Inleiding

Is het zo belangrijk hoe we de Bijbel lezen? Mijn ervaring is van wel. Ik was bijna gestrand in de tegenstrijdigheden in Gods Woord en de verschillende uitleggingen daarover. Staan er dan in de Bijbel teksten die elkaar tegenspreken? Ik heb ze wel gevonden. Neem bijvoorbeeld 1 Korinthe 7,26,29 en vergelijk dat met 1 Timotheüs 5:14. Ik weet wel dat je de teksten in het verband moet lezen, maar dan nog kwam ik er niet uit. In mijn studie "tegenstrijdigheden in de Bijbel" kun je lezen waar ik zoal tegenaan ben gelopen en hoe ik deze vermeende tegenstrijdigheden mag lezen.

In de verzen 1 Korinthe 1:10 en Filippenzen 2:2 spreekt de Bijbel over eensgezindheid. Als ik om mij heen kijk heb ik het idee dat we alles behalve eensgezind zijn. Over het werk van Christus denken we veelal wel hetzelfde, maar er zijn verder veel verschillen en dus ook veel groepen.

In de VISIE van januari 2014 wordt in “slijpsteen” gevraagd of werken aan kerkelijke eenheid verspilde energie is. 61 % vindt van niet, 39 % vindt van wel.

Ik denk dat veel van de verschillen te maken hebben met hoe we de Bijbel lezen.

Wat ik veel hoor en lees is dat wij tegenwoordig leven in en mogen bouwen aan het Koninkrijk van God. De Here Jezus wordt aanbeden als onze Koning. Maar is Christus op dit moment Koning? Hierover kun je lezen in mijn studie "De toekomst van de mens" deel 1 "Het Koninkrijk"

Maar om de bedoeling van het Koninkrijk goed te begrijpen raad ik je aan ook de andere delen van de studie te lezen. Daar vind je dan ook een een uitleg over "de hel", waar ik me aan gewaagd heb. Eén en ander hebben, naar mijn idee, met elkaar te maken.

"De hel" is een onderwerp waar we mee in onze maag zitten. Ongeveer 10 jaar geleden werd daar in diverse tijdschriften aandacht aan besteed. In het blad CV-Koers schreef een bekende Nederlander dat hij zou willen dat er een ander verhaal was dan "de hel". Bovendien werd het "ons nare geheimpje" genoemd.

Waar ik natuurlijk benieuwd naar ben is wat je van de studies vindt.

Studie: Tegenstrijdigheden in de Bijbel

Tegenstrijdigheden in de Bijbel

 

1 - Inleiding


Jaren lang heb ik heb ik het idee gehad dat er tegenstrijdigheden in de Bijbel, en dan vooral in het Nieuwe testament stonden. Deze tegenstrijdigheden hadden te maken met het onderwijs aan de tegenwoordige Gemeente op aarde. Men vertelde mij dat het geen echte verschillen konden zijn. De Bijbel kan zichzelf niet tegenspreken. Ik heb geprobeerd dit te aanvaarden, maar dat koste mij moeite.
Maar kort geleden heb ik mij laten uitleggen dat er inderdaad verschillende bedieningen, met verschillende aspecten in Gods Woord voorkomen. God handelt met de mensen op een bepaalde manier in een bepaalde periode. Als ik alleen al kijk naar hoe God omging met Adam en Eva in de hof van Eden, dan was dat op een heel andere manier dan later met het volk Israël, aan wie Hij de wet gaf. Dit kan het idee geven dat de Bijbel zichzelf soms tegenspreekt.

Ik wil in deze studie kort de algemene uitleg over het ontstaan van de Gemeente behandelen.
Daarna wil ik laten zien waar ik moeite mee had.
Vervolgens wil ik een mogelijke verklaring voor de verschillen uitleggen.
Dit wil ik bevestigen door een aantal voorbeelden.

2 - De algemene uitleg


De algemene uitleg is dat in Handelingen 2 een nieuwe periode aanbreekt, met de uitstorting van de Heilige Geest. God gaat Zijn Gemeente op aarde bouwen, uit alle volken. Israël is voorlopig terzijde gesteld, (zo niet geheel van het toneel verdwenen) Joden wordt ingelijfd, als zij tot geloof komen, in de Gemeente waarvan Christus het Hoofd is.
Langzamerhand zie je in Handelingen dat dit de Joden wordt duidelijk gemaakt, bijvoorbeeld in Hand.10: 15 Hier moet Petrus naar de hoofdman Cornelius gaan. Dit is een heiden, maar God zegt:
Hand.10: 15  En een stem geschiedde wederom ten tweeden male tot hem: Hetgeen God gereinigd heeft, zult gij niet gemeen maken.
Steeds meer heidenen komen tot geloof. De brieven van de apostelen zijn gericht aan heiden en Jood. Hierin kunnen we het onderwijs vinden wat God voor ons bedoeld heeft. Dit onderwijs is erg gevarieerd. Maar God spreekt tot ons in zeer veel verschillende beelden.
Hoewel ik het helemaal eens was met deze uitleg, stuitte ik toch op een aantal problemen die mijn zicht op Gods bedoelingen verduisterden. Hier volgen enkele struikelblokken.

3 - Tegenstrijdige teksten.

 

3 - 1 De profetie van Joël


Als eerste liep ik bij deze uitleg aan tegen Hand.2: 14 – 20. Als hier de Gemeente begint, waar heiden en Jood samen één in zijn, waarom dan deze profetie? Waarom begint God hier door Petrus te spreken over teksten aangehaald uit Joël 2 waar geprofeteerd wordt tegen Israël, over de laatste dagen? Over het uitstorten van de geest op alle vlees? Over de wonderen in de hemel en de tekenen op aarde? Over de doorluchtige dag des Heeren?

3 - 2 Genezing


Het tweede lastige feit wat ik in mijn christelijke loopbaan tegenkwam, was het probleem van de genezingen. In 1Kor.12: 28 wordt gesproken over de gave van gezondmaking. Paulus schreef deze brief tijdens zijn zendingsreizen, die beschreven staan in Handelingen. Ik weet dat Paulus zieken genas zoals ik kan lezen in:
Hand.19: 11, 12  11En God deed ongewone krachten door de handen van Paulus; 12  Alzo dat ook van zijn lijf op de kranken gedragen werden de zweetdoeken of gordeldoeken, en dat de ziekten van hen weken, en de boze geesten van hen uitvoeren. 
Ook de andere apostelen hadden de gave van genezing. En niet te vergeten de Here Jezus zelf die heel veel mensen genas, wat te lezen valt in de Evangeliën.
Maar van Paulus weten we tegelijkertijd dat hij niet genezen werd van een doorn in zijn vlees, 2 Cor.12: 7. Ook moest hij mensen ziek achterlaten:
2Tim.4: 20  Erastus is te Korinthe gebleven; en Trofimus heb ik te Milete krank gelaten.

Ik had de uitleg kunnen aanvaarden dat God soms mensen geneest, maar niet altijd. God weet wat goed voor een ieder is. Maar mijn probleem was dat er zoveel misverstanden over dit onderwerp zijn ontstaan, wat toch door de tegenstrijdige teksten veroorzaakt wordt.

3 - 3 Bidden en ontvangen


Matth.21: 22  En al wat gij zult begeren in het gebed, gelovende, zult gij ontvangen.
Joh.14: 13  En zo wat gij begeren zult in Mijn Naam, dat zal Ik doen; opdat de Vader in den Zoon verheerlijkt worde.
Joh.15: 7  Indien gij in Mij blijft, en Mijn woorden in u blijven, zo wat gij wilt, zult gij begeren, en het zal u geschieden.
1Joh.3: 21, 22  21Geliefden! Indien ons hart ons niet veroordeelt, zo hebben wij vrijmoedigheid tot God; 22  En zo wat wij bidden, ontvangen wij van Hem, dewijl wij Zijn geboden bewaren, en doen, hetgeen behagelijk is voor Hem.
Jac.4: 3  Gij bidt, en gij ontvangt niet, omdat gij kwalijk bidt, opdat gij het in uw wellusten doorbrengen zoudt.

In deze verzen staat dat alles wat wij begeren, wij het zullen ontvangen, mits wij geloven, in Jezus Naam bidden, In Hem blijven en ons hart ons niet veroordeeld. Ik heb vaak om iets speciaals gebeden, maar niet gekregen. Mijn conclusie was uiteindelijk dat ik het misschien toch enkel verlangde voor mijn eigen gemak.
Maar als ik Fil.4: 6, 7, 11 - 13  las, meende ik te mogen concluderen dat Paulus ook niet alles had gekregen waar hij om bad en smeekte. Gingen bovenstaande verzen dan niet voor hem op? Paulus was toch iemand die absoluut op Gods weg wandelde in groot geloof en vertrouwen.

Fil.4: 6, 7, 11 - 13  6 Weest in geen ding bezorgt; maar laat uw begeerten in alles, door bidden en smeken, met dankzegging bekend worden bij God; 7  En de vrede Gods, die alle verstand te boven gaat, zal uw harten en uw zinnen bewaren in Christus Jezus. 11  Niet dat ik dit zeg vanwege gebrek; want ik heb geleerd vergenoegd te zijn in hetgeen ik ben. 12  En ik weet vernederd te worden, ik weet ook overvloed te hebben; alleszins en in alles ben ik onderwezen, beide verzadigd te zijn en honger te lijden, beide overvloed te hebben en gebrek te lijden. 13  Ik vermag alle dingen door Christus, Die mij kracht geeft.

3 - 4 Trouwen


1Kor.7: 25 - 29, 38 - 40 25 Aangaande de maagden nu, heb ik geen bevel des Heeren; Maar ik zeg mijn gevoelen, als die barmhartigheid van den Heere gekregen heb, om getrouw te zijn. 26  Ik houde dan dit goed te zijn, om den aanstaanden nood, dat het, zeg ik, den mens goed is alzo te zijn. 27  Zijt gij aan een vrouw verbonden, zoek geen ontbinding; zijt gij ongebonden van een vrouw, zoek geen vrouw. 28 Maar indien gij ook trouwt, gij zondigt niet; en indien een maagd trouwt, zij zondigt niet. Doch dezulken zullen verdrukking hebben in het vlees; en ik spare ulieden. 29  Maar dit zeg ik, broeders, dat de tijd voorts kort is; opdat ook die vrouwen hebben, zouden zijn als niet hebbende; 38  Alzo dan, die haar ten huwelijk uitgeeft, die doet wel; en die ze ten huwelijk niet uitgeeft, die doet beter. 39 Een vrouw is door de wet verbonden, zo langen tijd haar man leeft; maar indien haar man ontslapen is, zo is zij vrij, om te trouwen, dien zij wil, alleenlijk in den Heere. 40  Maar zij is gelukkiger, indien zij alzo blijft, naar mijn gevoelen. En ik meen ook den Geest Gods te hebben.

In bovenstaande teksten meen ik te lezen dat Paulus eigenlijk het huwelijk niet aanraadt omdat de gehuwden verdrukking in het vlees te wachten staat. Bovendien spreekt hij uit dat de tijd kort is.
Nu meen ik dat hij in de onderstaande verzen iets geheel anders beweert. Hier moedigt hij de vrouw juist aan om kinderen te krijgen, ze zal dan zalig worden ( geen sprake meer van verdrukkingen in het vlees) en hij veroordeeld degene die het huwelijk verbieden.

1Tim.2: 15  Doch zij zal zalig worden in kinderen te baren, zo zij blijft in het geloof, en liefde, en heiligmaking, met matigheid.
1Tim.4: 1, 3  1 Doch de Geest zegt duidelijk, dat in de laatste tijden sommigen zullen afvallen van het geloof, zich begevende tot verleidende geesten, en leringen der duivelen, 3  Verbiedende te huwelijken, gebiedende van spijzen te onthouden, die God geschapen heeft,
1Tim.5: 14  Ik wil dan, dat de jonge weduwen huwelijken, kinderen telen, het huis regeren, geen oorzaak van lastering aan de wederpartij geven.

3 - 5 Heilige Geest, doop of verzegeling?


Rom.8: 9  Doch gijlieden zijt niet in het vlees, maar in den Geest, zo anders de Geest Gods in u woont. Maar zo iemand den Geest van Christus niet heeft, die komt Hem niet toe.
Gal.3: 2, 3  2 Dit alleen wil ik van u leren: hebt gij den Geest ontvangen uit de werken der wet, of uit de prediking des geloofs? 3 Zijt gij zo uitzinnig? Daar gij met den Geest begonnen zijt, voleindigt gij nu met het vlees?

Het lijkt mij dat in deze teksten staat dat de Heilige Geest, waarin men is gedoopt, zich van iemand kan terugtrekken. Maar in Efeze wordt gesproken van een verzegeling, die zelfs bij het bedroeven van de Heilige Geest niet verbroken wordt.

Ef.1: 13, 14  13 In Welken ook gij zijt, nadat gij het woord der waarheid, namelijk het Evangelie uwer zaligheid gehoord hebt; in Welken gij ook, nadat gij geloofd hebt, zijt verzegeld geworden met den Heiligen Geest der belofte; 14  Die het onderpand is van onze erfenis, tot de verkregene verlossing, tot prijs Zijner heerlijkheid.
Ef.4: 30  En bedroeft den Heiligen Geest Gods niet, door Welken gij verzegeld zijt tot den dag der verlossing.

3- 6 Wederkomst van de Heer


Luk.21: 32 Voorwaar Ik zeg u, dat dit geslacht geenszins zal voorbijgaan, totdat alles zal geschied zijn.
1Thess.4: 15, 17  15 Want dat zeggen wij u door het Woord des Heeren, dat wij, die levend overblijven zullen tot de toekomst des Heeren, niet zullen voorkomen degenen, die ontslapen zijn.17  Daarna wij, die levend overgebleven zijn, zullen te zamen met hen opgenomen worden in de wolken, den Heere tegemoet, in de lucht; en alzo zullen wij altijd met den Heere wezen.
Hebr.10: 37 Want: nog een zeer weinig tijds en Hij, Die te komen staat, zal komen, en niet vertoeven.
Jac.5: 7, 8  7 Zo zijt dan lankmoedig, broeders, tot de toekomst des Heeren. Ziet, de landman verwacht de kostelijke vrucht des lands, lankmoedig zijnde over dezelve, totdat het den vroegen en spaden regen zal hebben ontvangen. 8  Weest gij ook lankmoedig, versterkt uw harten; want de toekomst des Heeren genaakt.
2Petr.3: 3, 4  3  Dit eerst wetende, dat in het laatste der dagen spotters komen zullen, die naar hun eigen begeerlijkheden zullen wandelen, 4 En zeggen: waar is de belofte Zijner toekomst? Want van dien dag, dat de vaders ontslapen zijn, blijven alle dingen alzo gelijk van het begin der schepping.

Ik moet eerlijk bekennen dat ik het me ook heb afgevraagd waar de belofte van de komst des Heren is gebleven. Als ik deze teksten las dan kreeg ik het idee dat het eigenlijk al moest gebeuren in de generatie die leefde samen met de Here Jezus en met Paulus. Maar, legde men mij uit: één dag bij de Heer is als duizend jaar en omgekeerd. Dat klonk wel gelovig, maar toch bleef ik mij afvragen waarom een dergelijke tekst als Luk.21: 32 en Matth.24: 34.

3 - 7 1Korinthe 14


Is er een Bijbelgedeelte te noemen wat meer verdeeldheid te weeg heeft gebracht dan 1 Korinthe 14? Overigens, de hele Korinthe brief heeft veel stof tot discussie teweeggebracht. Maar kijk ik naar 1 Korinthe 14 dan rijst de vraag of ik nu wel of niet in tongen (talen) kan, moet spreken. Of ik nu wel of niet de gave van het profeteren heb. Of de vrouw nu wel of niet moet zwijgen, met of zonder hoofdbedekking ( 1Kor.11: 5) Alhoewel deze zaken duidelijk beschreven staan zijn er grote verschillen in opvattingen en iedereen meent dat hij het op de juiste wijze uitvoert.
Ik ben tot de conclusie gekomen dat er van onderstaande verzen niets is terechtgekomen.
Zijn deze verzen dan een onmogelijke opdracht voor ons?

1 Corinthe 1:10  Maar ik bid u, broeders, door den Naam van onzen Heere Jezus Christus, dat gij allen hetzelfde spreekt, en dat onder u geen scheuringen zijn, maar dat gij samengevoegd zijt in eenzelfden zin, en in een zelfde gevoelen.                  
Fill.2: 2, 5   2  Zo vervult mijn blijdschap, dat gij moogt eensgezind zijn, dezelfde liefde hebbende, van een gemoed en van een gevoelen zijnde.  5  Want dat gevoelen zij in u, hetwelk ook in Christus Jezus was;

3 - 8 Werken of geloof


Regelmatig rees bij mij de vraag of ik nu werd gerechtvaardigd door mijn werken, of door geloof.

Rom.2: 6, 7  6 Welke een iegelijk vergelden zal naar zijn werken; 7  Dengenen wel, die met volharding in goeddoen, heerlijkheid, en eer, en onverderfelijkheid zoeken, het eeuwige leven;
1Kor.3: 14, 15  14 Zo iemands werk blijft, dat hij daarop gebouwd heeft, die zal loon ontvangen.
15  Zo iemands werk zal verbrand worden, die zal schade lijden; maar zelf zal hij behouden worden, doch alzo als door vuur.
Jak.2: 14, 17, 24, 26  14 Wat nuttigheid is het, mijn broeders, indien iemand zegt, dat hij het geloof heeft, en hij heeft de werken niet? Kan dat geloof hem zalig maken? 17  Alzo ook het geloof, indien het de werken niet heeft, is bij zich zelve dood. 24  Ziet gij dan nu, dat een mens uit de werken gerechtvaardigd wordt, en niet alleenlijk uit het geloof? 26  Want gelijk het lichaam zonder geest dood is, alzo is ook het geloof zonder de werken dood.
1Petr.1: 15, 16, 17  15Maar gelijk Hij, Die u geroepen heeft, heilig is, zo wordt ook gij zelve heilig in al uw wandel; 16  Daarom dat er geschreven is: Zijt heilig, want Ik ben heilig. 17  En indien gij tot een Vader aanroept Dengene, Die zonder aanneming des persoons oordeelt naar eens iegelijks werk, zo wandelt in vreze den tijd uwer inwoning;

Maar wat zegt:
Efeze 2: 8, 9  8 Want uit genade zijt gij zalig geworden door het geloof; en dat niet uit u, het is Gods gave; 9  Niet uit de werken, opdat niemand roemt.
Fil.2: 12, 13  12 werkt uws zelfs zaligheid met vreze en beven: (in de betekenis van “Heer wat wilt Gij dat ik doen zal”)13  Want het is God, Die in u werkt beide het willen en het werken, naar Zijn welbehagen.
2Tim.1: 9  Die ons heeft zalig gemaakt, en geroepen met een heilige roeping; niet naar onze werken, maar naar Zijn eigen voor nemen en genade, die ons gegeven is in Christus Jezus, voor de tijden der eeuwen;

3 - 9 Oordeel of genade


Ook vroeg ik mij af of ik onder het oordeel zou vallen of dat ik vrij gesproken werd door de genade.
Als ik Matth.5: 17 – 48 lees moet ik tot de conclusie komen dat ik deze toets niet kan doorstaan. En ook in de volgende teksten liegen de oordelen er niet om.

Matth.6: 14, 15   14 Want indien gij den mensen hun misdaden vergeeft, zo zal uw hemelse Vader ook u vergeven. 15  Maar indien gij den mensen hun misdaden niet vergeeft, zo zal ook uw Vader uw misdaden niet vergeven.
Romeinen 14:10  Maar gij, wat oordeelt gij uw broeder? Of ook gij, wat veracht gij uw broeder? Want wij zullen allen voor den rechterstoel van Christus gesteld worden.
1Kor.11: 27 – 32 27 Zo dan, wie onwaardiglijk dit brood eet, of den drinkbeker des Heeren drinkt, die zal schuldig zijn aan het lichaam en bloed des Heeren. 28  Maar de mens beproeve zichzelven, en ete alzo van het brood, en drinke van den drinkbeker. 29  Want die onwaardiglijk eet en drinkt, die eet en drinkt zichzelven een oordeel, niet onderscheidende het lichaam des Heeren. 30  Daarom zijn onder u vele zwakken en kranken, en velen slapen. 31  Want indien wij onszelven oordeelden, zo zouden wij niet geoordeeld worden. 32  Maar als wij geoordeeld worden, zo worden wij van den Heere getuchtigd, opdat wij met de wereld niet zouden veroordeeld worden.
2 Corinthe 5:10  Want wij allen moeten geopenbaard worden voor den rechterstoel van Christus, opdat een iegelijk wegdrage, hetgeen door het lichaam geschiedt, naardat hij gedaan heeft, hetzij goed, hetzij kwaad.
Jakobus 5:9  Zucht niet tegen elkander, broeders, opdat gij niet veroordeeld wordt; ziet, de Rechter staat voor de deur.

Maar het lijkt mij dat in onderstaande teksten een heel andere toon wordt aangeslagen.

Efeze 1:7  In Welken wij hebben de verlossing door Zijn bloed, namelijk de vergeving der misdaden, naar den rijkdom Zijner genade,
Efeze 2: 5, 7  5 Ook toen wij dood waren door de misdaden, heeft ons levend gemaakt met Christus; (uit genade zijt gij zalig geworden), Opdat Hij zou betonen in de toekomende eeuwen den uitnemenden rijkdom Zijner genade, door de goedertierenheid over ons in Christus Jezus.
Titus 2: 11  Want de zaligmakende genade Gods is verschenen aan alle mensen.
Titus 3: 7  Opdat wij, gerechtvaardigd zijnde door Zijn genade, erfgenamen zouden worden naar de hope des eeuwigen levens.

Ik denk dat ik zo wel genoeg voorbeelden heb genoemd waarover ik mij het hoofd brak.

4 - Een andere uitleg


Twee jaar geleden kwam ik in aanraking met een uitleg die beweerde dat de Gemeente van Christus waarvan Hij het Hoofd is niet in Handelingen 2 begonnen is, maar in Handelingen 28, en wel nadat Paulus had gezegd:

Hand.28: 25 - 28  25 En tegen elkander oneens zijnde, scheidden zij; als Paulus dit ene woord gezegd had, namelijk: Wel heeft de Heilige Geest gesproken door Jesaja, den profeet, tot onze vaderen, 26  Zeggende: Ga heen tot dit volk, en zeg: Met het gehoor zult gij horen, en geenszins verstaan; en ziende zult gij zien, en geenszins bemerken. 27  Want het hart dezes volks is dik geworden, en met de oren hebben zij zwaarlijk gehoord, en hun ogen hebben zij toegedaan; opdat zij niet te eniger tijd met de ogen zouden zien, en met de oren horen, en met het hart verstaan, en zij zich bekeren, en Ik hen geneze.28  Het zij u dan bekend, dat de zaligheid Gods den heidenen gezonden is, en dezelve zullen horen.

4 - 1 Handelingen 1 - 28


Als het zo zou zijn dat de Gemeente van Christus waarvan Hij het Hoofd is niet in Handelingen 2 begonnen is,  wat voor gevolgen heeft dat dan?
Wel, dat houdt dan onder anderen in dat de geschiedenis, die ik in Handelingen vind, over een andere groep gelovigen gaat dan ik altijd gemeend heb.
Ook houdt het in dat de brieven die Paulus tijdens Handelingen geschreven heeft gericht zijn aan een andere groep mensen dan de groep waar hij zijn brieven aan schrijft na Handelingen 28.

De brieven die Paulus heeft geschreven tijdens de Handelingsperiode zijn:
53 na Chr. 1 en 2 Thessaloncensen
53 na Chr. Hebreeën (hoewel het niet vermeld staat wie deze brief heeft geschreven denken de meesten dat het Paulus is geweest.)
57 na Chr. 1 en 2 Korinthe, Galaten
58 na Chr. Romeinen
Als ik dit rijtje bekijk dan zie ik direct dat de volgorde anders is dan in onze Bijbel wordt weergegeven.
Ik weet niet waarom de bijbelvertalers deze veranderd hebben. Men heeft mij geleerd dat de samenstelling van de brieven door de Heilige Geest zo aan ons is overgeleverd. Men vertelde mij dat er een opbouw aan onderwijs in zat. Nu kunnen mensen dat wel zo vinden maar als ik rekening houd met de opbouw die Paulus in zijn brieven neerlegt dan meen ik toch dat dit de juiste is.

Ik wil nu gaan kijken over welke gelovigen het in Handelingen gaat en welk specifiek onderwijs er in naar voren komt.

4 - 2 Joden en Grieken


In Handelingen 2: 14, 22 / 3:12 / 5:35 / 13:16 / 21:28 vind ik de uitdrukking: “Gij Joodse of Israëlitische mannen.” In Handelingen 2 vind ik deze uitdrukking twee keer. Ik lees in:
Hand. 2: 36, 37  36 Zo wete dan zekerlijk het ganse huis Israels, dat God Hem tot een Heere en Christus gemaakt heeft, namelijk dezen Jezus, Dien gij gekruist hebt. 37 En als zij dit hoorden, werden zij verslagen in het hart, en zeiden tot Petrus en de andere apostelen: Wat zullen wij doen mannen broeders?
Deze zij en gij zijn, naar mijn idee, Joden. En vervolgens richt Petrus het woord tot hen in vers 38 – 47. Ik heb altijd gemeend, en ook uitgelegd gekregen, dat deze verzen ook tot de heidenen gericht waren. Met “die daar verre zijn” uit vers 39 zouden de heidenen bedoeld worden. Maar is dit zo? Zou dit ook kunnen slaan op:
Hand.2: 5 En er waren Joden, te Jeruzalem wonende, godvruchtige mannen van allen volken degenen, die onder den hemel zijn.
Als ik tekst met tekst vergelijk moet ik inderdaad concluderen dat hier niet tegen heidenen gesproken wordt maar tegen Joden. Dat betekent dat de eerste Gemeente uit Joden bestond. Dan kan ik nu ook begrijpen waarom Petrus met een tekst uit Joël begint. Hij heeft het hier tegen het Joodse volk en dus is deze tekst volkomen op zijn plaats
Maar er zijn nog meer teksten die over de Joden gaan.

Hand.14: 1  En het geschiedde te Ikonium, dat zij te samen gingen in de synagoge der Joden, en alzo spraken, dat een grote menigte, beiden van Joden en Grieken, geloofde.
Hand.18: 4  En hij handelde op elke sabbat in de synagoge, en bewoog tot het geloof Joden en Grieken.
Hand.19: 10  En dit geschiedde twee jaren lang, alzo dat allen, die in Azie woonden, het Woord van den Heere Jezus hoorden, beiden Joden en Grieken.
Hand.19: 17  En dit werd allen bekend, beiden Joden en Grieken, die te Efeze woonden; en er viel een vreze over hen allen, en de Naam van den Heere Jezus werd groot gemaakt.
Hand.20: 21  Betuigende, beiden Joden en Grieken, de bekering tot God en het geloof in onzen Heere Jezus Christus.
Rom.3: 9  Wat dan? Zijn wij uitnemender? Ganselijk niet; want wij hebben tevoren beschuldigd beiden Joden en Grieken, dat zij allen onder de zonde zijn;
1 Cor.1: 24  Maar hun, die geroepen zijn, beiden Joden en Grieken, prediken wij Christus, de kracht Gods, en de wijsheid Gods.
Romeinen 1: 16  Want ik schaam mij des Evangelies van Christus niet; want het is een kracht Gods tot zaligheid een iegelijk, die gelooft, eerst den Jood, en ook den Griek (Hellen)
Romeinen 2: 9  Verdrukking en benauwdheid over alle ziel des mensen, die het kwade werkt, eerst van den Jood, en ook van den Griek; (Hellen)
Romeinen 2: 10  Maar heerlijkheid, en eer, en vrede een iegelijk, die het goede werkt, eerst den Jood, en ook den Griek. (Hellen)

Wat in deze teksten duidelijk wordt is dat Paulus zich richt tot eerst de Jood en ook de Griek. Is de Griek dan geen heiden? Er wordt voor Grieken een ander woord in de grondtekst gebruikt dan voor heidenen in het algemeen.
Griek, Grieksen: Hellen: Grieks sprekende persoon, niet Jood
heiden: ethnos: land, volkeren, mensen
Jodengenoten: proselutos: iemand toegetreden tot het Jodendom

In onderstaande teksten zie ik dat Joden en Jodengenoten apart onderwezen werden, meestal in de synagoge. De heidenen kwamen later aan de beurt.

Hand.13: 42  En als de Joden uitgegaan waren uit de synagoge, baden de heidenen (ethnos), dat tegen den naasten sabbat hun dezelfde woorden zouden gesproken worden.
Hand.13: 46  Maar Paulus en Barnabas, vrijmoedigheid gebruikende, zeiden: Het was nodig, dat eerst tot u het Woord Gods gesproken zou worden; doch nademaal gij hetzelve verstoot, en uzelven des eeuwigen levens niet waardig oordeelt, ziet, wij keren ons tot de heidenen (ethnos)
Hand.18: 6  Maar als zij wederstonden en lasterden, schudde hij zijn klederen af, en zeide tot hen: Uw bloed zij op uw hoofd; ik ben rein; en van nu voortaan zal ik tot de heidenen (ethnos) heengaan.
Hand.21: 19  En als hij hen ( ouderlingen te Jeruzalem, vers 18, 19) gegroet had, verhaalde hij van stuk tot stuk, wat God onder de heidenen (ethnos)door zijn dienst gedaan had.

4 - 3 Heidenen


Er komen in de Handelingsperiode ook heidenen (ethnos) tot geloof. Maar dit heeft een speciale bedoeling. Ik  kan dit vinden in:

Rom.10: 19  Maar ik zeg: Heeft Israël het niet verstaan? Mozes zegt eerst: Ik zal ulieden tot jaloersheid verwekken door degenen, die geen volk zijn; door een onverstandig volk zal ik u tot toorn verwekken.
Rom.11: 11  Zo zeg ik dan: Hebben zij gestruikeld, opdat zij vallen zouden? Dat zij verre; maar
door hun val is de zaligheid den heidenen geworden, om hen tot jaloersheid te verwekken.

Hier lees ik dat de heidenen tot geloof komen om de Joden jaloers te maken. God doet er alles aan om Zijn volk te bereiken. Was het dan niet de bedoeling dat heidenen tot geloof zouden komen? Jazeker wel. God had dit al beloofd in het Oude testament aan Abraham en de Joden zouden als koningen en priesters de heidenen vertellen van hun God, Ex.19: 6
Maar nu de Joden zich niet willen bekeren, kan het heil niet door hen tot de heidenen komen. God volgt een andere weg. Paulus werd geroepen om naar de kinderen Israëls, de koningen en naar de heidenen te gaan, Hand.9: 15. Ik kan dit gebeuren in Handelingen volgen.
Maar hij noemt zichzelf een ontijdig geborene.
1 Corinthe 15: 8  En ten laatste van allen is Hij ook van mij, als van een ontijdig geborene, gezien.
Eigenlijk is hij te vroeg wedergeboren. Waarom dan? Wel, om de heidenen alvast te bereiken met het Evangelie om de Joden jaloers te maken. Want het was in de Handelingsperiode nog steeds de bedoeling dat de Joden tot bekering zouden komen. Het Koninkrijk zou dan opgericht kunnen worden, en de Joden zouden aan alle volken het evangelie van het Koninkrijk kunnen gaan brengen. Dit alles lag binnen hun bereik ondanks dat zij de Here Jezus hadden gekruisigd. Dat kan ik lezen in:

Hand.3: 15, 17 – 26  15  En den Vorst des levens hebt gij gedood, Welken God opgewekt heeft uit de doden; waarvan wij getuigen zijn. 17 En nu, broeders, ik weet, dat gij het door onwetendheid gedaan hebt, gelijk als ook uw oversten. 18  Maar God heeft alzo vervuld, hetgeen Hij door den mond van al Zijn profeten tevoren verkondigd had, dat de Christus lijden zou. 19  Betert u dan, en bekeert u, opdat uw zonden mogen uitgewist worden; wanneer de tijden der verkoeling ( verademing) zullen gekomen zijn van het aangezicht des Heeren, 20  En Hij gezonden zal hebben Jezus Christus, Die u tevoren gepredikt is; 21  Welken de hemel moet ontvangen tot de tijden der wederoprichting aller dingen, die God gesproken heeft door den mond van al Zijn heilige profeten van alle eeuw. 22  Want Mozes heeft tot de vaderen gezegd: De Heere, uw God, zal u een Profeet verwekken, uit uw broederen, gelijk mij; Dien zult gij horen, in alles, wat Hij tot u spreken zal. 23  En het zal geschieden, dat alle ziel, die dezen Profeet niet zal gehoord hebben, uitgeroeid zal worden uit den volke. 24  En ook al de profeten, van Samuel aan, en die daarna gevolgd zijn, zovelen als er hebben gesproken, die hebben ook deze dagen tevoren verkondigd. 25  Gijlieden zijt kinderen der profeten, en des verbonds, hetwelk God met onze vaderen opgericht heeft, zeggende tot Abraham: En in uw zade zullen alle geslachten der aarde gezegend worden.  26  God, opgewekt hebbende Zijn Kind Jezus, heeft Denzelven eerst tot u gezonden, dat Hij ulieden zegenen zou, daarin dat Hij een iegelijk van u afkere van uw boosheden.

Deze boodschap blijft klinken in heel de Handelingsperiode:
Hand.28: 23 dewelke hij het Koninkrijk Gods uitlegde, en betuigde, en poogde hen te bewegen tot het geloof in Jezus, beide uit de wet van Mozes en de profeten.

4 - 4 De wet


Hand.21: 20  En zij, dat gehoord hebbende, loofden den Heere, en zeiden tot hem: Gij ziet, broeder, hoevele duizenden van Joden er zijn, die geloven; en zij zijn allen ijveraars van de wet.
Hand.21: 24  Neem dezen tot u, en heilig u met hen, en doe de onkosten nevens hen, opdat zij het hoofd bescheren mogen; en allen mogen weten, dat er niets is aan hetgeen, waarvan zij, aangaande u, bericht zijn; maar dat gij alzo wandelt, dat gij ook zelve de wet onderhoudt.
Hand.24: 14  Maar dit beken ik u, dat ik naar dien weg, welken zij sekte noemen, den God der vaderen alzo diene, gelovende alles, wat in de wet en in de profeten geschreven is;
Hand.25: 8  Dewijl hij, verantwoordende, zeide: Ik heb noch tegen de wet der Joden, noch tegen den tempel, noch tegen den keizer iets gezondigd.
Rom.2: 17, 18  17 Zie, gij wordt een Jood genaamd en rust op de wet; en roemt op God, 18  En gij weet Zijn wil, en beproeft de dingen, die daarvan verschillen, zijnde onderwezen uit de wet;
Rom.5: 31  Doen wij dan de wet te niet door het geloof? Dat zij verre; maar wij bevestigen de wet.

In bovenstaande teksten lees ik dat de Joden, die tot geloof in de Messias kwamen, allen ijveraars van de wet waren. Nu heb ik altijd gemeend dat met de komst van de Here Jezus de wet vervuld werd en zeker bij het ontstaan van de gemeente geen functie meer had. Maar deze teksten spreken anders. Wel lees ik in Handelingen 15 dat er onderscheid wordt gemaakt tussen Joden en heidenen.

Hand.15: 23, 24, 28, 29   23 En zij schreven door hen dit navolgende: De apostelen, en de ouderlingen, en de broeders wensen den broederen uit de heidenen, die in Antiochie, en Syrie, en Cilicie zijn, zaligheid. 24  Nademaal wij gehoord hebben, dat sommigen, die van ons uitgegaan zijn, u met woorden ontroerd hebben en uw zielen wankelende gemaakt, zeggende, dat gij moet besneden worden, en de wet onderhouden; welken wij dat niet bevolen hadden; 28  Want het heeft den Heiligen Geest en ons goed gedacht, ulieden geen meerderen last op te leggen dan deze noodzakelijke dingen: 29  Namelijk, dat gij u onthoudt van hetgeen den afgoden geofferd is, en van bloed, en van het verstikte, en van hoererij; van welke dingen, indien gij uzelven wacht, zo zult gij weldoen. Vaart wel.
Bovendien zegt Rom.2: 14 dat de heidenen de wet niet hebben.
Rom.2: 14 Want wanneer de heidenen, die de wet niet hebben, van nature de dingen doen, die der wet zijn, deze, de wet niet hebbende, zijn zichzelven een wet;

Zo zie ik dat er in de Handelingsperiode twee groepen gelovigen zijn.
Ten eerste: Joden en Grieken. (Jodengenoten: proselutos: iemand toegetreden tot het Jodendom)
Zij bleven leven naar de wet en waren tegelijkertijd tot geloof in de Messias gekomen.
Ten tweede: heidenen. Deze laatste hebben hun eigen regels, en een eigen plaats, afgezonderd van de Joden.

5 - Israël is niet voorgoed verstoten


Rom.11: 1  Ik zeg dan: Heeft God Zijn volk verstoten? Dat zij verre; want ik ben ook een Israëliet, uit het zaad Abrahams, van den stam Benjamin.
Rom.11: 25 - 29   25 Want ik wil niet, broeders, dat u deze verborgenheid onbekend zij (opdat gij niet wijs zijt, bij uzelven), dat de verharding voor een deel over Israël gekomen is, totdat de volheid der heidenen zal ingegaan zijn. 26  En alzo zal geheel Israël zalig worden; gelijk geschreven is: De Verlosser zal uit Sion komen en zal de goddeloosheden afwenden van Jakob. 27  En dit is hun een verbond van Mij, als Ik hun zonden zal wegnemen. 28  Zo zijn zij wel vijanden aangaande het Evangelie, om uwentwil, maar aangaande de verkiezing zijn zij beminden, om der vaderen wil; 29  Want de genadegiften en de roeping Gods zijn onberouwelijk.

Nu ik gezien heb waar het in Handelingen om gaat bevreemd het mij nog meer dat ik geloofd heb dat God de Joden, als volk, al in Handelingen 2 aan de kant had geschoven. Zelfs tijdens het schrijven van deze brief aan de Romeinen was dit nog niet definitief het geval. Ook na Handelingen 28: 28 blijft er hoop voor de Joden bestaan. Maar deze hoop is nu wel uitgesteld tot de toekomst, als God opnieuw naar Zijn volk zal omzien.

Lukas 21: 31  Alzo ook gij, wanneer gij deze dingen zult zien geschieden, zo weet, dat het Koninkrijk Gods nabij is.
Hand.1: 6, 7  6 Zij dan, die samengekomen waren, vraagden Hem, zeggende: Heere, zult Gij in dezen tijd aan Israel het Koninkrijk weder oprichten? 7  En Hij zeide tot hen: Het komt u niet toe, te weten de tijden of gelegenheden, die de Vader in Zijn eigen macht gesteld heeft;
Openbaring 12: 10  En ik hoorde een grote stem, zeggende in den hemel: Nu is de zaligheid, en de kracht, en het koninkrijk geworden onzes Gods; en de macht van Zijn Christus; want de aanklager onzer broederen, die hen verklaagde voor onzen God dag en nacht is neergeworpen.

Dit Koninkrijk zal opgericht worden op aarde. Toch zal het een totaal ander Koninkrijk zijn dan de koninkrijken die we kennen. Het zal het Koninkrijk der hemelen, of het Koninkrijk Gods op aarde zijn, waar de Here Jezus Zelf zal regeren, met de discipelen. In het Grieks staat hier voor hemelen: ouranos. Dit betekent: iets wat boven is. Daarom onderscheidt het zich van de aardse koninkrijken, omdat het met de Hemel is verbonden.

Matth.16: 19  En Ik zal u geven de sleutelen van het Koninkrijk der hemelen; en zo wat gij zult binden op de aarde, zal in de hemelen gebonden zijn; en zo wat gij ontbinden zult op de aarde, zal in de hemelen ontbonden zijn.
Matth.19: 28  En Jezus zeide tot hen: Voorwaar, Ik zeg u, dat gij, die Mij gevolgd zijt, in de wedergeboorte, wanneer de Zoon des mensen zal gezeten zijn op den troon Zijner heerlijkheid, dat gij ook zult zitten op twaalf tronen, oordelende de twaalf geslachten Israels.

6 - Handelingen 28: 31


Begint er na Hand. 28: 28 werkelijk een andere periode, want ik lees toch in vers 31 dat Paulus doorgaat met het prediken van het Koninkrijk Gods?
Hand.28: 31  Predikende het Koninkrijk Gods, en lerende van den Heere Jezus Christus met alle vrijmoedigheid, onverhinderd.
Op het eerste gezicht lijkt het dat Paulus geen andere boodschap brengt dan altijd. Toch zit er verschil in de verkondiging. Vergelijk vers 31 met:
Hand.28: 23 dewelke hij het Koninkrijk Gods uitlegde, en betuigde, en poogde hen te bewegen tot het geloof in Jezus, beide uit de wet van Mozes en de profeten.
In vers 31 predikt Paulus niet meer vanuit de wet van Mozes en de profeten, die voor het volk Israël bedoeld was. Hij predikt daar niet meer het geloof in Jezus, Die voor de Joden gekomen was, zie Matth.10: 5, 6 en Joh.1: 11, maar de Heere Jezus Christus, Die de Joden verworpen hadden.
De naam “Heere Jezus Christus” is de volledige naam voor de Heer in al Zijn heerlijkheid en overwinning. Christus is nu in de hemel:
Efeze 1:20  Die Hij gewrocht heeft in Christus, als Hij Hem uit de doden heeft opgewekt; en heeft Hem gezet tot Zijn rechterhand in den hemel: epouranios;
Ook in 2Tim.4: 18 komt epouranios voor:
2Tim.4: 18  En de Heere zal mij verlossen van alle boos werk, en bewaren tot Zijn hemels Koninkrijk; Denwelken zij de heerlijkheid in alle eeuwigheid. Amen.
Het gaat hier over een boven hemels Koninkrijk. Ik meen dat Paulus dat Koninkrijk predikt in Hand.28: 31.
epouranios:  boven de hemel, uitspansel, boven de lucht, hemels, in de hemel, hoog verheven.

Ik wil nu gaan uitzoeken tot welke groep gelovigen Paulus zich richt na Handeling 28: 31 en enkele specifieke kenmerken van deze periode noemen.
Na Handelingen schrijft Paulus de volgende brieven:
62 na Chr. Efeze, Kollossenzen
62 na Chr. Filemon, Fillipensen
67 na Chr. 1 Timotheüs, Titus
68 na Chr. 2 Timotheüs

6 - 1 Nogmaals heidenen


Efeze 3:1, 6, 8  3 Om deze oorzaak ben ik Paulus de gevangene van Christus Jezus, voor u, die heidenen (ethnos) zijt. 6  Namelijk dat de heidenen zijn mede-erfgenamen, en van hetzelfde lichaam, en mededeelgenoten Zijner belofte in Christus, door het Evangelie; 8  Mij, den allerminste van al de heiligen, is deze genade gegeven, om onder de heidenen door het Evangelie te verkondigen den onnaspeurlijke rijkdom van Christus,
Kol.1: 27  Aan wie God heeft willen bekend maken, welke zij de rijkdom der heerlijkheid dezer verborgenheid onder de heidenen, welke is Christus onder u, de Hoop der heerlijkheid;
1 Tim.2: 7  Waartoe ik gesteld ben een prediker en apostel (ik zeg de waarheid in Christus, ik lieg niet), een leraar der heidenen, in geloof en waarheid.
1 Tim.3: 16  En buiten allen twijfel, de verborgenheid der godzaligheid is groot; God is geopenbaard in het vlees, is gerechtvaardigd in den Geest, is gezien van de engelen, is gepredikt onder de heidenen, is geloofd in de wereld, is opgenomen in heerlijkheid.
2 Tim.1: 11  Waartoe ik gesteld ben een prediker, en een apostel, en een leraar der heidenen;

In deze verzen zie ik dat Paulus zich enkel tot de heidenen richt. Zij worden hier mede-erfgenamen, mededeelgenoten genoemd, van hetzelfde lichaam. Dat lijkt mij een heel ander principe dan dat zij tot geloof zijn gekomen om de Joden tot jaloersheid te brengen. Daar wordt hier helemaal niet over gesproken.

6 - 2 Hetzelfde lichaam


Deze uitdrukking, “hetzelfde lichaam” komt alleen in Efeze 3: 6 voor. Het Grieks heeft er één woord voor, namelijk: sussoma: samenlichaam. De heidenen die hier genoemd worden hebben deel aan hetzelfde lichaam als de Joden. Er zijn nu geen twee groepen meer met verschillende regels.
Koll.3: 10, 11  10 En aangedaan hebt den nieuwen mens, die vernieuwd wordt tot kennis, naar het evenbeeld Desgenen, Die hem geschapen heeft; 11  Waarin niet is Griek en Jood, besnijdenis en voorhuid, barbaar en Scyth, dienstknecht en vrije; maar Christus is alles en in allen.

6 - 3 Nieuwe mens


Ef.2: 12, 13, 14, 15   12 Dat gij in dien tijd waart zonder Christus, vervreemd van het burgerschap Israels, en vreemdelingen van de verbonden der belofte, geen hoop hebbende, en zonder God in de wereld. 13  Maar nu in Christus Jezus, zijt gij, die eertijds verre waart, nabij geworden door het bloed van Christus. 14  Want Hij is onze vrede, Die deze beiden een gemaakt heeft, en den middelmuur des afscheidsels gebroken hebbende, 15  Heeft Hij de vijandschap in Zijn vlees te niet gemaakt, namelijk de wet der geboden in inzettingen bestaande; opdat Hij die twee in Zichzelven tot een nieuwen mens zou scheppen, vrede makende;

In deze tekst zie ik een bevestiging voor wat ik hierboven heb gevonden. Jood en heiden samen in één Lichaam als de nieuwe mens. En hier lees ik dan pas dat den middelmuur des afscheidsels, namelijk de wet, gebroken is geworden. De nieuwe mens is in Christus.

Ook in onderstaande teksten wordt gesproken over de nieuwe mens. Verder komt deze uitdrukking niet voor in het Nieuwe Testament.

Ef.4: 24  En den nieuwen mens aandoen, die naar God geschapen is in ware rechtvaardigheid en heiligheid.
Kol.3: 10  En aangedaan hebt den nieuwen mens, die vernieuwd wordt tot kennis, naar het evenbeeld Desgenen, Die hem geschapen heeft;

7 - voorbeelden die het verschil van voor en na Handelingen 28 bevestigen.

7 - 1 Verborgenheid:  niet bekend gemaakt in andere eeuwen den kinderen der mensen


Het woord “verborgenheid” komt twaalf keer voor in de laatste zeven brieven van Paulus en tien keer in de andere nieuwtestamentische brieven. Ik wil enkele teksten aanhalen uit de laatste zeven brieven van Paulus. Ze spreken van een geheim aan de heidenen.

Ef.3: 1, 2, 3, 5, 7, 8  1 Om deze oorzaak ben ik Paulus de gevangene van Christus Jezus, voor u, die heidenen zijt. 2  Indien gij maar gehoord hebt van de bedeling der genade Gods, die mij gegeven is aan u; 3  Dat Hij mij door openbaring heeft bekend gemaakt deze verborgenheid, gelijk ik met weinige woorden tevoren geschreven heb; 5  Welke in andere eeuwen den kinderen der mensen niet is bekend gemaakt, gelijk zij nu is geopenbaard aan Zijn heilige apostelen en profeten, door den Geest; 7  Waarvan ik een dienaar geworden ben, naar de gave der genade Gods, die mij gegeven is, naar de werking Zijner kracht. 8  Mij, den allerminste van al de heiligen, is deze genade gegeven, om onder de heidenen door het Evangelie te verkondigen den onnaspeurlijke rijkdom van Christus,
Efeze 5: 32  Deze verborgenheid is groot; doch ik zeg dit, ziende op Christus en op de Gemeente.
Kol.1: 24 - 27  24 Die mij nu verblijde in mijn lijden voor u, en vervuld in mijn vlees de overblijfselen van de verdrukkingen van Christus, voor Zijn lichaam, hetwelk is de Gemeente; 25  Welke dienaar ik geworden ben, naar de bedeling van God, die mij gegeven is aan u, om te vervullen het Woord Gods; 26  Namelijk de verborgenheid, die verborgen is geweest van alle eeuwen en van alle geslachten, maar nu geopenbaard is aan Zijn heiligen; 27  Aan wie God heeft willen bekend maken, welke zij de rijkdom der heerlijkheid dezer verborgenheid onder de heidenen, welke is Christus onder u, de Hoop der heerlijkheid;
Kol.4: 3  Biddende meteen ook voor ons, dat God ons de deur des Woord opent, om te spreken de verborgenheid van Christus, om welke ik ook gebonden ben;
1 Tim.3: 16 En buiten allen twijfel, de verborgenheid der godzaligheid is groot; God is geopenbaard in het vlees, is gerechtvaardigd in den Geest, is gezien van de engelen, is gepredikt onder de heidenen, is geloofd in de wereld, is opgenomen in heerlijkheid.

Paulus is het instrument door God verkoren om deze totaal nieuwe openbaring aan ons door te geven. Hij spreekt van een verborgenheid “welke in andere eeuwen den kinderen der mensen niet is bekend gemaakt”. Deze verborgenheid kan ik dus ook niet kennen vanuit het Oude Testament, of vanuit de evangeliën. Nee, het is verborgen geweest van alle eeuwen en van alle geslachten.
Waarom wordt deze verborgenheid dan nu wel bekend gemaakt? Zelf denk ik dat het de bedoeling van God was dat De Joden naar de heidenen zouden gaan om het evangelie van het Koninkrijk te brengen. Nu zij niet tot bekering zijn gekomen slaat God een andere weg in. Hij openbaart Zijn verborgen plan, wat niemand tot nu toe kende. De periode van de heidenen is er als het ware tussen geschoven. Het wordt ook wel de Genade tijd genoemd, ziet Efeze 3: 2, 7, 8

Nu kan ik me voorstellen dat hier in deze verzen niet iets geschreven is wat totaal nieuw lijkt te zijn. Vooral niet als men denkt dat de Gemeente in Handelingen 2 is begonnen. Het was toch al bekend dat Christus verbonden was met de gemeente, dat Hij de hoop was voor de heidenen en dat God geopenbaard is in het vlees, Joh.1: 14? Toch spreekt Paulus over een geheim wat hij hier bekent maakt. Misschien dat het volgende punt duidelijker kan maken wat ik bedoel.

7 - 2 Van of voor de tijden der eeuwen


Romeinen 16: 25, 26  25 Hem nu, Die machtig is u te bevestigen, naar mijn Evangelie en de prediking van Jezus Christus, naar de openbaring der verborgenheid, die van de tijden der eeuwen verzwegen is geweest; 26  Maar nu geopenbaard is, en door de profetische Schriften, naar het bevel des eeuwigen Gods, tot gehoorzaamheid des geloofs, onder al de heidenen bekend is gemaakt;

Hier gaat het ook over een geopenbaarde verborgenheid. Dit is van de tijden der eeuwen verzwegen, maar nu door de profetische Schriften geopenbaard. Ik denk dat dit wil zeggen dat het verborgen was in het Woord van God en dat men het niet gezien en begrepen heeft tot dit tijdstip. En Paulus mocht het aantonen vanuit de profeten uit het Oude Testament.

In onderstaande teksten, uit de latere brieven van Paulus, komt een andere uitdrukking voor, namelijk: voor de tijden der eeuwen. Het lijkt mij dat de inhoud van deze openbaringen eerder in Gods gedachten zijn geweest dan de openbaringen van de tijden der eeuwen.

2 Timotheus 1: 9  Die ons heeft zalig gemaakt, en geroepen met een heilige roeping; niet naar onze werken, maar naar Zijn eigen voor nemen en genade, die ons gegeven is in Christus Jezus, voor de tijden der eeuwen;
Titus 1: 2, 3  2 In de hoop des eeuwigen levens, welke God, Die niet liegen kan, beloofd heeft, voor de tijden der eeuwen, maar geopenbaard heeft te Zijner tijd; 3  Namelijk Zijn Woord, door de prediking, die mij toevertrouwd is, naar het bevel van God, onze Zaligmaker; aan Titus, mijn oprechten zoon, naar het gemeen geloof:

Er komt nog een dergelijk soort uitdrukking voor in het Nieuwe testament, die een beetje lijkt op deze.

7 - 3 Van of voor de grondlegging der wereld


Mattheus 13: 35  Opdat vervuld zou worden, wat gesproken is door den profeet, zeggende: Ik zal Mijn mond opendoen door gelijkenissen; Ik zal voortbrengen dingen, die verborgen waren van de grondlegging der wereld.
Mattheus 25: 34  “Alsdan zal de Koning zeggen tot degenen, die tot Zijn rechterhand zijn: Komt, gij gezegenden Mijns Vaders! beerft dat Koninkrijk, hetwelk u bereid is van de grondlegging der wereld.
Lukas 11: 50  Opdat van dit geslacht afgeeist worde het bloed van al de profeten, dat vergoten is van de grondlegging der wereld af.
Hebreen 4: 3  Want wij, die geloofd hebben, gaan in de rust, gelijk Hij gezegd heeft: Zo heb Ik dan gezworen in Mijn toorn: Indien zij zullen ingaan in Mijn rust! hoewel Zijn werken van de grondlegging der wereld af al volbracht waren.
Openbaring 13: 8  En allen, die op de aarde wonen, zullen hetzelve aanbidden, welker namen niet zijn geschreven in het boek des levens, des Lams, Dat geslacht is, van de grondlegging der wereld.
Efeze 1: 4  Gelijk Hij ons uitverkoren heeft in Hem, voor de grondlegging der wereld, opdat wij zouden heilig en onberispelijk zijn voor Hem in de liefde;

Ook hier het verschil tussen van en voor. Het valt op dat in de latere brieven van Paulus alleen gesproken wordt over “voor”. Voor de grondlegging der wereld en voor de tijden der eeuwen.
“Voor” wordt niet geopenbaard uit de profetische geschriften. Het is een geheel nieuwe openbaring.

7 - 4 Paulus, opgetrokken tot in de derde hemel


Na het lezen en begrijpen van deze teksten moet ik denken aan:
2Kor.12: 2, 4  2  Ik ken een mens in Christus, voor veertien jaren (of het geschied zij in het lichaam, weet ik niet, of buiten het lichaam, weet ik niet, God weet het), 4 dat de zodanige opgetrokken is geweest tot in den derden hemel; Dat hij opgetrokken is geweest in het paradijs, en gehoord heeft onuitsprekelijke woorden, die het een mens niet geoorloofd is te spreken.

Terugblikkend op alles wat ik hiervoor ontdekt heb, ga ik begrijpen dat Paulus, tijdens het schrijven van de tweede brief aan Korinthe, nog niet over de dingen, die hij gezien had, kon en mocht spreken. Maar het lijkt mij dat hij na de verwerping van het volk Israël, in Handelingen 28, de opdracht heeft gekregen om wel te spreken over deze geweldige hemelse waarheden, die ik kan lezen in de laatste zeven brieven van Paulus.

Hiermee heb ik het gedeelte over de verborgenheden aan de heidenen afgerond. Ik wil nu gaan kijken naar nog enkele verschillen van voor en na Handelingen 28.

7 - 5 Opname of sterven


1Kor.15: 51, 52   51 Ziet, ik zeg u een verborgenheid: wij zullen wel niet allen ontslapen, maar wij zullen allen veranderd worden; 52  In een punt des tijds, in een ogenblik, met de laatste bazuin; want de bazuin zal slaan, en de doden zullen onverderfelijk opgewekt worden, en wij zullen veranderd worden.
1Thess.4: 15 – 18   15  Want dat zeggen wij u door het Woord des Heeren, dat wij, die levend overblijven zullen tot de toekomst des Heeren, niet zullen voorkomen degenen, die ontslapen zijn.
16  Want de Heere Zelf zal met een geroep, met de stem des archangels, en met de bazuin Gods nederdalen van den hemel; en die in Christus gestorven zijn, zullen eerst opstaan; 17  Daarna wij, die levend overgebleven zijn, zullen tezamen met hen opgenomen worden in de wolken, den Heere tegemoet, in de lucht; en alzo zullen wij altijd met den Heere wezen. 18  Zo dan, vertroost elkander met deze woorden.
Fill.1: 21 – 23  21 Want het leven is mij Christus, en het sterven is mij gewin. 22  Maar of te leven in het vlees, hetzelve mij oorbaar zij, en wat ik verkiezen zal, weet ik niet. 23  Want ik word van deze twee gedrongen, hebbende begeerte, om ontbonden te worden en met Christus te zijn; want dat is zeer verre het beste.

De tekst uit Filippensen staat in mijn Bijbel tussen Korinthe en Thessalonicensen in. Zoals ik al heb opgemerkt, heeft men mij in het verleden uitgelegd dat er een voortgaande openbaring in de Bijbelboeken zit. Dit zou dus betekenen dat Paulus eerst uitlegt dat de gelovigen in Korinthe, Paulus inbegrepen, niet allen zullen ontslapen maar veranderd worden, wat zal gebeuren tijdens “de opname” die beschreven wordt in 1Thess. 4 en 2 Thess.2: 1-12. Daarna zegt Paulus in Filippensen dat hij verlangt te sterven om met Christus te zijn. En als laatste beschrijft hij “de opname” waarbij de gelovigen de verwachting hebben om de Heer tegemoet te gaan, en bij Hem te zijn, zonder eerst te sterven. Dit gebeurt nadat de doden zijn opgewekt. Nu lijkt het misschien wel dat Paulus in 1Thess.4: 15 – 18 iets duidelijk maakt wat een vervolg is op zijn “vorige” brieven, maar is dit ook zo? Want is het niet vreemd dat Paulus eerst schrijft over het veranderd worden tijdens “de opname”, vervolgens verlangt om te sterven en dan weer zijn hoop op “de opname” heeft gevestigd?

Volg ik de lijn van de brieven zoals Paulus ze geschreven heeft dan krijg ik een ander beeld.
In 1Thess.4: 15 – 18 vind ik dat Paulus verlangd en hoopt om bij leven de Heer tegemoet te gaan en voor altijd met de Heer te zijn. In 1Kor.15: 51, 52 vind ik hetzelfde principe uitgelegd. Paulus hoopt niet te ontslapen, maar verandert te worden en zijn onvergankelijk kleed te ontvangen. Dit zal gebeuren wanneer de bazuin klinkt. Beide teksten zijn geschreven tijdens de Handelingsperiode. Het was in die tijd de verwachting van de gelovigen.
Maar Fill.1: 21 – 23 is na de Handelingsperiode geschreven en is dus eigenlijk een vervolg, of een verdere openbaring. Het valt op dat Paulus het hier niet meer heeft over een bazuin, het levend overblijven en het de Heer tegemoet gaan in de lucht. Paulus verwacht hier te sterven en hij noemt dat een winst, omdat hij dan met Christus is.

Ik zie dus dat er in Fill.1: 21 – 23 een hele andere verwachting beschreven wordt dan de verwachting in de andere teksten. Wat moet ik daar nu mee? Omdat ik nu ben gaan zien dat de brieven van Paulus die hij tijdens de Handelingsperiode heeft geschreven gericht zijn in de eerste plaats aan de Joden, is het dilemma verdwenen. Voor hen geld die eerste hoop. Deze is verdwenen met het terzijde stellen van Israël. Daarom schrijft Paulus in Filippensen over een andere hoop, welke ook onze hoop is, het sterven en met Christus zijn. De eerste hoop, de opname, komt opnieuw in beeld als God de draad weer opneemt met Zijn volk, en Hij hen werkelijk tot bekering zal brengen zodat dan inderdaad de tijden van verademing aan zullen aanbreken, Hand.3: 19.

Fil.4: 20, 21  20 Maar onze wandel is in de hemelen, waaruit wij ook den Zaligmaker verwachten, namelijk den Heere Jezus Christus; 21  Die ons vernederd lichaam veranderen zal, opdat hetzelve gelijkvormig worde aan Zijn heerlijk lichaam, naar de werking, waardoor Hij ook alle dingen Zichzelven kan onderwerpen.

Ik wil nog naar deze verzen gaan kijken, want men heeft mij uitgelegd dat ze over “de opname” gaan, omdat hier gesproken wordt van een veranderd worden van ons lichaam. Maar ik geloof dat dit bij ons sterven, waar Paulus het in Fill.1: 21 – 23 over heeft, zal gebeuren. Onze plaats is geestelijk al in de hemel en als wij sterven zal ons lichaam daar ook zijn en het zal gelijk zijn aan het verheerlijkte lichaam van Christus. Als wij sterven verwachten wij de Zaligmaker te aanschouwen. En vanuit de hemel zullen wij met Hem geopenbaard worden in heerlijkheid:

Kol.3: 1 - 4   1 Indien gij dan met Christus opgewekt zijt, zo zoekt de dingen, die boven zijn, waar Christus is, zittende aan de rechterhand Gods. 2  Bedenkt de dingen, die boven zijn, niet die op de aarde zijn. 3  Want gij zijt gestorven, en uw leven is met Christus verborgen in God. 4  Wanneer nu Christus zal geopenbaard zijn, Die ons leven is, dan zult ook gij met Hem geopenbaard worden in heerlijkheid.

Ook Ef.1: 3 stemt hiermee overeen en in Ef.2: 6 zie ik dat wij reeds gezet zijn (vanuit God gezien een feit) in de hemel: epouranios, in Christus Jezus.

Ef.1: 3  Gezegend zij de God en Vader van onzen Heere Jezus Christus, Die ons gezegend heeft met alle geestelijke zegening in den hemel in Christus.
Ef.2: 6  En heeft ons mede opgewekt, en heeft ons mede gezet in den hemel in Christus Jezus;

7 - 6 Komst of verschijning


Matth.24: 3, 27, 37, 39   3 En als Hij op den Olijfberg gezeten was, gingen de discipelen tot Hem alleen, zeggende: Zeg ons, wanneer zullen deze dingen zijn, en welk zal het teken zijn van Uw toekomst, en van de voleinding der wereld? 27 Want gelijk de bliksem uitgaat van het oosten, en schijnt tot het westen, alzo zal ook de toekomst van den Zoon des mensen wezen. 37  En gelijk de dagen van Noach waren, alzo zal ook zijn de toekomst van den Zoon des mensen. 39  En bekenden het niet, totdat de zondvloed kwam, en hen allen wegnam; alzo zal ook zijn de toekomst van den Zoon des mensen.
1 Cor.15: 23  Maar een iegelijk in zijn orde: de eersteling Christus, daarna die van Christus zijn, in Zijn toekomst.
1 Thess.2: 19  Want welke is onze hoop, of blijdschap, of kroon des roems? Zijt gij die ook niet voor onzen Heere Jezus Christus in Zijn toekomst?
1 Thess.3: 13  Opdat Hij uw harten versterkt, om onberispelijk te zijn in heiligmaking, voor onzen God en Vader, in de toekomst van onzen Heere Jezus Christus met al Zijn heiligen.
1 Thess.4: 15  Want dat zeggen wij u door het Woord des Heeren, dat wij, die levend overblijven zullen tot de toekomst des Heeren, niet zullen voorkomen degenen, die ontslapen zijn.
1 Thess.5: 23  En de God des vrede Zelf heilige u geheel en al; en uw geheel oprechte geest, en ziel, en lichaam worde onberispelijk bewaard in de toekomst van onzen Heere Jezus Christus.
2 Thess.2: 1, 8  1En wij bidden u, broeders, door de toekomst van onzen Heere Jezus Christus, en onze toe vergadering tot Hem, 8  En alsdan zal de ongerechtige geopenbaard worden, dewelke de Heere verdoen zal door den Geest Zijns mond, en te niet maken door de verschijning Zijner toekomst;
2 Petrus 3: 4, 12  4 En zeggen: waar is de belofte Zijner toekomst? Want van dien dag, dat de vaders ontslapen zijn, blijven alle dingen alzo gelijk van het begin der schepping. 12  Verwachtende en haastende tot de toekomst van den dag Gods, in welken de hemelen, door vuur ontstoken zijnde, zullen vergaan, en de elementen brandende zullen versmelten.

Dit zijn alle teksten die over “toekomst’’ (SV) “komst” (NBG) gaan. Het valt op dat deze uitdrukking staat in de brieven die geschreven zijn tijdens de Handelingsperiode. En bovendien komt het voor in de brief van Petrus. Petrus had een bediening onder de Joden en heeft zijn brieven dan ook aan de Joden gericht, evenals de andere Apostelen.
Gal.2: 8, 9   (Want Die in Petrus krachtelijk wrocht tot het apostelschap der besnijdenis, Die wrocht ook krachtelijk in mij onder de heidenen); 9  En als Jakobus, en Cefas, en Johannes, die geacht waren pilaren te zijn, de genade, die mij gegeven was, bekenden, gaven zij mij en Barnabas de rechterhand der gemeenschap, opdat wij tot de heidenen, en zij tot de besnijdenis zouden gaan;

Wat wordt er bedoeld met dit woord? Dat kan ik vinden in de grondtekstverklaring:
toekomst, parousia: aanwezigheid, benedenkomend, komst, nadering, terugkeren, speciaal van
komst: Christus om Jeruzalem te straffen, te kastijden in de finale van de goddeloosheid
Ik zie dat “toekomst” aangeeft dat de Heer aanwezig zal zijn, beneden komende is en terug zal keren. Hiermee wordt Zijn tweede komst naar de aarde bedoeld, Hand.1: 11 Er zullen dan verschillende dingen gebeuren, onder anderen “de opname” Dat vind ik allemaal in de teksten. De tweede komst was al beloofd in Handelingen 3, maar doordat de Joden niet tot bekering zijn gekomen moet het nog plaatsvinden.

De Genade periode is ertussen gekomen, en in de latere brieven van Paulus, komt de uitdrukking “toekomst” niet voor. Hier is sprake van verschijning. Het heeft de volgende betekenis.
verschijning: epiphanaia: manifestatie, de komst of nadering van Christus, ( verl. of toekomende tijd)
verschijnen, optreden, helderheid, schitterend
Alhoewel er ook een komst of nadering van Christus in de betekenis zit, moet het een andere komst zijn, want het is geen komst in Jeruzalem. Ik denk dat het te maken heeft met het sterven, Fil.3: 20
Als wij sterven zal de Heer aan ons verschijnen en zullen wij met Hem zijn. Zijn verschijning zal schitterend zijn, in heerlijkheid.

Zie ook de volgende teksten:
1 Tim.6: 14  Dat gij dit gebod houdt, onbevlekt en onberispelijk, tot op de verschijning van onzen Heere Jezus Christus;
2 Tim.1: 10  Doch nu geopenbaard is door de verschijning van onzen Zaligmaker Jezus Christus, Die den dood heeft te niet gedaan, en het leven en de onverderfelijkheid aan het licht gebracht door het Evangelie;
2 Tim.4: 8   Voorts is mij weggelegd de kroon der rechtvaardigheid, welke mij de Heere, de rechtvaardige Rechter, in dien dag geven zal; en niet alleen mij, maar ook allen, die Zijn verschijning liefgehad hebben.
Titus 2: 13  Verwachtende de zalige hoop en verschijning der heerlijkheid van den groten God en onzen Zaligmaker Jezus Christus;

7 - 7 Nieuwe verbond of bedeling der genade


Lukas 22: 20  Desgelijks ook den drinkbeker na het avondmaal, zeggende: deze drinkbeker is het
nieuwe testament in Mijn bloed, hetwelk voor u vergoten wordt.
Hand.7: 8  En Hij gaf hem het verbond der besnijdenis; en alzo gewon hij Izak, en besneed hem op den achtsten dag; en Izak gewon Jakob, en Jakob de twaalf patriarchen.
Rom.11: 27  En dit is hun een verbond van Mij, als Ik hun (Israël, vers 26) zonden zal wegnemen.
1 Cor.11: 25  “Desgelijks nam Hij ook den drinkbeker, na het eten des avondmaals, en zeide: Deze drinkbeker is het Nieuwe Testament in Mijn bloed. Doet dat, zo dikwijls als gij dien zult drinken, tot Mijn gedachtenis.
Hebr.8: 10, 13  10 Want dit is het verbond, dat Ik met het huis Israels maken zal na die dagen, zegt de Heere: Ik zal Mijn wetten in hun verstand geven, en in hun harten zal Ik die inschrijven; en Ik zal hun tot een God zijn, en zij zullen Mij tot een volk zijn. 13  Als Hij zegt: een nieuw verbond, zo heeft Hij het eerste oud gemaakt; Dat nu oud gemaakt is en verouderd, is nabij de verdwijning.
Hebr.10: 16 Want nadat Hij tevoren gezegd had: Dit is het verbond, dat Ik met hen maken zal na die dagen, zegt de Heere: Ik zal Mijn wetten geven in hun harten, en Ik zal die inschrijven in hun verstanden;

Hoewel ik geleerd heb dat het Nieuwe Verbond voor de tegenwoordige Gemeente is, wil ik toch deze teksten eens nauwkeurig bestuderen om te kijken of dit ook zo is.
In Hebr.8: 10 en 16 lees ik:
Hebr.8: 10, 16  want dit is het verbond, dat Ik met het huis Israels maken zal na die dagen.
Hier staat heel duidelijk dat het verbond met Israël gesloten zal worden. Dit wordt bevestigd door:
Rom.9: 4  Welke Israelieten zijn, welker is de aanneming tot kinderen, en de heerlijkheid, en de verbonden, en de wetgeving, en de dienst van God, en de beloftenissen;
Rom.3: 1, 2  1  Welk is dan het voordeel van den Jood? Of welk is de nuttigheid der besnijdenis? 2  Vele in alle manier; want dit is wel het eerste, dat hun de Woorden Gods zijn toevertrouwd.

Ef.2: 11, 12, 13  11Daarom gedenkt, dat gij, die eertijds heidenen waart in het vlees, en die voorhuid genaamd werd van degenen, die genaamd zijn besnijdenis in het vlees, die met handen geschiedt;12  Dat gij in dien tijd waart zonder Christus, vervreemd van het burgerschap Israëls, en vreemdelingen van de verbonden der belofte, geen hoop hebbende, en zonder God in de wereld. 13  Maar nu in Christus Jezus, zijt gij, die eertijds verre waart, nabij geworden door het bloed van Christus.

Maar in deze verzen lees ik toch dat de heidenen eerst zonder Christus waren en geen deel hadden aan het burgerschap van Israël en het verbond van de belofte? Maar nu? Ja, en dan staat er niet dat ze nu deel hebben gekregen aan de zegeningen van Israël. Integendeel, Ef.2: 14, 15 en 16 zegt:

Ef.2: 14, 15, 16 14 Want Hij is onze vrede, Die deze beiden een gemaakt heeft, en den middelmuur des afscheidsels gebroken hebbende, 15  Heeft Hij de vijandschap in Zijn vlees te niet gemaakt, namelijk de wet der geboden in inzettingen bestaande; opdat Hij die twee in Zichzelven tot een nieuwen mens zou scheppen, vrede makende; 16  En opdat Hij die beiden met God in een lichaam zou verzoenen door het kruis, de vijandschap aan hetzelve gedood hebbende.

God geeft iets nieuws. Hij schept de nieuwe mens, ziet pag. 10, en deze mag leven onder een andere regering, met een nieuwe bestuur: namelijk in de bedeling van de genade.
Efeze 3: 2 Indien gij maar gehoord hebt van de bedeling der genade Gods, die mij gegeven is aan u;

bedeling: oikonomia: beheer, bestuur, regering, hofmeesterschap, be-uitdeling, toediening, Godsbeschikking, ontheffing, vrijstelling, vergunning

7 - 8 Eerstelingen, eerstgeborenen


Jeremia 2: 3  Israel was den HEERE een heiligheid, de eerstelingen Zijner inkomste; allen, die hem
opaten, werden voor schuldig gehouden; kwaad kwam hun over, spreekt de HEERE.
Romeinen 8: 23  En niet alleen dit, maar ook wij zelven, die de eerstelingen des Geestes
hebben, wij ook zelven, zeg ik, zuchten in onszelven, verwachtende de aanneming tot kinderen, namelijk de  verlossing onzes lichaams.
Hebreen 12: 23, 24  23 Tot de algemene vergadering en de Gemeente der eerstgeborenen, die in de hemelen opgeschreven zijn, en tot God, den Rechter over allen, en de geesten der volmaakte rechtvaardigen; 24  En tot den Middelaar des nieuwen testaments, Jezus, en het bloed der besprenging, dat betere dingen spreekt dan Abel.
Jakobus 1: 18  Naar Zijn wil heeft Hij ons gebaard door het Woord der waarheid, opdat wij zouden zijn als eerstelingen Zijner schepselen.
Openbaring 14: 4  Dezen zijn het, die met vrouwen niet bevlekt zijn, want zij zijn maagden; dezen zijn het, die het Lam volgen, waar Het ook heengaat; dezen zijn gekocht uit de mensen, tot eerstelingen Gode en het Lam.

In Hebreeën 12: 23 en 24 zie ik dat de gemeente der eerstelingen verbonden wordt aan de Middelaar van het Nieuwe Testament, de Here Jezus. Het nieuwe verbond of testament zal met het bekeerde volk Israël opgericht worden. Dus mag ik aannemen dat zij de gemeente der eerstgeborenen vormen. In Jeremia 2:3 worden zij de eerstelingen van Zijn inkomsten genoemd.

7 - 9 Bruid


Jes.54: 5, 6  5  Want uw Maker is uw Man, HEERE der heirscharen is Zijn Naam; en de Heilige Israels is uw Verlosser; Hij zal de God des gansen aardbodems genaamd worden. 6  Want de HEERE heeft u geroepen, als een verlaten vrouw en bedroefde van geest; nochtans zijt gij de huisvrouw der jeugd, hoewel gij versmaad zijt geweest, zegt uw God.
Openbaring 21: 2, 9  2 En ik, Johannes, zag de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem, nederdalende van God uit den hemel, toebereid als een bruid, die voor haar man versierd is. 9  En tot mij kwam een van de zeven engelen, die de zeven fiolen hadden, welke vol geweest waren van de zeven laatste plagen, en sprak met mij, zeggende: Kom herwaarts, ik zal u tonen de Bruid, de Vrouw des Lams.
Openbaring 19: 7  Laat ons blijde zijn, en vreugde bedrijven, en Hem de heerlijkheid geven; want de bruiloft des Lams is gekomen, en Zijn vrouw heeft zichzelve bereid.
Openbaring 22: 17  En de Geest en de Bruid zeggen: Kom! En die het hoort, zegge: Kom! En die dorst heeft, kome; en die wil, neme het water des levens om niet.

Niet iedereen legt het zo uit, maar over het algemeen wordt geleerd dat de Gemeente, bestaand uit heidenen en Joden, de Bruid is. Maar ik zie in Openbaring 21: 2, 9 dat het nieuwe Jeruzalem de bruid zal zijn. Het nieuwe Jeruzalem heeft toch met Israël te maken? Nee, zegt men, de Gemeente, zal ook het nieuwe Jeruzalem zijn. Maar als ik Hebr.12: 22 – 24 lees kom ik tot een andere conclusie. Hier zie ik het hemels Jeruzalem verbonden met de Gemeente der eerstgeborenen, Israël, en met de Middelaar van Nieuwe Testament, Jezus.

Hebr.12: 22, 23, 24  22  Maar gij zijt gekomen tot den berg Sion, en de stad des levenden Gods, tot het hemelse Jeruzalem, en de vele duizenden der engelen; 23  Tot de algemene vergadering en de Gemeente der eerstgeborenen, die in de hemelen opgeschreven zijn, en tot God, den Rechter over allen, en de geesten der volmaakte rechtvaardigen; 24  En tot den Middelaar des nieuwen testaments, Jezus, en het bloed der besprenging, dat betere dingen spreekt dan Abel.

Het komt, naar mijn idee allemaal bij elkaar in onderstaande teksten. Daar zie ik dat Paulus schrijft aan Korinthe, in de Handelingsperiode, dat hij hen als een reine maagd aan Christus voor zal stellen.
2 Corinthe 11: 2  Want ik ben ijverig over u met een ijver Gods; want ik heb ulieden toebereid, om u als een reine maagd aan een man voor te stellen, namelijk aan Christus.

In Openb.14: 1 en 4 zie ik wie die maagden zijn namelijk de honderd vier en veertig duizend, de eerstelingen van God en het Lam. In Openb.7: 4 lees ik dat de honderd vier en veertig duizend de verzegelden uit alle geslachten der kinderen Israëls zijn.

Openb.7: 4  En ik hoorde het getal dergenen, die verzegeld waren: honderd vier en veertig duizend waren verzegeld uit alle geslachten der kinderen Israels.
Openb.14: 1, 4  1 En ik zag, en ziet, het Lam stond op den berg Sion, en met Hem honderd vier en veertig duizend, hebbende den Naam Zijns Vaders geschreven aan hun voorhoofden. 4  Dezen zijn het, die met vrouwen niet bevlekt zijn, want zij zijn maagden; dezen zijn het, die het Lam volgen, waar Het ook heengaat; dezen zijn gekocht uit de mensen, tot eerstelingen Gode en het Lam.

7 - 10 Volkomen man


Het valt op dat Paulus in de latere brieven aan de heidenen het niet meer heeft over de bruid. Dat kan ook niet want deze Gemeente wordt beloofd dat zij, wij, op zullen groeien tot een volkomen man.
Efeze 4: 13  Totdat wij allen zullen komen tot de enigheid des geloofs en der kennis van den Zoon Gods, tot een volkomen man, tot de mate van de grootte der volheid van Christus;

Wij zullen één lichaam met De Here Jezus zijn.
Ef.5: 30  Want wij zijn leden Zijns lichaams, van Zijn vlees en van Zijn benen.

7 - 11 Christus het Hoofd


Ef.1: 22, 23  22 En heeft alle dingen Zijn voeten onderworpen, en heeft Hem der Gemeente gegeven tot een Hoofd boven alle dingen; 23  Welke Zijn lichaam is, en de vervulling Desgenen, Die alles in allen vervult.
Ef.4: 15  Maar de waarheid betrachtende in liefde, alleszins zouden opwassen in Hem, Die het Hoofd is, namelijk Christus;
Efeze 5: 23  Want de man is het hoofd der vrouw, gelijk ook Christus het Hoofd der Gemeente is; en  Hij is de Behouder des lichaams.
Kol.1: 18  En Hij is het Hoofd des lichaams, namelijk der Gemeente, Hij, Die het Begin is, de Eerstgeborene uit de doden, opdat Hij in allen de Eerste zou zijn.
Kol.2: 10, 19  10 En gij zijt in Hem volmaakt, Die het Hoofd is van alle overheid en macht; 19  En het Hoofd niet behoudende, uit hetwelk het gehele lichaam, door de samenvoegselen en samenbinddingen voorzien en samengevoegd zijnde, opwast met goddelijken wasdom.

Alleen in deze teksten wordt gesproken over Christus die het Hoofd is van het Lichaam, de Gemeente. Nu meende ik dat het ook in 1 Kor.12: 12 – 31 voorkwam. Maar ik heb het daar niet kunnen vinden. Wel wordt er over het hoofd gesproken in vers 21, maar dan wordt het vergeleken met andere lichaamsdelen die elkaar niet kunnen missen. Ook in 1Kor.11: 3 wordt de Here Jezus niet als Hoofd van Zijn Lichaam, de Gemeente genoemd. Er staat:
1Kor.11: 3  Doch ik wil, dat gij weet, dat Christus het Hoofd is eens iegelijken mans, en de man het hoofd der vrouw, en God het Hoofd van Christus.
Ik zie dus dat er in de latere brieven van Paulus nieuwe waarheden worden geopenbaard.  Dit lijken me aanvullingen op dat wat Paulus al geschreven heeft. Maar het is wel opvallend dat Paulus deze nieuwe aanvullingen aan de heidenen openbaart en niet meer in eerste instantie aan de Joden.

8 - Geen tegenstrijdigheden meer


Ik wil nog even terugkomen op de eerste 8 punten van de bladzijden 1 tot en met 4. Na de uitleg dat de tegenwoordige Gemeente na Handelingen 28 is begonnen, losten zich de tegenstrijdigheden uit deze punten op. Want de verschillen die ik vond, hebben allemaal te maken met de het feit dat God in de eerste brieven van Paulus op een andere wijze omgaat met die Gemeente dan later na Handelingen 28. Dat is ook te zien aan de betreffende teksten uit de brieven.
Gedeeltelijk zijn er aanvullingen, maar voor een heel groot gedeelte gaat God totaal anders om met de Gemeente die het Lichaam is van Christus, met de Heer als het Hoofd.

8- 1 De overige brieven

              
Als laatste wil ik ook nog iets zeggen over de brieven die door andere apostelen zijn geschreven.
Ik heb het al genoemd, maar de overige apostelen hebben allen geschreven aan de Joden en hun bediening bleef ook beperkt tot de Joden.

Gal.2: 8, 9  8(Want Die in Petrus krachtelijk wrocht tot het apostelschap der besnijdenis, Die wrocht ook krachtelijk in mij onder de heidenen); 9  En als Jakobus, en Cefas, en Johannes, die geacht waren pilaren te zijn, de genade, die mij gegeven was, bekenden, gaven zij mij en Barnabas de rechterhand der gemeenschap, opdat wij tot de heidenen, en zij tot de besnijdenis zouden gaan;
Jac.1: 1 Jakobus, een dienstknecht van God en van den Heere Jezus Christus; aan de twaalf stammen, die in de verstrooiing zijn: zaligheid.
1Petr.1: 1 Petrus, een apostel van Jezus Christus, aan de vreemdelingen, verstrooid in Pontus, Galatie, Kappadocie, Azie en Bithynie,

Maar ook al is het zo dat niet al de brieven over ons gaan en aan ons gericht zijn, toch is het zeer waardevol en opbouwend om studie van het gehele Woord van God te maken. Dit versterkt ons geloof.


December 2004

10 opmerkingen:

  1. Bijzondere gedachten gang.
    Wil me daar ook eens over buigen.
    B

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Deze reactie is verwijderd door een blogbeheerder.

      Verwijderen
  2. Als je door het lezen van deze studie je geloof kwijt gaat raken zou ik het niet gaan lezen. Het kan zijn dat je deze tegenstrijdigheden niet ervaart en dan zou het je alleen maar in de war kunnen maken. Mijn mening is dat het niet nodig is om je te verdiepen in iets waar je niet mee bezig bent.
    Maar als mensen hun geloof menen te zijn kwijt geraakt wil dit nog niet zeggen dat God die mensen verstoot. Gods liefde is groot en dat heeft Hij bewezen in de Here Jezus Christus. En ik denk dat God ons geworstel ziet. Hij vraagt ons om in moeilijke tijden ons vast te houden aan Christus die door ZIJN GELOOF alles voor ons volbracht heeft. Hartelijke groeten, Rinske.

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Hallo Rinske, ik heb juist een bijzondere belangstelling voor je inzichten, ook al zie ik het niet helemaal zo met sommige dingen, maar dat heb je overal mee, niet met alles zijn we het met elkaar eens , dat zie je in de bijbel ook vaak genoeg gebeuren, het is juist verfrissend en een andere zienswijze is nooit weg, maar ik zelf zit gewoon met een hoop vragen , die mij niemand beantwoord want dat zou zondig zijn en verkeerd, je steld namelijk zulke vragen niet, bij jou is dat anders daar zie ik dat je ook worsteld met bepaalde instelingen. zoals ik je heb geschreven de eerste keer zijn er genoeg vragen die eigenlijk niemand beantwoorden kan, soms heb ik het idee dat de mens een pion is in een spel tussen God en de satan, dat mag je niet denken, maar ons denken heb je niet altijd onder controle, het is geen kaarsje dat je even uitblaast, maar goed misschien hoor ik nog wel wat van je, zo niet , dan heb ik weer een vraag teveel gesteld. vriendelijke groeten. Willem.

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Dag Willem, het spijt me verschrikkelijk, maar ik heb deze reactie van je tot nu toe niet gezien. Ik heb er geen bericht van gehad en bij toeval zie ik dit nu. Je heb absoluut geen vraag te veel gesteld en ik wil zeker met je van gedachten wisselen over onze inzichten. Je zit met een hoop vragen die je, als ik je goed begrijp, eigenlijk niet zou mogen stellen omdat het zondig en verkeerd zou zijn. Maar is het er mee rond blijven lopen in je eentje niet vreselijk moeilijk en dan kom je ook niet verder. Ik geloof niet dat God ons veracht omdat we vragen hebben. Hij wil graag dat we bij Hem komen met vragen en we mogen ook naar elkaar toegaan. De Bijbel is vaak een moeilijk boek. Ik geloof dat God dat weet en begrijpt dat dit voor ons zo is.
      Je schrijft over de mens die een pion is tussen satan en God. Ik moet daar bij denken aan de verzoeking van de Here Jezus in de woestijn. Daar was de satan flink bezig met de Here Jezus, maar de Heer heeft hem overwonnen door trouw te blijven aan het Woord van God, Zijn Vader. Misschien voel je je een pion, maar als wij vertrouwen op het geschreven Woord van de Bijbel dan kan satan ons niets maken. Wij mogen weten dat Christus satan heeft overwonnen op het kruis van Golgotha en Christus heeft dat ook voor jou en mij gedaan. Wij kunnen niet overwinnen, maar mogen de overwinning van de Here Jezus ons toe eigenen. Ik hoop dat je niet schroomt om nog eens te reageren. Mogelijk kunnen we iets voor elkaar betekenen. Ik hoop dat je dit bericht ontvangt. Hartelijke groeten. Rinske.

      Verwijderen
  4. Ik ben blij met deze bijbel studie ik geloof het zelfde dat Paules na Handelingen 28:28 met een andere boodschap kwam die hem door de HEER is geopenbaard. kijk ook eens op de site www.bijbelstudieleek.nl deze gaat daar ook over.
    met vriendelijke broeder groet Harm.
    ,

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Dag Harm, het doet me goed te horen dat je blij bent met de studie "tegenstrijdigheden in de Bijbel". Ik ben al eens op site geweest en ik ontvang van een gemeentegenoot studies van Bert Boersma. Ik heb alleen nog weinig tijd gehad om ze te lezen, maar ga dit zeker doen.
      Hartelijke groeten, Rinske.

      Verwijderen