat God genoemd of als God vereerd wordt, zodat hij als God in de tempel van God gaat zitten en zichzelf als God voordoet.

Kan ik 2 Thessalonicenzen 2: 1 los zien van vers 2 en 3? Ik denk het niet. En toch wordt dit gedaan bij degene die 'de opname' leren. Er wordt zelfs helemaal niet gerept over 2 Thessalonicenzen 2: 2 en 3 in de linken die ik heb gelezen op internet. Is dat niet vreemd? En dus begin ik steeds beter te begrijpen dat ik in verwarring raak bij het lezen van die uitleggingen. Toch staat er duidelijk dat voor de komst van Christus en de vereniging met Hem de afval moet komen en de mens van de wetteloosheid. Die mens van de wetteloosheid is de antichrist, want die zal zich zetten in de tempel, waar het al over ging in Mattheus 24: 15 en Daniel 9: 27.

Ik kan mij nog een uitleg herinneren over 'de afval'. Dat was dan het verval en alle verloedering die er op zou treden voor de uiteindelijke openbaring van de antichrist. En die afval was er al, zo legde men uit. Dus kon 'de opname' ieder moment plaatsvinden. Maar ik lees die afval niet los van de antichrist, de mens der wetteloosheid. Het zal samen gaan en het bijeen vergaderen gaat er niet aan vooraf.

Eerstelingen.

Wie zijn eigenlijk die 'wij' uit 2 Thessalonicenzen 2: 1. Dat is in de eerste plaats Paulus. Maar ook de gelovigen waaraan de Thessalonicenzen brieven en de brieven aan Korinthe zijn geschreven. Deze beide brieven zijn geschreven tijdens Handelingen. En het betreft hier dan ook gelovigen uit de Handelingen periode. In Openbaring 14: 4 werden zij eerstelingen genoemd:
Dezen zijn gekocht uit de mensen, als eerstelingen voor God en het Lam.

Deze eerstelingen kom ik ook tegen in: Romeinen 8:23, Romeinen 11:16 en in Jak. 1:18 Overeenkomstig Zijn wil heeft Hij ons gebaard door het Woord van de waarheid, opdat wij in zeker opzicht eerstelingen van Zijn schepselen zouden zijn.

De Romeinen brief is tijdens Handelingen geschreven en gaat dus met name over het volk Israël. De eerstelingen zijn de eerste gelovigen uit dit volk. Hun valt deze 'toe vergadering' ten deel, als de nood het hoogst is. En de Jakobus brief is geschreven aan de 12 stammen in de verstrooiing zo lees ik in vers 1. Dit is duidelijke taal. Het gaat over de 12 stammen van Israël, waaruit dus de 144000 verzameld worden. Dit bevestigd mijn uitleg dat het toe vergaderen geld voor de gelovigen uit de Handelingen periode en niet voor de Gemeente die het Lichaam van Christus is. De eerstelingen komt overeen met de eerstgeborenen. Hiervan lees ik in:

Hebreeën 12: 23 tot een feestelijke vergadering en de gemeente van de eerstgeborenen, die in de hemelen opgeschreven zijn, en tot God, de Rechter over allen, en tot de geesten van de rechtvaardigen, die tot volmaaktheid zijn gekomen,

Conclusie:
Mijn conclusie is dat er helemaal geen 'opname' is en al zeker niet voor de gelovigen uit de Gemeente het Lichaam van Christus. De 'opname' is een bijeen vergaderen van gestorven gelovigen en levende gelovigen uit de gemeente der eerstgeborenen of eerstelingen. Bovendien gaan beide groepen de Heer tegemoet in de lucht terwijl Christus naar beneden komt om Zijn Koningschap op Zich te nemen.

De weerhouder

Wie of wat is de weerhouder uit 2 Thessalonicenzen 2: 7. Iedere site die ik tot nu toe heb gelezen meent dat er in dit vers gesproken wordt over de Heilige Geest, of over de Gemeente.

2Thess.2: 5 – 8 5 Herinnert u zich niet dat ik u deze dingen zei, toen ik nog bij u was? 6 En u weet wat hem nu weerhoudt, opdat hij op zijn eigen tijd geopenbaard wordt. 7 Want het geheimenis van de wetteloosheid is al werkzaam. Alleen is er iemand die hem nu weerhoudt, totdat hij uit het midden verdwenen is. 8 En dan zal de wetteloze geopenbaard worden. De Heere zal hem verteren door de Geest van Zijn mond en hem tenietdoen door de verschijning bij Zijn komst;

Is de Heilige Geest, of de Gemeente “iemand die hem nu weerhoudt totdat hij uit het midden verdwenen is”? Wordt er op deze manier geschreven in Gods Woord over de Heilige Geest of de Gemeente? Wat ik in de Bijbel lees is dat wanneer er de Heilige Geest bedoelt wordt dit open en rechtstreeks wordt genoemd. Zo ook met de Gemeente. Waarom hier er dan zo raadselachtig spreken?

Ik wil eens kijken hoe 2 Thessalonicenzen 2: 7 in de verschillende vertalingen vertaald is.

2 Thess.2: 7 Want het geheimenis der wetloosheid doet reeds z’n werk; 
alleen moet wie hem nu nog tegenhoudt worden tegengehouden 
tot hij uit het midden weg is. NB

2 Thess.2: 7 Want in it ferburgen stiet de goddeleazens al yn it wurk. Allinne moat de macht dy't him no noch opkeart earst oan 'e kant set wurde. Friese Bijbel (want in het verborgene staat de goddeloze al in het werk. Alleen moet de macht die hem nu nog tegenhoudt eerst aan de kant gezet worden)

2 Thess.2: 7 Want de verborgenheid der ongerechtigheid wordt alrede gewrocht; alleenlijk, Die hem nu wederhoudt, Die zal hem wederhouden, totdat hij uit het midden zal weggedaan worden. SV

2 Thess.2: 7 Want het geheimenis der wetteloosheid is reeds in werking; (wacht) slechts totdat hij, die op het ogenblik nog weerhoudt, verwijderd is. NBG

2 Thess.2: 7 Hoewel in het verborgene de wetteloosheid nu al werkzaam is, moet eerst degene die hem tegenhoudt verdwijnen. NBV

Wordt hier werkelijk de Heilige Geest bedoeld die verbonden is met de Gemeente? Ik kan dit niet geloven en het kan ook niet. Want ik heb hiervoor gezien dat de toe vergadering zal zijn voor de gemeente der eerstelingen uit de Handelingen tijd, nadat de afval de mens der wetteloosheid zich heeft geopenbaard.
Eerlijk gezegd kwam ik er niet uit hoe ik deze tekst moest lezen en begrijpen. Ik kwam terecht op deze site waaruit ik fragmenten heb gekopieerd.

1. Wat weerhoudt (vasthoudt). 
Wat "wederhoudt" hem nu? Wij geloven dat het is de inwerking der ongerechtigheid. Zolang de laatste nog niet tot vollere rijpheid gekomen is, kan de mens der zonde niet komen. Van de Amorieten staat, "want de ongerechtigheid der Amorieten is tot nog toe niet volkomen". Dit geldt thans van de wereld. De ongerechtigheid is nog niet ten volle doorgewerkt. De doorwerkende kracht wordt niet alleen en uitsluitend geremd door "de" gemeente lees: de gelovigen, maar ook nog door naambelijders, christelijke kultuur, "christelijke" staten, werkingen van God's algemene genade. Al schuiven we naar die tijden heen, ze zijn er nog niet. Het voornaamste kenmerk moet men niet vergeten: de afval. Dit is niet de afval van het Christendom, maar in het Jodendom van de wet van Mozes, bijzonder in het land Palestina. Er moet dus eerst een wederkeer, althans een gedeeltelijke, van Israël zijn, en een niet meer vasthouden aan de oude wetten en geboden, wil dàt wat wederhoudt, weg genomen zijn. Men moet de dingen bezien zoals Paulus ze toen bezag. Hij wist niets van de verborgen tussenbedeeling, hem eerst later geopenbaard, maar bezag de dingen om Israël geconcentreerd. Daar zou afval komen. Toen hij Romeinen schreef, en dat was al weer enige jaren later, was er een gedeeltelijke verharding, maar nog geen afval. Eerst als deze kwam kon de Mens der zonde komen. Nu werd hij nog weerhouden.


2. Wie wederhoudt.
Behalve een "wat" is er een "wie", behalve een iets is er een persoon die wederhoudt. Hierin hebben vele uitleggers de Heilige Geest gezien. Die wederhield de komst van de Mens der zonde. Zodra Die weggedaan, d.i. voor die uitleggers en hun navolgers, met "de" gemeente weggenomen was van de aarde, was de Wederhouder weg. We hebben reeds gezegd, dat de gemeente (nl. van Thessalonicensen) niet opgenomen wordt voor de grote verdrukking en daarmee de Geest dus ook niet weggenomen wordt. We wijzen er verder op, dat het, indien men aanneemt, wat de St. V. zegt, het een zeer eigenaardige wijze van uitdrukking is om van de Heilige Geest te zeggen dat Hij wordt "weggedaan".

Voor ons staat de zaak weer anders. "Die wederhoudt" is voor ons Satan. Deze houdt vast aan zijn plaats in de hemel, Openbaring 12:7-9. Wie hier aan "wederhouden" denkt, zal moeten zeggen: Hij wederhoudt de komst van de Mens der zonde door deze niet te verwekken. De tijd is er nl. nog niet rijp voor. Hij moet te juister tijd komen. En dan wordt hij niet "weggedaan", zoals de St. V. zegt, maar: komt hij uit het midden van afval en ongerechtigheid op. Zo kan men de uitdrukking: "uit het midden zal worden" zeer wel verklaren.
Satan houdt vast aan zijn plaats in de hemel. Hij "wederhoudt" de Mens der zonde totdat deze uit het midden van de afval kan opkomen en zich kan gaan openbaren.

4. Het zich openbaren als wetteloze.
Er heeft nog meer plaats. Zodra Satan gemerkt heeft, dat de Mens der zonde zich tegen God verheft, gaat hij aan het werk en heeft plaats wat 2 Thess. 2:9 zegt. Er komen nu "alle kracht en tekenen en wonderen der leugen en alle verleiding der onrechtvaardigheid in degenen die verloren gaan", 2 Thess. 2:9. Satan geeft de Mens der zonde ook "zijn kracht en zijn troon grote macht", Openbaring 13:2. Hij openbaart zich nu meer en meer als de wetteloze. Dit geschiedt in de tweede helft van de week, Dan. 9:29. Dan neemt hij slacht- en spijsoffer weg, dan zal hij de tijden en de wet veranderen, dan zullen Gods heiligen in Israël in zijn hand overgegeven worden, één tijd ( 1 jaar) en tijden (2 jaar) en een gedeelte van een tijd (½ jaar), Dan. 7:25. De overige worden verleid door de Satans tekenen. Satan gaat God dan nabootsen. Deze getuigde in de Pinksterbedeling mee door tekenen en wonderen en menigerlei krachten en bedelingen (d.i. uitdelingen) des heiligen Geestes (d.i. van heilige geest, kracht van Boven), Hebr. 2:4. Nu gebruikt Satan kracht en tekenen en wonderen der leugen en verleidt velen tot onrechtvaardigheid. Hierop heeft de Heer Jezus het oog als Hij zegt:

"Want daar zullen valse Christus-sen en valse profeten opstaan en zullen grote tekenen en wonderheden doen alzo dat zij, indien het mogelijk ware, ook de uitverkorenen zouden verleiden", Mt. 24:24.
Dit zal niet zo blijven. Zijn ongerechtigheid voert hem eenmaal noodwendig ten verderve. Daarom heet hij ook: "Zoon des verderfs". "En hij zal tot zijn einde komen en geen helper hebben", Dan. 11:45. "Hij zal zonder hand verbroken worden", Dan. 8:25. Dit zal zijn zoals Paulus schrijft: "En alsdan zal de Wetteloze geopenbaard worden denwelke de Here verdoen zal (d.i. wegdoen) door den Geest Zijns monds en te niet maken door de verschijning Zijner toekomst", 2 Thess. 2:8.

Tijdstip 'toevergadering'

De toevergadering heeft tot nu nog steeds niet plaats gevonden ook al verwachtte Paulus dit mee te maken in zijn leven. En Paulus wist ook dat deze toevergadering uitgesteld werd nadat Israël LO-AMMI is geworden. De toe vergadering zal in de toekomst plaats vinden, wanneer God opnieuw de draad met Zijn volk Israël op zal nemen.
En daarom lees ik in Filippenzen 1: 20 – 26 dat Paulus verwacht te sterven. En in Filippenzen 3: 11 verwacht hij te komen tot wederopstanding der doden. De Filippenzen brief is na Handelingen geschreven. Paulus beschrijft dus een latere openbaring. Filippenzen 3: 20 en 21 gaat het over onze wandel in de hemelen. Dat is de positie van de gelovige in Filippenzen en van Paulus. En van daaruit verwacht hij de zaligmaker, die bij de wederopstanding, want daar heeft Paulus het over in Filippenzen 3: 10 en 11, het vernederd lichaam van Paulus zal veranderen zodat het gelijkvormig wordt aan het verheerlijkt Lichaam van Christus. En wanneer Christus geopenbaard zal worden bij Zijn komst, de parousia, zal Paulus met Hem geopenbaard worden in Zijn heerlijkheid, zo lees ik in Kolossenzen 3: 4. Dit is de hoop en de verwachting die ieder lid van het Lichaam van Christus mag hebben. Ook ik. 

Een interessante site over dit onderwerp is de site van Franklin ter Horst.

Lectuur die ik heb geraadpleegd is te vinden op:

http://levendwater.org/boeken/opstanding/opstanding7.htm


De overige sites zijn:

http://www.bijbels-panorama.nl/S07_opname_der_gemeente_en_grote_verdrukking.html

http://frissewateren.nl/de-opname-van-de-gelovigen-realiteit/

http://www.dekoningkomt.nl/deopnamevandegemeente.html


http://www.rejoicenow.nl/page/de-opname-in-de-eindtijd


http://www.verhoevenmarc.be/PDF/Opname-vragen.pdfh

http://bijbelonderzoek.blogspot.nl/2013/12/twee-thessalonicenzen.html


http://www.herschepping.nl/10eb/wk_09opname_Gemeente.php


3 opmerkingen:

  1. Je maakt het onderscheid tussen Joden en Christenen (Gemeente).
    De Gemeente Gods bestaat uit Joden die geloven in hun Messias nl Jezus Christus en de heidenen die geloven in Christus.
    Het Israël van God.
    Als op grond van Romeinen 11:26 gans Israël behouden wórdt , vraag je dan af welke Israël dat dan is. Zou God Israël (etnisch) behouden ondanks ze niet in Jezus geloven?
    Vervangings theologie?
    Nee , in geen geval.
    Maar als je het boek Openbaring wil gaan behandelen, moet je dat doen niet vanuit een Dispensationalisch denken.
    Dan moet namelijk de Gemeente opgenomen worden, anders kunnen de Joden niet door de grote verdrukking gaan, en dus niet behouden worden.

    Het volk Israël was onder het Oude verbond het exclusieve volk van God. Omdat ze dat verbod verbroken hebben, zijn ze niet meer Gods exclusieve volk. Want het Sinai verbond had wel betrekking op voorwaarden. Als je kijkt in Exodus19:5 komen twee woorden naar voren nl. "indien" en "dan".
    Om der Vaderen wil krijgen ze een Nieuw verbond. Israël is niet vervangen, maar het verbond.
    Doch ook onder het Nieuwe Verbond(de vergeving van de zonden) gelden voorwaarden.
    Namelijk het geloof in Jezus Christus als de Messias,de Zoon van God.
    Nu is er wel wat speciaals, : de heidenen mogen door het geloof in Jezus Christus deel hebben aan het Nieuwe Verbond. (Onder het Oude Verbond was dat ondenkbaar).
    Er ontstaat een nieuw volk. Een geestelijk volk met een wandel in het Koninkrijk de Hemelen. Het Israël Gods. ( Ik benoem bewust geen teksten want gezien je uitleg over de Tessalonisenzen brief ben je in de Bijbel aardig thuis.
    Want inderdaad de Duivel is degene die de Anti Christ weerhoudt.
    Gezien Satans positie in de Hemelse Gewesten en als aanklager der broeders (openbaring 12) wil hij daar niet weg.
    De tijd zal komen dat hij er door Michael uit de Hemel wordt gegooid, en dan gaat Gods klok tikken. Want dan weet hij dat hij maar een korte tijd heeft.
    Dat is de reden dat hij de Anti Christ weerhoudt.
    Los daarvan: wij hebben hem overwonnen door het bloed van het Lam en door het woord van ons getuigenis en we hebben ons leven niet liefgehad tot in de dood.

    Gaat de Gemeente Gods (de uitverkorenen, heiligen ,kinderen Gods hoe je het ook noemen wil ) door de grote verdrukking?
    Ja..volledig.
    De Gemeente Gods komt dan tot volheid, en er zal grote kracht uitgaan van ze.
    Een van de beesten die komt zal gegeven zijn om oorlog te voeren tegen de Heiligen.
    Het zal een vreselijke tijd zijn, maar kijk eens naar Hebreeën 11...
    God zal kracht geven. Kun je worden gedood? Ja, kijk maar naar de Kinderen Gods in het MO.
    Gaan wij dan als Europese Kinderen Gods(dat heb ik liever dan Christenen) beweren dat als het er op aan komt er allemaal hoog en droog zijn weggerukt?
    Maak je klaar en zorg dat je een kannetje extra olie hebt. (vijf wijze en vijf dwaze maagden).
    Terug te komen op de Tweede Tessalonisenzen brief geeft Paulus een indicatie van tekenen die eerst moeten komen ten aanzien van de wederkomst van Jezus Christus.
    De Grote Afval en de openbaring van de antichrist. (mens der wetteloosheid.
    Dat is nog niet gebeurd, maar mijns insziens zal het niet zo heel erg lang meer duren.

    Bedankt voor je uitleg.

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Bedankt voor je reactie.

      Wat je schrijft over de reden van Satan om de antichrist tegen te houden vind ik erg mooi. Zo had ik dat nog nooit gezien.

      Ik geloof dat er tijden Handelingen verschil was tussen Joden en heidenen. Dat lees ik in de brieven die Paulus schreef tijdens Handelingen. Maar terecht zeg je dat dit nu niet zo is, in de perioden van de Gemeente van Christus. Jood en heiden zijn nu gelijk en hebben op dezelfde wijze deel aan de geestelijke zegeningen, waar Paulus in zijn latere brieven over schrijft. En inderdaad geen vervangingstheorie. De beloften voor Israël blijven voor hen.

      In Romeinen 11 : 26 staat dat gans Israël behouden zal worden. Ik meen dat er ergens staat dat er maar een derde deel van het volk Israël zich zal bekeren en de Messias zal aannemen. Dat is dan het deel wat gans Israël vertegenwoordigt.

      De laatste 2 zinnen van je eerste stukje begrijp ik niet goed.

      Ik geloof dat het Nieuwe Verbond enkel voor Israël zal zijn. Wel was het zo dat heidenen die in de handelingen periode tot geloof kwamen deel kregen aan de zegeningen van het Nieuwe verbond, maar door Israël. Nu hebben Jood en heiden deel aan dezelfde zegeningen, los van het Nieuwe Verbond. Dat N.V. wordt opgericht met Israël als zij hun Messias aannemen. En dan worden de volken ook weer in Israël gezegend en krijgen ze deel aan het Koninkrijk.

      Laten we hopen en wensen dat de komst van Christus niet lang meer zal duren en er klaar voor zijn.

      Verwijderen
  2. Deze reactie is verwijderd door een blogbeheerder.

    BeantwoordenVerwijderen