Inleiding

Is het zo belangrijk hoe we de Bijbel lezen? Mijn ervaring is van wel. Ik was bijna gestrand in de tegenstrijdigheden in Gods Woord en de verschillende uitleggingen daarover. Staan er dan in de Bijbel teksten die elkaar tegenspreken? Ik heb ze wel gevonden. Neem bijvoorbeeld 1 Korinthe 7,26,29 en vergelijk dat met 1 Timotheüs 5:14. Ik weet wel dat je de teksten in het verband moet lezen, maar dan nog kwam ik er niet uit. In mijn studie "tegenstrijdigheden in de Bijbel" kun je lezen waar ik zoal tegenaan ben gelopen en hoe ik deze vermeende tegenstrijdigheden mag lezen.

In de verzen 1 Korinthe 1:10 en Filippenzen 2:2 spreekt de Bijbel over eensgezindheid. Als ik om mij heen kijk heb ik het idee dat we alles behalve eensgezind zijn. Over het werk van Christus denken we veelal wel hetzelfde, maar er zijn verder veel verschillen en dus ook veel groepen.

In de VISIE van januari 2014 wordt in “slijpsteen” gevraagd of werken aan kerkelijke eenheid verspilde energie is. 61 % vindt van niet, 39 % vindt van wel.

Ik denk dat veel van de verschillen te maken hebben met hoe we de Bijbel lezen.

Wat ik veel hoor en lees is dat wij tegenwoordig leven in en mogen bouwen aan het Koninkrijk van God. De Here Jezus wordt aanbeden als onze Koning. Maar is Christus op dit moment Koning? Hierover kun je lezen in mijn studie "De toekomst van de mens" deel 1 "Het Koninkrijk"

Maar om de bedoeling van het Koninkrijk goed te begrijpen raad ik je aan ook de andere delen van de studie te lezen. Daar vind je dan ook een een uitleg over "de hel", waar ik me aan gewaagd heb. Eén en ander hebben, naar mijn idee, met elkaar te maken.

"De hel" is een onderwerp waar we mee in onze maag zitten. Ongeveer 10 jaar geleden werd daar in diverse tijdschriften aandacht aan besteed. In het blad CV-Koers schreef een bekende Nederlander dat hij zou willen dat er een ander verhaal was dan "de hel". Bovendien werd het "ons nare geheimpje" genoemd.

Waar ik natuurlijk benieuwd naar ben is wat je van de studies vindt.

Studie: "Efeze 1"


Bedeling van de genade: Efeze 1

Omdat ondertussen ook alle 5 vervolg studies over de Efeze brief af zijn geef ik hier de linken:

Efeze 2 Efeze 3 Efeze 4 Efeze 5  Efeze 6

Hoe wil God dat ik leef in deze tijd.

Op een van mijn blogs werd de vraag gesteld hoe wij nu mogen leven. Dat vind ik een mooie vraag. Dus heb ik er een studie aan gewijd.
Er zijn kerken waar iedere zondag de tien geboden worden voorgelezen. Dat zijn regels die men in acht dient te houden. Gelovigen lijken van regels te houden. Regels zijn duidelijk, dit mag niet en dat mag wel en zo moet het (van God). Ook in de evangeliën kom ik regels tegen. Neem bijvoorbeeld Mattheus 5: 17 – 48. Er staan strenge regels in en strenge straffen voor wie niet aan de regels voldoet. Vers 48 zegt zelfs dat ik volmaakt moet zijn gelijk Mijn Vader in de hemel. Maar ik weet zeker dat ik niet volmaakt ben. Ik voldoe niet aan de heilige eisen van Mattheus 5. Wat nu?

Lezen met onderscheid.

Fil.1: 10 opdat u kunt onderscheiden wat wezenlijk is, opdat u oprecht bent en zonder aanstoot te geven tot de dag van Christus,

Dat deze tekst belangrijk is, ook met het oog op mijn levenswijze, wil ik hieronder uitleggen. Het is namelijk belangrijk om de Bijbel met onderscheid te lezen zodat ik de dingen, die van elkaar verschillen, kan herkennen. Doe ik dat niet dan pas ik het onderwijs, maar ook de beschreven levenswijze welke God gegeven heeft in een bepaald tijdperk of bedeling, toe op de huidige bedeling.

Ik geef een voorbeeld.
Israël is bestemd om als koningen en priesters de wereld in te gaan om het evangelie van het komende Koninkrijk te brengen. Daar werden ze in de evangeliën op voorbereid en daar zijn ze in Handelingen mee begonnen. Dit evangelie van het komende Koninkrijk werd gebracht door middel van woorden, wonderen en tekenen, in de eerste plaats aan Israël (Handelingen 1: 6) en later aan de omliggende landen. Om dat Koninkrijk binnen te kunnen gaan moest men voldoen aan strenge regels en voorwaarden. Die strenge regels zullen ook nog gelden in dit Koninkrijk, in de toekomst, tijdens de regering van Christus. Want ik lees in Openbaring 12: 5 en 19: 15 dat Christus over de heidenen zal regeren met een ijzeren roede. Mattheus 5: 17 – 48 is daar een onderdeel van. Voldeed men aan deze voorwaarden dan zou men het Koninkrijk van God binnen gaan welke op aarde opgericht zou worden met Christus als zichtbare Koning. Voldeed men niet aan deze voorwaarden dan zou men in de buitenste duisternis, dat is buiten het Koninkrijk, geworpen worden zoals ik lees in Mattheus 8:12, 22:13 en 25:30. Of erger nog. Als men het volk Israël slecht had behandeld dan zou men in het eeuwige vuur (de gehenna) geworpen worden, zoals ik lees in Mattheus 18:8 en 25:41.

Door ongeloof kwam Israël niet als volk tot bekering. Het nabij gekomen Koninkrijk met zijn regels en wetten kon niet opgericht worden. Het gevolg was dat de zaligheid naar de heidenen oftewel de volkeren ging.

Handelingen 28: 24 – 28 24 En sommigen lieten zich wel overtuigen door wat er gezegd werd, maar anderen geloofden niet. 25 En zij waren het niet met elkaar eens en zij gingen uiteen nadat Paulus dit ene woord gezegd had: Terecht heeft de Heilige Geest door Jesaja, de profeet, tegen onze vaderen gezegd: 26 Ga naar dit volk toe en zeg: Met het gehoor zult u horen, maar beslist niet begrijpen, en ziende zult u zien, maar beslist niet opmerken, 27 want het hart van dit volk is vet geworden en zij hebben met de oren slecht gehoord, en hun ogen hebben zij dichtgedaan, opdat zij niet op enig moment met de ogen zouden zien en met de oren horen en met het hart begrijpen, en zij zich zouden bekeren en Ik hen zou genezen. 28 Laat het u dan bekend zijn dat de zaligheid van God aan de heidenen gezonden is, en die zullen luisteren.

Uit deze verzen begrijp ik dat God de draad met Israël (tijdelijk) door heeft gesneden. Dat betekent ook dat de beloften en het onderwijs veranderd is. 

Ik ga het aardse Koninkrijk niet binnen. Ik heb een hemels roeping. Zo ook alle gelovigen van deze tijd of bedeling. Ik mag binnen gaan in de hemelse gewesten, de bovenhemel. Dit is een onzichtbaar Koninkrijk. De Bijbel spreekt over het Lichaam van Christus waar Hij het Hoofd is. Ik behoor tot dit Lichaam. Daarover gaan de latere zeven brieven van Paulus. Dat onderwijs is voor mij en alle gelovigen van deze tijd. Dit onderwijs bestaat niet uit regels die mij kunnen toelaten tot de hemel. Dit onderwijs bestaat uit genade. Ik hoop dat te kunnen laten zien in deze studie.

God gaat Zich nu IN Christus rechtstreeks richten aan de volkeren. (Hieronder vallen nu ook de Israëlieten als individuele gelovigen). De gelovigen van nu zijn niet geënt op het volk Israël. Dat is logisch want Israël is Lo-Ammi. En ik geloof dat God zijn onderwijs voor deze volkeren en gelovigen heeft laten opschrijven door Paulus. Paulus heeft na Handelingen zeven brieven geschreven. Dat zijn 'de latere brieven van Paulus' namelijk: Efeze, Kolossenzen, Filemon, Filippenzen, 1 Timoteüs, Titus en 2 Timoteüs.
In deze brieven vind ik geen strenge regels en wetten. Ik vind er geen buitenste duisternis en een oordeel tot de gehenna. Ik vind er wel een gebed, zoals in Kolossenzen 1: 9 en 10, met de vraag om vervuld te worden met de kennis van Zijn wil, in alle wijsheid en geestelijk inzicht, zodat ik kan wandelen op een wijze die de Heere waardig is.
Deze brieven gaan over de Gemeente, Het Lichaam van Christus, waartoe ik behoor. Dat is de reden dat ik nu begin met de Efeze brief te bestuderen. Ik hoop dan ook het antwoord tegen te komen op de vraag hoe ik mag leven in deze tijd.

Zie ook mijn mijn studie over Filippenzen 1: 10. "Beproeft de dingen die daarvan verschillen"

Ik wil de Efeze brief vers voor vers bestuderen en nagaan wat de teksten zeggen. Ik werk vanuit de Herziene Staten vertaling.      

De brieven van Paulus aan gelovigen nadat de komst van het Koninkrijk niet door ging.

Paulus schrijft de latere brieven vanuit Rome. Hij zit gevangen zo lees ik in Efeze 3: 1, 4: 1 en 6: 20. Paulus geeft in deze brief een algemene uiteenzetting van de 'christelijke' leer. Wonderlijk eigenlijk, want de gelovigen hadden in Efeze en omstreken toch al heel wat uitleg van Paulus gehad. Maar de situatie was veranderd voor de gelovigen zoals ik hierboven heb beschreven. Een aantal 'zaken' zijn voor de gelovigen hetzelfde gebleven, maar er zijn ook 'zaken' anders of zelfs nieuw. Ik vind in deze brief, en ook in de brief aan de Kolossenzen, onderwijs wat in eerder geschreven brieven van Paulus niet voorkomt. Het woord en het taalgebruik is anders. Mijn Friese Bijbel legt uit dat Paulus het een keer wat anders wilde zeggen. Toch geloof ik niet dat dit een goede verklaring is voor de inhoud en de schrijfwijze van Paulus in de latere brieven. Paulus had werkelijk een andere boodschap te brengen aan de gelovigen. Tot voor kort bracht Paulus de boodschap van het nabij gekomen Koninkrijk wat op aarde opgericht zou worden. Christus zou hier de Koning over zijn. Maar zoals ik heb laten zien geloofde het grootste gedeelte van het volk Israël niet in hun Messias. Daardoor kon Christus niet terug komen en werd het Koninkrijk niet opgericht maar uitgesteld tot de toekomst. De gelovigen zullen best wel van slag zijn geweest door deze verandering die werd bevestigd door de vernietiging van de Tempel in Jeruzalem in het jaar 70 na Christus. Hoe moesten ze nu verder? God zou hun niet als wezen achterlaten en gaf hun een nieuw perspectief. Het Koninkrijk kwam (nog) niet, maar God beloofde de gelovigen een plaats in het Lichaam van Christus. Dit was tot dan toe niet bekend. Het was een geheim. Maar dit werd de nieuwe situatie. De Gemeente, het Lichaam van Christus, waar iedereen door geloof toegang tot had. Christus zou het Hoofd zijn (geen Koning). Natuurlijk konden de regels en voorschriften voor het Koninkrijk niet gelden voor deze Gemeente. Dus moest Paulus de gelovigen uitleggen wat er dan wel belangrijk was.

Was deze situatie een achteruitgang? Dat leek mogelijk in eerste instantie wel zo. En helaas waren er ook weinig gelovigen die deze boodschap met open armen ontvingen. Paulus werd door veel gelovigen verlaten zo lees ik in 2 Timotheüs 4: 16. En deze boodschap is tot op de dag van vandaag een lastige boodschap voor gelovigen. Men houdt heel graag vast aan de boodschap van Handelingen met de in die periode geschreven brieven. Men houdt graag vast aan wonderen en tekenen, alhoewel dit ook verwarring oplevert.
Toch is de boodschap in deze brief absoluut geen achteruitgang. Want zijn geestelijke zegeningen in de hemel niet beter dan aardse zegeningen?

Ik heb hier een schema toegevoegd over de datering van de brieven van Paulus. De geel gekleurde brieven zijn de brieven die Paulus tijdens de Handelingen periode heeft geschreven. De turkoois gekleurde brieven zijn de 'latere brieven van Paulus'. De conclusie is dat de Bijbelboeken in mijn Bijbel niet in chronologische volgorde worden weergegeven. Dit kan voor verwarring zorgen en tegenstrijdigheden zorgen. 


Brieven. Christipedia
Galaten 49 na Chr.
1 Thessalonicenzen 51
2 Thessalonicenzen 51/52
Hebreeën ?
1 Korinthe 55
2 Korinthe 55/57
Romeinen 57
Efeze 60
Kolossenzen 60
Filemon 60
Filippenzen 61
1 Timotheüs 64
Titus 64
2 Timotheüs 66/67

Efeze 1: 1 – 23.

1 Paulus, een apostel van Jezus Christus door de wil van God, aan de heiligen en gelovigen in Christus Jezus die in Efeze zijn:

Paulus betekent: de kleine. Deze 'kleine' man mocht een grote boodschap brengen. In Handelingen lees ik hoe Paulus aangeraakt werd door Christus. Hier schrijft hij dat hij een apostel is van Christus Jezus.

Christus, is een titel, en wel de Griekse vertaling van het Hebreeuwse Masjiach (Messias), en betekent "gezalfde". De Joden gaven deze titel aan de heilbrengende koning uit het geslacht van David die zij verwachtten. De eerste christenen gaven hem aan Jezus van Nazareth, om daardoor aan te duiden dat zij Hem als Messias erkenden. De tweede naam, Jezus, is een eigennaam, en wel de Griekse omzetting van het Hebreeuwse Jehosjua (Jozua) of Jeschua; Bron: Bijbels woordenboek.

In andere vertalingen staat 'Efeze' schuin gedrukt of tussen haakjes. Deze plaatsnaam komt dus niet voor in de grondtekst. Paulus schrijft niet specifiek aan de Efeziërs. Paulus schrijft deze brief aan heiligen en gelovigen. Dit is één en dezelfde groep. In plaats van gelovigen kan ik hen ook 'getrouwen' noemen. Getrouw zijn vind ik beter op mezelf van toepassing. Ik twijfel nog wel eens ergens over. Bijvoorbeeld of ik echt Christus zal zien als ik gestorven ben. Het is te groot om te begrijpen. Maar dan kies ik er voor om Gods Woord te vertrouwen. Ik kies ervoor om trouw te zijn aan dat wat ik in de Bijbel heb gevonden.

'Heilig' betekent: apart gezet en daardoor toegewijd. Heilig ben ik niet uit mezelf. Ik kan mij niet aan de indruk onttrekken dat het heilig zijn in dit vers anders bedoelt is dan het heilig zijn uit Mattheus 5: 48. In Efeze wordt ik door God als heilig gezien IN Christus. Mijn Friese Bijbel zegt in vers 4 dat wij heilig en zonder gebrek zijn in Gods ogen. God ziet mij aan IN Christus. God ziet eigenlijk niet mij, maar Christus. Hier sluit Galaten 2: 20 mooi bij aan.       Gal.2: 20 Ik ben met Christus gekruisigd; en niet meer ik leef, maar Christus leeft in mij; en voor zover ik nu in het vlees leef, leef ik door het geloof in de Zoon van God, Die mij heeft liefgehad en Zichzelf voor mij heeft overgegeven.

2 genade zij u en vrede van God, onze Vader, en van de Heere Jezus Christus.
Paulus wenst mij en alle getrouwe gelovigen 'genade' toe. Genade heeft te maken met het ontvangen van een gunst voor niets. Paulus wenst mij ook vrede toe. Christus is mijn vrede. Mijn positie is IN Hem. Ik mag Christus kennen als Heer in mijn leven. Tot voor kort mochten de getrouwen Christus leren kennen als hun Messias die later hun Koning zou worden. Hier is dus sprake van een nieuwe positie en dat zal verder in deze brief ook wel duidelijk worden.

3 Gezegend zij de God en Vader van onze Heere Jezus Christus, Die ons gezegend heeft met alle geestelijke zegen in de hemelse gewesten in Christus,
In dit vers komt drie keer het woord gezegend voor. Het heeft verband met elkaar, maar de eerste keer betekent het 'goed spreken'. Paulus zegent God dus niet. Hij spreekt goed van God. Mijn Friese Bijbel zegt: Hoog te prijzen is de God en Vader van onze Heere Jezus Christus.

Geestelijke zegeningen zijn zegeningen die niet zichtbaar zijn. Het zijn er zeven en ik vind ze in vers 4 – 14. Geestelijke zegeningen zijn niet de zegeningen van Abraham die worden genoemd in Galaten 3: 14. De zegeningen van Abraham zijn aards. De aardse zegeningen vind ik o.a. in Genesis 12: 2, 3, Genesis 13: 14 – 17 en Genesis 22: 17, 18. Deze zegeningen gaan over het ontvangen van land waarin de Israëlieten zullen wonen. Dit zal het land Israël zijn en zij zullen dit land in ontvangst nemen wanneer Christus als Koning terug komt. Ook heidenen zullen in die periode van deze aardse zegen genieten omdat zij geënt zijn op Israël.

Maar de geestelijke zegeningen die hier genoemd worden, zijn IN Christus mijn deel. Zie verder mijn studie: "Aardse, hemelse of geestelijke zegeningen"

4 omdat Hij ons vóór de grondlegging van de wereld in Hem uitverkoren heeft, opdat wij heilig en smetteloos voor Hem zouden zijn in de liefde.
De eerste zegen is dat God Paulus en de getrouwen uitverkoren of uitgekozen heeft, IN Christus, al voor de grondlegging van de wereld. God had hen en ook mij toen al op het oog. En Hij wilde dat ieder mens hier deel aan zou krijgen lees ik in: 1 Timoteüs 2: 4 Die wil dat alle mensen zalig worden en tot kennis van de waarheid komen. 
Het is geen uitverkiezing in de zin van jij wel en jij niet. Dat is een wonderlijke gedachte.
Zie ook mijn studie: "Van of van voor de grondlegging der wereld"

En de bedoeling was dat ik heilig en smetteloos, onberispelijk voor Hem zou zijn in liefde. Dat kan niet anders zijn dan dat dit IN Christus is. Want zoals ik in het begin al zei ben ik van mezelf niet heilig. Maar God ziet mij IN Christus. Ik mag schuilen achter het reinigende werk wat Christus voor mij en alle mensen gedaan en volbracht heeft aan het kruis van Golgotha. Hij heeft onze straf op Zich genomen en nu ben ik heilig. Dat is Gods grote liefde. Daar mag ik op vertrouwen.

5 Hij heeft ons voorbestemd om als Zijn kinderen aangenomen te worden, door Jezus Christus, in Zichzelf, overeenkomstig het welbehagen van Zijn wil,
De tweede zegen is dat God mensen in dit tijdperk, in deze bedeling, voorbestemd heeft in Zichzelf om Zijn kinderen te worden. Dat was en is Gods wens, zijn verlangen. Daar heeft God een welbehagen in.
In de grondtekst staat: “Hij heeft ons voorbestemd tot in zoonschap”. In de Bijbel komt het woord 'kinderen' heel veel voor. In de grondtekst zie ik hiervoor verschillende Griekse woorden. In vers 5 staat 'huiothesia' wat 'zoon' betekent. In Efeze 4: 14 staat in het Grieks 'nepios' wat in de HSV vertaald is door 'jonge kinderen' maar in de SV door 'kinderen'. Nepios betekent: kind, baby, klein kind. En dat het in Efeze 4: 14 ook om een klein kind gaat wordt duidelijk in de tekst. Het gaat hier te ver om dit allemaal uit te zoeken, maar de grondtekst geeft aan of het om kinderen of om een zoon gaat. In Efeze 1: 5 gaat het om een zoon of zoonschap. Dit zoonschap geeft recht op een erfdeel zo lees ik in ver 11.

Het is Gods wil dat ik (ook als dochter) dat 'zoonschap' ontvang. Het is niet zo dat God een selectie maakt in de zin van dat de ene mens wel is voorbestemd voor dit zoonschap en de andere mens niet. Nee, deze voorbestemming is voor ieder mens die in dit tijdperk leeft. De enige voorwaarde is dat ik dit voor waar aanneem. Dan wordt het mijn deel en ga ik dit ook beleven. Mijn oproep is dan ook aan alle mensen: Neem deze boodschap aan. Je hoeft er geen grote prestaties voor te leveren. Je mag je leven aan Christus geven. Als je dit aanneemt ontvang je:

De derde zegen, Zijn Genade die je deel wordt IN de Geliefde, IN Christus Jezus.
6 tot lof van de heerlijkheid van Zijn genade, waarmee Hij ons begenadigd heeft in de Geliefde.
Het is een rust toestand waarin ik helemaal omringd wordt door die genade, die overvloedig wordt geschonken. Dit zal zijn tot lof van de heerlijkheid van God. Vanuit de Bijbel leer ik hoe ik over God mag gaan denken. God openbaart Zich in Zijn woord. Als ik dit Woord ken dan leer ik Hem zien in Zijn Heerlijkheid en kan ik Hem de lof en dank brengen.

7 In Hem hebben wij de verlossing, door Zijn bloed, namelijk de vergeving van de overtredingen, overeenkomstig de rijkdom van Zijn genade, 8 die Hij ons overvloedig geschonken heeft, in alle wijsheid en bedachtzaamheid,
Vers 7 is de vierde zegen. Het is de middelste zegen waar alles om draait (er volgen er nog drie). Ik heb de verlossing door het bloed van Christus. Ik heb de vergeving van overtredingen IN Christus. 

Op deze site las ik dat vergeving eigenlijk betekend; de invrijheidsstelling van de misstappen. In de grondtekst staat; het laten gaan van de misstappen. Het gaat verder dan vergeven. De misstappen zijn compleet kwijtgescholden.

Overtredingen (paraptooma) betekent: het ernaast vallen / de val naast. Die overtreding begon bij Eva en Adam. Zij werden ongehoorzaam aan God en vielen naast de zegen en de positie die God met hen voor ogen had. Ik heb de verlossing en de vergeving. Mijn positie is niet meer gescheiden van God.

De verlossing door zijn bloed is in overeenkomst met de rijkdom van Zijn Genade. Het is mij in overvloed geschonken. Het is voor niets want anders is het geen geschenk. Het valt op dat het er staat in de voltooide tijd. Wij hebben. God heeft mij geschonken. Ik zou deze verlossing ook nooit vanuit mezelf kunnen ontvangen. Daar was het bloed van Christus voor nodig. Dat bloed stroomde voor jou en mij. Doordat ik op Gods Woord vertrouw is deze verlossing reeds mijn deel. Dat is Gods wijsheid en bedachtzaamheid, Zijn beleid oftewel Gods denkwijze. Ik mag ook zo gaan denken lees ik in:
Kol.3: 2 Bedenk de dingen die boven zijn en niet die op de aarde zijn, en in Fil.2: 5 Laat daarom die gezindheid in u zijn die ook in Christus Jezus was. Ik mocht de verlossing aannemen en God ervoor danken. Door Gods Woord te lezen en te aanvaarden werd het me stukje bij beetje duidelijk in welke positie ik terecht ben gekomen.

9 toen Hij ons, overeenkomstig Zijn welbehagen, dat Hij in Zichzelf voorgenomen had, het geheimenis van Zijn wil bekendmaakte,
10 om in de bedeling van de volheid van de tijden alles weer in Christus bijeen te brengen, zowel wat in de hemel als wat op de aarde is.

Hieronder heb ik de zeven zegeningen in schema gebracht:


1 vers 4: uitverkoren

2 vers 5: bestemd als zonen
3 vers 6: Hij heeft ons begenadigd
4 vers 7: de verlossing door Zijn bloed, de vergeving van de overtredingen
5 vers 9: het geheimenis van Zijn wil doen kennen
6 vers 11: het erfdeel ontvangen
7 vers 13: verzegeld met heilige geest

De vijfde zegen is dat God ons in overeenkomst met Zijn natuur, Zijn welbehagen, het geheimenis van Zijn wil (verlangen, wens) bekend heeft gemaakt. De vijfde zegen heeft een verband met de derde zegen. God heeft ons/mij begenadigd om dit geheimenis te mogen kennen. Ik geloof dat dit geheim, dit mysterie, inhoudt dat God een Lichaam voor Christus, zijn Zoon, zou oprichten. Over dit Lichaam staat niets in de Bijbel geschreven tot op het moment dat Paulus dit mag openbaren. Maar het was al wel in Gods gedachten. God wist dat Israël zou falen en dat de heidenen dan niet de heilsboodschap via Israël zouden ontvangen. Dus had God een reserve plan, wat nu in werking gebracht mocht worden. Alles zou in de volheid van de tijd, op Gods tijd in de toekomst, IN Christus bijeen gebracht worden. Alles wat in de hemel en op de aarde was.

11 In Hem zijn wij ook een erfdeel geworden, wij, die daartoe voorbestemd waren, naar het voornemen van Hem Die alle dingen werkt overeenkomstig de raad van Zijn wil, 12a opdat wij tot lof van Zijn heerlijkheid zouden zijn,
De zesde zegen is dat ik IN Christus een erfdeel ontvangen heb. Deze zegen heeft verband met de tweede zegen waarin ik voorbestemd ben tot het zoonschap. Dit erfdeel is verbonden met het Zoonschap van Christus. Hij is de erfgenaam van alle dingen lees ik in Hebreeën 1: 2. Christus is het Hoofd boven alle dingen. Wonderlijk dat ik mee zal erven. Ik lees dit ook in Kolossenzen 1: 12:
Kol.1: 12 Daarbij danken wij de Vader, Die ons bekwaam heeft gemaakt om deel te hebben aan de erfenis van de heiligen in het licht.
Voor deze erfenis van het zoonschap leef ik. Dat was Gods bedoeling met de getrouwen in het Lichaam van Christus. Dit was Zijn voornemen. Het was de raad van Zijn wil. Het was Gods wens. Het was van te voren al zo vastgesteld. Ik mag als zoon (of dochter) tot lof van Zijn heerlijkheid zijn, met alle getrouwe gelovigen.

12b wij, die al eerder onze hoop op Christus gevestigd hadden. 13 In Hem bent ook u, nadat u het Woord van de waarheid, namelijk het Evangelie van uw zaligheid, gehoord hebt; in Hem bent u ook, toen u tot geloof kwam, verzegeld met de Heilige Geest van de belofte,
In vers 13 gaat Paulus van 'wij' over op 'u'. 'Wij' dat zijn Paulus en alle gelovigen in zijn tijd, voornamelijk Joden. 'U' dat zijn de getrouwe gelovigen uit de volkeren, de heidenen, die deel hebben aan het Lichaam van Christus doordat Israël Lo-Ammi is geworden. Verderop in deze brief wordt dat nog wel duidelijker, zoals in Efeze 2: 11. In vers 12b staat “wij, die al eerder onze hoop op Christus gevestigd hadden”. Die 'wij' dat zijn dus Paulus en de Joodse gelovigen. Met de uitleg over wij en u wordt vers 12 duidelijker. Want inderdaad hadden Paulus en de Joodse gelovigen al eerder dan de heidenen hun hoop op Christus gevestigd.

De zevende zegen vind ik hier in vers 13. Aan de getrouwe gelovigen uit de volkeren wordt gezegd dat zij verzegeld zijn met heilige geest. Dit gebeurde nadat zij het woord der waarheid hadden gehoord. Dit woord der waarheid was het evangelie van hun zaligheid. 'Evangelie' is in het Grieks 'euaggelion', wat 'goede juiste boodschap' betekent. Het gaat om de goede juiste boodschap voor deze bedeling.

Na het horen van dit evangelie geloofden zij dit en ontvingen heilige kracht van God. Dat geld ook voor mij en allen die in deze bedeling dit woord horen en aannemen. De tegenhanger van vers 13 is vers 4. God heeft ons uitverkoren voor deze zegen.
De gelovige Joden hadden met het pinksterfeest al heilige geest ontvangen. Maar nu kregen de volkeren er ook deel aan. Maar op een geheel andere manier namelijk door horen en vertrouwen. Er was verder geen ritueel bij. Er wordt hier niets gezegd over het pinksterfeest. Ze ontvingen ook niet de persoon, de Heilige Geest, maar de gave van heilige geest, oftewel 'kracht'. Zie verder mijn studie: "Verzegeld met heilige geest"

De uitdrukking 'het woord der waarheid' komt ook voor in Kolossenzen 1: 5 en in 2 Timotheüs 2: 15. In dit laatste vers word ik opgeroepen om het woord der waarheid recht te snijden. Ik geloof dat dit recht snijden te maken heeft met de bedoeling om het juiste woord in de juiste tijd en op de juiste plaats te brengen, in overeenstemming met Gods plan voor die bepaalde groep mensen. Het volk Israël kreeg het evangelie van het komende Koninkrijk te horen. Dat was voor hen op dat moment het 'woord der waarheid'. De heidenen krijgen het evangelie van hun zaligheid, o.a. de boodschap van de Efeze brief, te horen. Haal ik deze twee 'woorden der waarheid' door elkaar dan ontstaat er verwarring over een heleboel zaken. Ik zie dit als ik om mij heen kijk in de christelijke wereld.

14 Die het onderpand is van onze erfenis, tot de verlossing die ons ten deel viel, tot lof van Zijn heerlijkheid.
De heilige kracht is een onderpand van de erfenis die ik ontvang. Het erfdeel heb ik al in bezit en het bewijs daarvan is de heilige kracht. De erfenis kom ik ook tegen in Efeze 1: 18 en 5: 5. Er is een erfenis voor mij in het koninkrijk van Christus en van God. Daar ben ik nu nog niet en ik kan deze erfenis ook nog niet zien. Maar daarvoor is het ook een beloofde erfenis. Het is mijn toekomst. Het is onderdeel van de geestelijke zegeningen. Deze erfenis is een gevolg van de verlossing die ik mocht ontvangen. Voor dit alles kan ik God alleen maar danken zoals ik ook al tegen kwam in vers 6 en 12a. Het is alles tot volledige eer en glorie van Zijn Naam.

15 Daarom, omdat ook ik gehoord heb van het geloof in de Heere Jezus onder u, en van de liefde voor alle heiligen, 16 houd ik niet op voor u te danken, als ik in mijn gebeden aan u denk,
Het is maar de vraag of Paulus deze gelovigen persoonlijk heeft gekend. Paulus heeft gehoord van hun geloof, van hun vertrouwen. Blijkbaar had dit geloof iets uitgewerkt in hun levens wat Paulus ter ore kwam. Dit bericht maakte dat Paulus dankte voor deze getrouwe gelovigen in zijn gebed.
Dit vertrouwen was onder de gelovigen of getrouwen en het beruste op het geloof VAN de Here Jezus. Dit vertrouwen werd zichtbaar door liefde voor alle heiligen. Dit is 'agape' liefde. Dat is geen menselijke liefde. Dit is liefde die voortkomt uit de genade van God. Deze liefde wordt ook genoemd in Kolossenzen 1: 4 en Filemon 5.

17 opdat de God van onze Heere Jezus Christus, de Vader van de heerlijkheid, u de Geest van wijsheid en van openbaring geeft in het kennen van Hem,
Paulus bid voor voor drie dingen namelijk wijsheid, openbaring en het kennen van Christus. Hij bidt het ook voor getrouwen van nu. 

1. De geest van wijsheid (sophia). Het is wijsheid die van God afkomstig is. Het gaat hier om kennis van Gods wil, wijsheid en geestelijk verstand die Paulus in de brief aan Efeze en Kolossenzen mag openbaren.

Kol.1: 9 Daarom houden ook wij niet op, vanaf de dag dat wij het gehoord hebben, voor u te bidden en te smeken dat u vervuld mag worden met de kennis van Zijn wil, in alle wijsheid en geestelijk inzicht,

2. Het hebben van een geest van openbaring zodat ik Christus mag kennen: Openbaring betekent hier 'ontsluiering'. Wat moet dan ontsluiert worden? Wel, ik denk onze positie in het Lichaam van God met Christus als Hoofd. Tot dan toe hadden de getrouwen gehoord dat de Messias in het komende Koninkrijk hun Koning zou worden. Dat Koninkrijk werd (nog) niet opgericht en nu ontvangen de getrouwen een andere boodschap namelijk die van het Lichaam van Christus met Christus als Hoofd; Efeze 5: 23 en Kolossenzen 1: 18.

3. Het kennen (epignosis) van Hem. 'Epignosis' betekent: volledig kennen. Het is een kennen door een innige vorm van gemeenschap. Dit woord komt zeven keer voor in de latere brieven van Paulus en wel hier dus en in Efeze 4: 13, Filippenzen 1: 9, Kolossenzen 1: 9, 10; 2: 2 en 3: 10. In de andere brieven komt dit woord een enkele maal voor. Vaker wordt daar het woord 'gnosis' gebruikt wat 'kennen' betekent. Aan het woord 'epignosis' zie ik dat het onderwijs in de latere brieven van Paulus absoluut een vooruitgang aangeeft op het onderwijs in de eerdere brieven. Volledig kennen gaat dieper en het lijdt tot verlichte ogen van ons verstand.

18 namelijk verlichte ogen van uw verstand, om te weten wat de hoop van Zijn roeping is, en wat de rijkdom is van de heerlijkheid van Zijn erfenis in de heiligen,
Paulus bidt ook nog voor verlichte ogen van mijn verstand. Bij die verlichte ogen gaat het om inzicht, het kunnen doorzien van dingen. Het geeft doordenken en overwegen aan. Ik heb dit inzicht nodig om te weten:

1. Wat de hoop van Zijn roeping is. De inhoud van deze hoop hangt af van welke periode ik leef in Gods plan. Mijn hoop heeft alles te maken met het Lichaam van Christus waarvan Hij nu het Hoofd is. Dat is op dit moment Zijn roeping. Het is een geestelijke hoop en roeping. Ik deel daarin. Ik heb geestelijke zegeningen.

Hoop is iets wat ik niet zie omdat het er nog niet is zo lees ik in Hebreeën 11: 1. Het is een verwachting. In Efeze 2: 12 staat dat er mensen zijn die zonder hoop en zonder God in deze wereld zijn.

2. Wat de rijkdom van de heerlijkheid van Zijn erfenis in de heiligen is. Deze rijkdom heeft o.a. te maken met de overvloedige verlossing en vergeving: vers 7 en 8. Maar ook met heilige geest als onderpand van mijn erfenis: vers 13 en 14.

De heiligen worden ook in vers 1 genoemd en in Kolossenzen 1: 12 wordt geschreven over heiligen in het licht. Deze beschrijving komt overeen met wat er in Hebreeën 9: 8 staat, het (binnenste) heiligdom. Ik mag mij een huisgenoot, in de hemelse gewesten (het heilige der heilige) van God noemen lees ik in Efeze 2: 19. Wat een diepe nog onzichtbare rijkdom staat mij te wachten.

3. Wat de alles overtreffende grootheid van Zijn kracht is. Hierover lees ik in vers 19. 'Overtreffend' kan ik ook vervangen door 'overstijgend'. Het betekent letterlijk: erboven werpen. Het gaat nog boven het hoogste haalbare voor de mens. En opnieuw zie ik dat de zegen, beschreven in de Efeze brief, uitstijgt boven alles wat in de eerdere brieven van Paulus beschreven staat.

19 en wat de alles overtreffende grootheid van Zijn kracht is aan ons die geloven, overeenkomstig de werking van de sterkte van Zijn macht,
Kracht is in het Grieks 'dunamis' (dynamiet). Deze kracht vind ik ook in 1: 21 en in 3: 7, 16, 20.

Deze kracht is gegeven aan hen die geloven, die getrouw zijn; vers 1. Het is een overstijgende kracht. In de grondtekst staat; huperballo. Dit betekent: overschrijden, te buiten gaan, overtreffen, uitmunten, voorbij alles, over alles heen werpen. Dit geeft aan dat het hier om iets groters gaat dan tot dan toe is geopenbaard. En dat is in overeenkomst met de inhoud van de boodschap in de Efeze brief.

Deze kracht is overeenkomstig de werking van de sterkte van Zijn macht. Wat ik ervan begrijp is dat het niet om mijn kracht gaat maar om Gods Kracht die zichtbaar is geworden in de kracht van Christus en daardoor ook in ons. En dat is wat ik ook lees in vers 20.

20 die Hij gewerkt heeft in Christus, toen Hij Hem uit de doden opwekte en aan Zijn rechterhand zette in de hemelse gewesten,
Die kracht en macht werden zichtbaar in de opstandig van Christus toen God Hem vanuit de doden heeft op gewekt. Daarna werd Christus gezet aan de rechter hand van God in de hoogste hemel. In de Statenvertaling staat het woord 'hand' scheef gedrukt. Het staat dus niet in de grondtekst. Ook staat er niet 'aan' in de grondtekst maar 'in'. Christus is dus gezet rechts IN God. In de verklaring van de Statenvertaling staat dat er i.p.v. hand ook 'zijde' gelezen kan worden. Dat is een mooi beeld dat Christus in de rechterzijde van God is gezet. En zo zijn Christus en God één. En wij zijn, IN Christus, dus ook één met de Vader. Prachtig om deze geestelijke waarheid te beseffen. Maar ook goed om te beseffen hoe groot en volkomen onbegrijpelijk en tegennatuurlijk deze kracht van God is. Als ik soms mocht twijfelen aan de kracht van God, en dat komt voor als ik de ellende zie in deze wereld, dan is het goed om even stil te staan bij deze tekst. Het is wel zo dat ik er niet bij was toen Christus opgewekt werd en dat ik er nu hier niets van zie. Maar ik mag er op vertrouwen, geloven dat dit gebeurd is. in 1 Korinthe 15: 22 lees ik dat er opnieuw opstandingen zullen zijn bij de komst van Christus.

21 ver boven alle overheid en macht en kracht en heerschappij en elke naam die genoemd wordt, niet alleen in deze wereld, maar ook in de komende.
In de grondtekst staat in dit vers niet 'wereld' maar eeuw (aioon).
Christus is dus gezet in Gods rechterzijde op een plaats die hier beschreven wordt als 'ver boven' alle overheid, macht, kracht, heerschappij en elke naam die genoemd wordt. Ik begrijp hieruit dat Christus is gezet boven alles. In Kolossenzen 1: 16 lees ik dat al deze dingen geschapen zijn door Hem en voor Hem. Christus is dus gezet boven alles wat door en voor Hemzelf is geschapen.
Kol.1: 16 Want door Hem zijn alle dingen geschapen die in de hemelen en die op de aarde zijn, die zichtbaar en die onzichtbaar zijn: tronen, heerschappijen, overheden of machten; alle dingen zijn door Hem en voor Hem geschapen.

En dat geld niet alleen voor deze eeuw, maar ook in de komende eeuw, de eeuw van het Koninkrijk, het duizendjarig rijk.
Overheid en overheden is in Grieks: arche. Het betekent: In het begin. Dat doet me denken aan de schepping en dat zie ik hier dan ook staan in Kolossenzen 1: 16. En het doet me denken aan:
Joh.1: 1 In het begin was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God.

22 En Hij heeft alle dingen aan Zijn voeten onderworpen en heeft Hem als hoofd over alle dingen gegeven aan de gemeente, 23 die Zijn lichaam is en de vervulling van Hem Die alles in allen vervult.
Deze verzen zijn een vervolg van vers 21. Christus is door God verheven boven alles en alles is aan Zijn voeten onderworpen. Dit onderwerpen is niet een onderdanig zijn. Dit onderwerpen geeft een bepaalde orde aan. God heeft alle dingen onder Christus geordend. En zo is Christus het Hoofd geworden over alle dingen. In de eerste plaats is Hij is ook het Hoofd over de Gemeente, die Zijn Lichaam is. En in de tweede plaats is deze Gemeente, waarvan ik deel uit maak, de vervulling van Hem. Het zal worden alles in allen.

Gemeente is in het Grieks: ekkleesia. Het betekent: uitgeroepenen. De Bijbel kent drie gemeentes en het zijn allemaal uitgeroepenen.
1. De gemeente van Israël onder het oude verbond.
2. De gemeente der eerstgeborenen uit Hebreeën 12: 23. Dit zijn dezelfde personen als de eerstelingen uit Romeinen 8: 23 en Openbaring 14: 4. Dit is de gemeente van Handelingen wat dezelfde gemeente is als waar Mattheus 16: 18 het overheeft. Het is de gemeente van Israël, maar dan onder het nieuwe verbond.
3. De gemeente die Zijn Lichaam is met Christus als Hoofd.

Geraadpleegde literatuur:

"De brief aan de Efeziërs" vers voor vers geschreven door H.B. Slagter. Dit boek is zeker de moeite waard om aan te schaffen en te gebruiken bij het bestuderen van de Efeze brief. 

Friese Bijbel 1995. Nederlands Bijbelgenootschap, Haarlem en katholieke Bijbelstichting, 's-Hertogenbosch.

Online Bijbel

Terug naarEfeze 2 Efeze 3 Efeze 4 Efeze 5  Efeze 6


Geen opmerkingen:

Een reactie posten