Inleiding

Is het zo belangrijk hoe we de Bijbel lezen? Mijn ervaring is van wel. Ik was bijna gestrand in de tegenstrijdigheden in Gods Woord en de verschillende uitleggingen daarover. Staan er dan in de Bijbel teksten die elkaar tegenspreken? Ik heb ze wel gevonden. Neem bijvoorbeeld 1 Korinthe 7,26,29 en vergelijk dat met 1 Timotheüs 5:14. Ik weet wel dat je de teksten in het verband moet lezen, maar dan nog kwam ik er niet uit. In mijn studie "tegenstrijdigheden in de Bijbel" kun je lezen waar ik zoal tegenaan ben gelopen en hoe ik deze vermeende tegenstrijdigheden mag lezen.

In de verzen 1 Korinthe 1:10 en Filippenzen 2:2 spreekt de Bijbel over eensgezindheid. Als ik om mij heen kijk heb ik het idee dat we alles behalve eensgezind zijn. Over het werk van Christus denken we veelal wel hetzelfde, maar er zijn verder veel verschillen en dus ook veel groepen.

In de VISIE van januari 2014 wordt in “slijpsteen” gevraagd of werken aan kerkelijke eenheid verspilde energie is. 61 % vindt van niet, 39 % vindt van wel.

Ik denk dat veel van de verschillen te maken hebben met hoe we de Bijbel lezen.

Wat ik veel hoor en lees is dat wij tegenwoordig leven in en mogen bouwen aan het Koninkrijk van God. De Here Jezus wordt aanbeden als onze Koning. Maar is Christus op dit moment Koning? Hierover kun je lezen in mijn studie "De toekomst van de mens" deel 1 "Het Koninkrijk"

Maar om de bedoeling van het Koninkrijk goed te begrijpen raad ik je aan ook de andere delen van de studie te lezen. Daar vind je dan ook een een uitleg over "de hel", waar ik me aan gewaagd heb. Eén en ander hebben, naar mijn idee, met elkaar te maken.

"De hel" is een onderwerp waar we mee in onze maag zitten. Ongeveer 10 jaar geleden werd daar in diverse tijdschriften aandacht aan besteed. In het blad CV-Koers schreef een bekende Nederlander dat hij zou willen dat er een ander verhaal was dan "de hel". Bovendien werd het "ons nare geheimpje" genoemd.

Waar ik natuurlijk benieuwd naar ben is wat je van de studies vindt.

Studie: "De toekomst van de mens". Deel 1: Het Koninkrijk.

A. De toekomst van mensen in het Koninkrijk


Soms zou ik wel even in de toekomst willen kijken om te zien hoe mijn leven er volgend jaar of over enkele jaren uit zal zien. Zal ik gezond blijven? Maar het is goed dat dit niet kan en dat we niet alles van tevoren weten.
Toch denk ik dat het vanuit de Bijbel mogelijk is, om inzicht te hebben in de toekomst. En dan bedoel ik niet dat er in het Woord van God voor ieder mens een persoonlijk levensplan is te vinden. Maar ik vind er wel een Goddelijk plan in. Eigenlijk wil ik met name speuren in Gods Woord naar de toekomst van de ongelovige. Maar ook wil ik mijn eigen plaats, als gelovige, in de eeuwigheid gaan onderzoeken.

Ik heb geleerd dat de gelovige eerst als ‘ziel’ naar het paradijs gaat. Bij de opstanding krijgt hij een onvergankelijk lichaam en wordt verenigd met zijn ‘ziel’. Er vindt een beoordeling plaats, waarna de gelovige naar de Hemel gaat. In mijn onderzoek wil ik laten zien dat dit een eenzijdige uitleg is en bovendien onjuist. Ik heb ontdekt dat er voor gelovigen, levend in verschillende tijdperken oftewel bedelingen, een verschillende toekomst is.

Verder leerde ik dat de ongelovige als ‘ziel’ naar de hades, het voorportaal van ‘de hel’, zal gaan. Bij de opstanding, van zijn lichaam, wordt hij ook verenigd met zijn ‘ziel’ en moet hij komen voor de grote witte troon en wordt hij veroordeeld tot de ‘eeuwige hel’. Ook deze uitleg wil ik nader onderzoeken. Want ik meen dat het begrip ‘hel’, zoals wij ons dat voorstellen, niet als zodanig in de Bijbel voorkomt. Dus wil ik in deze studie ook laten zien wat er dan wel met de ongelovige gebeurt na zijn dood. Ik werk vanuit de Statenvertaling.

Deze studie bestaat uit de volgende punten:

1.    Inleiding: bedelingen en brieven.

1.1  Eeuwig leven.

1.2  Het Koninkrijk.

1.3  Vruchten en goede werken.

1.4  Strenge voorschriften.

1.5  Wie zullen er het Koninkrijk binnengaan?

1. Inleiding: bedelingen en brieven.


Bedeling is in het Grieks oikonomia en het betekent: beheer, bestuur, regering, hofmeesterschap, bedeling uitdeling, bediening, Godsbeschikking, ontheffing, vrijstelling, vergunning, beheer.
In Gods Woord komen verschillende bedelingen voor, ieder met zijn eigen bestuur en met zijn eigen regels.
Ik ga al de bedelingen met zijn verschillende bedieningen niet behandelen, dat is niet het doel van deze studie. Maar ik moet wel laten zien dat er bedelingen zijn en dat het goed is om dit te onderscheiden. Dit wordt te weinig gedaan, met als gevolg grote verwarring. Men past regels en bedieningen van de verschillende bedelingen door elkaar toe. Maar wat geld voor de ene bedeling hoeft niet te gelden voor de volgende bedeling. Daarvoor is nodig dat we met onderscheid Gods Woord bestuderen. Ik wil een paar verschillende bedelingen noemen om te laten zien dat God in een bepaalde bedeling op een bepaalde manier omgaat met de dan levende mensen.

Ten tijde van het volk Israël gebruikte God profeten waardoor Hij rechtstreeks sprak tot Israël. Er vonden hele  specifieke wonderen plaats, zoals in de woestijn. Toen het Koninkrijk nabij was gekomen gebruikte God apostelen om tot Zijn volk te spreken, en ook dit ging gepaard met wonderen en tekenen. De Here Jezus had een hele speciale bediening gekregen voor Israël en voor de wereld.

De apostel Paulus mocht nog weer later ‘het geheimenis’ doorgeven aan de heidenen. Deze boodschap, waar ik me vanaf hoofdstuk 10 (deel 5 van de studie "De toekomst van de mens") mee bezig ga houden, staat centraal in de tegenwoordige bedeling en is voor mij als heiden erg belangrijk. Ik vind hierin de geestelijke zegeningen en de opdracht om de dingen te zoeken die boven zijn. Dit wordt vooral behandeld in de latere brieven van Paulus. Dit zijn de brieven Efeze, Kolossenzen, Filemon en Filippensen welke geschreven zijn in 62 na Christus, de brieven 1 Timotheüs en Titus, geschreven in 67 na Christus en 2 Timotheüs, geschreven in 68 na Christus.

In dit rijtje valt op dat de brieven 1 en 2 Thessalonicenzen  ertussenuit vallen. Dat klopt want deze zijn eerder geschreven en behandelen niet de ‘dingen die boven zijn’. 1 en 2 Thessalonicenzen zijn geschreven door Paulus tijdens Handelingen, samen met andere brieven. Alle brieven die Paulus tijdens de Handelingen periode geschreven heeft zijn 1 en 2 Thessalonicenzen en Hebreën, in 53 na Christus, 1,  2 Korinthe en Galaten in 57 na Christus  en de Romeinen brief in 58 na Christus. Helaas is de juiste volgorde in onze Bijbels niet zomaar te zien. Men heeft gemeend de brieven op een bepaalde manier te plaatsen, naar menselijk inzicht en niet lettend op de tijdsvolgorde, wat ook weer voor de nodige verwarring zorgt.

Verder zijn er nog de evangeliën, die het leven van de Here Jezus beschrijven met betrekking tot de Joden en het Koninkrijk en de andere brieven, geschreven door onder anderen Petrus en Johannes. Dit waren apostelen voor de Joden, Galaten 2: 8 en 9,  en zij behandelen dan ook de specifieke onderwerpen voor dit volk van God wat het Koninkrijk verwachte.
Dan wil ik nu eerst de bedeling van het Koninkrijk onderzoeken met zijn specifieke beloftes en waarschuwingen.

1.1  Eeuwig leven.


Joh.3: 15, 16, 36  15 Opdat een iegelijk, die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe. 16 Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe. 36  Die in den Zoon gelooft, die heeft het eeuwige leven; maar die den Zoon ongehoorzaam is, die zal het leven niet zien, maar de toorn Gods blijft op hem.
Joh.5: 24  Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Die Mijn woord hoort, en gelooft Hem, Die Mij gezonden heeft, die heeft het eeuwige leven, en komt niet in de verdoemenis, maar is uit den dood overgegaan in het leven.
Joh.6: 47, 51, 58  47 Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Die in Mij gelooft, heeft het eeuwige leven.
51  Ik ben dat levende Brood, dat uit den hemel nedergedaald is; zo iemand van dit Brood eet, die zal in der eeuwigheid leven. En het Brood, dat Ik geven zal, is Mijn vlees, hetwelk Ik geven zal voor het leven der wereld. 58  Dit is het Brood, dat uit den hemel nedergedaald is; niet gelijk uw vaders het Manna gegeten hebben, en zijn gestorven. Die dit Brood eet, zal in der eeuwigheid leven.
Joh.10: 28  En Ik geef hun het eeuwige leven; en zij zullen niet verloren gaan in der eeuwigheid, en niemand zal dezelve uit Mijn hand rukken.
Joh.12: 25  Die zijn leven liefheeft, zal hetzelve verliezen; en die zijn leven haat in deze wereld, zal hetzelve bewaren tot het eeuwige leven.
Joh.17: 3  En dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen, den enige waarachtige God, en Jezus Christus, Dien Gij gezonden hebt.

In de laatste tekst wordt duidelijk dat het eeuwige leven te maken heeft met het kennen van God en de Here Jezus Christus. De Here Jezus is de gever van het eeuwige leven, Joh.10: 28.  De mens ontvangt dit leven door geloof in Hem.  Wat de Here Jezus daarvoor gedaan heeft heb ik uitgewerkt in paragraaf 12.1 (deel 5 van "De toekomst van de mens")
Ook gehoorzaamheid en het overgeven van het eigen leven, speelt een rol bij het ontvangen van dit leven. Als de mens zich voedt met het Brood en Vlees van de Heer, Joh.6: 51, 58, dan zal hij in eeuwigheid leven.
Automatisch gaan mijn gedachten dan in de richting van het leven voor altijd in de Hemel. Maar is dit hier eigenlijk wel de juiste betekenis van eeuwig leven? Hoe kan ik daar achter komen?

Ik wil daarvoor het woord ‘eeuwig’ en de term ‘in der eeuwigheid’ eens nader onderzoeken. Eeuwige is in het Grieks ‘aionios’ en betekent: van de eeuw,  leven, generatie, bepaalde tijd met bepaald karakter, tijdgeest, eeuw, aards, leven, levenslang, vast, ook gebruikt voor gepasseerde tijd en toekomende tijd, voor altijd, wereld, begin, eeuwigdurend. Als ik deze verklaring bestudeer dan kom ik tot het inzicht dat ‘eeuwig’ helemaal niet hoeft te betekenen dat dit absoluut ‘voor altijd’ is, zoals ik geleerd heb. Het kan ‘voor altijd tijdens een bepaalde periode’ betekenen. In der eeuwigheid is in het Grieks ‘eis ho aion’ en dit betekent: tot in de eeuw. Tot in welke eeuw?

1.2  Het Koninkrijk.


Joh.3: 3, 5  3 Jezus antwoordde en zeide tot hem: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Tenzij dat iemand wederom geboren worde, hij kan het Koninkrijk Gods niet zien. 5 Jezus antwoordde: voorwaar, voorwaar zeg Ik u: zo iemand niet geboren wordt uit water en Geest, hij kan in het Koninkrijk Gods niet ingaan.
De Here Jezus spreekt hier met Nicodemus over het Koninkrijk van God. Om het Koninkrijk binnen te kunnen gaan moest de Jood geIoven dat de Here Jezus de Messias was. Zo werd hij geboren uit water en Geest.
Ik lees voortdurend, in de evangeliën, dat dit Koninkrijk nabij is gekomen:

Matth.3: 2  En zeggende: Bekeert u; want het Koninkrijk der hemelen is nabij gekomen.
Matth.4: 17  Van toen aan heeft Jezus begonnen te prediken en te zeggen: Bekeert u; want het Koninkrijk der hemelen is nabij gekomen.
Mark.1: 15  En zeggende: De tijd is vervuld, en het Koninkrijk Gods nabij gekomen; bekeert u, en gelooft, het Evangelie.
Luk.21: 31  Alzo ook gij, wanneer gij deze dingen zult zien geschieden, zo weet, dat het Koninkrijk Gods nabij is.
Hand.1: 6  Zij dan, die samengekomen waren, vraagden Hem, zeggende: Heere, zult Gij in dezen tijd aan Israël het Koninkrijk weder oprichten?

Ik geloof dat het hier gaat over het Koninkrijk wat al in het Oude testament aan Israël beloofd was.

Gen.15: 18  Ten zelfden dage maakte de HEERE een verbond met Abram, zeggende: Aan uw zaad heb Ik dit land gegeven, van de rivier van Egypte af, tot aan die grote rivier, de rivier Frath:
Ex.19: 5, 6  5 Nu dan, indien gij naarstiglijk Mijner stem zult gehoorzamen, en Mijn verbond houden, zo zult gij Mijn eigendom zijn uit alle volken, want de ganse aarde is Mijn; 6  En gij zult Mij een priesterlijk koninkrijk, en een heilig volk zijn. Dit zijn de woorden, die gij tot de kinderen Israëls spreken zult.

Dit Koninkrijk, wat aan Israël zal worden opgericht, was nu nabij gekomen. Het zal Gods Koninkrijk zijn, op aarde, met de Here Jezus Christus, het Lam van God, als Koning. Hier wordt niet een Koninkrijk in de hemel bedoeld, maar een Koninkrijk van de hemel.

De oproep aan het volk Israël was om zich te bekeren, zodat ze wederom geboren konden worden. Dit was de voorwaarde om het Koninkrijk binnen te gaan, zo heb ik gezien. Het binnen gaan in het Koninkrijk staat gelijk aan het beërven van het eeuwige leven, waarvan ik heb gelezen in Johannes 3: 15, 16 en 36, (paragraaf 1.1) Ik zie dit bevestigd  in:

Mark. 9: 45, 47  45  En indien uw voet u ergert, houwt hem af; het is u beter kreupel tot het leven in te gaan, 47  En indien uw oog u ergert, werpt het uit; het is u beter maar een oog hebbende in het Koninkrijk Gods in te gaan,

Hier wordt in vers 45 een voorwaarde genoemd om in te kunnen gaan in ‘het leven’ en in vers 47 staat een voorwaarde om in te gaan in het Koninkrijk Gods. Mijn conclusie is dat met dit leven het Koninkrijk Gods bedoelt wordt.  (Beide uitdrukkingen staan tegenover het helse vuur, wat ik nog ga behandelen in hoofdstuk 7 en 8 deel 4 van "De toekomst van de mens") Zo kan ik nu ook Mattheüs 21: 43 beter begrijpen.

Matth.21: 43  Daarom zeg Ik ulieden, dat het Koninkrijk Gods van u zal weggenomen worden, en een volk gegeven, dat zijn vruchten voortbrengt.

Het Koninkrijk van God, als leven van de eeuw, kan worden weggenomen van Israël, en dit zal ook tijdelijk gebeuren.  Zo wordt ook hier duidelijk dat het niet om eeuwig leven in de Hemel kan gaan. Hoe zou dit van iemand weggenomen kunnen worden?

Lucas 18: 30 spreekt over ‘en in de toekomende eeuw het eeuwige leven’. De toekomende eeuw is de eeuw van het Koninkrijk, oftewel het duizendjarig rijk. Zo vind ik nog een bevestiging dat het eeuwige leven, het leven van de eeuw, hetzelfde is als het leven in Gods Koninkrijk. Het eeuwige leven strekt zich uit  tot in de eeuw ‘eis ho aion’ van dit Koninkrijk. Het eeuwige leven in de toekomende eeuw heeft hier dus niets met leven in de Hemel te maken. Er is zeker eeuwig leven in de Hemel, maar daar kom ik later nog op terug in hoofdstuk 10 (deel 5 van "De toekomst van de mens")

Maar als het Koninkrijk tweeduizend jaar geleden al nabij is gekomen, waar is het dan nu gebleven? Want ik kan zien dat de Here Jezus nu geen Koning is in Israël. Ik geloof dat dit Koninkrijk niet kon worden opgericht doordat de Joden hun Messias verworpen hebben. In Handelingen 2 en 3 lees ik dat dit Koninkrijk nog steeds heel dicht nabij is en dat er nog steeds gelegenheid was, voor het volk Israël, om zich te bekeren.  Er gaan een aantal profetieën in vervulling. Toch bekeert het volk zich niet als geheel en aan het eind van Handelingen doet Paulus de uitspraak:

Hand.28: 26 – 28   26 Zeggende: Ga heen tot dit volk, en zeg: Met het gehoor zult gij horen, en geenszins verstaan; en ziende zult gij zien, en geenszins bemerken. 27  Want het hart dezes volks is dik geworden, en met de oren hebben zij zwaarlijk gehoord, en hun ogen hebben zij toegedaan; opdat zij niet te eniger tijd met de ogen zouden zien, en met de oren horen, en met het hart verstaan, en zij zich bekeren, en Ik hen geneze. 28  Het zij u dan bekend, dat de zaligheid Gods den heidenen gezonden is, en dezelve zullen horen.

De deur van het Koninkrijk gaat hier voor de Joden dicht. Ik weet dat dit tijdelijk is. Staat er dat de belofte van het Koninkrijk naar de heidenen gaat? Dat wordt wel door velen geleerd, maar er staat dat de zaligheid naar de heidenen gezonden is. Wat dat inhoud ga ik vanaf hoofdstuk 10 (deel 5 van "De toekomst van de mens") behandelen.

En Mattheüs 21: 43 dan? Aan welk volk wordt het Koninkrijk dan gegeven? Er is nergens in de Bijbel een aanleiding te vinden dat het Koninkrijk aan een ander volk, ook geen geestelijk volk, gegeven zal worden. Wel is het zo dat de mensen uit Israël die op dat moment leefden, geen deel zouden hebben door ongeloof, aan dit Koninkrijk. In de toekomst zullen de Joodse mensen door ingrijpen van God, als de tijd er rijp voor is, zich wel bekeren. En dan zal het Koninkrijk aan dat gedeelte van het Joodse volk zichtbaar worden. Dit is naar mijn idee de betekenis van Mattheüs 21: 43.  De beloften van het komende Koninkrijk blijven voor Israël, alleen deze zijn uitgesteld. Als de Here Jezus terugkomt zal Hij de verheerlijkte Koning zijn in het duizendjarig rijk. Als dit Koninkrijk in de nabije toekomst opnieuw in beeld komt, worden alle gedeeltes uit Gods Woord die daarover gaan, weer zeer essentieel.

Openb.1: 1 – 7   1 De openbaring van Jezus Christus, die God hem gegeven heeft, om Zijn dienstknechten te tonen de dingen, die haast geschieden moeten; en die Hij door Zijn engel gezonden, en Zijn dienstknecht Johannes te kennen gegeven heeft; 2  Dewelke het woord Gods betuigd heeft, en de getuigenis van Jezus Christus, en al wat hij gezien heeft. 3  Zalig is hij, die leest, en zijn zij, die horen de woorden dezer profetie, en die bewaren, hetgeen in dezelve geschreven is; want de tijd is nabij.
4  Johannes aan de zeven Gemeenten, die in Azie zijn: genade zij u en vrede van Hem, Die is, en Die was, en Die komen zal; en van de zeven geesten, die voor Zijn troon zijn; 5  En van Jezus Christus, Die de getrouwe Getuige is, de Eerstgeborene uit de doden, en de Overste der koningen der aarde. Hem, Die ons heeft liefgehad, en ons van onze zonden gewassen heeft in Zijn bloed. 6  En Die ons gemaakt heeft tot koningen en priesters Gode en Zijn Vader; Hem, zeg ik, zij de heerlijkheid en de kracht in alle eeuwigheid. Amen. 7  Ziet, Hij komt met de wolken en alle oog zal Hem zien, ook degenen, die Hem doorstoken hebben;

1.3  Vruchten en goede werken.


Wedergeboorte en bekering zijn de voorwaarden om het Koninkrijk binnen te gaan. Maar bovendien moeten er vruchten voortgebracht en goede werken gedaan worden.

Matth.3: 8  Brengt dan vruchten voort, der bekering waardig.
Luk.3 : 8  Brengt dan vruchten voort der bekering waardig; en begint niet te zeggen bij uzelven: Wij hebben Abraham tot een vader;
Matth.5: 20  Want Ik zeg u: Tenzij uw gerechtigheid overvloediger zij, dan der Schriftgeleerden en der Farizeeën, dat gij in het Koninkrijk der hemelen geenszins zult ingaan.
Matth.7: 21  Niet een iegelijk, die tot Mij zegt: Heere, Heere! zal ingaan in het Koninkrijk der hemelen, maar die daar doet den wil Mijns Vaders, Die in de hemelen is.
Matth.18: 3, 4  3 En zeide: Voorwaar zeg Ik u: Indien gij u niet verandert, en wordt gelijk de kinderen, zo zult gij in het Koninkrijk der hemelen geenszins ingaan. 4  Zo wie dan zich zelve zal vernederen, gelijk dit kindeken, deze is de meeste in het Koninkrijk der hemelen.
Matth.19: 23  En Jezus zeide tot Zijn discipelen: Voorwaar, Ik zeg u, dat een rijke bezwaarlijk in het Koninkrijk der hemelen zal ingaan.
Luk.18: 24, 29, 30  24  Jezus nu, ziende, dat hij geheel droevig geworden was, zeide: Hoe bezwaarlijk zullen degenen, die goed hebben, in het Koninkrijk Gods ingaan! 25  Want het is lichter, dat een kemel ga door het oog van een naald, dan dat een rijke in het Koninkrijk Gods inga. 29  En Hij zeide tot hen: Voorwaar, Ik zeg ulieden, dat er niemand is, die verlaten heeft huis, of ouders, of broeders, of vrouw, of kinderen, om het Koninkrijk Gods; 30  Die niet zal veelvoudig weder ontvangen in dezen tijd, en in de toekomende eeuw het eeuwige leven.
Zie ook: Mark.10: 25

1.4  Strenge voorschriften.


Om het Koninkrijk binnen te kunnen gaan moet er niet alleen wedergeboorte en bekering plaats hebben  gevonden en goede werken worden gedaan, maar er gelden ook strenge regels, zoals hieronder beschreven.

Matth.5: 22, 29, 30  22 Doch Ik zeg u: Zo wie te onrecht op zijn broeder toornig is, die zal strafbaar zijn door het gericht; en wie tot zijn broeder zegt: Raka! die zal strafbaar zijn door den groten raad; maar wie zegt: Gij dwaas! die zal strafbaar zijn door het helse vuur. 29  Indien dan uw rechteroog u ergert, trekt het uit, en werpt het van u; want het is u nut, dat een uwer leden verga, en niet uw gehele lichaam in de hel geworpen worde.  30  En indien uw rechterhand u ergert, houwt ze af, en werpt ze van u; want het is u nut, dat een uwer leden verga, en niet uw gehele lichaam in de hel geworpen worde. Doch Ik zeg u: Zo wie te onrecht op zijn broeder toornig is, die zal strafbaar zijn door het gericht; en wie tot zijn broeder zegt: Raka! die zal strafbaar zijn door den groten raad; maar wie zegt: Gij dwaas! die zal strafbaar zijn door het helse vuur.
Matth.18: 8, 9  8 Indien dan uw hand of uw voet u ergert, houwt ze af en werpt ze van u. Het is u beter, tot het leven in te gaan, kreupel of verminkt zijnde, dan twee handen of twee voeten hebbende, in het eeuwige vuur geworpen te worden. 9  En indien uw oog u ergert, trekt het uit, en werpt het van u. Het is u beter, maar een oog hebbende, tot het leven in te gaan, dan twee ogen hebbende, in het helse vuur geworpen te worden.
Mark.9: 43 – 48  43 En indien uw hand u ergert, houwt ze af; het is u beter verminkt tot het leven in te gaan, dan de twee handen hebbende, heen te gaan in de hel, in het onuitblusselijk vuur; (44 Waar hun worm niet sterft, en het vuur niet uitgeblust wordt) 45  En indien uw voet u ergert, houwt hem af; het is u beter kreupel tot het leven in te gaan, dan de twee voeten hebbende, geworpen te worden in de hel, in het onuitblusselijk vuur; (46  Waar hun worm niet sterft, en het vuur niet uitgeblust wordt) 47  En indien uw oog u ergert, werpt het uit; het is u beter maar een oog hebbende in het Koninkrijk Gods in te gaan, dan twee ogen hebbende, in het helse vuur geworpen te worden; 48  Waar hun worm niet sterft, en het vuur niet uitgeblust wordt.

De gangbare gedachte is dat ongelovigen in aanmerking komen voor ‘de hel’ Maar er wordt in Mattheüs 5: 22 over een broeder gesproken. Ongelovigen worden over het algemeen niet broeders genoemd. Dus moet het een waarschuwing voor gelovigen zijn. Ik geloof dat deze woorden tot de Joden gericht zijn. Want voor hen was de belofte van het ingaan in het Koninkrijk. Dit geeft dus aan dat deze teksten niet zomaar op elke willekeurige ongelovige toegepast kunnen worden zoals men over het algemeen doet.

Er staat in deze teksten dat het beter is verminkt het leven in te gaan dan met het gehele lichaam in het helse vuur terecht te komen. Dit oordeel ga ik verderop behandelen in hoofdstuk 7 en 8 (deel 4 van "De toekomst van de mens"). In Markus 9: 43, 45 en 47 zag ik dat het ingaan in het leven gelijk staat met het ingaan in het Koninkrijk, (paragraaf 1.2) Ik geloof dat het hier gaat om de regels van het Koninkrijk. Deze boodschap zal in de toekomst weer gepredikt worden als de Joden erop uit trekken om opnieuw in de wereld aan te kondigen dat het Koninkrijk nabij is gekomen.
Hand.2: 14 – 18 zal herhaald worden en er zal een speciale kracht aanwezig zijn, waardoor het dan mogelijk is om zich aan deze zeer strenge regels te houden. De geschiedenis van Ananias en Saffira in Handelingen 5 is hier een voorproef van. Er was in die tijd sprake van het nabij gekomen Koninkrijk. De discipelen spraken met grote kracht over deze dingen en werden bijgestaan door wonderen en tekenen.

Hebr.2: 4  God bovendien medegetuigende door tekenen, en wonderen, en menigerlei krachten en bedelingen des Heiligen Geestes, naar Zijn wil.

In die situatie logen Ananias en Saffira en het werd hun dood. Door hun leugen worden deze twee mensen totaal uitgeschakeld. Dit is nog veel drastischer dan het afhaken van handen of voeten. Deze straf was zeer direct en ik ervaar dat dit in de genade tijd, waarin wij nu leven, niet voorkomt.

Maar in onderstaande verzen lees ik dat iemand toch behouden kan zijn, omdat hij in de Here Jezus heeft geloofd, terwijl zijn werken de toets niet kunnen doorstaan. Ik denk dat dit ook voor Ananias en Saffira gold.

1 Kor.3: 11 – 15  11 Want niemand kan een ander fondament leggen, dan hetgeen gelegd is, hetwelk is Jezus Christus. 12  En indien iemand op dit fondament bouwt: goud, zilver, kostelijke stenen, hout, hooi, stoppelen; 13  Eens iegelijks werk zal openbaar worden; want de dag zal het verklaren, dewijl het door vuur ontdekt wordt; en hoedanig eens iegelijks werk is, zal het vuur beproeven. 14  Zo iemands werk blijft, dat hij daarop gebouwd heeft, die zal loon ontvangen. 15  Zo iemands werk zal verbrand worden, die zal schade lijden; maar zelf zal hij behouden worden, doch alzo als door vuur.

1.5 Wie zullen er het Koninkrijk binnengaan?


Matth.5: 2 – 11  2 En Zijn mond geopend hebbende, leerde Hij hen (de discipelen) zeggende:
3  Zalig zijn de armen van geest; want hunner is het Koninkrijk der hemelen.
4  Zalig zijn die treuren; want zij zullen vertroost worden.
5  Zalig zijn de zachtmoedigen; want zij zullen het aardrijk beerven.
6  Zalig zijn die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid; want zij zullen verzadigd worden.
7  Zalig zijn de barmhartigen; want hun zal barmhartigheid geschieden.
8  Zalig zijn de reinen van hart; want zij zullen God zien.
9  Zalig zijn de vreedzamen; want zij zullen Gods kinderen genaamd worden.
10  Zalig zijn die vervolgd worden om der gerechtigheid wil; want hunner is het Koninkrijk der hemelen. 11  Zalig zijt gij, als u de mensen smaden, en vervolgen, en liegende alle kwaad tegen u spreken, om Mijnentwil. Dit gedeelte staat ook in Luc.6: 20 – 23
Matth.19: 14  Maar Jezus zeide: Laat af van de kinderen, en verhindert hen niet tot Mij te komen; want derzulken is het Koninkrijk der hemelen. Zie ook Mark.10: 14, 15
Luk.18: 16, 17 16 Maar Jezus riep dezelve kinderen tot Zich, en zeide: Laat de kinderen tot Mij komen, en verhindert hen niet; want derzulken is het Koninkrijk Gods. 17  Voorwaar, zeg Ik u: Zo wie het Koninkrijk Gods niet zal ontvangen als een kindeken, die zal geenszins in hetzelve komen.
Hand.14: 22  Versterkende de zielen der discipelen, en vermanende, dat zij zouden blijven in het geloof, en dat wij door vele verdrukkingen moeten ingaan in het Koninkrijk Gods.
Matth.19: 27, 28  27 Toen antwoordde Petrus, en zeide tot Hem: Zie, wij hebben alles verlaten, en zijn U gevolgd, wat zal ons dan geworden? 28  En Jezus zeide tot hen: Voorwaar, Ik zeg u, dat gij, die Mij gevolgd zijt, in de wedergeboorte, wanneer de Zoon des mensen zal gezeten zijn op den troon Zijner heerlijkheid, dat gij ook zult zitten op twaalf tronen, oordelende de twaalf geslachten Israels.

De Here Jezus heeft in de evangeliën uitgelegd wie het Koninkrijk zullen binnengaan. In Mattheüs horen de  discipelen dat zij zullen zitten op de twaalf tronen. In Handelingen, waar het Koninkrijk nog steeds nabij was, horen zij dat zij door veel verdrukkingen moeten voordat zij het Koninkrijk binnen kunnen gaan. Deze verdrukkingen staan beschreven in het boek Openbaring. Als de Joden hun Messias hadden aangenomen dan was deze periode reeds aangebroken. Maar nu zal dit alles in de toekomst plaats vinden.

Ga verder naar Deel 2. Dit deel gaat over "de opname" en wat er gebeurt bij het sterven.

3 opmerkingen:

  1. Hallo ik vind jouw site best mooi je wilt echt lerenen groeien, vanavond kam ik bij en gemeenschap
    Succat Yeshua waar een schrijver echt diepe bijbelstudies geeft ik was verrast en dacht misschien
    kan het jou ook verrijken Werner Stauber zit op deze gemeente site,
    Gods zegen hiermee Loes van Es Zierikzee.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Dag Loes. Ik heb de site gevonden waar je over schrijft. Het zijn inderdaad diepe studies en ik heb al wat onderwerpen gevonden die ik mooi vond.
    Maar je leest dat niet zomaar. Ik ga er zeker nog vaker kijken. Bedankt voor je vriendelijke tip.

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Dag Rinske,
    Zie onze site, ik zou graag even kennismaken per telefoon, zou je me willen bellen op 06-39696349 ?
    Mailen is ook prima, benjackok@gmail.com
    Ik had al eerder een artikel geschreven over "tongentaal", zie http://tora-yeshua.nl/2015/03/welke-geestesgaven-heeft-u-en-wat-moeten-we-met-tongentaal/

    Later verscheen er een artikel van Kees Goedhart op cip, nalv dat artikel heb ik gereageerd en zag jouw bijdrage.
    Ik schreef op CIP als volgt:

    "Tot mijn verbazing zijn alle ca 40 reacties verwijderd, jammer, voor en tegen was goed vertegenwoordigd, nu blijft slechts het standpunt van Kees Goedhart staan.
    Wie wil lezen , waarom “tongentaal”, beter gezegd “een bestaande vreemde taal” wel bestaat, maar ook misbruikt wordt, nodig ik uit om mijn artikel te lezen.
    http://tora-yeshua.nl/2015/03/welke-geestesgaven-heeft-u-en-wat-moeten-we-met-tongentaal/
    Ik heb daarin links , die verwijzen naar een uitstekend artikel van Rinske , Werner Stauder en Marc Verhoeven.
    Conclusie: volgens 1 Cor. 14:20-25 gaat het Bijbels gezien om niet-Hebreeuwse talen, die door de goyim worden gebruikt als moedertaal en in hun moedertaal de Joden het evangelie brengen, hun tot een getuigenis”.
    Dat gebeurt al 2000 jaar en Paulus verwijst in dat gedeelte naar Jes. 28:11,12
    Persoonlijk, onverstaanbaar en onvertaald gebrabbel als prive-hotline naar JHWH is pure inbeelding tot eigen “stichting” en zelfverheffing.
    Shalom,
    Ben Kok (joods-chr. pastor)"

    Shalom,
    hoor graag van je,
    Ben

    BeantwoordenVerwijderen