Inleiding

Is het zo belangrijk hoe we de Bijbel lezen? Mijn ervaring is van wel. Ik was bijna gestrand in de tegenstrijdigheden in Gods Woord en de verschillende uitleggingen daarover. Staan er dan in de Bijbel teksten die elkaar tegenspreken? Ik heb ze wel gevonden. Neem bijvoorbeeld 1 Korinthe 7,26,29 en vergelijk dat met 1 Timotheüs 5:14. Ik weet wel dat je de teksten in het verband moet lezen, maar dan nog kwam ik er niet uit. In mijn studie "tegenstrijdigheden in de Bijbel" kun je lezen waar ik zoal tegenaan ben gelopen en hoe ik deze vermeende tegenstrijdigheden mag lezen.

In de verzen 1 Korinthe 1:10 en Filippenzen 2:2 spreekt de Bijbel over eensgezindheid. Als ik om mij heen kijk heb ik het idee dat we alles behalve eensgezind zijn. Over het werk van Christus denken we veelal wel hetzelfde, maar er zijn verder veel verschillen en dus ook veel groepen.

In de VISIE van januari 2014 wordt in “slijpsteen” gevraagd of werken aan kerkelijke eenheid verspilde energie is. 61 % vindt van niet, 39 % vindt van wel.

Ik denk dat veel van de verschillen te maken hebben met hoe we de Bijbel lezen.

Wat ik veel hoor en lees is dat wij tegenwoordig leven in en mogen bouwen aan het Koninkrijk van God. De Here Jezus wordt aanbeden als onze Koning. Maar is Christus op dit moment Koning? Hierover kun je lezen in mijn studie "De toekomst van de mens" deel 1 "Het Koninkrijk"

Maar om de bedoeling van het Koninkrijk goed te begrijpen raad ik je aan ook de andere delen van de studie te lezen. Daar vind je dan ook een een uitleg over "de hel", waar ik me aan gewaagd heb. Eén en ander hebben, naar mijn idee, met elkaar te maken.

"De hel" is een onderwerp waar we mee in onze maag zitten. Ongeveer 10 jaar geleden werd daar in diverse tijdschriften aandacht aan besteed. In het blad CV-Koers schreef een bekende Nederlander dat hij zou willen dat er een ander verhaal was dan "de hel". Bovendien werd het "ons nare geheimpje" genoemd.

Waar ik natuurlijk benieuwd naar ben is wat je van de studies vindt.

Studie: "Openbaring 9"


Openbaring 9.

Deze studie is een vervolg op: 
Openbaring 1Openbaring 2Openbaring 3, Openbaring 4
Openbaring 5, Openbaring 6Openbaring 7Openbaring 8.

In Openbaring 4 – 20 kom ik 7 keer een afgewisselde blik tegen in de hemel en op aarde, te beginnen bij:

1e Blik in de hemel in hoofdstuk 4 en 5
Hier gaat het over de troon, een boekrol, het Lam, de vier dieren en alle schepsel. 
1e Blik op de aarde in Openbaring 6: 1 – 7: 8 
Openbaring 6             openen van de eerste zes zegels
Openbaring 7: 4 – 8   de verzegeling van de 144000. 
2e Blik in de hemel in Openbaring 7: 9 – 8: 6 
Openbaring 7: 9 – 17 Johannes ziet een grote menigte, die niemand tellen kan. 
Openbaring 8: 1         opening van het zevende zegel met daarna een stilte in de hemel.
Openbaring 8: 2 – 6    optreden van de 'andere' engel met oordelen. 
2e Blik op de aarde in Openbaring 8: 7 – 11: 14 
Openbaring 8: 7         optreden van de eerste vier engelen met bazuinen
Openbaring 8: 13       aankondiging van de drie weeën
Openbaring 9             de vijfde en zesde engel blazen op de bazuinde eerste twee weeën breken aan.
3e Blik in de hemel in Openbaring 11: 15 – 19a
3e Blik op de aarde in Openbaring 11: 19
4e Blik in de hemel in Openbaring 12: 1 – 12
4e Blik op de aarde in Openbaring 12: 13 – 13: 18
5e Blik in de hemel in Openbaring 14: 1 – 5
5e Blik op de aarde in Openbaring 14: 6 – 20
6e Blik in de hemel in Openbaring 15: 1 – 8
6e Blik op de aarde in Openbaring 16: 1 – 18: 24
7e Blik in de hemel in Openbaring 19: 1 – 16
7e Blik op de aarde in Openbaring 19: 17 – 20: 15

Ik werk vanuit de Herziene Staten Vertaling, mist anders aangegeven. Ik maak gebruik van de grondtekst.

Johannes, zijn naam betekent 'genade', heeft iets gezien en moet dit opschrijven. Voor Johannes is het verleden tijd en daarom is het boek Openbaring in de verleden tijd geschreven. Maar ik geloof dat hetgeen Johannes heeft gezien toekomst is. Het is profetie zo lees ik in Openbaring 22: 19. Daarom schrijf ik mijn commentaar zoveel mogelijk in de onvoltooide tegenwoordige toekomende tijd. Het zal gebeuren.

Ik ga tekst met tekst vergelijken en hoop zo een beetje inzicht in Openbaring te krijgen. Ik ga er niet vanuit dat deze studie volmaakt is.

Mijn bronnen voor deze studie zijn:
Het boek "Deze profetie" van de schrijver C.H. Welch.
De studie deel 13 van S. de Graaf
De studie deel 14 van S. de Graaf. 
Een artikel van “Het Zoeklicht” over Openbaring 9.
Een studie van “De Eindtijd Bode” over Openbaring 9.
Een artikel over 'bazuinen' te vinden op de site “Amen”.
Een artikel over '
zegels, bazuinen en schalen' op de site “Levend Water”.
"Indeling Openbaring 4:1-20:15 naar Zegels, Bazuinen en Schalen" op de site "Het levende ware woord". 

1 En de vijfde engel blies op de bazuin, en ik zag een ster, uit de hemel op de aarde gevallen. En hem werd de sleutel van de put van de afgrond gegeven.

De vijfde engel zal op de bazuin blazen. In Openbaring 8 lees ik over de eerste vier engelen met bazuinen. Hier is de vijfde engel aan de beurt. Tegelijkertijd breekt het 'eerste wee' van de drie voorspelde weeën uit Openbaring 8: 13 aan. Dat het om een erger oordeel zal gaan, dan tot nu toe beschreven in de zegels en bazuinen, wordt duidelijk aan de hoeveelheid verzen die er aan deze 'weeën' besteed worden. Het 'eerste wee' wordt beschreven vanaf vers 1 tot en met vers 11.

Engel. In de grondtekst zijn engelen vertaalt met 'boodschappers'. Zie Openbaring 8: 2.

En ik zag. In de grondtekst staat: Ik nam waar. Zie Openbaring 1: 19 en 4: 1

Een ster, uit de hemel op de aarde gevallen. In de grondtekst staat: Ster van-uit de hemel gevallen zijnde tot-in de aarde. Wie of wat is die ster? In Openbaring 8: 12 gaat het over echte sterren in het heelal. Daar gaat het hier niet over. Ik denk ook niet dat het de de duivel zelf is. Deze wordt in Openbaring 12: 9 bij zijn ware identiteit genoemd namelijk, grote draak, oude slang, satan en duivel. Het zou hier over de koning, de engel van de afgrond, uit vers 11 kunnen gaan.

In Jesaja 14: 12 lees ik over een gevallen morgenster, neergestort in een diepe kuil. Deze tekst wordt wel toegepast op satan. Mogelijk is deze ster / koning een voorloper van satan en zal hij in Openbaring 12 zijn ware aard laten zien. Zie ook Lukas 10: 18.
Jesaja 14: 12, 15 12 Hoe bent u uit de hemel gevallen, morgenster, zoon van de dageraad! U ligt geveld op de aarde, overwinnaar over de heidenvolken! 15 Echter, u bent in het rijk van de dood neergestort, in het diepst van de kuil!
Lukas 10: 18 Hij zei tegen hen: Ik zag de satan als een bliksem uit de hemel vallen.

Aan deze ster (koning) wordt de sleutel van de put van de afgrond gegeven. Er staat niet bij van wie hij deze sleutel heeft gekregen. Mogelijk is het een engel zoals dat in Openbaring 20: 1 wordt vermeld, zie de uitleg aan het einde van dit vers. Sleutels wijzen op autoriteit zoals in Openbaring 1: 18 waar Christus de sleutels van de hades (dodenrijk) en de dood heeft. Zie ook nog Openbaring 3: 7.

In de grondtekst staat: de sleutel van de waterput van de afgrond. 'Afgrond' is in het Grieks: abussou. Als deze afgrond wordt geopend komen er rook (vers 2) en sprinkhanen (vers 3) uit die de mensen pijnigen (vers 5). De afgrond is de plek voor de demonen lees ik in Lukas 8: 30, 31, Judas 1: 6 en 2 Petrus 2: 4. In Openbaring 17: 8 komt het beest op uit de afgrond.

Lukas 8: 30, 31 30 Jezus vroeg hem: Wat is uw naam? Hij zei: Legio; want er waren veel demonen in hem gegaan. 31 En zij smeekten Hem dat Hij hun niet zou bevelen in de afgrond te gaan.
Judas 1: 6 En de engelen die hun oorspronkelijke staat niet hebben bewaard, maar hun eigen woonplaats verlaten hebben, heeft Hij voor het oordeel van de grote dag met eeuwige boeien in de duisternis in verzekerde bewaring gesteld.
2 Petrus 2: 4 Want als God de engelen die gezondigd hebben, niet gespaard heeft, maar hen in de hel geworpen en overgegeven heeft aan de ketenen van de duisternis om tot het oordeel bewaard te worden;
Openbaring 17: 8 Het beest dat u gezien hebt, was en is niet; en het zal opkomen uit de afgrond en naar het verderf gaan.

In de grondtekst staat in 2 Petrus 2: 4 niet 'in de hel geworpen' maar 'in de tartarus werpende'. De tartarus is een diepe onpeilbare put, een afgrond dus. In de Statenvertaling lees ik ook over de afgrond in: Genesis 1: 2 De aarde nu was woest en ledig, en duisternis was op den afgrond; en de Geest Gods zweefde op de wateren.

Vanuit de hemelen was de aarde woest en ledig geworden. Mogelijk is dit de 'tartarus'. In de Herziene Statenvertaling staat in Genesis 1: 2 geen afgrond, maar 'watervloed'. Dit komt overeen met wat ik hier in de grondtekst vond over de waterput. In Genesis 7: 11 krijgt de aarde te maken met het openbarsten van waterbronnen. Dit had de zondvloed (oordeel) tot gevolg.

Genesis 1: 2 De aarde nu was woest en leeg, en duisternis lag over de watervloed; en de Geest van God zweefde boven het water.
Genesis 7: 11 In het zeshonderdste levensjaar van Noach, in de tweede maand, op de zeventiende dag van de maand, op die dag zijn alle bronnen van de grote watervloed opengebarsten en de sluizen van de hemel opengezet.

Openbaring 20: 1 – 3, 7 1 En ik zag een engel neerdalen uit de hemel met de sleutel van de afgrond en een grote ketting in zijn hand. 2 En hij greep de draak, de oude slang, dat is de duivel en de satan, en bond hem voor duizend jaar, 3 en wierp hem in de afgrond, en sloot hem daarin op en verzegelde die boven hem, opdat hij de volken niet meer zou misleiden, totdat de duizend jaar tot een einde gekomen zouden zijn. En daarna moet hij een korte tijd worden losgelaten. 7 En wanneer die duizend jaar tot een einde gekomen zijn, zal de satan uit zijn gevangenis worden losgelaten.

Verder lees ik in Openbaring 20: 1 nog over de afgrond (grondtekst 'abussou') en de sleutel. Maar de waterput ontbreekt. Daar heeft een engel de sleutel en wordt de duivel in de afgrond gestopt en voor duizend jaar opgesloten. Het is duidelijk dat de afgrond een slechte plek is waar alleen maar ellende en oordelen uit voort komen. Satan wordt na die duizend jaar nog één keer uit de afgrond losgelaten. Hij kan nog één keer de volkeren verleiden.

2 En hij opende de put van de afgrond, en er steeg rook op uit de put als rook van een grote oven. En de zon en de lucht werden verduisterd door de rook van de put.

Deze ster (koning) (vers 1 en 11) zal de water (vers 1) put van de afgrond openen.

Er steeg rook op uit de put als rook van een grote oven. Rook komt hier ook nog voor in vers 3, 17 en 18. Verder komt een soortelijke rook voor Openbaring 14: 11, Openbaring 18: 9 en 18 en 19: 3. Het is een nare rook. De zon en de lucht worden er door verduisterd. In Openbaring 8: 12 is al een derde deel van de zon getroffen. Het duidt op een oordeel, zoals ik zag in vers 1 in Genesis 1: 2 en 7: 11. Ik zie dat oordeel ook in: Jeremia 4: 23, 28a 23 Ik zag het land, en zie, het was woest en leeg, en keek naar de hemel zijn licht was er niet. 28a Hierom zal de aarde treuren en de hemel daarboven in zwart gehuld worden, want Ik heb gesproken,

Deze (demonische) rook staat tegenover de rook uit Openbaring 8: 4 en 15: 8. Daar het gaat over rook van het reukwerk met de gebeden van de heiligen en de rook in de tempel van de heerlijkheid van God. Zie ook de tegenstelling in Openbaring 8: 2 waar ik de bruid tegenover de hoer stel. Ik zag nog zo'n tegenstelling in Openbaring 8: 10 en 11 waar ik het door alsem bedorven water heb gezet tegenover het levende water waar het Lam de mensen graag naar toe wil leiden in Openbaring 7: 17 en Johannes 4: 10 en 14. Absurd om te zien hoe satan Gods plannen op zo'n negatieve manier na-aapt.

3 En uit de rook kwamen sprinkhanen op de aarde, en hun werd macht gegeven, zoals de schorpioenen van de aarde macht hebben.

Er zal nog meer ellende uit de rook (vers 2) komen namelijk sprinkhanen. Zouden die sprinkhanen de demonen (vers 1) kunnen zijn? In vers 7 tot en met 11 lees ik meer over deze sprinkhanen.

In Exodus 10, tijdens de achtste plaag, krijgt Egypte te maken met sprinkhanen die alles, alleen in dat land, kaal vreten. In Joël 1: 15 en 2: 1 worden de sprinkhanen verbonden aan de 'dag van de HEERE' die zal komen als een verwoesting van de Almachtige. Hier in Openbaring zitten we midden in 'die dag'. Zie ook Openbaring 1: 10. Het is volgens Joël 2: 2 een dag van duisternis. Er zal een groot en machtig volk (sprinkhanen, demonen?) komen zoals er niet geweest is en niet meer zal zijn. Er zal geen ontkomen aan zijn; Joël 2: 3.

Joël 1: 4, 7, 15 4 Wat de jonge sprinkhaan overliet, at de veldsprinkhaan op; wat de veldsprinkhaan overliet, at de treksprinkhaan op; en wat de treksprinkhaan overliet, at de zwermsprinkhaan op. 7 Het heeft van Mijn wijnstok een woestenij gemaakt en Mijn vijgenboom tot een kale tak. 15 Ach, die dag! Ja, de dag van de HEERE is nabij, en hij zal komen als een verwoesting van de Almachtige.

Joël 2: 1 – 3 1 Blaas de bazuin in Sion, sla alarm op Mijn heilige berg, laat alle inwoners van het land sidderen, want de dag van de HEERE komt, ja, is nabij! 2 Het is een dag van duisternis en donkerheid, een dag van wolken en donkere wolken. Zoals de dageraad zich over de bergen verspreidt, verspreidt zich een groot en machtig volk, zoals er niet geweest is van oude tijden af, en er hierna niet meer zal zijn, jarenlang, van generatie op generatie. 3 Ervóór verteert een vuur, en erachter verzengt een vlam; ervóór is het land als de hof van Eden, en erachter is het een woeste wildernis. Ook is er geen ontkomen aan.

Op de aarde. Het is de vraag of de sprinkhanen over de hele wereld zullen voorkomen. Want aarde is in de grondtekst 'gen'. En dat betekent: Land, aarde in de zin van grond. Het komt 66 keer voor in Openbaring. Vaak geeft men er de betekenis aan van de gehele aarde, alle landen. Het is erg verwarrend als er aarde staat, maar een land wordt bedoeld.

Hun werd macht gegeven. Zie Openbaring 6: 2. Dit doet mij denken aan Job 1: 12 waar God aan satan de beperkte macht geeft om Job te testen. Zo kan God dit ook doen bij de mensen die leven ten tijde van Openbaring. Job 1: 12 De HEERE zei tegen de satan: Zie, alles wat hij heeft, is in uw hand; alleen naar hemzelf mag u uw hand niet uitsteken. En de satan ging weg van het aangezicht van de HEERE.

Zoals de schorpioenen van de aarde macht hebben. De schorpioenen hebben hier op dezelfde wijze (beperkte) macht als de sprinkhanen. En ook hier geld hetzelfde als voor de sprinkhanen, God bepaald hoever hun macht zal gaan.
In 1 Koningen 12: 11, 14 en 2 Kronieken 10: 11, 14 wil koning Rehabeam schorpioenen gebruiken tegen het volk van koning Jerobeam om de mensen te kastijden.
Sprinkhanen en schorpioenen komen alleen in dit hoofdstuk van het boek Openbaring voor.

4 En tegen hen werd gezegd dat ze geen schade mochten toebrengen aan het gras van de aarde, of welke groene plant of welke boom dan ook, maar alleen aan de mensen die het zegel van God niet op hun voorhoofd hadden.

Hen werd gezegd dat ze geen schade mochten toebrengen. Openbaring 7: 3 en zei: Breng geen schade toe aan de aarde, en ook niet aan de zee en de bomen, totdat wij de dienaren van onze God aan hun voorhoofd verzegeld hebben. In Openbaring 7: 3 zal ook geen schade mogen worden aangebracht aan de aarde, de zee en de bomen. Maar met dit verschil dat het daar zal zijn omdat de dienstknechten van God eerst verzegeld moeten worden. Dat zal gebeuren in Openbaring 7: 4 – 8.
Er zal aan de sprinkhanen, die zich als schorpioenen gedragen, beperkte macht worden gegeven zoals ik ook al in het vorige vers heb opgemerkt.

Aan het gras van de aarde, of welke groene plant of welke boom dan ook. Dat het hier niet om gewone sprinkhanen gaat wordt zo langzamerhand wel duidelijk. Sprinkhanen zouden alles kaal vreten. Dat mag juist hier niet gebeuren. Ze mogen alleen maar aan de mensen die het zegel van God niet op hun voorhoofd hadden schade toebrengen. Aangezien een sprinkhaan dat niet doet komen de schorpioenen om de hoek kijken. De sprinkhanen hier lijken op schorpioenen lees ik in vers 10. Schorpioenen hebben een puntig uitsteeksel aan de achterkant van hun lijf waarmee ze mensen gif kunnen inspuiten. Dat gif komt uit hun gifklieren. Het gif is niet dodelijk maar wel erg pijnlijk. Zie ook vers 6 en 10.

Deze mensen, die het zegel van God niet op hun voorhoofd hebben staan tegenover de dienaren van God, in Openbaring 7: 3, die het zegel van God wel op hun voorhoofd zullen hebben.

5 En hun werd macht gegeven, niet om hen te doden, maar om hen te pijnigen, vijf maanden lang. Hun pijniging was als de pijniging door een schorpioen, wanneer hij een mens steekt.
6 En in die dagen zullen de mensen de dood zoeken maar die niet vinden. En zij zullen ernaar verlangen te sterven, maar de dood zal van hen wegvluchten.

De sprinkhanen of schorpioenen zullen macht gegeven worden. Zie vers 3.

Niet om hen te doden maar om hen te pijnigen door een schorpioen. Zie ook vers 3. Die pijniging zal tot doel hebben dat de mensen zich bekeren, vers 20 en 21. Wanneer de mensen gedood zouden worden kunnen zij zich niet meer bekeren. Helaas doen ze dat nog niet, zoals ik ook kan lezen in Openbaring 16: 10 en 11 waar ook een vijfde engel zijn schaal uit giet zodat een soortgelijk pijnlijk oordeel over de mensen komt.

Openbaring 16: 10, 11 10 En de vijfde engel goot zijn schaal uit over de troon van het beest, en zijn koninkrijk werd verduisterd. En zij beten op hun tong van pijn. 11 En zij lasterden de God van de hemel vanwege hun pijn en vanwege hun zweren, maar zij bekeerden zich niet van hun werken.

De sprinkhanen zullen vijf maanden lang macht gegeven worden om te pijnigen. Sprinkhanen leven ongeveer vijf maanden.
Dat is dezelfde hoeveelheid dagen waarin het water tijdens de zondvloed op de aarde stond in: Genesis 7: 24 En het water had honderdvijftig dagen lang de overhand op de aarde.
Maar in Genesis 7: 24 was het te laat voor de mensen om zich te bekeren. Daar hadden ze tijd genoeg voor gehad. Noach had mogelijk 100 jaar aan de ark gebouwd zoals ik kan opmaken uit Genesis 6: 32 en 7: 6. En al die tijd konden ze vragen stellen over het waarom van de ark. Noach zal er zeker over gesproken hebben.

Hier, in Openbaring 9, worden de mensen die het zegel van God niet hebben, gepijnigd en zullen ze graag willen sterven. Maar de dood zal van hen wegvluchten. De mensen zoeken de dood maar zullen die niet vinden. Mogelijk zal de dood een te gemakkelijke uitweg zijn om te ontkomen aan hun kwellingen. En dit ook mede om te reageren op het verzoek om wraak van degenen die gedood zijn vanwege hun geloof in de Almachtige God en Zijn Zoon Christus zoals ik lees in: Openbaring 6: 10 En zij riepen met luide stem: Tot hoelang, heilige en waarachtige Heerser, oordeelt en wreekt U ons bloed niet aan hen die op de aarde wonen?

7 En de sprinkhanen zagen eruit als paarden die voor de oorlog gereedgemaakt zijn. En op hun koppen droegen zij kransen als van goud, en hun gezichten leken op gezichten van mensen.
8 En zij hadden haar als haar van vrouwen, en hun tanden waren als tanden van leeuwen.
9 En zij hadden borstharnassen van ijzer, en het geluid van hun vleugels was als het geluid van wagens met veel paarden die ten strijde snellen.

En de sprinkhanen zagen eruit als paarden die voor de oorlog gereedgemaakt zijn en het geluid van hun vleugels was als het geluid van wagens met veel paarden die ten strijde snellen. Ik geloof niet dat deze sprinkhanen, die eruitzien als paarden, dezelfde zijn als de vier gekleurde paarden uit Openbaring 6: 1 – 9 die tijdens de eerste vier zegels te voorschijn komen.
In Joël 2: 2 las ik (in vers 3) over een machtig volk. In Joël 2: 4 en 5 lees ik meer over dit machtige volk. Zij lijken uiterlijk op renpaarden en rennen voort. Als het geluid van wagens springen ze over de toppen van de bergen. Dat is bijna precies hetzelfde als wat hier in Openbaring 9: 7 en 9 staat. Het gaat om oorlog en strijd.

Joël 2: 4, 5 4 Als het uiterlijk van paarden is zijn uiterlijk, en als renpaarden, zo rennen zij voort. 5 Als het geluid van wagens springen zij over de toppen van de bergen, als het geluid van een vuurvlam die stoppels verteert, als een machtig volk opgesteld voor de strijd.

En op hun koppen droegen zij kransen als van goud. In Openbaring 4: 4 dragen de vierentwintig ouderlingen gouden kronen. Het is een beeld van het uitoefenen van gezag. In Openbaring 6: 2 lees ik over het witte paard en zijn berijder (een ruiter van de antichrist) die een kroon draagt: En ik zag en zie, een wit paard, en Hij Die erop zat, had een boog. En Hem was een kroon gegeven en Hij trok uit, overwinnend en om te overwinnen.

Die krans of kroon (grondtekst: lauwerkransen) van goud is het verleidelijke aan deze koppen. Goud blinkt en is mooi. Satan aapt God graag na. Hij gedraagt zich als een engel van het licht, zoals in 2 Korinthe 11: 14 staat. En hier worden zijn dienaren, de sprinkhanen voorzien van gouden kransen. Maar hun macht zal niet lang duren. Dan zal Christus op Zijn Hoofd de ware gouden kroon zetten.
Openbaring 14: 14 En ik zag, en zie, een witte wolk, en op de wolk zat Iemand als een Mensenzoon, met op Zijn hoofd een gouden kroon en in Zijn hand een scherpe sikkel.

Een hun gezichten leken op gezichten van mensen. Dat de sprinkhanen niet herkend worden als sprinkhanen wordt duidelijk uit dit vers. Ze hebben menselijke gezichten. Israël werd in Jozua 11: 5 en 6 ook al eens bevrijd van koningen voor wiens aangezichten (SV) ze niet bang moesten zijn. Jozua 11: 6 En de HEERE zeide tot Jozua: Vrees niet voor hun aangezichten; want morgen omtrent dezen tijd zal Ik hen altegader verslagen geven voor het aangezicht van Israel; hun paarden zult gij verlammen, en hun wagenen met vuur verbranden.(SV)

En zij hadden haar als haar van vrouwen. Lang haar was in Leviticus 13: 45 een teken van onreinheid. In 1 Korinthe 11: 14 is lang haar een schande voor een man. Voor vrouwen (vers 15) juist niet. Blijkbaar zijn de sprinkhanen mannen (demonen).

Leviticus 13: 45 zijn hoofdhaar moet hij los laten hangen, hij moet zijn baard en snor bedekken en hij moet roepen: Onrein, onrein!

1 Korinthe 11: 14, 15 14 Of leert ook de natuur zelf u niet dat als een man lang haar draagt, het een oneer voor hem is? 15 Maar als een vrouw lang haar draagt, is het voor haar een eer, omdat het lange haar als een bedekking aan haar gegeven is.

En hun tanden waren als tanden van leeuwen. Dit verraad hun roofdieren aard. Er staan diverse teksten in de Bijbel waarin de grote kracht van leeuwen niet bepaald positief wordt beschreven. In Daniël 6 wordt Daniël gered door God uit de leeuwenkuil, maar zijn aanklagers vinden daar de dood. In 1 Petrus 5 vers 8 vind ik satan die rond gaat als een brullende leeuw.

Psalm 22: 21, 22a 21 Red mijn ziel van het zwaard, mijn eenzame ziel van het geweld van de hond. 22a Verlos mij uit de muil van de leeuw,
Psalm 57: 3, 5 3 Ik roep tot God, de Allerhoogste, tot God, Die Zijn werk aan mij voltooien zal. 5 Mijn ziel verkeert te midden van leeuwen, ik lig tussen mensen die verzengen als vuur, mensenkinderen van wie de tanden speren en pijlen zijn, en hun tong een scherp zwaard.
Psalm 58: 7 O God, breek hun tanden in hun mond; breek de hoektanden van de jonge leeuwen stuk, HEERE.

Jesaja 15: 9 Voorzeker, de wateren van Dimon zijn vol bloed. Ja, Ik zal over Dimon nog meer teweegbrengen: een leeuw over de ontkomenen van Moab, en over het overblijfsel van het land.

Daniël 6: 22, 27b, 28 22 Mijn God heeft Zijn engel gezonden en Hij heeft de muil van de leeuwen toegesloten. Ze hebben mij geen letsel toegebracht, omdat ik voor Hem onschuldig ben bevonden. Ook tegen u, o koning, heb ik geen misdaad begaan. 27b want Hij is de levende God, en houdt voor eeuwig stand. Zijn koninkrijk gaat niet te gronde, en Zijn heerschappij duurt tot het einde. 28 Hij verlost en redt, Hij doet tekenen en wonderen in de hemel en op de aarde, Hij, Die Daniël heeft verlost uit de klauwen van de leeuwen.

1 Petrus 5: 8 Wees nuchter en waakzaam; want uw tegenpartij, de duivel, gaat rond als een brullende leeuw, op zoek naar wie hij zou kunnen verslinden.

In Openbaring 5: 5 daarentegen wordt Christus de 'De Leeuw' genoemd. Dit in verband met zijn afkomst van de stam Juda. Ook door het gebruik van kenmerken van de leeuw is satan de na-aper. Het is niet voor niets dat mensen de kracht van satan verwarren met de Kracht van God. Er is kennis van Gods Woord voor nodig om te onderscheiden waar de kracht vandaan komt.

Openbaring 5: 5 En een van de ouderlingen zei tegen mij: Huil niet. Zie, de Leeuw Die uit de stam van Juda is, de Wortel van David, heeft overwonnen om de boekrol te openen en zijn zeven zegels te verbreken.
Genesis 9: 9, 10a 9 Juda is een leeuwenwelp; van je prooi ben je opgestaan, mijn zoon. Hij heeft zich gekromd, zich als een leeuw neergelegd, als een leeuwin; wie zal hem doen opstaan? 10a De scepter zal van Juda niet wijken,

De sprinkhanen met een menselijke uitstraling hebben zich beschermt met borstharnassen van ijzer. De vraag is waar zij dit voor nodig zullen hebben. Het doet mij denken aan Efeze 6 waar gelovigen de geestelijke wapenrusting aan moeten doen om stand te houden tegen de verleidingen van satan. Helaas zullen de mensen zonder zegel van God geen bescherming van God hebben.

10 En zij hadden staarten die leken op schorpioenen, en er zaten angels aan hun staarten. En zij hadden de macht om de mensen schade toe te brengen, vijf maanden lang.
11 En zij hadden een koning over zich, de engel van de afgrond. Zijn naam is in het Hebreeuws Abaddon, en in het Grieks heeft hij de naam Apollyon.

En zij hadden staarten die leken op schorpioenen, en er zaten angels aan hun staarten. Zie vers 3, 5 en 19. Hoe precies deze wezens de mensen zullen pijnigen is mij niet duidelijk. Het lijkt lichamelijk te zijn maar het kan ook geestelijk zijn. Ik lees in Jesaja 9: 15 over misleiders die verwarring brengen.

Jesaja 9: 14, 15 14 De oudste en aanzienlijke: zij zijn de kop, en de leugen onderwijzende profeet: hij is de staart. 15 Want de leiders van dit volk zijn misleiders: wie door hen worden geleid, worden in verwarring gebracht.

En zij hadden de macht om de mensen schade toe te brengen, vijf maanden lang. Zie vers 5. In deze fase lijkt de schade lichamelijk te zijn, een pijniging van vijf maanden lang.

En zij hadden een koning over zich, de engel van de afgrond. In Spreuken 30: 27 staat dat sprinkhanen geen koning hebben. Maar deze wezens hebben wel een koning, namelijk de koning van de afgrond. Dat kan niemand anders dan satan zijn. Dit duidt er temeer op dat het niet om gewone sprinkhanen en schorpioenen zal gaan wat steeds duidelijker wordt.
Spreuken 30: 27 de sprinkhaan heeft geen koning, maar hij trekt gezamenlijk ordelijk op,
Zijn naam is in het Hebreeuws Abaddon en betekent verwoester of vernieler.
In het Grieks heeft hij de naam Apollyon wat eveneens vernieler betekent. Deze beide namen hebben betrekking op satan.

12 Het ene wee is voorbijgegaan. Zie, nog twee weeën komen hierna.

Wat hiervoor beschreven staat valt onder het eerste wee. Het tweede wee begint vanaf vers 13 en is pas in Openbaring 11: 14 voorbij. Het derde wee begint in Openbaring 11: 15. Daarna zal de duivel zich nog eens met grote woede openbaren: Openbaring 12: 12 Daarom, verblijd u, hemelen, en u die daarin woont! Wee hun die de aarde en de zee bewonen, want de duivel is naar beneden gekomen, naar u toe, in grote woede, omdat hij weet dat hij nog maar weinig tijd heeft.

13 En de zesde engel blies op de bazuin, en ik hoorde uit de vier horens van het gouden altaar dat vóór God stond, één stem komen.

De zesde engel zal op de bazuin blazen. Zie vers 1.

De vier horens. In Ezechiël 43 moet het huis van Israël (vers 10) een altaar bouwen. Daar moet een “jonge stier het jong van een rund als zondoffer” op geofferd worden (vers 19, 20). Het bloed, van het rund, moet op de vier horens van de vuurhaard van het altaar worden gestreken. Het altaar werd op die manier ontzondigd.

Ezechiël 43: 13d, 15, 20 13b Dit is de verhoging van het altaar: 15 Dan de vuurhaard van vier el, en uit de vuurhaard staken de vier horens naar boven. 20 U moet dan een deel van het bloed ervan nemen en dat op de vier horens ervan strijken, op de vier hoeken van de omgang en op de opstaande rand eromheen. Zo moet u het ontzondigen en er verzoening voor doen.??

Het gouden altaar dat vóór God stond. Het gaat hier om hetzelfde altaar als in Openbaring 8: 3. Het gouden altaar wordt ook genoemd in Exodus 39: 38 en Exodus 40: 5 en 26. Heel veel voorwerpen van de tabernakel en de tempel moesten van goud worden gemaakt.
Johannes hoort uit dit altaar één stem komen. Wiens stem het is wordt niet vermeld. In de grondtekst staat 'stem (of geluid) één' (phônên mian). Het viel mij op dat 'een stem' in het Grieks altijd vertaald werd door alleen het woordje 'phônên of phônê'. (In het Nederlands wordt een lidwoord toegevoegd.) Behalve hier in dit vers en in Handelingen 19: 34 staan in de grondtekst dus twee woorden namelijk 'phônên mian'. Het lijkt erop dat er een nadruk ligt op die ene stem of geluid. En als ik de twee teksten vergelijk krijg ik inderdaad de indruk dat het hier om een bijzonder eenstemmig geluid gaat.

Handelingen 19: 34 Maar toen zij begrepen dat hij een Jood was, riepen zij allen als met één stem, ongeveer twee uur lang: Groot is de Artemis van de Efeziërs!

14 Die zei tegen de zesde engel die de bazuin had: Maak de vier engelen los die gebonden zijn bij de grote rivier, de Eufraat.

De ene stem zei tegen de zesde engel die de bazuin had: Maak de vier engelen los. Deze vier engelen kom ik mogelijk ook tegen (of gaat het daar toch om een ander stel engelen) in Openbaring 7: 1, 2 en 3. Daar mochten de engelen nog geen schade aanbrengen aan de aarde, de zee en de bomen, totdat de dienaren van God aan hun voorhoofd verzegeld zouden zijn. Vanaf Openbaring 8: 7 zullen ze schade aanbrengen in: vers 7: aan de aarde, zoals de bomen en het gras, vers 8: aan de zee, zoals het water, vissen en schepen, vers 10: aan de rivieren en de wateren, vers 12: aan de zon, maan en sterren.
Maar hier mogen de, of deze, engelen dan losgelaten worden om hun dodelijk werk te doen zoals ik in vers 15 lees.

Vier is een getal wat te maken heeft met de Drievuldigheid (Vader, Zoon en Geest) van God én de schepping, lees ik in het boek “Getallen in de Bijbel” geschreven door Dr. E.W. Bullinger. Het getal heeft ook te maken met de windrichtingen, zie ook Openbaring 7: 1. Of de invloed van deze vier engelen, vanwege de vier windrichtingen regionaal of wereldwijd zal zijn is mij niet duidelijk. Gezien het feit dat deze rivieren in de Bijbel worden genoemd en het feit dat het in Openbaring 3: 10 / 12: 9 en 16: 14 over de oikoumene gaat lijkt mijn voorkeur hier uit te gaan naar een regionaal oordeel. Oikoumene betekent: Oude Romeinse rijk, bewoonde wereld.

Openbaring 12: 9 En de grote draak werd neergeworpen, namelijk de oude slang, die duivel en satan genoemd wordt, die de hele wereld (oikoumene) misleidt. Hij werd neergeworpen op de aarde en zijn engelen werden met hem neergeworpen.

Deze engelen zijn gebonden bij de grote rivier, de Eufraat. De Eufraat komt voor in Genesis 2: 10 – 14 waar over vier rivieren wordt gesproken. Daarvan is de Eufraat de vierde. In Genesis 15: 18 en Deuteronomium 11: 24 wordt de rivier beschreven als de grens van het land dat Israël zou en zal toebehoren.

Gen.2: 10, 11, 13, 14 10 Een rivier kwam voort uit Eden om de hof te bevochtigen. En vandaar splitste hij zich en vormde vier hoofdstromen. 11 De naam van de eerste rivier is Pison; die is het die rond heel het land van Havila stroomt, waar het goud is. 13 En de naam van de tweede rivier is Gihon; die is het die rond heel het land Cusj stroomt. 14 En de naam van de derde rivier is Tigris; die loopt ten oosten van Assur. En de vierde rivier is de Eufraat.

Genesis 15: 18 Op die dag sloot de HEERE een verbond met Abram, en zei: Aan uw nageslacht heb Ik dit land gegeven, van de rivier van Egypte af tot aan de grote rivier, de rivier de Eufraat:

Deuteronomium 11: 24 Elke plaats die uw voetzool betreedt, zal van u zijn; vanaf de woestijn en de Libanon, vanaf de rivier, de rivier de Eufraat, tot aan de zee in het westen zal uw gebied zich uitstrekken.

Verder schijnt het dat de verleiding van Eva door de slang (zondeval) bij de Eufraat heeft plaats gevonden.
De Eufraat heeft, in Jeremia 46: 10, te maken met 'de dag van de HEERE. In Jeremia 51: 63 heeft de rivier te maken met de ondergang van Babel net als in Openbaring 16. Daar giet de zesde engel zijn schaal uit over de grote rivier de Eufraat, die opdroogt. Daardoor zal de weg gereedgemaakt gemaakt worden voor de koningen uit het oosten. Er komen uit de bek van de draak, het beest en uit de mond van de valse profeet drie onreine geesten als kikvorsen. Dit zijn demonen die tekenen doen. De strijd in Harmagedon zal uitbreken.

Jeremia 46: 10 Deze dag is van de Heere, de HEERE van de legermachten, een dag van wraak om Zich te wreken op Zijn tegenstanders. Het zwaard zal verslinden en verzadigd worden, en dronken worden van hun bloed. Want het is een slachting voor de Heere, de HEERE van de legermachten, in het land in het noorden, aan de rivier de Eufraat.

Jeremia 51: 63, 64 63 Dan zal het gebeuren, zodra u het voorlezen van deze boekrol beëindigt, dat u daaraan een steen zult binden en hem midden in de Eufraat zult werpen. 64 Dan moet u zeggen: Zo zal Babel wegzinken en niet meer boven komen, vanwege het onheil dat Ik erover zal brengen

Openbaring 16: 12 – 14, 19a 12 En de zesde engel goot zijn schaal uit over de grote rivier, de Eufraat. En haar water droogde op, zodat de weg gereedgemaakt werd voor de koningen uit de richting waar de zon opgaat. 13 En ik zag uit de bek van de draak, uit de bek van het beest en uit de mond van de valse profeet drie onreine geesten komen, als kikvorsen. 14 Dit zijn namelijk de geesten van de demonen, die tekenen doen en die uitgaan naar de koningen van de aarde en van de hele wereld, om hen te verzamelen voor de oorlog van de grote dag van de almachtige God. 19a En de grote stad viel in drie stukken uiteen,

15 En de vier engelen werden losgemaakt. Zij waren in gereedheid gehouden tegen het uur en de dag en de maand en het jaar dat zij het derde deel van de mensen zouden doden.

En de vier engelen, die gebonden waren bij de rivier de Eufraat, zullen worden losgemaakt. In de Statenvertaling staat dat ze 'ontbonden' zullen worden. Nogmaals vraag ik mij af of het dezelfde vier engelen zijn als in Openbaring 7: 1, 2, 3 en vanaf Openbaring 8 : 7. Maar als ik lees wat de site “levend Water” schrijft (zie de verdere uitleg in dit vers) over deze vier engelen dat lijkt het erop dat zij menen dat het toch om een ander stel engelen gaat. Een gruwelijk aanvullend oordeel dus.

Mogelijk gaat het hier om gevallen engelen die nu de oordelen zullen gaan verrichten waarvoor God hen de macht zal geven. Hoe die macht werkt heb ik beschreven in Openbaring 6: 4, 8 / 7: 2 en hier in hoofdstuk 9: 3, 5 en 10. Over de gevallen engelen lees ik ook in 2 Petrus 2: 4 en Judas 1: 6. Zij worden in gereedheid gehouden. Dit om op een bepaald tijdstip mensen te doden.

2 Petrus 2: 4, 9b 4 Want als God de engelen die gezondigd hebben, niet gespaard heeft, maar hen in de hel (tartarus = spelonken, afgrond) geworpen en overgegeven heeft aan de ketenen van de duisternis om tot het oordeel bewaard te worden; 9b maar de onrechtvaardigen te bewaren tot de dag van het oordeel, om gestraft te worden.

Judas 1: 6 En de engelen die hun oorspronkelijke staat niet hebben bewaard, maar hun eigen woonplaats verlaten hebben, heeft Hij voor het oordeel van de grote dag met eeuwige boeien in de duisternis in verzekerde bewaring gesteld.

Het uur en de dag en de maand en het jaar. Het tijdstip van het loslaten van de engelen wordt gedetailleerd vermeld.
Het gaat hier nog steeds over de mensen die het zegel van God niet op hun voorhoofd hebben. Hier zal het derde deel van deze groep mensen, die nog over zullen blijven van de voorgaande oordelen, door de vier engelen gedood mogen worden. Net zoals het al de bedoeling was in Openbaring 8: 4 dat de bede van de martelaren uit Openbaring 6: 10 vervuld zou worden is diezelfde opdracht hier nog steeds aan de orde.

Ik lees op de site “levend Water”: “De zesde bazuin. Hierin worden vier engelen ontbonden. Deze zullen het derde deel van de mensen doden. Dit is het derde deel van het overgebleven drie vierden deel (6:8), dus weer minstens 500 miljoen, zodat dus de helft van de mensheid verdorven wordt. Er heeft dus een ontzaglijke vermindering plaats. Het aantal van die boze geestwezens is dan ook niet gering: twee maal tienduizenden der tienduizenden, d.i. 2 x 10.000 x 10.000 = 200 miljoen. Elk doodt dus 2 à 3 mensen. Deze verderving leidt niet tot bekering, vs. 20. Dit is het tweede wee.

16 En het aantal bereden troepen bedroeg tweemaal tienduizend maal tienduizend, en ik hoorde hun aantal.

Johannes hoorde het immense getal van het aantal bereden troepen. Het lijkt erop dat deze troepen zullen verschijnen na het losmaken van de vier engelen in het vorige vers.
Het aantal van de troepen bedroeg tweemaal tienduizend maal tienduizend. Zie ook:
Psalm 68 : 18a De strijdwagens van God zijn tweemaal tienduizend, ontelbare duizenden.

In Openbaring 5: 11 gaat het over tienduizenden tienduizendtallen en duizenden duizendtallen. Op de site van het “Levende Ware Woord” lees ik: “'Tienduizend' was het grootste telwoord dat men kende. Met 'tienduizend' werd een compleet leger aangeduid. Met "tweemaal tienduizend maal tienduizend" wordt het dubbel van oneindig veel troepen bedoeld.

Op de site De Eintijdbodelees ik: Eén woord uit des Heren mond en… onafzienbare menigten van ruiters treden tevoorschijn en werpen de “oorlogsfakkel”. Dit 2e wee overtreft het 1e dan ook in uitgestrektheid en vernielende kracht. “Tweemaal tienduizend maal tienduizend”; dit is 200.000.000 door demonen bezeten krijgers, bewapend en uitgerust met alle soort vernietigingswapens, welke door de moderne wetenschap zullen zijn uitgevonden – zoveel als er maar, in die laatste dagen, kunnen worden geproduceerd.

En ik hoorde hun aantal. Er wordt nog eens nadrukkelijk gezegd dat Johannes het aantal hoorde van het getal dat werd genoemd. Op de site van het “Levende Ware Woord” lees ik: "En ik hoorde hun aantal" > Legt nog eens de nadruk op de gigantische omvang van de troepen. Letterlijk genomen zou het hier om 200 miljoen legereenheden gaan (x8 = 1,6 miljard ruiters). Wie kan hier tegenop?

17 En in dit visioen zag ik de paarden en hen die erop zaten aldus: ze hadden vuurrode en rookkleurige en zwavelkleurige borstharnassen. En de hoofden van de paarden waren als leeuwenkoppen, en uit hun mond kwam vuur, rook en zwavel.

In dit visioen zag ik de paarden en hen die erop zaten aldus. In de grondtekst staat: En zo nam ik waar de paarden in de aanschouwing en degene zittende op hen. 'In de aanschouwing' wordt hier vertaald door 'in dit visioen'. De Statenvertaling heeft: “En ik zag alzo de paarden in dit gezicht en die daarop zaten”. In Openbaring 4: 2 lees ik in de grondtekst: 'Ik werd in geest'. (Omdat sommige geloofsstromingen wel eens aan de haal gaan met visioenen en gezichten zou ik hier de zin vertalen door: Ik nam waar en aanschouwde …..)

Ze hadden vuurrode en rookkleurige en zwavelkleurige borstharnassen. Het uiterlijk van de ruiters op deze paarden is nog angstaanjagender dan het uiterlijk van de sprinkhanen die op schorpioenen zullen lijken in vers 7 – 11. deze ruiters behoren eveneens niet tot 'de normale' schepping. Zie ook vers 11. God laat zware oordelen toe die ik niet kan begrijpen. Ik lees in: 

Exodus 34: 10 Toen zei Hij: Zie, Ik sluit een verbond; ten overstaan van heel uw volk zal Ik wonderen doen, zoals die op de hele aarde en onder welk volk ook nog nooit tot stand gebracht zijn. Ja, heel het volk, in het midden waarvan u verkeert, zal de daden van de HEERE zien, want het is ontzagwekkend wat Ik met u ga doen.

Op de site van het “Levende Ware Woord” lees ik: “Er wordt aangesloten bij het uiterlijk van de Parten die toentertijd rondom de Eufraat leefden (huidige Irak, Iran en Afghanistan), regelmatig met de Romeinen streden en wiens ruiters en paarden waren bepantserd. Deze ruiters zijn echter afschrikwekkender; De kleuren van het pantser komen overeen met de oordelen die zij brengen; Hun koppen – lijkend op die van leeuwen (afschrikwekkend en onoverwinnelijk) waaruit vuur, rook en zwavel komen – doen demonisch aan.

En de hoofden van de paarden waren als leeuwenkoppen. En uit hun mond kwam vuur, rook en zwavel. Hier overtreffen deze afschuwelijke wezens de wezens uit vers 7.
Op de site van De Eindtijd Bodelees ik: “Hun harnassen dragen de kleuren van het helse vuur; en terwijl zij optrekken met de kracht en de roofzucht van een leeuw, openen zij, om zo te zeggen, alles wat de “poel van vuur” ademt (zie o.a. Openb. 19:20, 20:10, 21:8) – namelijk: “rook en zwavel.

18 Door deze drie werd het derde deel van de mensen gedood: door het vuur, de rook en de zwavel die uit hun mond kwam.
19 Want hun macht ligt in hun mond en in hun staart, want hun staarten zijn als slangen, met koppen eraan, en daarmee brengen zij schade toe.

Handelingen 2: 19, 20 19 En Ik zal wonderen geven in de hemel boven en tekenen op de aarde beneden: bloed, vuur en rookwalm. 20 De zon zal veranderd worden in duisternis en de maan in bloed, voordat de grote en ontzagwekkende dag van de Heere komt.
Door deze drie, het vuur, rook en zwavel, wat uit de mond van de tweemaal tienduizend maal tienduizend bereden troepen kwam, werd een derde deel van de mensen gedood. Dat werd al aangekondigd in vers 15. Zie het commentaar bij dat vers om een indruk te krijgen over de hoeveelheid mensen die dat zullen zijn.

De rook kwam ik al tegen in vers 2. Vuur en zwavel kom ik ook tegen in: Genesis 19: 24 Toen liet de HEERE zwavel en vuur over Sodom en Gomorra regenen. Het kwam van de HEERE uit de hemel.
Lukas 17: 29 Op de dag echter waarop Lot uit Sodom wegging, regende het vuur en zwavel uit de hemel en bracht hen allen om.
Psalm 11: 6 Hij zal op de goddelozen valstrikken, vuur en zwavel doen regenen. Een verschroeiende storm wind zal het deel van hun beker zijn.

Zie verder Openbaring 14: 9 – 11 / 19: 20 / 20: 10 en 21: 8.

Want hun macht ligt in hun mond en in hun staart, want hun staarten zijn als slangen met koppen eraan. Zie ook vers 10. Dit doet denken aan demonische macht. Deze wezens zullen macht van voren en van achteren hebben. Zie voor 'hun macht' de uitleg bij vers 3. Op de site van De Eindtijd Bodelees ik: “Niet alleen komen er stromen van dodelijk verderf uit hun monden, maar zij beschadigen ook door hun staarten, die aan “slangen” gelijk zijn; en deze hebben “hoofden” (SV), wat spreekt van “duivelse intelligentie”.

En daarmee brengen zij schade toe. In vers 4 lees ik dat de sprinkhanen geen schade mochten aanbrengen aan het gras, de planten en bomen, maar wel aan de mensen die het zegel van God niet op hun voorhoofd hebben. In vers 10 lees ik over manier van schade toebrengen door middel van angels aan de staarten. Daarmee zullen de sprinkhanen op schorpioenen lijken. Maar in vers 19 is alles nog een graad erger.

Vaak heb ik nog gemeend dat het wel eens mee zou kunnen vallen met de narigheid van 'de grote verdrukking'. Maar nu ik dit allemaal lees vrees ik het ergste. Gelukkig komen ze niet in een 'eeuwige durende hel', maar ook deze oordelen zijn niet geringDus hoop en bid ik dat veel mensen Christus nog zullen aannemen als hun Verlosser, voor het te laat is.

20 En de overige mensen, die niet door deze plagen werden gedood, bekeerden zich niet van de werken van hun handen; zij bleven de demonen aanbidden en de gouden, zilveren, koperen, stenen en houten afgoden, die niet kunnen zien, horen of lopen.

En de overige mensen, die niet door deze plagen werden gedood, bekeerden zich niet van de werken van hun handen. Lees Daniël 5 waar Belsazar een groot feest geeft en de mensen in vers 4 wijn drinken en hun goden van goud, zilver, koper, ijzer, hout en steen aanbidden. Daarna waarschuwt God hen door op de muur te schrijven. Daniël kan Belsazar vertellen wat er op de muur staat. Terwijl Belsazar wist hoe zijn vader Nebukadnezar gefaald had deed Belsazar hetzelfde. Hij had geen tijd meer om zicht te bekeren. Hij werd in diezelfde nacht gedood lees ik in vers 30. In vers 22 staat: Daniël 5: 22 Wat u, Belsazar, zijn zoon, betreft, u hebt uw hart niet vernederd, hoewel u dit alles wist. Hier in deze situatie, beschreven in Openbaring, zullen de mensen zich ook niet bekeren terwijl ze midden in de ellende zitten. Het is ongelooflijk.

Zij bleven de demonen aanbidden. In de grondtekst staat: Toch-niet zij-zullen-aanbidden de demonen. In de Statenvertaling staat: “dat zij niet zouden aanbidden de duivelen”.
Maar ook de gouden, zilveren, koperen, stenen en houten afgoden, die niet kunnen zien, horen of lopen, zouden ze niet meer moeten aanbidden. Het zijn afgoden voor hen geworden.

Psalm 115: 4 – 7 4 Hun afgoden zijn zilver en goud, het werk van mensenhanden: 5 zij hebben een mond, maar spreken niet; zij hebben ogen, maar zien niet; 6 zij hebben oren, maar horen niet; zij hebben een neus, maar ruiken niet; 7 hun handen, die tasten niet; hun voeten, die gaan niet; er komt geen geluid uit hun keel.

1 Korinthe 10: 19, 20 19 Wat zeg ik hiermee dan? Dat een afgod iets is, of dat een afgodenoffer iets is? 20 Nee, ik zeg dit omdat wat de heidenen offeren, zij dat aan demonen offeren en niet aan God, en ik wil niet dat u met de demonen gemeenschap hebt.

21 Ook bekeerden zij zich niet van hun moorden, hun tovenarij, hun ontucht en het plegen van diefstal.

Zij bekeerden zij zich niet. Zie ook vers 20. Er zijn situaties in Gods Woord waarin God het hart van mensen verhard. Dit vaak na diverse keren gewaarschuwd te hebben. Zoals in Exodus 9: 12 / 10 : 20 en 14: 8. Er staat in alle drie verzen: 
Ex. 14: 8 Want de HEERE verhardde het hart van de farao. Mogelijk zal dat in deze situatie in Openbaring ook het geval zijn. God laat dit toe en de straf zal niet uitblijven. God kent de harten van de mensen. Als Hij een hart verhard is daar zeker een reden voor. Ik geloof dat in alle gevallen iemand een andere keus kan maken. Want God wil niet dat iemand verloren gaat, maar dat allen behouden worden, lees ik in 2 Petrus 3: 9. Zie ook Handelingen 2: 21. Daarna laat ik enkele teksten zien die te maken hebben met het oordeel van God over ongerechtigheid.

2 Petrus 3: 9 De Heere vertraagt de belofte niet , maar Hij heeft geduld met ons en wil niet dat enigen verloren gaan, maar dat allen tot bekering komen.
Handelingen 2: 21 En het zal zo zijn dat ieder die de Naam van de Heere zal aanroepen, zalig zal worden.

Romeinen 1: 18, 19 18 Want de toorn van God wordt geopenbaard vanuit de hemel over alle goddeloosheid en ongerechtigheid van de mensen, die de waarheid in ongerechtigheid onderdrukken, 19 omdat wat van God gekend kan worden, hun bekend is. God Zelf heeft het hun immers geopenbaard.

Efeze 4: 17 – 19 17 Dit zeg ik dan en getuig ervan in de Heere, dat u niet meer wandelt zoals de andere heidenen wandelen, in de zinloosheid van hun denken, 18 verduisterd in het verstand, vervreemd van het leven dat uit God is, door de onwetendheid die in hen is, door de verharding van hun hart. 19 Zij hebben zich, ongevoelig als ze zijn geworden, overgegeven aan losbandigheid, om alle onreinheid begerig te bedrijven.

Openbaring 2: 20, 21 20 Maar Ik heb enkele dingen tegen u: dat u de vrouw Izebel, die van zichzelf zegt dat zij een profetes is, ongemoeid haar gang laat gaan om te onderwijzen en Mijn dienstknechten te misleiden, zodat zij hoererij bedrijven en afgodenoffers eten. 21 En Ik heb haar tijd gegeven, opdat zij zich van haar hoererij zou bekeren, maar zij heeft zich niet bekeerd.

Openbaring 17: 1b, 2 1b ik zal u het oordeel over de grote hoer laten zien, die aan vele wateren zit. 2 Met haar hebben de koningen van de aarde hoererij bedreven, en de bewoners van de aarde zijn dronken geworden van de wijn van haar hoererij.

Openbaring 11: 18 En de volken zijn toornig geworden, en Uw toorn is gekomen en daarmee ook het tijdstip voor de doden om geoordeeld te worden, …...... en om hen te vernietigen die de aarde vernietigden.

Openbaring 21: 8 Maar wat betreft de lafhartigen, ongelovigen, verfoeilijken, moordenaars, ontuchtplegers, tovenaars, afgodendienaars en alle leugenaars: hun deel is in de poel die van vuur en zwavel brandt. Dit is de tweede dood.

Van hun tovenarij. In de grondtekst staat 'pharmakeiôn'. Het wordt vertaal door: tovenarij. Eronder staat dat het ook een 'bedwelmend middel' kan zijn. Door deze toevoeging snap ik dat de Statenvertaling vertaling dit woord, in Openbaring 9: 21, heeft vertaald door 'venijn– gevingen'. Dat woord vind ik verder in de Statenvertaling terug in Jacobus 3: 8. Het wordt daar in de Herziene Statenvertaling vertaald door 'vergif'. In de grondtekst staat enkel en alleen: gif.

Openbaring 9: 21 En hebben zich ook niet bekeerd van hun doodslagen, noch van hun venijngevingen, noch van hun hoererij, noch van hun dieverijen. SV.
Jak. 3: 8 Maar de tong kan geen mens temmen; zij is een onbedwingelijk kwaad, vol van dodelijk venijn. SV.
Jacobus 3: 8 Maar de tong kan geen mens temmen. Ze is een niet te bedwingen kwaad, vol dodelijk vergif.

Bij 'venijn' denk ik aan roddelen en lasteren. Dit zou heel goed in dit rijtje passen. Maar ik neem aan dat het hier echt over tovenarij gaat zoals ook te lezen is in Openbaring 18: 23 waar Babel de naties met tovenarij misleid. De Statenvertaling heeft daar ook 'toverij'. Komt dat omdat daar in de grondtekst 'pharmakeia' staat? (Dat woord, met een klein verschil in de laatste letter, wordt wel op dezelfde manier uitgelegd als hier in Openbaring 9: 21)

Openbaring 18: 23 En het lamplicht zal nooit meer in u schijnen en de stem van een bruidegom of van een bruid zal nooit meer in u gehoord worden. Want uw kooplieden waren de groten van de aarde. Door uw tovenarij immers werden alle naties misleid.

Van hun ontucht. Het kan hier gaan om buitenechtelijke ontucht maar het gaat hier zeker ook om de ontrouw van Israël aan God waarvan ik lees in Jesaja 3: 8 en 9.

Jesaja 3: 8, 9 8 Maar Ik zag, toen Ik vanwege alles waarin het afvallige Israël overspel had gepleegd, haar weggestuurd had en haar een echtscheidingsbrief gegeven had, dat Juda, haar trouweloze zuster, niet bevreesd werd. Zij ging zelf ook hoererij bedrijven. 9 Zo gebeurde het dat het land door haar lichtzinnige hoererij ontheiligd werd, want zij pleegde overspel met steen en met hout.

Van hun moorden, hun ontucht en het plegen van diefstal. Ik lees in Mattheüs 15: 19  en Markus 7: 21, 22 dat deze slechte dingen voortkomen uit het hart van mensen. Het zijn geen leuke teksten. In Romeinen 3 lees ik dat er niemand goed doet. Dat is een ernstig verwijt en bekering en het aannemen van het verlossingswerk van Christus, zijn dus heel hard nodig.  

Mattheus 15: 19 Want uit het hart komen voort kwaadaardige overwegingen, alle moord, overspel, ontucht, diefstal, valse getuigenissen, lasteringen. 
Markus 7: 21, 22 21 Want van binnenuit, uit het hart van de mensen, komen voort kwade overwegingen, alle overspel, ontucht, moord, 22 diefstal, hebzucht, allerlei kwaadaardigheid, bedrog, losbandigheid, afgunst, lastering, hoogmoed, dwaasheid;

Romeinen 3: 11 – 18 10 zoals geschreven staat: Er is niemand rechtvaardig, ook niet één, 11 er is niemand die verstandig is, er is niemand die God zoekt. 12 Allen zijn zij afgedwaald, samen zijn zij nutteloos geworden. Er is niemand die goed doet, er is er zelfs niet één. 13 Hun keel is een open graf, met hun tong plegen zij bedrog, addergif is onder hun lippen. 14 Hun mond is vol vervloeking en bitterheid, 15 hun voeten zijn snel om bloed te vergieten. 16 Vernieling en ellende is op hun wegen, 17 en de weg van de vrede hebben zij niet gekend. 18 De vreze Gods staat hun niet voor ogen.

Daarom is het des te verwonderlijk dat ik in de Efeze 1 mag lezen dat er IN Christus geen oordeel en verwijt is maar zegen, al voor de grondlegging der wereld. Wat een genade in deze genade bedeling

Efeze 1: 3 – 5, 7 3 Gezegend zij de God en Vader van onze Heere Jezus Christus, Die ons gezegend heeft met alle geestelijke zegen in de hemelse gewesten in Christus, 4 omdat Hij ons vóór de grondlegging van de wereld in Hem uitverkoren heeft, opdat wij heilig en smetteloos voor Hem zouden zijn in de liefde. 5 Hij heeft ons voorbestemd om als Zijn kinderen aangenomen te worden, door Jezus Christus, in Zichzelf, overeenkomstig het welbehagen van Zijn wil, 7 In Hem hebben wij de verlossing, door Zijn bloed, namelijk de vergeving van de overtredingen, overeenkomstig de rijkdom van Zijn genade,

Korte samenvatting.

De drie laatste bazuinen zijn verbonden met de drie weeën. In dit hoofdstuk worden twee van de laatste drie bazuinen en weeën beschreven.

De vijfde engel blaast op de bazuin en er valt een ster / koning uit de hemel (vers 1 en 11). Dit heeft het eerste wee tot gevolg. Uit de afgrond komen rook en sprinkhanen die de mensen die het zegel van God niet op hun voorhoofd hebben zullen pijnigen.

De zesde engel blaast op de bazuin. Dit heeft in vers 15 het tweede wee tot gevolg. Er zullen vier engelen losgemaakt worden. Daaruit zullen tweemaal tienduizend maal tienduizend oftewel 200.000.000 bereden troepen, dit zijn paarden met ruiters, voortkomen. Dit leger zal er afschrikwekkend uitzien lees ik in vers 17. Ze zijn voorzien van zwavelkleurige borstharnassen en leeuwenkoppen. Er zal vuur, rook en zwavel uit hun mond komen. Het leger zal veel doden maken onder de mensen die het zegel van God niet op hun voorhoofd hebben. Terwijl de overige mensen dit zullen meemaken bekeren zij zich niet. 

Omdat de oordelen van de bazuinen en de schalen, die door zeven engelen worden uitgevoerd, veel overeenkomsten laten zien heb ik ze hieronder in een schema gezet. Het is in ieder geval voor mij zo wat overzichtelijker geworden

Openbaring 8, 9 – 11 Bazuinen. Gedeeltelijke openbaring van toorn: Openbaring 16 Schalen. Volledige openbaring van toorn:
8: 7
eerste bazuin
Op de aarde vuur en bloed 3e deel bomen en gras verbrand. 16: 2
eerste schaal
Op de aarde kwaadaardige gezwellen aan hen die het beest aanbidden.
8: 8,9
tweede bazuin
Op de zee wordt 3e deel bloed. 3e deel schepselen sterft. 3e deel schepen vernietigd. 16: 3
tweede schaal
Op de zee, wordt als bloed. Alle levende wezens sterven.
8: 10, 11
derde bazuin
Op de rivieren en waterbronnen. 3e deel aangetast. 3e deel alsum. 16: 4
derde schaal
Op de rivieren en waterbronnen. Alles aangetast. Het wordt bloed.
8: 12
vierde bazuin
Op de zon maan en sterren. 3e deel aangetast en 3e deel van dag en nacht. 16: 8
vierde schaal
Op de zon. Mensen verzeng door vuur.
9: 1 – 12
vijfde bazuin
Eerste wee. De afgrond geopend. Duisternis. Mensen 5 mnd. gepijnigd. Apollyon. Abaddon. 16: 10, 11
vijfde schaal
De troon van het beest. Duisternis. Mensen kauwen op hun tong van de pijn.
9: 13 – 11: 14
zesde bazuin
Tweede wee. De rivier de Eufraat. De vier engelen los. Ruiterij. 3e deel mensen gedood. 16: 12 – 14, 19
zesde schaal
De rivier de Eufraat droogt op. De weg voor koningen uit Oosten bereid. 3 geesten als kikvorsen. Harmagedon.
Vanaf 11: 15
zevende bazuin
Derde wee. Stemmen klinken. Koningschap van Christus. 16: 17
zevende schaal
In de lucht. Stem zegt: “Het is geschied”.


Terug naar:



Geen opmerkingen:

Een reactie posten