Inleiding

Is het zo belangrijk hoe we de Bijbel lezen? Mijn ervaring is van wel. Ik was bijna gestrand in de tegenstrijdigheden in Gods Woord en de verschillende uitleggingen daarover. Staan er dan in de Bijbel teksten die elkaar tegenspreken? Ik heb ze wel gevonden. Neem bijvoorbeeld 1 Korinthe 7,26,29 en vergelijk dat met 1 Timotheüs 5:14. Ik weet wel dat je de teksten in het verband moet lezen, maar dan nog kwam ik er niet uit. In mijn studie "tegenstrijdigheden in de Bijbel" kun je lezen waar ik zoal tegenaan ben gelopen en hoe ik deze vermeende tegenstrijdigheden mag lezen.

In de verzen 1 Korinthe 1:10 en Filippenzen 2:2 spreekt de Bijbel over eensgezindheid. Als ik om mij heen kijk heb ik het idee dat we alles behalve eensgezind zijn. Over het werk van Christus denken we veelal wel hetzelfde, maar er zijn verder veel verschillen en dus ook veel groepen.

In de VISIE van januari 2014 wordt in “slijpsteen” gevraagd of werken aan kerkelijke eenheid verspilde energie is. 61 % vindt van niet, 39 % vindt van wel.

Ik denk dat veel van de verschillen te maken hebben met hoe we de Bijbel lezen.

Wat ik veel hoor en lees is dat wij tegenwoordig leven in en mogen bouwen aan het Koninkrijk van God. De Here Jezus wordt aanbeden als onze Koning. Maar is Christus op dit moment Koning? Hierover kun je lezen in mijn studie "De toekomst van de mens" deel 1 "Het Koninkrijk"

Maar om de bedoeling van het Koninkrijk goed te begrijpen raad ik je aan ook de andere delen van de studie te lezen. Daar vind je dan ook een een uitleg over "de hel", waar ik me aan gewaagd heb. Eén en ander hebben, naar mijn idee, met elkaar te maken.

"De hel" is een onderwerp waar we mee in onze maag zitten. Ongeveer 10 jaar geleden werd daar in diverse tijdschriften aandacht aan besteed. In het blad CV-Koers schreef een bekende Nederlander dat hij zou willen dat er een ander verhaal was dan "de hel". Bovendien werd het "ons nare geheimpje" genoemd.

Waar ik natuurlijk benieuwd naar ben is wat je van de studies vindt.

Studie: "Openbaring 2"

Openbaring 2

Deze studie is een vervolg op Openbaring 1

In Openbaring 2 schrijft Johannes aan de gemeenten te Efeze, te Smyrna, te Pergamus en te Thyatira. Op “Leerwiki” is een korte beschrijving te lezen over deze steden. 

Veelal ziet men in de zeven brieven aan de zeven gemeenten de kerk geschiedenis.  Ik geloof niet dat deze brieven daarover gaan.
In Openbaring 1: 19 leg ik uit dat 'wat isbetekent dat Johannes moet uitleggen wat het is dat hij gezien en gehoord heeft. Daarmee begint hij direct in vers 20. Johannes moet aan de, opdat moment aanwezige, zeven gemeenten schrijven wat er in de nabije toekomst gaat gebeuren. Dit zal de oprichting zijn van het beloofde Koninkrijk van God. Door ongeloof van het volk Israël (Handelingen 28: 26 – 28) kon dit Koninkrijk niet opgericht worden. Maar eens zal dit wel gebeuren. Het is maar de vraag of er dan weer deze zeven gemeenten zullen zijn. 

De schrijver C.H. Welch legt in het boek “DEZE PROFETIE” op blz.19 uit dat Openbaring 2 en 3 gaan over de overgebleven gelovigen in Israël, het overblijfsel. Het gaat over een tijd van verdrukking, over aanmoedigen en overwinnen, lijden met het oog op het nabijgekomen Koninkrijk, het paradijs, het nieuwe Jeruzalem en de nieuwe hemel en aarde.

In het artikel "Openbaring in vogelvlucht" deel 1 lees ik dat Openbaring 2 en 3 gaan over de geschiedenis van Israël. Een interessante gedachte en een logische conclusie. Want veel onderwerpen in de zeven brieven aan de zeven gemeenten komen uit het Oude testament. 

Ik ga tekst met tekst vergelijken en hoop ik zo een beetje inzicht in dit boek te krijgen. Ik ga er niet vanuit dat deze studie volmaakt is.

Johannes heeft iets gezien en moet dit opschrijven. Voor Johannes is dit verleden tijd en daarom is het boek Openbaring in de verleden tijd geschreven. Maar ik geloof dat hetgeen Johannes heeft gezien toekomst is. Het is profetie; Openbaring 22: 19. Daarom schrijf ik mijn commentaar zoveel mogelijk in de onvoltooide tegenwoordige toekomende tijd: Het zal gebeuren.

Ik werk vanuit de Herziene Staten Vertaling, mist anders aangegeven. Ik maak gebruik van de grondtekst.  

De bronnen voor deze studie zijn:
Het boek “DEZE PROFETIE” van de schrijver C.H. Welch. 
De artikelen serie op de site “AMEN” door Sebastiaan de Graaf
Een artikel over engelen op de site “AMEN”. 
Een artikel op de site "Amen" uit de serie "Openbaring in vogelvlucht

Alle bronnen gaan ook uit van een uitleg die tot stand komt door tekst met tekst te vergelijken. 

De gemeente in Efeze.

1 Schrijf aan de engel van de gemeente in Efeze: Dit zegt Hij Die de zeven sterren in Zijn rechterhand houdt, Die te midden van de zeven gouden kandelaren wandelt:

Openbaring 2: 1 begint met dezelfde onderwerpen als waar Openbaring 1 mee eindigt. Iedere gemeente in Openbaring 2 en 3 heeft een engel, oftewel een boodschapper  die het aanspreekpunt van de gemeente is, zie Openbaring 1: 16.

Johannes schrijft aan de engel van Efeze. Deze gemeente is niet in dezelfde positie dan de gemeente Efeze waar Paulus zijn brief aan schreef. In de grondtekst in Efeze 1: 1 staat geen plaats naam vermeld. Die brief is niet specifiek aan Efeze gericht. Paulus schrijft bovendien niet aan een engel of boodschapper. Paulus schrijft aan de gehele gemeente, aan de heilige en gelovige heidenen in Efeze 3: 1. Engelen  komen in de algemene brieven van Paulus nauwelijks voor.

Efeze betekent: 'begeerlijk'. Deze naam heeft aan de ene kant te maken met aanbidding van Artemis. Als godin van de vruchtbaarheid verwees zij naar de begeerlijkheid van de vrouw. Daar werd uiting aan gegeven door middel van de tempel prostitutie. Aan de andere kant verwijst de naam naar de gelovige Joden.

Johannes schrijft dat Hij, dat is 'Iemand als een Mensenzoon uit Openbaring 1: 13, de zeven sterren in Zijn rechterhand houdt. Zie ook Openbaring 1: 16. Vanaf hier ga ik schrijven over Christus omdat ik geloof dat Hij de Mensenzoon is.

De zeven sterren. Dat waren de zeven engelen of boodschappers van de zeven gemeenten. Zie ook Openbaring 1: 16 en 20. Johannes moet een aantal zaken schrijven aan de engel van de gemeente in Efeze.

De zeven gouden kandelaren. Dit zijn de zeven gemeenten zo wordt uitgelegd in Openbaring 1: 20. Verder worden ze genoemd in Openbaring 1: 4, 11, 12 en 13. Christus wandelt te midden van de zeven gouden kandelaren. In Genesis 2: 9 lees ik over de Boom des levens die in het midden van de hof van Eden staat. De Boom des levens is een beeld van Christus, zie ook vers 7. Zo zie ik een verband tussen de hof van Eden en dit vers in Openbaring.

2 Ik ken uw werken, uw inspanning en uw volharding, en weet dat u slechte mensen niet kunt verdragen, en dat u hen op de proef hebt gesteld die van zichzelf zeggen dat zij apostelen zijn, maar het niet zijn, en dat u hebt ontdekt dat zij leugenaars zijn.

Ik ken uw werken komt 9 keer voor in Openbaring 2 en 3. De werken van de gemeenten zijn belangrijk. Werken zijn sowieso belangrijk in het komende Koninkrijk van God. Ik moet denken aan: Mattheus 7: 19 – 23 19 Iedere boom die geen goede vrucht voortbrengt, wordt omgehakt en in het vuur geworpen. 20 Zo zult u hen dus aan hun vruchten herkennen. 21 Niet ieder die tegen Mij zegt: Heere, Heere, zal binnengaan in het Koninkrijk der hemelen, maar wie de wil doet van Mijn Vader, Die in de hemelen is. 22 Velen zullen op die dag tegen Mij zeggen: Heere, Heere, hebben wij niet in Uw Naam geprofeteerd, en in Uw Naam demonen uitgedreven, en in Uw Naam veel krachten gedaan? 23 Dan zal Ik hun openlijk zeggen: Ik heb u nooit gekend; ga weg van Mij, u die de wetteloosheid werkt!
Jacobus 2: 24 U ziet dus nu dat een mens uit werken gerechtvaardigd wordt en niet alleen uit geloof.

Hoe anders is dat nu. Ik lees in:
Efeze 2: 8, 9 8 Want uit genade bent u zalig geworden, door het geloof, en dat niet uit u, het is de gave van God; 9 niet uit werken, opdat niemand zou roemen. Kolossenzen 2: 11 In Hem bent u ook besneden met een besnijdenis die niet met handen plaatsvindt, door het uittrekken van het lichaam van de zonden van het vlees, door de besnijdenis van Christus.

Nu ik weet dat de Efeze en de Kolossenzen brieven (de latere brieven van Paulus) geschreven zijn aan de 'Gemeente die het Lichaam is van Christus' begrijp ik het verschil tussen behoudenis uit werken en enkel uit geloof. Het hoeft niet verwarrend en tegenstrijdig  aan elkaar meer te zijn. Werken hebben prioriteit in de toekomst en geloof in onze tijd, in de bedeling van genade.

'Uw inspanning' staat in de HSV. In de Staten Vertaling staat 'arbeid'. En in de grondtekst 'moeite'. Door de drie vertalingen hier op een rij te zetten krijg ik een aardig beeld van waar die inspanning over gaat. Naast werken zijn ook hun inspanningen, hun arbeid en hun moeiten belangrijk. Ik zie deze drie elementen ook als 'werken'.

In 1 Korinthe 15: 58 (een brief van Paulus geschreven tijdens Handelingen) lees ik over dezelfde inspanningen als in de brief aan Efeze in Openbaring.
1 Korinthe 15: 58 Daarom, mijn geliefde broeders, wees standvastig, onwankelbaar, altijd overvloedig in het werk van de Heere, in de wetenschap dat uw inspanning niet tevergeefs is in de Heere.

'Volharding' staat in de HSV. In de Staten Vertaling staat 'lijdzaamheid en geduld'. In de grondtekst staat 'het verduren'. Opnieuw laat ik de verschillende vertalingen zien om een indruk te krijgen van waar het om gaat. De gelovigen hebben 'iets' (verdrukkingen) te verduren en doen dit met volharding en lijdzaamheid.

Dat zij apostelen zijn, maar het niet zijn. De kenmerken van een apostel lees ik in 1Korinte 9: 1 en de tekenen in 2 Korinthe 12: 12.
1 Kor.9: 1 Ben ik niet een apostel? Ben ik niet vrij? Heb ik niet Jezus Christus, onze Heere, gezien? 2 Kor.12: 12 De tekenen van een apostel zijn onder u verricht, in al mijn volharding, in tekenen, wonderen en krachten.

Een apostel moet de Here Jezus Christus gezien en gekend hebben. De Here Jezus heeft zelf de Apostelen uitgezocht en hen hun bediening gegeven. De bediening van de Apostelen ging tijdens het nabij gekomen Koninkrijk gepaard met tekenen, wonderen en krachten. De gelovigen in Efeze zullen te maken krijgen met slechte mensen zoals valse apostelen. Ze zullen ontdekken dat het leugenaars zijn. Ik moet hierbij denken aan Mattheus 7: 21 – 23 en 2 Thessalonicenzen 2: 8 – 12.

3 En u hebt moeilijkheden verdragen, en volharding getoond. Om Mijn Naam hebt u zich ingespannen en u bent niet moe geworden.

De gemeente in Efeze zal moeilijkheden moeten verdragen zoals in de HSV staat. Het woordje 'moeilijkheden' komt niet in de grondtekst voor. Er staat: 3 En jij hebt verduren en jij draagt vanwege de naam van Mij en wordt niet moe.
De gelovigen in Efeze moet 'iets' verduren en tonen volharding. Dat wijst wel op bepaalde moeilijkheden, of verdrukkingen. De 'moeilijkheden' kunnen slaan op de last die men zal ervaren van de valse apostelen.

In de brief aan de Romeinen waren verdrukkingen ook aan de orde. Dat was in de periode dat het Koninkrijk van God nabij was gekomen, alhoewel de oprichting van dit Koninkrijk niet door ging vanwege het ongeloof van het volk Israël. In de toekomst, als het Koninkrijk opnieuw nabij is gekomen, zullen die verdrukkingen, beginnende in Openbaring 6, wel doorgaan en ze zullen verdragen worden en volharding vergen. De gelovigen zullen zich inspannen om de naam van hun Messias en ze zullen niet moe worden. Mogelijk zullen ze roemen in de verdrukkingen zoals ook in de Romeinen brief gebeurt.
Romeinen 5: 3, 4 3 En dat niet alleen, maar wij roemen ook in de verdrukkingen, omdat wij weten dat de verdrukking volharding teweegbrengt, 4 en de volharding ondervinding en de ondervinding hoop.

Ondanks de goede woorden die Johannes van Christus door mag geven wordt er een groot minpunt genoemd.

4 Maar Ik heb tegen u dat u uw eerste liefde hebt verlaten.

God had het volk Israël vanaf het begin lief en leidde hun uit Egypte.
Exodus 19: 5, 6 5 Nu dan, als u nauwgezet Mijn stem gehoorzaamt en Mijn verbond in acht neemt, dan zult u uit alle volken Mijn persoonlijk eigendom zijn, want heel de aarde is van Mij. 6 U dan, u zult voor Mij een koninkrijk van priesters en een heilig volk zijn. Dit zijn de woorden die u tot de Israëlieten moet spreken.
Jeremia 2:2 Ga ten aanhoren van Jeruzalem prediken: Zo zegt de HEERE: Ik denk aan u, aan de genegenheid van uw jeugd, aan de liefde van uw bruidsdagen, toen u achter Mij aan ging in de woestijn, in een land waarin niet wordt gezaaid.
Ezechiël 16: 8 Toen Ik voorbij u kwam, zag Ik u, en zie, uw tijd was de tijd van de liefde. Zo spreidde Ik Mijn vleugel over u uit en bedekte uw naaktheid. Daarop zwoer Ik u een eed en ging een verbond met u aan, spreekt de Heere HEERE, en zo werd u van Mij.

Maar al heel snel werd het volk ontrouw aan de Here. Zij verlieten hun eerste liefde en dat is hier, in vers 4, ook aan de orde.

5 Bedenk dan van welke hoogte u bent gevallen en bekeer u en doe de eerste werken. Maar zo niet, dan kom Ik spoedig bij u en zal uw kandelaar van zijn plaats wegnemen, als u zich niet bekeert.

In de grondtekst komt het woordje 'hoogte' niet voor. De gelovigen van Efeze zijn gevallen. Dat is het gevolg van het verlaten van hun eerste liefde. Ze werden ontrouw aan de eerste werken. Werken kwam ik al tegen in vers 2. Als ik terug kijk naar het volk Israël in het Oude testament dan werden zij ontrouw aan God en gehoorzaamden Hem niet meer. Toen konden de beloften van God aan hen niet in vervulling gaan.

Maar nu klinkt de oproep opnieuw om zich te bekeren en de eerste werken te doen zodat God Zijn beloftes uit Exodus 19: 6 waar kan maken. Bekeren is een woord wat in het bijzonder te maken heeft met het volk Israël. Het komt 72 keer voor in het Oude Testament, 24 keer in de Evangeliën, 22 keer in Handelingen met bijbehorende brieven, 3 keer in de brieven aan de overige apostelen, 7 keer in Openbaring en slechts 1 keer in de latere brieven van Paulus namelijk in 2 Timoteüs 5: 25.

In de grondtekst staat: en bezin je, denk na. Het heeft in onze bedeling een 'zware' betekenis, zeker in bepaalde groeperingen. Maar als ik weet dat het te maken heeft met het volk Israël die zich moeten omkeren van hun goddeloze weg, dan kan ik anders tegen dit begrip aankijken.  

Kandelaar van zijn plaats wegnemen. In vers 1 zie ik dat de gemeente Efeze één van de zeven gouden kandelaren is, waar Christus tussen wandelt. Maar deze positie zal verdwijnen als de gelovigen van Efeze zich niet bekeren. Men moet de eerste werken weer doen. Zo niet dan is er geen pardon meer. Dan neemt Christus deze kandelaar van zijn plaats. God heeft heel veel geduld gehad met Zijn volk Israël, in de evangeliën en in Handelingen, maar als ze zich nu nog niet bekeren is de maat vol.

Ik heb er over nagedacht wat het voor gevolgen heeft wanneer de kandelaar wordt weggenomen. Ik denk dat de gelovigen dan niet behoren tot de eerstelingen die voorkomen in Openbaring 14: 4. Zij zullen dan ook niet behoren tot de Bruid  van Christus.
Hierdoor wordt bevestigd, wat ik al in vers 1 zag, dat deze gemeente nooit in dezelfde positie kan zijn dan de Gemeente 'Efeze' waar Paulus aan schrijft. In die 'Efeze' brief kunnen zegeningen niet weggenomen worden omdat deze in de hemelse gewesten (Efeze 1: 3) bewaart worden voor iedere gelovige.

6 Maar dit hebt u vóór, dat u de werken van de Nikolaïeten haat, die ook Ik haat.

De Nikolaïeten komen in dit vers en in Openbaring 2: 15 voor, waar het over de leer van de Nikolaïeten gaat. Aangezien ik niets over de Nikolaïeten kan vinden in de Bijbel moet ik het hebben van informatie van internet. Zo lees ik op de site “Amenover de werken van de Nikolaïten: “De Nikolaïten waren leden van een vrijzinnige Joodse sekte die de Schrift in veel gevallen niet letterlijk namen, maar vergeestelijkten.”

In Matthew Henry's commentaar op de Bijbel staat: De Nicolaieten waren een listige secte, die zich dekte met den naam van Christenen. Zij hadden afschuwelijke leerstellingen en waren schuldig aan hatelijke daden; hatelijk voor Christus en voor alle oprechte Christenen.”
Christus haat de werken van de Nikolaïeten net als de gelovigen uit de gemeente Efeze.

7 Wie oren heeft, laat hij horen wat de Geest tegen de gemeenten zegt. Wie overwint, hem zal Ik te eten geven van de Boom des levens, die midden in het paradijs van God staat.

Een parallel tekst is: Mattheüs 24: 13 Maar wie volharden zal tot het einde, die zal zalig worden. 

Wie oren heeft, laat hij horen. In de Evangeliën worden deze woorden 8 keer gebruikt door de Here Jezus. In Openbaring 7 keer. Dit legt een verbinding tussen de Evangeliën en het boek Openbaring. Deze uitdrukking wordt herhaald in elke brief aan de gemeenten. Het lijkt erop dat Christus de nadruk wil leggen op het werkelijk horen van hetgeen Hij gaat zeggen.

Wat de Geest tegen de gemeenten zegt. Ook dit vervolg op het horen komt in al de brieven aan de zeven gemeenten voor. Het is de Geest van Christus Die hier spreekt. Dat weet ik uit Openbaring 1: 1, 19 en uit Openbaring 2: 1 waar Christus tot Johannes spreekt over wat deze aan de gemeente Efeze moest schrijven. In Openbaring 19: 10 lees ik: Openb.19: 10 Het getuigenis van Jezus is namelijk de geest van de profetie.

Wie overwint komt 8 keer voor in het boek Openbaring. 7 Keer in de brieven aan de 7 gemeenten en in Openbaring 21: 7. Er valt veel te overwinnen. Want in de grote verdrukking, tijdens de regering van de antichrist, zal heel wat ellende over de gelovigen heen komen.

De Boom des levens komt voor het eerst voor in Genesis 2: 9 En de HEERE God liet allerlei bomen uit de aardbodem opkomen, begerenswaardig om te zien en goed om van te eten; ook de boom des levens, in het midden van de hof, en de boom van de kennis van goed en kwaad.

Toen Adam en Eva gegeten hadden van de boom van de kennis van goed en kwaad kregen zij ogenblikkelijk deel aan die kennis welke zo overweldigend was dat zij zich moesten bedekken met bladeren en zich verscholen voor God. Als zij niet van deze boom hadden gegeten, maar alleen van de boom des levens waren zij gegroeid naar die volwassenheid en hadden in die hoedanigheid voort kunnen leven. Bron: het vrijgegeven gedeelte uit de brochure 21 paragraaf 2.4 en 2.5 van de site “Levend Water'.

Maar nu zouden zij sterven lees ik in Genesis 2: 17. Als zij direct daarna van de boom des levens hadden gegeten zouden zij, in die eeuw, in de toestand van de kennis van goed en kwaad zo verder moeten leven. Dat was niet wat God voor ogen had en hij verdreef Adam en Eva uit het hof van Eden in Genesis 3: 24. Sterven was beter, zo kan ik hieruit opmaken, dan leven in een voortdurende staat van kennis van goed en kwaad. Sterven geeft zicht op opstanding door het offer van Christus zo weet ik nu vanuit Gods Woord.

En hier in Efeze wordt aan de gelovigen het vooruitzicht geboden om opnieuw te mogen eten van de boom de levens. De boom staat in het midden van het paradijs van God. Ik geloof dat God de hof van Eden hersteld en dat dit het paradijs zal zijn. Dit paradijs  wordt door Christus aan de moordenaar in het vooruitzicht gesteld in Lukas 23: 43. Deze boom komt verder nog voor in Openbaring 22: 14 waar de belofte herhaald wordt. Ik zie Openbaring 22: 6 – 21 als een vervolg op Openbaring 1. De belofte om te eten van de boom wordt vervuld in Openbaring 22: 2.

Korte samenvatting:
De brief aan Efeze is deels bemoedigend en deels vermanend. In Efeze zijn goede werken, zoals de haat tegen de Nikolaïeten, de slechte mensen worden niet verdragen en valse apostelen worden op de proef gesteld. De gelovigen herkennen het valse zaad wat satan wil zaaien tussen de getrouwe gelovigen.
Helaas ontbreekt de eerste liefde. De gelovigen moeten zich bekeren, zo niet dan wordt hun kandelaar, hun positie weggenomen. Wanneer iemand overwint tijdens de verdrukkingen zal hij mogen eten van de Boom des levens die in het midden van het paradijs staat.

De gemeente in Smyrna.

8 En schrijf aan de engel van de gemeente in Smyrna: Dit zegt de Eerste en de Laatste, Die dood is geweest en weer levend is geworden:

De aanhef van de brief aan de engel van Smyrna begint op dezelfde manier als de brief aan Efeze in vers 1. Smyrna betekent 'mirre'. De stad op zich verspreide zeker niet de geur van mirre. Er was een synagoge van satan gevestigd lees ik in vers 9. Maar de Heer was lovend over de gelovigen in Smyrna, die ik mag zien als typen van Jozua en Kaleb die ondanks hun gehoorzaamheid een beproeving moesten doorstaan, omwille van het ongelovige deel van het volk Israël in de woestijn.

Dit zegt de Eerste en de Laatste. Zie Openbaring 1: 17. Deze uitdrukking komt ook voor in Jesaja 41: 4 en 44: 6. Jahweh is de eerste en de laatste. Hij is dezelfde en buiten Hem is er geen God.

Die dood is geweest en weer levend is geworden. Christus is de eerste die uit de dood is opgestaan, zie Openbaring 1: 5 en 1: 18.

9 Ik ken uw werken, verdrukking en armoede u bent echter rijk en Ik ken de lastering van hen die zeggen dat zij Joden zijn, maar het niet zijn; zij zijn namelijk een synagoge van de satan.

Ik ken uw werken. Zie vers 2.

Verdrukking: In Mattheüs 24: 9, 21 en 29 wordt ook gesproken over verdrukking. Het gaat daar over de 'grote verdrukking' net als hier. 

In de brieven van Paulus, geschreven tijdens Handelingen aan de Romeinen, aan Korinthe en aan Thessalonicenzen, wordt 12 keer gesproken over verdrukking. Dat is niet vreemd omdat in die periode het nabij gekomen Koninkrijk gepredikt werd. Romeinen 12: 12 Verblijd u in de hoop. Wees geduldig in de verdrukking. Volhard in het gebed.

Verdrukkingen zouden vooraf aan de oprichting van dit koninkrijk gaan. Maar dit Koninkrijk kon in Handelingen nog niet worden opgericht door ongeloof van het volk Israël. Daarom is het uitgesteld tot in de toekomst en mag Johannes het opnieuw aankondigen met de nodige verdrukkingen. Zie verder Openbaring 1: 9 waar Johannes schrijft dat hij deelt in de verdrukking.

Armoede: Komt slechts 3 keer voor in het Nieuwe testament, hier en o.a. in: 2 Korinthe 8: 2 namelijk dat te midden van veel beproeving door verdrukking, de overvloed van hun blijdschap en hun buitengewoon diepe armoede in overvloedige mate geleid hebben tot de rijkdom van hun vrijgevigheid.
De armoede in de toekomst zal te maken hebben met Openbaring 13: 16, 17 16 En het maakt dat men aan allen, kleinen en groten, rijken en armen, vrijen en slaven een merkteken geeft op hun rechterhand of op hun voorhoofd, 17 en het maakt dat niemand kan kopen of verkopen, behalve hij die dat merkteken heeft, of de naam van het beest of het getal van zijn naam.

U bent echter rijk. Hier zegt Christus tegen de gelovigen in Smyrna dat zij (geestelijk) rijk zijn, terwijl zij letterlijk arm zijn. Dit in tegenstelling tot Laodicea in Openbaring 3: 17, waar de gelovigen zelf vinden dat zij rijk zijn en zij zijn daar trots op. Het kan hun ondergang worden.

Lastering van hen die zeggen dat zij Joden zijn. In vers 2 hebben de gelovigen in Efeze te maken met valse apostelen. Hier hebben de gelovigen te maken met valse Joden die zijn namelijk een synagoge van de satan. Deze synagoge wordt ook genoemd in Openbaring 3: 9. Synagoge duidt op een Joodse instelling en bevestigd de doelgroep, namelijk de Israëlieten, van dit boek.

10 Wees niet bevreesd voor wat u lijden zult. Zie, de duivel zal sommigen van u in de gevangenis werpen, opdat u verzocht wordt. En u zult een verdrukking hebben van tien dagen. Wees trouw tot in de dood, en Ik zal u de kroon van het leven geven.

Weest niet bevreesd. De gelovigen uit Smyrna moeten niet bang zijn voor het lijden wat hun treft. Dit doet mij o.a. denken aan Lukas 12: 4 En Ik zeg u, Mijn vrienden: Wees niet bevreesd voor hen die het lichaam doden en daarna niets meer kunnen doen.

De duivel zal rond gaan als een briesende leeuw en sommigen in de gevangenis werpen. Hierbij moet ik denken aan 1 Petrus 5: 8, 9 8 Wees nuchter en waakzaam; want uw tegenpartij, de duivel, gaat rond als een brullende leeuw, op zoek naar wie hij zou kunnen verslinden. 9 Bied weerstand aan hem, vast in het geloof, in de wetenschap dat hetzelfde lijden ook aan al uw broeders in de wereld opgelegd wordt.

Dat lijden heeft te maken met de (grote) verdrukking van tien dagen die ze zullen meemaken. In Daniël 1: 12 - 15 is sprake van een beproeving van tien dagen. De gelovigen worden opgeroepen om trouw te zijn tot in de dood. In Johannes 16: 2 en 3, waar Christus de Joden toen al voorbereide op een periode van verdrukkingen, lees ik: 2 Ze zullen u uit de synagoge werpen; ja, de tijd komt dat ieder die u doodt, denkt God een dienst te bewijzen. 3 En deze dingen zullen zij u doen, omdat zij de Vader niet gekend hebben en Mij ook niet.

De gelovigen in deze gemeente, die de vader en Christus wel kennen en die trouw zijn gebleven zullen de kroon van het leven ontvangen. Kroon is in de grondtekst 'lauwerkrans'. 

Deze kroon komt ook voor in: Jacobus 1: 12 Zalig is de man die verzoeking verdraagt, want als hij beproefd gebleken is, zal hij de kroon van het leven ontvangen, die de Heere beloofd heeft aan hen die Hem liefhebben.

Petrus en Jakobus zijn allebei apostelen die schreven aan de gelovigen in de verstrooiing. Jakobus noemt in 1: 1 expliciet de twaalf stammen. Opnieuw een bevestiging dat het hier gaat over het volk Israël. Koningen dragen kronen en ik heb gelezen in Openbaring 1: 6, waar Johannes de zeven gemeenten al noemt, dat de gelovigen koningen en priesters zullen worden. Zie ook vers 13 en vers 17 waarin Jesaja 62: 2 – 4 wordt aangehaald.
In Openbaring 20: 4 lees ik de vervulling van de belofte van de levenskroon.
Openb.20: 4 En ik zag tronen, en zij gingen daarop zitten, en het oordeel werd hun gegeven. En ik zag de zielen van hen die onthoofd waren om het getuigenis van Jezus en om het Woord van God, die het beest en zijn beeld niet hadden aangebeden, die het merkteken niet ontvangen hadden op hun voorhoofd en op hun hand. En zij werden weer levend en gingen als koningen regeren met Christus, duizend jaar lang.

11 Wie oren heeft, laat hij horen wat de Geest tegen de gemeenten zegt. Wie overwint, zal zeker geen schade toegebracht worden door de tweede dood.

Zie vers 7 voor het eerste gedeelte van dit vers.

Wie overwint, zal zeker geen schade toegebracht worden door de tweede dood.
De tweede dood komt behalve hier ook nog voor in Openbaring 20: 6, 14 en 21: 8. in vers 10 haalde ik al Lukas 12: 4 aan. In verband met dit vers wil ik hier Mattheus 10: 28 aan toe voegen: En wees niet bevreesd voor hen die het lichaam doden en de ziel niet kunnen doden, maar wees veeleer bevreesd voor Hem Die zowel ziel als lichaam te gronde kan richten in de hel.

In Openbaring 20: 14 staat dat de tweede dood de poel van vuur is. Deze poel is hetzelfde als de gehenna in Mattheus 10: 28, maar wordt helaas in de HSV vertaald door 'hel'. Ik geloof niet in 'een hel' zoals deze over het algemeen voorgesteld wordt. Waarom ik daar niet in geloof leg ik uit in mijn studies “De toekomst van de mens”. Met name deel 4  gaat over de gehenna en de poel van vuur. Ik raad je aan deze studie, maar ook de andere delen te lezen. Dit kan veel verwarring voorkomen.

Openb.20: 14 En de dood en het rijk van de dood werden in de poel van vuur geworpen. Dit is de tweede dood.
De tweede dood is een definitieve vernietiging,  door het vuur, in de poel (in de grondtekst staat: meer) van vuur. Alles verbrand. Maar wie overwint en wordt gedood, krijgt niet te maken met de tweede dood maar heeft deel aan de eerste opstanding:
Openbaring 20: 6 Zalig en heilig is hij die deel heeft aan de eerste opstanding. Over hen heeft de tweede dood geen macht, maar zij zullen priesters van God en van Christus zijn, en zij zullen met Hem als koningen regeren, duizend jaar lang.

Korte samenvatting:
De brief aan Smyrna is bemoedigend. De gelovigen zijn rijk terwijl ze letterlijk arm zijn. Ze ervaren verdrukkingen o.a. van Joden die een synagoge van satan zijn. Satan openbaart zich steeds gewelddadiger, maar de gelovigen hebben Christus meer lief dan hun leven. Ze worden aangemoedigd te overwinnen. Dan zullen ze de kroon van het leven ontvangen en met Christus regeren in het 1000 jarig rijk.

De gemeente in Pergamus.

12 En schrijf aan de engel van de gemeente in Pergamus: Dit zegt Hij Die het tweesnijdende, scherpe zwaard heeft:

De aanhef van de brief aan de engel van Pergamus begint op dezelfde manier als de brief aan Efeze in vers 1. Pergamus betekent ‘burcht’ of ‘hoogte’. De stad Pergamus is hier een type van het toekomstige Babel.

Dit zegt Hij: Dat is Christus.

Die het tweesnijdende, scherpe zwaard heeft: Zie hiervoor Openbaring 1: 16.

13 Ik ken uw werken en weet waar u woont, namelijk waar de troon van de satan is. U houdt vast aan Mijn Naam, en u hebt het geloof in Mij niet verloochend, zelfs niet in de dagen van Antipas, mijn trouwe getuige, die gedood werd bij u, waar de satan woont.

Ik ken uw werken: zie vers 2.

De troon van de satan. In vers 2 hebben de gelovigen in Efeze te maken met valse apostelen. In vers 9 hebben de gelovigen in Smyrna te maken met valse Joden die een synagoge zijn van de satan. En hier hebben de gelovigen te maken met de troon van satan. Zij wonen namelijk daar waar ook de troon van satan is. En in vers 14 lijkt het erop dat deze troon wel heel dicht bij de gelovigen in Pergamus komt.

Maar gelukkig mag Johannes opschrijven voor de gelovigen:
U houdt vast aan Mijn Naam. Ook in Openbaring 11: 18 wordt 'Uw Naam' genoemd. Openb.11: 18 …... en om het loon te geven …... aan hen die Uw naam vrezen,......

In Exodus 9: 16 moet Mozes in opdracht van de Heere tegen Farao zeggen: Maar juist hierom heb Ik u laten bestaan, om Mijn kracht aan u te tonen, zodat Mijn Naam bekendgemaakt zal worden op heel de aarde.
Deze tekst wordt aangehaald in Romeinen 9: 17 Want de Schrift zegt tegen de farao: Juist hiertoe heb Ik u verwekt: dat Ik in u Mijn kracht bewijzen zou, en dat Mijn Naam verkondigd zou worden op de hele aarde.

De naam van God is belangrijk. Ik lees regelmatig in het Oude testament: Ik ben de HEERE (Jehova). De gelovigen in Pergamus houden zich vast aan deze Naam.
'Mijn Naam' komt 18 keer voor in de Evangeliën. Dan gaat het over de Here Jezus Christus. In Filippenzen 2: 8 – 11 en Romeinen 10: 13 vind ik nog twee mooie teksten die hier goed bij passen: Fil.2: 8 - 11  8 En in gedaante als een mens bevonden, heeft Hij Zichzelf vernederd en is gehoorzaam geworden, tot de dood, ja, tot de kruisdood. 9 Daarom heeft God Hem ook bovenmate verhoogd en heeft Hem een Naam geschonken boven alle naam, 10 opdat in de Naam van Jezus zich zou buigen elke knie van hen die in de hemel, en die op de aarde, en die onder de aarde zijn, 11 en elke tong zou belijden dat Jezus Christus de Heere is, tot heerlijkheid van God de Vader.
Rom.10: 13 Want ieder die de Naam van de Heere zal aanroepen, zal zalig worden.


Ik geloof dat de gelovige Israëlieten in het duizendjarig rijk de Naam van Koning Christus zullen prediken. Zij zullen als koningen en priesters de wereld doortrekken en het evangelie van het Koninkrijk prediken. Zij zullen zelfs met Christus regeren. Zie ook Openbaring 1: 6, 5: 10 en 20: 6. Dit was voor hen al een belofte in het Exodus 19: 6 maar ook in Handelingen 3: 19, 20, 25 en 26. En dat wordt in het duizendjarig rijk dan eindelijk de praktijk, onder het Nieuwe Verbond wat met de gelovige Israëlieten gesloten zal worden.

Dagen van Antipas. Antipas was Mijn trouwe getuige. Maar hij werd gedood om zijn geloof. Dat kon gebeuren omdat satan zijn troon in Pergamus had. Ondanks dat dit gebeurde hebben de gelovigen het geloof in Mij (Christus) niet verloochend. Dat iemand gedood wordt om zijn geloof zal in de toekomst tijdens de grote verdrukking zeker ook gebeuren. En de gelovigen worden met dit voorbeeld opgeroepen om het geloof in Christus niet te verloochenen.

14 Maar Ik heb enkele dingen tegen u, namelijk dat u daar mensen hebt die zich houden aan de leer van Bileam, die Balak leerde voor de Israëlieten een struikelblok neer te leggen, opdat zij afgodenoffers zouden eten en hoererij bedrijven.

Ondanks de bemoedigende woorden in vers 12 en 13 worden de gelovigen van Pargamus ook vermaand. Ze hebben daar mensen die zich houden aan de leer van Bileam. Hij leerde Balak een struikelblok voor de Israëlieten neer te leggen. Dit hield in dat Bileam Balak leerde om afgodenoffers te eten en hoererij te bedrijven. Dat staat in Numeri 31: 16 en Numeri 25: 1-3. Hierbij moet ik ook denken aan 1 Korinthe 5: 1 – 6 en 8: 1 – 13. Tevens kan ik hierbij 1 Thessalonicenzen 4: 3 – 5 lezen. En deze zonde zal ‘in de laatste dagen’ ook weer voorkomen.

15 Zo hebt u er ook die zich houden aan de leer van de Nikolaïeten en dat haat Ik.

Wat er in vers 14 genoemd wordt was niet het enige in Pergamus wat Christus niet kon aanvaarden. Er waren er ook die zich hielden aan de leer van de Nikolaïeten. De leer van de Nikolaïeten is nauw verbonden met de leer van Bileam. Bileam betekent 'verkwisting van het volk' en Nikolaus 'overwinnaar van het volk'. De leer van Bileam is een schaduwbeeld van de toekomstige afvalligheid. De leer van de Nikolaïeten is de vervulling daarvan.

Op de site “Amen” lees ik: 
De leer van de Nikolaïten. In de brief aan Efeze spraken wij al over de Nikolaïten. Zij waren een vrijzinnige joodse sekte die de Schrift vergeestelijkten. De voorschriften die de Here in Zijn Wet had gegeven dienden slechts zinnebeeldig opgevat te worden. Ook de opstanding uit de doden moest niet letterlijk genomen worden, het betrof enkel een geestelijk veranderingsproces. In de toekomst zal een dergelijke ontkrachting van Gods Woord weer op grote schaal plaats vinden. In deze tijd zien wij er al de voortekenen van. Gods Woord wordt reeds door velen al lang niet meer letterlijk genomen. Voor veel mensen is het slechts nog maar een mooi verhalenboek met hier en daar wat wijze spreuken en gezegden.”

16 Bekeer u. En zo niet, dan kom Ik spoedig bij u en zal Ik tegen hen oorlog voeren met het zwaard van Mijn mond.

Bekeer u. Zie vers 5. Als ze zich niet bekeren dan Komt Christus spoedig tot de gelovigen en zal hij oorlog tegen hen voeren met het zwaard van Zijn mond. In Efeze 6: 17 lees ik dat het zwaard van de Geest het Woord van God is wat ik mag gebruiken om te overwinnen in de geestelijke strijd.
Ef.6: 17 En neem het zwaard van de Geest, dat is Gods Woord,

In Openbaring 1: 16 en Openbaring 2: 12 lees ik over het tweesnijdende scherpe zwaard. Het zwaard is het Woord van God, maar door dat Woord uit te spreken kan het zeker dodelijk zijn zo lees ik in Openbaring 19: 21 en 2 Thessalonicenzen 2: 8. Die uitwerking heeft het niet in Efeze 6. Ik zie wederom een verschil tussen de bedeling van genade in Efeze en de periode van het Koninkrijk waarin beoordeling van werken belangrijk zijn.

Openb.19: 21 En de overigen werden gedood met het zwaard van Hem Die op het paard zat, namelijk het zwaard dat uit Zijn mond kwam.
2 Thess. 2: 8 En dan zal de wetteloze geopenbaard worden. De Heere zal hem verteren door de Geest van Zijn mond en hem tenietdoen door de verschijning bij Zijn komst;

In Numeri 25: 3 – 9 worden de Israëlieten ook gestraft voor hun gruwelijke zonden. Maar ondanks de voorbeelden van straffen en de dreiging van straffen bekeerden zij zich niet: Openbaring 9: 21 Ook bekeerden zij zich niet van hun moorden, hun tovenarij, hun ontucht en het plegen van diefstal.

17 Wie oren heeft, laat hij horen wat de Geest tegen de gemeenten zegt. Aan wie overwint, zal Ik van het verborgen manna te eten geven, en Ik zal hem een witte steen geven met op die steen een nieuwe naam geschreven, die niemand kent dan wie hem ontvangt.

Zie vers 7 voor het eerste gedeelte van dit vers.

Zal ik van het verborgen manna te eten geven. In Exodus 16: 15 (SV) kom ik voor het eerst dit man(na) tegen. In de HSV wordt het 'brood' genoemd. In Johannes 6: 31, 57 en 58 lees ik over het manna dat het brood uit de hemel is. Het is een beeld van de Here Jezus Die het ware Brood is. In de toekomst wordt het volk Israël mogelijk weer gevoed met het manna zo lees ik in Openbaring 12: 6. En dan zullen ze ook zeker gevoed worden met Christus als Hij het Nieuwe Verbond met hen sluit en zij mogen eten van het Ware Brood uit de hemel.

Joh.6: 31, 57, 58 31 Onze vaderen hebben het manna gegeten in de woestijn, zoals geschreven is: Hij gaf hun het brood uit de hemel te eten. 57 Zoals de levende Vader Mij gezonden heeft, en Ik leef door de Vader, zo zal ook wie Mij eet, leven door Mij. 58 Dit is het brood dat uit de hemel neergedaald is; niet zoals uw vaderen het manna gegeten hebben en gestorven zijn. Wie dit brood eet, zal in eeuwigheid leven.
Openb.12: 6 En de vrouw vluchtte naar de woestijn, waar zij een plaats had, die door God voor haar gereedgemaakt was, opdat men haar daar zou voeden twaalfhonderdzestig dagen.

Ik zal hem een witte steen geven. Aäron droeg in Exodus 28: 36 een gouden plaat met daarin gegraveerd: DE HEILIGHEID VAN DE HEERE. Zo zullen de gelovigen uit Israël een witte steen ontvangen met daarop hun nieuwe naam geschreven. Het is een teken van nieuw leven in het Nieuwe Verbond.
In Jesaja 62: 2-4 lees ik over het herstel van Jeruzalem (vers 1). Jeruzalem is de toekomstige bruid  en ik geloof zeker dat de overwinnaars uit de gemeente Pergamus daarbij zullen horen. Zij krijgen een nieuwe naam.

Jes.62: 2 – 4 2 De heidenvolken zullen uw gerechtigheid zien en alle koningen uw luister; u zult met een nieuwe naam genoemd worden, die de mond van de HEERE bepalen zal. 3 U zult een sierlijke kroon zijn in de hand van de HEERE en een koninklijke tulband in de hand van uw God. 4 Tegen u zal niet meer gezegd worden: verlatene, en tegen uw land zal niet meer gezegd worden: woestenij, maar u zult genoemd worden: Mijn welgevallen is in haar, en uw land: getrouwde; want de HEERE verlangt naar u, en uw land zal getrouwd worden.

Die niemand kent dan wie hem ontvangt. De naam die de overwinnaars hier ontvangen zullen zij alleen kennen. In Jesaja 62: 4 wordt de nieuwe naam van Jeruzalem genoemd. In Openbaring 3: 12 wordt Jeruzalem ook in verband gebracht met Mijn nieuwe naam en de naam van God.

Korte samenvatting:
De brief aan Pergamus is deels bemoedigend en deels vermanend. De gelovigen houden vast aan de naam van Christus en ze hebben het geloof in Hem behouden. Maar er ontstaat wel een gevaarlijke situatie doordat er sommigen zijn die zich houden aan de leer van Bileam en de Nikolaïeten. Op die manier probeert satan zijn onkruid van verleiding te zaaien tussen de gelovigen. Wanneer zij zich niet bekeren zal Christus het tweesnijdend scherpe zwaard; vers 16, gebruiken om de volgelingen van die leer uit te roeien. De overwinnaars mogen eten van het verborgen Manna. En er is voor hen een witte steen met hun nieuwe naam erin geschreven. 

De gemeente in Thyatira.

18 En schrijf aan de engel van de gemeente in Thyatira: Dit zegt de Zoon van God, Die ogen heeft als een vuurvlam en voeten als blinkend koper:

De aanhef van de brief aan de engel van Thyatira begint op dezelfde manier als de brief aan Efeze in vers 1.
Thyatira betekent 'geur van droefenis'.

Dit zegt de Zoon van God. Hier wordt duidelijk gesproken over de Zoon van God. Dit duidt op Goddelijk gezag. In de verzen 1, 8 en 12 Christus wordt aangeduid door middel van iets wat Hij is of vasthoudt. 

Verder wordt Christus nader aangeduid als Die ogen heeft als een vuurvlam. Die uitdrukking kwam ik tegen in Openbaring 1: 14. Vuur is een beeld van oordeel staat in Openbaring 18: 8. Een tekst die, i.v.m. de zonden van de vrouw Izebel in vers 20, van toepassing is op dit gedeelte is:
Jeremia 16: 17 Want Mijn ogen zijn gevestigd op al hun wegen. Ze zijn voor Mijn aangezicht niet verborgen en hun ongerechtigheid kan zich niet voor Mijn ogen verhullen.

En voeten als blinkend koper. Zie Openbaring 1: 15.

19 Ik ken uw werken, de liefde, het dienstbetoon, het geloof, uw volharding en uw werken, en ook dat de laatste meer zijn dan de eerste.

Ik ken uw werken. Zie vers 2.

De liefde. Zie vers 4 waar de gelovigen uit Efeze de eerste liefde hadden verlaten. Hier was wel liefde aanwezig. Christus kende deze.

Het dienst betoon. In de grondtekst staat: diakonia. Dat woord ken ik vanuit de kerk. Het betekent: priesterschap, zielzorg en ministerie. Het priesterschap was er al in het Oude testament. Het was een bediening behorende bij het volk Israël. Zie ook Openbaring 1: 6 en 2: 26.

Uw volharding. Zie vers 2.

En ook dat de laatste meer zijn dan de eerste. Dit spreekt voor zich. Werken zijn belangrijk in het Koninkrijk van God, dit in tegenstelling tot de 'Genade' bedeling waarin ik nu leef. Dat zag ik al in vers 2. Dan is het natuurlijk mooi als de gelovigen daar steeds beter in worden.

20 Maar Ik heb enkele dingen tegen u: dat u de vrouw Izebel, die van zichzelf zegt dat zij een profetes is, ongemoeid haar gang laat gaan om te onderwijzen en Mijn dienstknechten te misleiden, zodat zij hoererij bedrijven en afgodenoffers eten.

In Pergamus begon deze misleiding met hoererij en afgodenoffers. Maar hier neemt het flink toe. Het doet mij denken aan Genesis 6: 2 – 8 waar toestanden beschreven worden die in de latere tijden opnieuw zullen voorkomen zo lees ik in Mattheus 24: 37 en Lukas 17: 26.

De vrouw Izebel. Deze vrouw is bekend als vrouw van koning Achab. Ik lees over Achab vanaf 1 Koningen 16: 29 – 34. Ik ken hem als een slechte koning die deed wat kwaad was in de ogen van de Heere; vers 30. Maar zijn vrouw Izebel was nog erger. Zij diende Baäl lees ik in vers 32. Zij hoereerde met deze afgod en dat is waar Openbaring 2: 20 op doelt. De gelovigen lieten deze 'nieuwe' vrouw in hun gemeenschap haar gang gaan met alle gevolgen van dien. Over deze vrouw als hoer lees ik ook in Openbaring 17: 5 En op haar voorhoofd stond een naam geschreven: Geheimenis, het grote Babylon, de moeder van de hoeren en van de gruwelen van de aarde.

21 En Ik heb haar tijd gegeven, opdat zij zich van haar hoererij zou bekeren, maar zij heeft zich niet bekeerd.
22 Zie, Ik werp haar te bed met hen die overspel met haar plegen, in grote verdrukking, als zij zich niet bekeren van hun werken.

Hier in Thyatira krijgt de vrouw Izebel nog de kans om zich van haar hoererij te bekeren. Christus straft haar door haar op bed te werpen, samen met degenen die met haar overspel pleegden. Zij kwamen in grote verdrukking, die niet werd veroorzaakt door satan, maar door Christus zelf. Ik lees over die straf in Openbaring 16 waar in vers 9 en 11 staat dat zij zich niet bekeerden van hun werken. Dat wordt bevestigd door Openbaring 17: 21 En Ik heb haar tijd gegeven, opdat zij zich van haar hoererij zou bekeren, maar zij heeft zich niet bekeerd.
En zodoende treed het volgende vers in werking.

23 En haar kinderen zal Ik door de dood ombrengen, en alle gemeenten zullen weten dat Ik het ben Die nieren en harten doorzoek, en Ik zal u geven eenieder naar uw werken.

Iets dergelijks lees ik ook in Psalm 137: 8 en 9. Het gaat in deze verzen niet om kleine kinderen, maar om volgelingen van Izebel de dochter van Babel. De grondtekst noemt ze 'voortgebrachten'.
Psalm 137: 8, 9 8 Dochter van Babel, die verwoest zult worden, welzalig is hij die u uw misdaad vergelden zal, die u tegen ons begaan hebt. 9 Welzalig is hij die uw kleine kinderen grijpen en tegen de rots verpletteren zal.

Doordat Izebel en haar volgelingen zich niet bekeerden werden ze gestraft zo zag ik vers 22. Die straf leidt tot de dood. Christus laat daarmee Zijn macht zien aan alle gemeenten. Hij doorzoekt en beproeft harten en nieren lees ik in diverse verzen in het Oude Testament waaronder:
Psalm 7: 10 Laat er toch een einde komen aan de slechtheid van de goddelozen, maar doe de rechtvaardige standhouden, o rechtvaardige God, Die harten en nieren beproeft.

Zie ook Psalm 26: 2, Jeremia 11: 20 / 17: 10 en 20: 12.
Christus geeft loon naar werken. Dit kan positief of negatief loon zijn; 

Openbaring 11: 18 En de volken zijn toornig geworden, en Uw toorn is gekomen en daarmee ook het tijdstip voor de doden om geoordeeld te worden, en om het loon te geven aan Uw dienstknechten, de profeten, en aan de heiligen en aan hen die Uw naam vrezen, de kleinen en de groten, en om hen te vernietigen die de aarde vernietigden.

24 Maar Ik zeg tegen u, en tegen de overigen in Thyatira, voorzover zij deze leer niet hebben en zij, zoals zij dat noemen, de diepten van de satan niet hebben leren kennen: Ik zal u geen andere last opleggen
25 dan deze: Houd vast aan wat u hebt totdat Ik kom.

Diepten van de satan. Het lijkt mij dat deze diepten beschreven staan in vers 20. De overigen in Thyatira die de leer van Izebel niet hadden geloofd en gevolgd, en dus niet de diepten van satan hadden leren kennen en meegedaan hadden aan hoererij en het eten van afgodenoffers, kregen geen andere last opgelegd dan vast te houden aan wat zij hadden totdat Christus zou komen. Ze moesten de werken en de liefde; vers 19, vasthouden door de verdrukkingen heen tot de komst van Christus.

26 En wie overwint en wie Mijn werken tot het einde toe in acht neemt, hem zal Ik macht geven over de heidenvolken.

Wie overwint. Zie vers 7.
Mijn werken. Zie vers 24 en 25.

Tot het einde toe. Het gaat hier, denk ik, over het einde van de verdrukkingen.
In Mattheus 24: 13 en Hebreeën 3: 6 lees ik over het einde en het volharden en vasthouden van roem, hoop en het beginsel van het geloof.
Matth.24: 13 Maar wie volharden zal tot het einde, die zal zalig worden.
Hebr. 3: 6, 14 6 Christus echter is getrouw over Zijn huis als Zoon. Zijn huis zijn wij, als wij tenminste de vrijmoedigheid en de roem van de hoop tot het einde toe onwrikbaar vasthouden 14 Want wij hebben deel aan Christus gekregen, als wij tenminste het beginsel van de vaste grond van het geloof tot het einde toe onwrikbaar vasthouden,

Macht geven over de heidenvolken. Christus zal de overwinnaars van Thyatira macht geven over de volkeren of zoals de grondtekst zegt: autoriteit geven aan hem op de natiën. Zie verder Openbaring 1: 6.
Dat de gelovige Israëlieten autoriteit gegeven wordt over de naties komt overeen met Openbaring 5: 10, 20: 6 en 22: 5.

Openb.5: 10 En U hebt ons voor onze God gemaakt tot koningen en priesters, en wij zullen als koningen regeren over de aarde.
Openb. 20: 6 Zalig en heilig is hij die deel heeft aan de eerste opstanding. Over hen heeft de tweede dood geen macht, maar zij zullen priesters van God en van Christus zijn, en zij zullen met Hem als koningen regeren, duizend jaar lang. Openb.22: 5d En zij zullen als koningen regeren in alle eeuwigheid.

27 En hij zal hen hoeden met een ijzeren staf zij zullen als kruiken van een pottenbakker verbrijzeld worden zoals ook Ik die macht van Mijn Vader heb ontvangen.

Dit vers komt overeen met Openbaring 12: 5a en 19: 15.
Openb.12: 5a En zij baarde een Zoon, een mannelijk Kind, dat alle heidenvolken zal hoeden met een ijzeren staf.
Openb.19: 15 En uit Zijn mond kwam een scherp zwaard, opdat Hij daarmee de heidenvolken zou slaan. En Hij zal hen hoeden met een ijzeren staf. En Hij treedt de wijnpersbak van de wijn van de grimmige toorn van de almachtige God.

Christus zal de natiën behoorlijk streng aanpakken. Hij zal hen hoeden met een ijzeren staf waardoor ze verbrijzeld zullen worden. Christus heeft deze macht van God ontvangen. Dat lees ik ook in Psalm 2: 7 – 9 7 Ik zal het besluit bekendmaken: De HEERE heeft tegen Mij gezegd: U bent Mijn Zoon, Ík heb U heden verwekt. 8 Eis van Mij en Ik zal U de heidenvolken als Uw eigendom geven, de einden der aarde als Uw bezit. 9 U zult hen verpletteren met een ijzeren scepter, U zult hen in stukken slaan als aardewerk.

Ik moet hierbij ook denken aan Mattheus 25: 31 – 46. Naar mijn idee gaat het voornamelijk om volken die geen goed gedaan hebben aan Christus en Israël.

28 En Ik zal hem de morgenster geven.
Dit vers volgt op het vorige vers en daarom denk ik dat de morgenster aan Christus gegeven zal worden. Dat zie ik terug in Openbaring 22: 16 Ik, Jezus, heb Mijn engel gezonden om bij u in de gemeenten van deze dingen te getuigen. Ik ben de Wortel en het Nageslacht van David, de blinkende Morgenster.

29 Wie oren heeft, laat hij horen wat de Geest tegen de gemeenten zegt.
Zie vers 7 voor dit vers. Hier is geen aanvulling gegeven. Dat is wel zo in vers 7, 11 en 17

Korte samenvatting:

De brief aan Thyatira is deel bemoedigend en deels vermanend. Het is een gemeente waar werken, liefde, dienstbetoon, geloof en volharding aanwezig is. Maar de vrouw Izebel kan wel haar gang gaan met haar hoererij en het eten van afgodenoffers. Men wordt opgeroepen zich te bekeren want anders zal Christus ze straffen en doden. Degenen die de diepten van satan niet hebben leren kennen en overwinnen zullen met Christus regeren over de volkeren.

Terug naar
Openbaring 1Openbaring 2Openbaring 3,  Openbaring 4Openbaring 5Openbaring 6
Openbaring 7Openbaring 8Openbaring 9Openbaring 10Openbaring 11Openbaring 12, Openbaring 13 en Openbaring 14..


Geen opmerkingen:

Een reactie posten