Inleiding

Is het zo belangrijk hoe we de Bijbel lezen? Mijn ervaring is van wel. Ik was bijna gestrand in de tegenstrijdigheden in Gods Woord en de verschillende uitleggingen daarover. Staan er dan in de Bijbel teksten die elkaar tegenspreken? Ik heb ze wel gevonden. Neem bijvoorbeeld 1 Korinthe 7,26,29 en vergelijk dat met 1 Timotheüs 5:14. Ik weet wel dat je de teksten in het verband moet lezen, maar dan nog kwam ik er niet uit. In mijn studie "tegenstrijdigheden in de Bijbel" kun je lezen waar ik zoal tegenaan ben gelopen en hoe ik deze vermeende tegenstrijdigheden mag lezen.

In de verzen 1 Korinthe 1:10 en Filippenzen 2:2 spreekt de Bijbel over eensgezindheid. Als ik om mij heen kijk heb ik het idee dat we alles behalve eensgezind zijn. Over het werk van Christus denken we veelal wel hetzelfde, maar er zijn verder veel verschillen en dus ook veel groepen.

In de VISIE van januari 2014 wordt in “slijpsteen” gevraagd of werken aan kerkelijke eenheid verspilde energie is. 61 % vindt van niet, 39 % vindt van wel.

Ik denk dat veel van de verschillen te maken hebben met hoe we de Bijbel lezen.

Wat ik veel hoor en lees is dat wij tegenwoordig leven in en mogen bouwen aan het Koninkrijk van God. De Here Jezus wordt aanbeden als onze Koning. Maar is Christus op dit moment Koning? Hierover kun je lezen in mijn studie "De toekomst van de mens" deel 1 "Het Koninkrijk"

Maar om de bedoeling van het Koninkrijk goed te begrijpen raad ik je aan ook de andere delen van de studie te lezen. Daar vind je dan ook een een uitleg over "de hel", waar ik me aan gewaagd heb. Eén en ander hebben, naar mijn idee, met elkaar te maken.

"De hel" is een onderwerp waar we mee in onze maag zitten. Ongeveer 10 jaar geleden werd daar in diverse tijdschriften aandacht aan besteed. In het blad CV-Koers schreef een bekende Nederlander dat hij zou willen dat er een ander verhaal was dan "de hel". Bovendien werd het "ons nare geheimpje" genoemd.

Waar ik natuurlijk benieuwd naar ben is wat je van de studies vindt.

Studie: "Openbaring 7"

Openbaring 7

Deze studie is een vervolg op Openbaring 1Openbaring 2Openbaring 3, Openbaring 4Openbaring 5 en Openbaring 6

In Openbaring 4 – 20 kom ik 7 keer een afgewisselde blik tegen in de hemel en op aarde, te beginnen bij:
1e Blik in de hemel in hoofdstuk 4 en 5
Johannes zag de troon, een boekrol, het Lam, de vier dieren en alle schepsel.
1e Blik op de aarde in Openbaring 6: 1 – 7: 8
Openbaring 6; Openen van de eerste zes zegels.
Openbaring 7: 4 – 8  De verzegeling van de 144000. 
2e Blik in de hemel in Openbaring 7: 9 – 8: 6
Openbaring 7: 9 - 17 Johannes ziet een grote menigte, die niemand tellen kan.
2e Blik op de aarde in Openbaring 8: 7 – 11: 14
3e Blik in de hemel in Openbaring 11: 15 – 19a
3e Blik op de aarde in Openbaring 11: 19
4e Blik in de hemel in Openbaring 12: 1 – 12
4e Blik op de aarde in Openbaring 12: 13 – 13: 18
5e Blik in de hemel in Openbaring 14: 1 – 5
5e Blik op de aarde in Openbaring 14: 6 – 20
6e Blik in de hemel in Openbaring 15: 1 – 8
6e Blik op de aarde in Openbaring 16: 1 – 18: 24
7e Blik in de hemel in Openbaring 19: 1 – 16
7e Blik op de aarde in Openbaring 19: 17 – 20: 15

Ik werk vanuit de Herziene Staten Vertaling, mist anders aangegeven. Ik maak gebruik van de grondtekst.

Johannes heeft iets gezien en moet dit opschrijven. Voor Johannes is dit verleden tijd en daarom is het boek Openbaring in de verleden tijd geschreven. Maar ik geloof dat hetgeen Johannes heeft gezien toekomst is. Het is profetie; Openbaring 22: 19. Daarom schrijf ik mijn commentaar zoveel mogelijk in de onvoltooide tegenwoordige toekomende tijd. Het zal gebeuren.
Ik ga tekst met tekst vergelijken en hoop zo een beetje inzicht in Openbaring te krijgen. Ik ga er niet vanuit dat deze studie volmaakt is.

Mijn bronnen voor deze studie zijn:
Het boek "DDeze profetie" van de schrijver C.H. Welch.
De studies van S. de Graaf Deel 10 en Deel 11
Een artikel over 'zegels, bazuinen en schalen' op de site “Levend Water”. 
De studie van Franklin ter Horst
De studie over Mattheus 24.
Het artikel "Openbaring in vogelvlucht" Deel 4 op de site "Amen".
"Indeling Openbaring 4:1-20:15 naar Zegels, Bazuinen en Schalen" op de site "Het levende ware woord". 

1 Hierna zag ik vier engelen staan op de vier hoeken van de aarde. Zij hielden de vier winden van de aarde tegen, opdat er geen wind zou waaien op de aarde, of op de zee of tegen enige boom.

Hierna zag ik. In de grondtekst staat: Nam ik waar. Het lijkt erop dat Johannes ook werkelijk ziet wat hij beschrijft en waarneemt. Dit verwijst naar Openbaring 1: 19Zie Openbaring 4: 1 en 6: 1.

Vier is een getal wat te maken heeft met de Drievuldigheid (Vader, Zoon en Geest) van God én de schepping, lees ik in het boek “Getallen in de Bijbel” geschreven door Dr. E.W. Bullinger. Het getal heeft hier te maken met de vier engelen en de windrichtingen. De invloed van deze vier engelen zou, vanwege de vier windrichtingen, wel eens de gehele schepping wereldwijd kunnen raken.  

Vier engelen. In de grondtekst staat: vier boodschappers. Zie ook Openbaring 1: 16.

Vier hoeken van de aarde. De vier richtingen op aarde zijn: Noord, oost, zuid en west. Hier in dit vers gaat het over de vier windrichtingen, zoals ook in Jeremia 49 en Ezechiël 7.

Jer.49: 34, 36 34 Hetgeen als het woord van de HEERE tot de profeet Jeremia gekomen is tegen Elam, aan het begin van het koningschap van Zedekia, koning van Juda: 36 Ik zal over Elam doen komen vier stormwinden, van de vier einden van de hemel, en Ik zal hen verstrooien naar al deze windstreken. Er zal geen volk zijn waarheen de verdrevenen uit Elam niet zullen komen.
Ez.7: 2 En u, mensenkind, zo zegt de Heere HEERE over het land van Israël: Het einde is gekomen, het einde over de vier hoeken van het land.

Tevens lees ik in Jeremia 49 over de verstrooiing van de Israëlieten. Daarentegen gaat het in Jesaja 11 en Mattheus 24: 31 over het bijeenbrengen van de verdrevenen van Israël uit de vier hoeken, oftewel de vier windstreken van de aarde. Mattheus 24: 29 geeft aan dat dit bijeenbrengen van de uitverkorenen, de Israëlieten, zal plaats vinden na de grote verdrukking. Het bijeenbrengen van de verzegelde Israëlieten zie ik als 'de opname'. Zo zie ik dat het verzegelen van de Israëlieten zijn nut bewijst en hen beschermt.

Jesaja 11: 12 Hij zal een banier omhoog heffen onder de heiden volken en Hij zal de verdrevenen van Israël verzamelen en zij die vanuit Juda overal verspreid zijn, bijeenbrengen van de vier hoeken van de aarde.
Mattheus 24: 29a, 31 29a En meteen na de verdrukking van die dagen, 31 En Hij zal Zijn engelen uitzenden onder luid bazuingeschal, en zij zullen Zijn uitverkorenen bijeenbrengen uit de vier windstreken, van het ene uiterste van de hemelen tot het andere uiterste ervan.

In vers 1 wordt de aarde drie keer genoemd. In de grondtekst staat: ges. Dit betekent: land, aarde. Meestal gaat 'ges' over een land of over het land Israël. Maar omdat ik in Mattheus 24: 31 lees dat de verzegelden pas na de grote verdrukking bijeen verzameld zullen worden, uit de vier windstreken van de aarde, kan het hier ook om andere landen gaan. Voor God is de plaats van wonen geen belemmering om de Israëlieten te verzegelen.

Vier winden of windstreken; zie Mattheus 24: 31. In vers 1 houden de vier engelen de vier winden van de aarde tegen zodat er geen wind zou waaien. Waarom de vier engelen op de vier hoeken van de aarde de winden tegen moeten houden en nog geen schade mogen aanbrengen aan de aarde, of op de zee of tegen enige boom lees ik in vers 3. De dienaren van God moeten nog verzegeld worden.

Na dit verzegelen zullen de oordelen losbarsten zo zie ik in Openbaring 8: 6 – 13, waar de eerste vier engelen schade aanrichten in:
vers 7: aan de aarde, zoals de bomen en het gras,
vers 8: aan de zee, zoals het water, vissen en schepen,
vers 10: aan de rivieren en wateren en de zon,
vers 12: aan de zon, maan en sterren.

Ook in Openbaring 9: 14 en 15 lees ik over oordelen van vier engelen. Zij komen om te doden.
Openb.9: 14, 15 14 Die zei tegen de zesde engel die de bazuin had: Maak de vier engelen los die gebonden zijn bij de grote rivier, de Eufraat. 15 En de vier engelen werden losgemaakt. Zij waren in gereedheid gehouden tegen het uur en de dag en de maand en het jaar dat zij het derde deel van de mensen zouden doden.

2 En ik zag een andere engel opkomen van waar de zon opgaat, met het zegel van de levende God. En hij riep met luide stem tegen de vier engelen aan wie het gegeven was de aarde en de zee schade toe te brengen,
3 en zei: Breng geen schade toe aan de aarde, en ook niet aan de zee en de bomen, totdat wij de dienaren van onze God aan hun voorhoofd verzegeld hebben.

Een andere engel. Deze engel krijgt een speciale vermelding. Het is een andere engel waardoor hij zich onderscheidt van de vier engelen uit vers 1. De andere engel kom ik ook tegen in Openbaring 8: 3, 5 en in vers 6 zie ik dat deze andere engel het startsein geeft voor zeven engelen met zeven bazuinen die zich klaarmaken om te bazuinen. De eerste vier engelen met bazuinen zouden de vier engelen uit vers 1 in kunnen zijn die hier nog tegen worden gehouden.

Openb.8: 3, 5, 6 3 En er kwam een andere engel, die met een gouden wierookvat bij het altaar ging staan. Aan hem werd veel reukwerk gegeven, opdat hij dat samen met de gebeden van alle heiligen op het gouden altaar vóór de troon zou leggen. 5 En de engel nam het wierookvat en vulde dat met het vuur van het altaar en wierp het op de aarde, en er kwamen stemmen, donderslagen, bliksemstralen en een aardbeving. 6 En de zeven engelen die de zeven bazuinen hadden, gingen zich gereedmaken om op de bazuin te blazen.

Deze andere engel kom ik ook tegen in Openbaring 18: 1. Of het om één en dezelfde engel gaat is mij niet helemaal duidelijk. Maar het is wel een engel met grote macht. Openb.18: 1 Hierna zag ik een andere engel neerdalen uit de hemel. Hij had grote macht, en de aarde werd verlicht door zijn heerlijkheid.
Deze grote macht is tevens te zien aan het zegel van de levende God wat de andere engel heeft. Bovendien spreekt hij met luide stem, zie Openbaring 1: 10.

Van waar de zon opgaat. Uit het oosten komt de heerlijkheid van God en het is de plaats voor Gods troon. Ezechiël 43: 2, 4, 7a 2 En zie, de heerlijkheid van de God van Israël kwam uit de richting van het oosten, en Zijn geluid was als het bruisen van machtige wateren, en de aarde werd verlicht vanwege Zijn heerlijkheid. 4 En de heerlijkheid van de HEERE kwam het huis binnen via de poort die op het oosten uitzag. 7a en Hij zei tegen mij: Mensenkind, dit is de plaats van Mijn troon,

Wie het gegeven was de aarde en de zee schade toe te brengen. De vier engelen moeten de vier winden tegenhouden zodat er geen schade aan de aarde, zee of boom zal komen. Deze vier engelen kunnen dus wel schade toebrengen. Die macht hebben ze blijkbaar, maar de andere engel weerhoudt hun daar nog van totdat de dienaren van onze God aan hun voorhoofd verzegeld zijn.

De dienaren (in de grondtekst staat: slaven 'doulos') van God zijn de Israëlieten. Zij zullen aan hun voorhoofden verzegeld worden. In Openbaring 9: 4 / 14: 1 en 22: 4 lees ik over dezelfde verzegeling. Ook in Openbaring 13: 16 lees ik over een verzegeling, maar daar gaat het over de verzegeling van het beest die gegeven wordt aan de rechterhand of aan het voorhoofd.
In Ezechiël 9: 4 – 6b vind ook een verzegeling plaats die degene met het merkteken zal bewaren voor de dood. Paulus bemoedigend de gelovigen in 1 Thessalonicenzen 5: 23 en 2 Thessalonicenzen 3: 3 met dezelfde bewaring.

Ezechiël 9: 4 – 6b 4 En de HEERE zei tegen Hem: Trek midden door de stad, midden door Jeruzalem, en zet een merkteken op de voorhoofden van de mannen die zuchten en kermen over al de gruweldaden die in het midden ervan gedaan worden. 5 Maar tegen die andere mannen zei Hij ten aanhoren van mij: Trek achter hem aan door de stad, en dood! Ontzie niemand en heb geen medelijden. 6b Raak echter niemand aan op wie het merkteken is.

1 Thess.5: 23 En moge de God van de vrede Zelf u geheel en al heiligen, en mogen uw geheel oprechte geest, de ziel en het lichaam onberispelijk bewaard worden bij de komst van onze Heere Jezus Christus.
2 Thess.3: 3 Maar de Heere is getrouw, Die u zal versterken en bewaren voor de boze.

4 En ik hoorde het aantal van hen die verzegeld waren: honderd vierenveertigduizend waren er verzegeld uit alle stammen van de Israëlieten.

Honderd vierenveertigduizend. In het boek “Getallen in de Bijbel” geschreven door Dr. E.W. Bullinger en op de site van S. de Graaf lees ik over dit getal. 144000 is 12x12x10x10x10. Het getal 12 duidt op Israël en het getal 10 op volheid.
Deze 144000 Israëlieten zijn de eerstelingen zo lees ik in: 

Openbaring 14: 1, 3, 4 1 En ik zag, en zie, het Lam stond op de berg Sion, en bij Hem honderd vieren veertigduizend mensen met op hun voorhoofd de Naam van Zijn Vader geschreven. 3 En zij zongen als een nieuw lied vóór de troon, vóór de vier dieren en de ouderlingen. En niemand kon dat lied leren behalve de honderd vierenveertigduizend, die van de aarde gekocht waren. 4 Zij zijn het die niet met vrouwen bevlekt zijn, want zij zijn maagden. Dezen zijn het die het Lam volgen waar Het ook naartoe gaat. Dezen zijn gekocht uit de mensen, als eerstelingen voor God en het Lam.

Deze eerstelingen kom ik ook tegen in Romeinen 8: 23, 11: 16 en Jacobus 1: 18. in Openbaring 14: 4 lees ik dat het maagden zijn wat duidt op reinheid.
In Hebreeën 12 : 22 – 24 gaat het over de gemeente van de eerstgeboren (eerstelingen) die gekomen zijn tot de berg Sion en tot de middelaar van het Nieuwe Verbond. Hebreeën verbindt zich dus met Openbaring 14. Het gaat over dezelfde groep en over dezelfde situatie. De eerstelingen zijn genaderd tot het hemelse Jeruzalem. Deze stad zal in Openbaring 21 uit de hemel neer dalen als een bruid. Ik geloof dat hier het plaatje van de eerstelingen rond is. Zij zullen de bruid van Christus zijn.

Hebr.12: 22 -24 22 Maar u bent genaderd tot de berg Sion en tot de stad van de levende God, tot het hemelse Jeruzalem en tot tienduizendtallen van engelen, 23 tot een feestelijke vergadering en de gemeente van de eerstgeborenen, die in de hemelen opgeschreven zijn, en tot God, de Rechter over allen, en tot de geesten van de rechtvaardigen, die tot volmaaktheid zijn gekomen, 24 en tot de Middelaar van het nieuwe verbond, Jezus,
Openbaring 21: 2 En ik, Johannes, zag de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem, neerdalen van God uit de hemel, gereedgemaakt als een bruid die voor haar man sierlijk gemaakt is.

Uit alle stammen van de Israëlieten. In de grondtekst staat: vanuit elke stam van zonen (van) Israël. Het gaat hier om nakomelingen van Jacob.
Genesis 32: 28 Toen zei Hij: Uw naam zal voortaan niet meer Jakob luiden, maar Israël, want u hebt met God en met mensen gestreden, en hebt overwonnen.

5 Uit de stam Juda waren er twaalfduizend verzegeld, uit de stam Ruben waren er twaalfduizend verzegeld, uit de stam Gad waren er twaalfduizend verzegeld,

Twaalfduizend. Het getal 12 duidt op Israël en het getal 10 op volheid. 12000 is 10x12x10x10.
Juda wordt hier als eerste genoemd terwijl Ruben de eerstgeborene is. De reden daarvoor is dat Christus uit de stam van Juda geboren is. Dat lees ik in Mattheus 1: 1 - 16 en Lukas 3: 23 – 38. Zie ook Openbaring 5: 5.

6 uit de stam Aser waren er twaalfduizend verzegeld, uit de stam Naftali waren er twaalfduizend verzegeld, uit de stam Manasse waren er twaalfduizend verzegeld,

Manasse was de eerstgeborene van Jozef, maar kreeg de zegen van Jakob met de linkerhand. Efraïm kreeg de zegen van de rechterhand; Genesis 48. Toch wordt Manasse hier genoemd voor de verzegeling en niet Efraïm. Dit is omdat Efraïm staat voor de tien stammen in hun zondige staat. Lees Hosea 5 en:

Psalm 78: 9 – 11, 67 9 De zonen van Efraïm, gewapende boogschutters, keerden om op de dag van de strijd. 10 Zij namen Gods verbond niet in acht en weigerden te wandelen in Zijn wet. 11 Zij vergaten Zijn daden en Zijn wonderen, die Hij hun had laten zien. 67 Hij verwierp de tent van Jozef, de stam Efraïm verkoos Hij niet.

7 uit de stam Simeon waren er twaalfduizend verzegeld, uit de stam Levi waren er twaalfduizend verzegeld, uit de stam Issaschar waren er twaalfduizend verzegeld,

Levi, het geslacht van de priesters, wordt hier wel genoemd, terwijl het geen erfdeel heeft. Voor de verzegeling hier in Openbaring maakt dat niet uit want hier gaat het juist om het priesterschap:
Openbaring 1: 6 en Die ons gemaakt heeft tot koningen en priesters voor God en Zijn Vader, Hem zij de heerlijkheid en de kracht in alle eeuwigheid. Amen.
Openbaring 20: 6 Zalig en heilig is hij die deel heeft aan de eerste opstanding. Over hen heeft de tweede dood geen macht, maar zij zullen priesters van God en van Christus zijn, en zij zullen met Hem als koningen regeren, duizend jaar lang.
Jozua 18: 7a Want de Levieten hebben geen deel in uw midden, maar het priesterschap van de HEERE is hun erfelijk bezit.

8 uit de stam Zebulon waren er twaalfduizend verzegeld, uit de stam Jozef waren er twaalfduizend verzegeld, en uit de stam Benjamin waren er twaalfduizend verzegeld.

Dan wordt niet genoemd in deze rij. Hij was de eerste stam die na het binnengaan van het beloofde land afgoden oprichtte. Om toch aan 12 stammen te komen wordt uit de stam van Jozef ook zijn oudste zoon Manasse genoemd, zie vers 6.

9 Hierna zag ik en zie, een grote menigte, die niemand tellen kon, uit alle naties, stammen, volken en talen, stond vóór de troon en vóór het Lam, bekleed met witte gewaden en palmtakken in hun hand.

Hierna zag ik en zie. In de grondtekst staat: Ik nam waar en neem waarZie vers 1.

Wie is deze grote menigte? In het Nieuwe Testament lees ik 28 x over een 'grote menigte', namelijk 22 x in de evangeliën, 3 x in Handelingen en 3 x in Openbaring. Dat legt direct een verband met de Joden en Israëlieten die in deze boeken de hoofdpersonen zijn.

Markus 6: 34 En toen Jezus uit het schip ging, zag Hij een grote menigte en was innerlijk met ontferming bewogen over hen, want zij waren als schapen die geen herder hebben; en Hij begon hun veel dingen te onderwijzen. Johannes 12: 9 Een grote menigte dan van de Joden kwam te weten dat Hij daar was;

Deze grote menigte verwijst ook naar Jesaja 11: 11 en 12, waarvan ik vers 12 al heb aangehaald in vers 1. Het gaat daar eveneens over de Israëlieten en Joden uit diverse landen.

Jes.11: 11, 12 11 En het zal op die dag gebeuren dat de Heere opnieuw, voor de tweede keer, met Zijn hand de rest van Zijn volk zal verwerven, die overgebleven zal zijn in Assyrië en Egypte, in Pathros, Cusj, Elam, en in Sinear, Hamath en op de eilanden in de zee. 12 Hij zal een banier omhoog heffen onder de heiden volken en Hij zal de verdrevenen van Israël verzamelen en zij die vanuit Juda overal verspreid zijn, bijeenbrengen van de vier hoeken van de aarde.

Deze menigte komt uit alle naties, stammen, volken en talen. Dit doet mij denken aan: Handelingen 2: 5 Nu woonden er Joden in Jeruzalem, godvrezende mannen uit alle volken die er onder de hemel zijn.

Het gaat dus om gelovigen uit alle naties. In de grondtekst staat: vanuit. Vanuit wil meer zeggen 'er tussen uit'.
Deze grote menigte zal, voor zover ik het kan zien, apart van de 144000 verzegelden tot geloof komen. De grote menigte wordt tussen de volkeren uit gehaald en verzameld. Daarom geloof ik dat het hier in eerste instantie gaat om verstrooide Israëlieten. Zij zullen verzameld worden vanuit alle werelddelen en krijgen gelijk te maken met de grote verdrukking.

Ook moet ik hierbij denken aan Openbaring 5: 9 en 10. Daar staan, tijdens de 1e blik in de hemel, de vermoorde heiligen voor de troon van God. Ook zij komen uit uit elke stam, taal, volk en natie. Zij zullen als koningen en priesters regeren over de aarde. Zie verder het commentaar bij Openbaring 5: 10. Openb.5: 9, 10 9 En zij zongen een nieuw lied en zeiden: U bent het waard om de boekrol te nemen en zijn zegels te openen, want U bent geslacht en hebt ons voor God gekocht met Uw bloed, uit elke stam, taal, volk en natie. 10 En U hebt ons voor onze God gemaakt tot koningen en priesters, en wij zullen als koningen regeren over de aarde.

In Jesaja 66: 18 en 19 lees ik dat tevens de heiden volken door God niet vergeten worden. Zij zullen ook een teken ontvangen en de Israëlieten zullen als boden, als koningen en priesters, naar de heiden volken gezonden worden.

Jesaja 66: 18, 19 18 Ik ken hun werken en hun gedachten! De tijd komt dat Ik alle heiden volken en talen bijeen zal brengen. En zij zullen komen en Mijn heerlijkheid zien. 19 En Ik zal een teken op hen aanbrengen: Ik zal uit hen die aan het gericht ontkomen zijn, boden zenden naar de heiden volken, … Zij zullen Mijn heerlijkheid onder de heiden volken verkondigen.

Die niemand tellen kan. In de Bijbel staan een aantal teksten die gaan over het talrijke nageslacht van Abraham. Ik heb er drie uit Genesis en één uit de Hebreeën brief hier onder aangehaald. Het zand en de sterren zijn ontelbaar alhoewel met tegenwoordig een heel aantal sterren wel in kaart heeft gebracht. Maar ik denk dat het om het beeld gaat. Er zullen zeer veel volgelingen, Israëlieten dus, van Abraham zijn.

Gen.22: 17 zal Ik u zeker rijk zegenen en uw nageslacht zeer talrijk maken, als de sterren aan de hemel en als het zand dat aan de oever van de zee is.
Gen.26: 4 Ik zal uw nageslacht zo talrijk maken als de sterren aan de hemel en uw nageslacht al deze landen geven. In uw nageslacht zullen alle volken van de aarde gezegend worden,
Gen.32: 12 U hebt immers gezegd: Ik zal u zéker weldoen en Ik zal uw nageslacht maken als het zand van de zee, dat vanwege de menigte niet geteld kan worden!
Hebr.11: 12 Daarom zijn er zelfs uit één man en dat uit iemand wiens kracht al gestorven was, zovelen geboren als de sterren van de hemel in menigte en als het zand op het strand van de zee, dat niet te tellen is.

En door de Israëlieten zullen ook alle volken gezegend worden, zo lees ik in Genesis 26: 4 en in Galaten 3: 14 en 29. In die zin is het tevens mogelijk dat er onder de schare voor de troon van God gelovigen uit de volken zijn die door het getuigenis van de Israëlieten tot geloof zullen zijn gekomen. Deze gelovigen behoren niet tot het Lichaam van Christus. Want het Lichaam van Christus komt niet door middel van de Israëlieten tot geloof, want Israël was in Handelingen 28 Lo-Ammie geworden en is dat nog steeds.

Galaten 3: 13, 14, 29 13 Christus heeft ons vrijgekocht van de vloek van de wet door voor ons een vloek te worden, want er staat geschreven: Vervloekt is ieder die aan een hout hangt, 14 opdat de zegen van Abraham in Christus Jezus tot de heidenen zou komen, en opdat wij de belofte van de Geest zouden ontvangen door het geloof. 29 En als u van Christus bent, dan bent u Abrahams nageslacht en overeenkomstig de belofte erfgenamen.

Hand.28: 26 – 28 26 Ga naar dit volk toe en zeg: Met het gehoor zult u horen, maar beslist niet begrijpen, en ziende zult u zien, maar beslist niet opmerken, 27 want het hart van dit volk is vet geworden en zij hebben met de oren slecht gehoord, en hun ogen hebben zij dichtgedaan, opdat zij niet op enig moment met de ogen zouden zien en met de oren horen en met het hart begrijpen, en zij zich zouden bekeren en Ik hen zou genezen. 28 Laat het u dan bekend zijn dat de zaligheid van God aan de heidenen gezonden is, en die zullen luisteren.
Stond vóór de troon en vóór het Lam. Johannes beschrijft hier de 2e blik in de hemel. In Openbaring 4 en 5 lees ik veel over de troon van God. Dat is tijdens de 1e blik in de hemel.

Bekleed met witte gewaden. In de grondtekst staat: omhuld zijnde gewaden witte. Onder deze woorden staat: rondom werpen, omwerpen, omhullende, stellende gewaad, wit. Gewaad is hier in het Grieks 'stolas'. In dat woord herken ik de stola. Die gooi ik om me heen als ik het koud heb. Ik zou hier dus kunnen zeggen dat de grote menigte dit witte gewaad niet zelf hebben aangetrokken. Het is om hun heen geworpen. Ik denk dit mede op grond van vers 13 waar staat dat 'dezen bekleed zijn'. Dit zelfde woord 'stolas' komt verder nog voor in Openbaring 6: 11.

Zie voor witte kleren: Openbaring 3: 4, 5 en 18. Daar staat in de grondtekst geen 'sotlas' maar 'himatia'. Het wordt in de Herziene Statenvertaling niet vertaald door 'gewaden' maar door 'kleren'. Het gaat dus duidelijk om een ander soort kledingstuk. In de Statenvertaling Vertaling zie ik het verschil niet tussen kleren en gewaden. De Statenvertaling vertaald beide woorden door 'klederen'. In het boek "Deze profetie" van de schrijver C.H. Welch staat dat gewaden in de Bijbel te maken hebben met martelaarschap en de beloning daarvoor.

Palmtakken werden gebruikt tijdens het loofhuttenfeest zie:

Leviticus 23: 1, 2, 39 – 43 1 De HEERE sprak tot Mozes: 2 Spreek tot de Israëlieten en zeg tegen hen: De feestdagen van de HEERE, die u moet uitroepen, zijn heilige samenkomsten. Dit zijn Mijn feestdagen: 39 Maar vanaf de vijftiende dag van de zevende maand, wanneer u de opbrengst van het land ingezameld hebt, moet u het feest van de HEERE zeven dagen lang vieren. Op de eerste dag is het rustdag en op de achtste dag is het rustdag. 40 Op de eerste dag moet u voor uzelf vruchten van sierlijke bomen, takken van palmbomen, takken van loofbomen en van beekwilgen nemen, en u moet zich zeven dagen lang voor het aangezicht van de HEERE, uw God, verblijden. 41 Dat feest voor de HEERE moet u per jaar zeven dagen lang vieren. Het is een eeuwige verordening, al uw generaties door. In de zevende maand moet u het vieren. 42 Zeven dagen moet u in de loofhutten wonen. Alle ingezetenen van Israël moeten in loofhutten wonen, 43 zodat de generaties na u weten dat Ik de Israëlieten in loofhutten liet wonen, toen Ik hen uit het land Egypte geleid heb. Ik ben de HEERE, uw God.

10 En zij riepen met een luide stem: De zaligheid is van onze God, Die op de troon zit, en van het Lam!
11 En alle engelen stonden rondom de troon, de ouderlingen en de vier dieren. Zij wierpen zich vóór de troon neer met hun gezicht ter aarde en aanbaden God,
12 en zeiden: Amen. De lofprijzing, de heerlijkheid, de wijsheid, de dankzegging, de eer, de kracht en de sterkte is aan onze God tot in alle eeuwigheid. Amen.

De grote menigte riep met een luide stem. In de grondtekst staat: en zij schreeuwden met grote (megalê) stem. De grote menigte in witte gewaden en met palmtakken brengt luidruchtig God de eer.
Ze riepen “dzaligheid is van onze God”. Zaligheid kom ik ook tegen in Openbaring 12: 10 en 19: 1. In de grondtekst staat: de redding (sôtêria). Ik sluit mij persoonlijk aan bij deze stemmen! De redding is van God.

Alle engelen staan rondom de troon waarop God zit. Zij zijn dienende wezens lees ik in:
Hebreeën 1:13, 14 13 En tegen wie van de engelen heeft Hij ooit gezegd: Zit aan Mijn rechterhand, totdat Ik Uw vijanden neergelegd heb als een voetbank voor Uw voeten? 14 Zijn zij niet allen dienende geesten, die uitgezonden worden ten dienste van hen die de zaligheid zullen beërven?

Hier zie ik dat engelen de grote menigte zullen dienen, want zij hebben de zaligheid geërfd. En in 1 Korinthe 6: 3 lees ik dat de gelovigen die bestemd zijn om het Koninkrijk van God te beërven engelen zullen oordelen.
1 Korinthe 6: 3 Weet u niet dat wij engelen zullen oordelen? Hoeveel te meer dan alledaagse dingen?

De troon. Zie vers 9. Johannes ziet God hier op de troon zitten. Het is mij niet helemaal duidelijk waar de ouderlingen en de vier dieren zich bevinden. In Openbaring 5: 11a zie ik de engelen rondom de troon van de de dieren en de ouderlingen. Ik ga er dan maar vanuit dat dit ook hier zo zal zijn. Openb.11a En ik zag, en hoorde een geluid van vele engelen rondom de troon, van de dieren en van de ouderlingen.

De engelen aanbidden God en het Lam met zeven woorden. Voor elk van deze aanbiddingsterm staat het lidwoord 'de'. Dat betekent dat deze aanbidding God volkomen toekomt. In Openbaring 4: 8, 10, 11 en 5: 8 – 12, tijdens de 1e Blik in de hemel, lees ik ook over die aanbidding.

De heerlijkheid, de eer, de kracht: In Openbaring 4: 10 en 11 spreken de ouderlingen dezelfde aanbidding uit. Christus is capabel om de heerlijkheid, de eer en de kracht te ontvangen omdat Hij alle dingen heeft geschapen.

De heerlijkheid, de eer, de dankzegging, de sterkte: In Openbaring 5: 12 prijzen vele engelen, met luide stem, het Lam met dezelfde woorden van aanbidding.

De lofprijzingPsalm 147: 1 Halleluja! Het is immers goed om voor onze God psalmen te zingen, want dat is lieflijk. Hem past een lofzang!

De wijsheidJacobus 3: 17 Maar de wijsheid die van boven is, is ten eerste rein, vervolgens vreedzaam, welwillend, voor rede vatbaar, vol barmhartigheid en goede vruchten, onpartijdig en ongeveinsd.
1 Korinthe 1: 14 Maar voor hen die geroepen zijn, zowel Joden als Grieken, prediken wij Christus, de kracht van God en de wijsheid van God.

In Openbaring 5: 8 en 9 zingen de vierentwintig ouderlingen en de vier dieren een nieuw lied voor Het Lam. Deze aanbidding wordt met luide stem aangevuld, in vers 11 en 12, door 'tienduizenden tienduizendtallen en duizenden duizendtallen' engelen. In vers 13 wordt de aanbidding nog eens bijgevallen door “elk schepsel dat in de hemel, op de aarde, onder de aarde en op de zee is, en alles wat daarin is”. Maar in deze verzen is het eerst de grote menigte die God aanbidt vanwege Zijn redding. Dit wordt gevolgd door de zevenvoudige aanbidding van de engelen, de ouderlingen en de vier dieren.

Tot in alle eeuwigheid. In de grondtekst staat: tot in de aeonen van de aeonen. Het betekent: tot in de eeuw van de eeuw. Het hoeft niet te betekenen dat het voor altijd is. Het duurt zolang er eeuwen zijn en tijd is.
Deze uitdrukking komt 13 keer voor in Openbaring. Zie Openbaring 1: 6 en 18, Openbaring 4: 9 en 10 en Openbaring 5 : 13 en 14.

Amen: Het is zo.

13 En een van de ouderlingen antwoordde en zei tegen mij: Dezen, die bekleed zijn met witte gewaden, wie zijn zij en waar zijn zij vandaan gekomen?
14 En ik zei tegen hem: U weet het, mijn heer. En hij zei tegen mij: Dezen zijn het die uit de grote verdrukking komen; en zij hebben hun gewaden gewassen en ze hebben hun gewaden wit gemaakt in het bloed van het Lam.

Een van de ouderlingen antwoordde en zei tegen mij. Eén van de 24 ouderlingen stelt Johannes een vraag. Daarna geeft hij antwoord op zijn eigen vraag. Dit is een Joodse gewoonte. Ik zie hetzelfde in: Ezechiël 37: 1, 2, 4 1 De hand van de HEERE was op mij, en de HEERE bracht mij in de geest naar buiten en zette mij neer, midden in een vallei. Die lag vol beenderen. 3 Hij zei tegen mij: Mensenkind, zullen deze beenderen tot leven komen? En ik zei: Heere HEERE, weet het! 4 Toen zei Hij tegen mij: Profeteer tegen deze beenderen en zeg tegen ze: Dorre beenderen, hoor het woord van de HEERE.

Witte gewaden. Zie vers 9.

Wie zijn zij en waar zijn zij vandaan gekomen? In vers 9 heb ik uitgelegd dat de grote menigte de Israëlieten zijn. Dit wordt bevestigd door de de uitleg in dit vers. Degenen zullen namelijk uit de grote verdrukking komen. Deze grote verdrukking heeft alles te maken met de gruwel van de verwoesting in Mattheus 24: 15, de grote benauwdheid in Daniël 12: 1 en de tijd van benauwdheid in Jeremia 30: 7.

Matth.24: 15 Wanneer u dan de gruwel van de verwoesting, waarvan gesproken is door de profeet Daniël, zult zien staan op de heilige plaats laat hij die het leest, daarop letten!
Dan.12: 1 In die tijd zal Michaël opstaan, de grote vorst, hij die uw volksgenoten bijstaat. Het zal een benauwde tijd zijn, zoals er niet geweest is sinds er een volk is geweest tot op die tijd. In die tijd zal uw volk ontkomen: ieder die gevonden wordt, opgeschreven in het boek.
Jer.30: 7 Wee! Want die dag is groot, er is er geen als hij. Het is een tijd van benauwdheid voor Jakob, toch zal hij daaruit verlost worden.

De grote menigte kan in ieder geval 'De Gemeente Het Lichaam van Christus' niet zijn. Degenen die geloven in 'de opname' van de Gemeente voor de grote verdrukking zullen dit met mij eens zijn. Nu geloof ik niet in een 'opname' voor de Gemeente maar desondanks geloof ik ook niet dat deze grote menigte 'De Gemeente' is. De Gemeente is reeds, door 'de uitopstanding' in de hemel als dit moment in Openbaring zal zijn gekomen. Als het tijdperk van de komst van het Koninkrijk is aangebroken zal het volk Israël centraal staan.

In het bloed van het Lam. Zie Openbaring 1: 5.
Rom.5: 9 Veel meer dan zullen wij, nu wij gerechtvaardigd zijn door Zijn bloed, door Hem behouden worden van de toorn.

Hebreeën 9: 11 – 14 11 Maar toen is Christus verschenen, de Hogepriester van de toekomstige heilsgoederen. Hij is door de meerdere en meer volmaakte tabernakel gegaan, die niet met handen is gemaakt, dat is: die niet van deze schepping is. 12 Hij is niet door bloed van bokken en kalveren, maar door Zijn eigen bloed voor eens en altijd binnengegaan in het heiligdom en heeft daardoor een eeuwige verlossing teweeggebracht. 13 Want als het bloed van stieren en bokken en de as van de jonge koe, op de verontreinigden gesprenkeld, hen heiligt tot reinheid van het vlees, 14 hoeveel te meer zal het bloed van Christus, Die door de eeuwige Geest Zichzelf smetteloos aan God geofferd heeft, uw geweten reinigen van dode werken om de levende God te dienen!

Het Bloed van Christus heeft gevloeid aan het kruis van Golgotha en door het geloof in dit offer van Christus kunnen de gewaden gewassen en wit gemaakt worden. Zie vers 9 en ook: Openbaring 12: 11 En zij hebben hem overwonnen door het bloed van het Lam en door het woord van hun getuigenis, en zij hebben hun leven niet liefgehad tot in de dood.

Zonder het bloed van het lam is er geen zaligheid (vers 10) en redding. Het leven zit in het bloed lees ik in Genesis 9: 4 en het bloed, van een lammetje, aan de deurpost was de redding van het volk Israël in Exodus 12.
Genesis 9: 4 Maar vlees met zijn leven, zijn bloed, er nog in mag u niet eten.
Exodus 12: 13 En het bloed zal u tot een teken zijn aan de huizen waarin u verblijft. Als Ik het bloed zie, zal Ik u voorbijgaan en er zal geen plaag onder u zijn die verderf teweegbrengt, als Ik het land Egypte zal treffen.

In de evangeliën sprak de Here Jezus over het bloed van het Nieuwe Verbond. Dit verbond zal in de toekomst met Israël worden gesloten. Maar dat kan alleen op grond van het wit wassen van de gewaden.
Mattheus 26: 27, 28 27 Hij nam ook de drinkbeker en nadat Hij gedankt had, gaf Hij hun die, en zei: Drink allen daaruit, 28 want dit is Mijn bloed, het bloed van het nieuwe verbond, dat voor velen vergoten wordt tot vergeving van zonden.

Het bloed van Christus is leven voor mensen in alle bedelingen. Maar er is wel een verschil, in deze bedelingen, in de benadering van God naar mensen toe. Vergelijk Jesaja 1: 16 en 17 met Efeze 1: 7. In Jesaja moeten de mensen zelf het kwaad weg doen. En dat klopt helemaal omdat de Israëlieten in Exodus 19: 7 en 8 belooft hadden dat zij de wet konden gehoorzamen. Maar in Efeze is het volbracht. Dit op grond van Hebreeën 9: 11 en 12.

Jesaja 1: 16, 17 16 Was u, reinig u! Doe uw slechte daden van voor Mijn ogen weg! Houd op met kwaad doen, 17 leer goed te doen, zoek het recht!
Efeze 1: 7 In Hem hebben wij de verlossing, door Zijn bloed, namelijk de vergeving van de overtredingen, overeenkomstig de rijkdom van Zijn genade,

15 Daarom zijn zij vóór de troon van God, en dienen Hem dag en nacht in Zijn tempel. En Hij Die op de troon zit, zal Zijn tent over hen uitspreiden.

De troon. Zie vers 9. Hebreeën 8: 1 De hoofdzaak nu van de dingen waarover wij spreken, is dit: Zo'n Hogepriester hebben wij, Eén Die Zich heeft gezet aan de rechterhand van de troon van de Majesteit in de hemelen.

Dienen HemHebreeën 8: 5a Deze priesters doen dienst in een afbeelding en schaduw van de hemelse dingen,
Het is mooi te zien dat de teksten uit de Hebreeën brief zo goed bij vers 15 passen. De Hebreeën brief is expliciet geschreven aan de Hebreeën, Israëlieten dus. Zij hebben alles te maken met de troon van God en het dienen in de tempel. Het is ook bijzonder om deze verzen 
te vergelijken met Openbaring 22: 1 – 5.

Openb.22: 1 – 5 1 En hij liet mij een zuivere rivier zien, van het water des levens, helder als kristal, die uit de troon van God en van het Lam kwam. 2 In het midden van haar straat en aan de ene en de andere zijde van de rivier bevond zich de Boom des levens, die twaalf vruchten voortbrengt van maand tot maand geeft Hij Zijn vrucht. En de bladeren van de boom zijn tot genezing van de heiden volken. En geen enkele vervloeking zal er meer zijn. En de troon van God en van het Lam zal daar zijn, en Zijn dienstknechten zullen Hem dienen, 4 en zullen Zijn aangezicht zien, en Zijn Naam zal op hun voorhoofd zijn. 5 En daar zal geen nacht zijn, en zij hebben geen lamp en ook geen zonlicht nodig, want de Heere God verlicht hen. En zij zullen als koningen regeren in alle eeuwigheid.

Dag en nacht. In Openbaring 7: 15 zal de grote menigte God dag en nacht dienen. In Openbaring 21: 23 en 25 en in Openbaring 22: 5 zal, tijdens de bedeling van de nieuwe hemel en aarde, de nacht verdwenen zijn.

Openb.21: 23, 25 23 En de stad heeft de zon en de maan niet nodig om haar te beschijnen, want de heerlijkheid van God verlicht haar, en het Lam is haar lamp. 25 En haar poorten zullen overdag nooit gesloten worden, want daar zal geen nacht zijn.

In Zijn tempel. In Openbaring 11:19, 14:17, 15:5 – 8, 16:1 en 17 is er nog een tempel in de hemel. Maar ik lees in: Openbaring 21:22 Ik zag geen tempel in haar, want de Heere, de almachtige God, is haar tempel, en het Lam.

En Hij Die op de troon zit. Ik neem aan dat het hier God is die op de troon zit. Want in vers 17 staat dat het Lam in het midden van de troon is. Dit dilemma had ik ook in Openbaring 5: 

Openb.5: 1a, 6a, 7 1a En ik zag in de rechterhand van Hem Die op de troon zat, een boekrol, 6a En ik zag, en zie: te midden van de troon en van de vier dieren en te midden van de ouderlingen stond een Lam als geslacht, 7 En Het kwam, en heeft de boekrol genomen uit de rechterhand van Hem Die op de troon zat.

God is hier in rust. Zij werk zal worden uitgevoerd door engelen en uiteindelijk door Christus.

Zijn tent over hen uitspreiden. In de grondtekst staat: En degene zittende op de troon zal in een tent wonen boven hen.

Dit doet mij denken aan Exodus 40: 34 Toen overdekte de wolk de tent van ontmoeting, en de heerlijkheid van de HEERE vervulde de tabernakel,

In de Statenvertaling staat: “en Die op den troon zit, zal hen overschaduwen”. God zal de grote menigte beschermen en bij hen wonen. In het Oude Testament deed Hij dat door de wolk en hier in een tent.

Openbaring 21: 3 En ik hoorde een luide stem uit de hemel zeggen: Zie, de tent van God is bij de mensen en Hij zal bij hen wonen, en zij zullen Zijn volk zijn, en God Zelf zal bij hen zijn en hun God zijn.

16 Zij zullen geen honger of dorst meer hebben, en geen zonnesteek of enige hitte zal hen treffen.

Jesaja 49: 10a Zij zullen geen honger hebben of dorst lijden, hitte en zon zullen hen niet steken,
Mattheus 5: 6 Zalig zijn zij die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden. (Uit de Bergrede)
Johannes 6: 35 En Jezus zei tegen hen: Ik ben het Brood des levens; wie tot Mij komt, zal beslist geen honger hebben, en wie in Mij gelooft, zal nooit meer dorst hebben.

Hoe mooi sluiten deze teksten uit het Oude Testament en de evangeliën aan bij dit vers. Het zijn allemaal teksten die van toepassing zijn op de komst van het Koninkrijk der hemelen met Christus als zichtbare Koning.

In Openbaring 16: 8 en 9 zal het omgekeerde gebeuren onder invloed van de 4e engel die zijn schaal uitgiet op de zon zodat er een grote hitte zal zijn.
Openbaring 16: 8, 9 8 En de vierde engel goot zijn schaal uit over de zon, en haar werd macht gegeven de mensen te verzengen met vuur. 9 En de mensen werden verzengd door grote hitte. Maar zij lasterden de Naam van God, Die macht heeft over deze plagen, en zij bekeerden zich niet om Hem eer te geven.

17 Want het Lam, Dat in het midden van de troon is, zal hen weiden en zal hen geleiden naar de levende waterbronnen. En God zal alle tranen van hun ogen afwissen.

Hebreeën 4: 14 – 16 14 Nu wij dan een grote Hogepriester hebben, Die de hemelen is doorgegaan, namelijk Jezus, de Zoon van God, laten wij aan deze belijdenis vasthouden. 15 Want wij hebben geen Hogepriester Die geen medelijden kan hebben met onze zwakheden, maar Een Die in alles op dezelfde wijze als wij is verzocht, maar zonder zonde. 16 Laten wij dan met vrijmoedigheid naderen tot de troon van de genade, opdat wij barmhartigheid verkrijgen en genade vinden om geholpen te worden op het juiste tijdstip.

Hier, in dit vers, verblijft het Lam, Christus, nog in het midden van de troon. Maar hij zal de Israëlieten weiden en zal hen geleiden naar de levende waterbronnen. Zie ook Openbaring 22: 1 – 6. 

Verder lees ik over De Ontfermer, Herder, Alfa en de Omega en het levende water in:
Jesaja 49: 10b want hun Ontfermer zal hen leiden, Hij zal hen zachtjes leiden naar waterbronnen.
Ezechiël 34: 12 – 16 12 Zoals een herder op zoek gaat naar zijn kudde op de dag dat hij te midden van zijn verspreide schapen is, zo zal Ik op zoek gaan naar Mijn schapen. Ik zal ze redden uit alle plaatsen waarheen ze verspreid zijn op de dag van donkere wolken. 13 Ik zal ze uitleiden uit de volken, ze bijeenbrengen uit de landen en ze brengen naar hun land. Ik zal ze weiden op de bergen van Israël, bij de waterstromen en in alle bewoonbare plaatsen van het land. 15 Ik zal Zelf Mijn schapen weiden en Ik zal ze Zelf doen neerliggen, spreekt de Heere HEERE. 16 Het verlorene zal Ik zoeken, het afgedwaalde zal Ik terugbrengen, het gebrokene zal Ik verbinden, en het zieke zal Ik versterken, maar het welgedane en het sterke zal Ik wegvagen. Ik zal ze weiden zoals het hoort.

Johannes 10: 11, 14 – 16 11 Ik ben de goede Herder; de goede herder geeft zijn leven voor de schapen. 14 Ik ben de goede Herder en Ik ken de Mijnen en word door de Mijnen gekend, 15 zoals de Vader Mij kent en Ik de Vader ken; en Ik geef Mijn leven voor de schapen. 16 Ik heb nog andere schapen, die niet van deze schaapskooi zijn; ook die moet Ik binnenbrengen, en zij zullen Mijn stem horen en het zal worden één kudde en één Herder.

Johannes 7: 37, 38 37 En op de laatste, de grote dag van het feest, stond Jezus daar en riep: Als iemand dorst heeft, laat hij tot Mij komen en drinken. 38 Wie in Mij gelooft, zoals de Schrift zegt: Stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien.
Openbaring 21: 6 En Hij zei tegen mij: Het is geschied. Ik ben de Alfa en de Omega, het Begin en het Einde. Wie dorst heeft, zal Ik voor niets te drinken geven uit de bron van het water des levens.

En God zal alle tranen van hun ogen afwissen. Vers 17 zal uiteindelijk vervuld worden in Openbaring 21. En of de Israëlieten nu deel krijgen aan de nieuwe hemel, nieuwe aarde of het nieuwe Jeruzalem, vers 15 – 17 zal hun deel worden.

Openbaring 21: 4, 5 4 En God zal alle tranen van hun ogen afwissen, en de dood zal er niet meer zijn; ook geen rouw, jammerklacht of moeite zal er meer zijn. Want de eerste dingen zijn voorbijgegaan. 5 En Hij Die op de troon zit, zei: Zie, Ik maak alle dingen nieuw. En Hij zei tegen mij: Schrijf, want deze woorden zijn waarachtig en betrouwbaar.
Jesaja 25: 8 Hij zal de dood voor altijd verslinden, de Heere HEERE zal de tranen van alle gezichten afwissen en de smaad van Zijn volk wegnemen van heel de aarde, want de HEERE heeft gesproken.

Korte samenvatting.

In deze brief lees ik over de vier engelen die hun oordelende taak nog niet mogen uitvoeren omdat er uit alle stammen 144000 Israëlieten verzegeld zullen gaan worden. Als dat is gebeurd ziet Johannes een grote menigte voor de troon en voor het Lam, tijdens de 2e Blik in de hemelVoor zowel de 144000 als de grote menigte wacht er na de grote verdrukking een heerlijke toekomst beschreven in Openbaring 21 en 22. 

Terug naar: 
Openbaring 1Openbaring 2Openbaring 3, Openbaring 4
Openbaring 5, Openbaring 6, Openbaring 8,  
Openbaring 9, Openbaring 10 en Openbaring 11.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten