Inleiding

Is het zo belangrijk hoe we de Bijbel lezen? Mijn ervaring is van wel. Ik was bijna gestrand in de tegenstrijdigheden in Gods Woord en de verschillende uitleggingen daarover. Staan er dan in de Bijbel teksten die elkaar tegenspreken? Ik heb ze wel gevonden. Neem bijvoorbeeld 1 Korinthe 7,26,29 en vergelijk dat met 1 Timotheüs 5:14. Ik weet wel dat je de teksten in het verband moet lezen, maar dan nog kwam ik er niet uit. In mijn studie "tegenstrijdigheden in de Bijbel" kun je lezen waar ik zoal tegenaan ben gelopen en hoe ik deze vermeende tegenstrijdigheden mag lezen.

In de verzen 1 Korinthe 1:10 en Filippenzen 2:2 spreekt de Bijbel over eensgezindheid. Als ik om mij heen kijk heb ik het idee dat we alles behalve eensgezind zijn. Over het werk van Christus denken we veelal wel hetzelfde, maar er zijn verder veel verschillen en dus ook veel groepen.

In de VISIE van januari 2014 wordt in “slijpsteen” gevraagd of werken aan kerkelijke eenheid verspilde energie is. 61 % vindt van niet, 39 % vindt van wel.

Ik denk dat veel van de verschillen te maken hebben met hoe we de Bijbel lezen.

Wat ik veel hoor en lees is dat wij tegenwoordig leven in en mogen bouwen aan het Koninkrijk van God. De Here Jezus wordt aanbeden als onze Koning. Maar is Christus op dit moment Koning? Hierover kun je lezen in mijn studie "De toekomst van de mens" deel 1 "Het Koninkrijk"

Maar om de bedoeling van het Koninkrijk goed te begrijpen raad ik je aan ook de andere delen van de studie te lezen. Daar vind je dan ook een een uitleg over "de hel", waar ik me aan gewaagd heb. Eén en ander hebben, naar mijn idee, met elkaar te maken.

"De hel" is een onderwerp waar we mee in onze maag zitten. Ongeveer 10 jaar geleden werd daar in diverse tijdschriften aandacht aan besteed. In het blad CV-Koers schreef een bekende Nederlander dat hij zou willen dat er een ander verhaal was dan "de hel". Bovendien werd het "ons nare geheimpje" genoemd.

Waar ik natuurlijk benieuwd naar ben is wat je van de studies vindt.

Studie: "Openbaring 10"

Openbaring 10.

Deze studie is een vervolg op: 
Openbaring 1Openbaring 2Openbaring 3,  Openbaring 4Openbaring 5Openbaring 6
Openbaring 7Openbaring 8 en Openbaring 9.

In Openbaring 4 – 20 kom ik 7 keer een afgewisselde blik tegen in de hemel en op aarde, te beginnen bij:
1e Blik in de hemel in hoofdstuk 4 en 5    
Hier gaat het over de troon, een boekrol, het Lam, de vier dieren en alle schepsel.                                          
1e Blik op de aarde in Openbaring 6: 1 – 7: 8                                                  
Openbaring 6             Openen van de eerste zes zegels
Openbaring 7: 4 – 8   De verzegeling van de 144000. 
2e Blik in de hemel in Openbaring 7: 9 – 8: 6 
Openbaring 7: 9 – 17 Johannes ziet een grote menigte, die niemand tellen kan. 
Openbaring 8: 1         Opening van het zevende zegel met daarna een stilte in de hemel.
Openbaring 8: 2 – 6    Optreden van de 'andere' engel met oordelen. 
2e Blik op de aarde in Openbaring 8: 7 – 11: 14 
Openbaring 8: 7         Optreden van de eerste vier engelen met bazuinen
Openbaring 8: 13       Aankondiging van de drie weeën
Openbaring 9             De vijfde en zesde engel blazen op de bazuinde eerste  twee weeën breken aan.
Openbaring 10           Verschijning van een andere engel. Johannes moet het boekje opeten en hij moet profeteren.
3e Blik in de hemel in Openbaring 11: 15 – 19a
3e Blik op de aarde in Openbaring 11: 19
4e Blik in de hemel in Openbaring 12: 1 – 12
4e Blik op de aarde in Openbaring 12: 13 – 13: 18
5e Blik in de hemel in Openbaring 14: 1 – 5
5e Blik op de aarde in Openbaring 14: 6 – 20
6e Blik in de hemel in Openbaring 15: 1 – 8
6e Blik op de aarde in Openbaring 16: 1 – 18: 24
7e Blik in de hemel in Openbaring 19: 1 – 16
7e Blik op de aarde in Openbaring 19: 17 – 20: 15

Ik werk vanuit de Herziene Staten Vertaling, mist anders aangegeven. Ik maak gebruik van de grondtekst.

Johannes, zijn naam betekent 'genade', heeft iets gezien en moet dit opschrijven. Voor Johannes is het verleden tijd en daarom is het boek Openbaring in de verleden tijd geschreven. Maar ik geloof dat hetgeen Johannes heeft gezien toekomst is. Het is profetie zo lees ik in Openbaring 22: 19. Daarom schrijf ik mijn commentaar zoveel mogelijk in de onvoltooide tegenwoordige toekomende tijd. Het zal gebeuren.

Ik ga tekst met tekst vergelijken en hoop zo een beetje inzicht in Openbaring te krijgen. Ik ga er niet vanuit dat deze studie volmaakt is.

Mijn bronnen voor deze studie zijn:

Het boek "Deze profetie" van de schrijver C.H. Welch.
De studie deel 14 van S. de Graaf. 
De studie deel 15 van S. de Graaf. 

De vertaling over Openbaring 10 op de site “Schriftwoord”.
Het artikel "Openbaring in vogelvlucht" deel 5a op de site "Amen".



1 En ik zag een andere sterke Engel uit de hemel afdalen. Hij was bekleed met een wolk en boven Zijn hoofd was een regenboog. Zijn gezicht was als de zon, en Zijn voeten waren als zuilen van vuur.



En ik zag komt 36 keer voor in Openbaring. In de grondtekst staat 'ik-nam-waar'. Zie ook Openbaring 1: 19 en 4: 1.



Een sterke Engel. In de grondtekst staat 'sterke boodschapper'. 'Sterke engel' komt 2 keer voor in Openbaring. Hier en in Openbaring 5: 2. Alleen ontbreekt daar het woordje 'andere'. Openbaring 5: 2 En ik zag een sterke engel, die met luide stem uitriep: Wie is het waard de boekrol te openen en zijn zegels te verbreken?

Andere engel komt voor in Openbaring 7: 2 / 8: 3 / 14: 6, 8, 15, 17, 19 en 18: 1. Deze teksten geven al een beetje een beeld over deze andere sterke Engel.

Openbaring 7: 2 En ik zag een andere engel opkomen van waar de zon opgaat, met het zegel van de levende God. En hij riep met luide stem tegen de vier engelen aan wie het gegeven was de aarde en de zee schade toe te brengen,
Openbaring 14: 6 En ik zag een andere engel, die hoog aan de hemel vloog. En hij had het eeuwige Evangelie, om dat te verkondigen aan hen die op de aarde wonen, en aan elke natie, stam, taal en volk. Zie ook vers 8, 15, 17 en 18.
Openbaring 18: 1 Hierna zag ik een andere engel neerdalen uit de hemel. Hij had grote macht, en de aarde werd verlicht door zijn heerlijkheid.

Dit woordje 'andere' is in het Grieks 'allon'. Het betekent: andere van hetzelfde soort. Dit houdt in dat het een andere engel is naast de veel voorkomende engelen in Openbaring. Dit wordt bevestigd door Openbaring 8: 3 en 6, waar de andere engel apart van de zeven bazuin engelen wordt genoemd. Het is een Engel van God afkomstig uit de hemel die een oordeel verkondigt, zoals ook de zeven bazuin engelen zullen doen.

Openbaring 8: 3, 6 3 En er kwam een andere engel, die met een gouden wierookvat bij het altaar ging staan. Aan hem werd veel reukwerk gegeven, opdat hij dat samen met de gebeden van alle heiligen op het gouden altaar vóór de troon zou leggen. 6 En de zeven engelen die de zeven bazuinen hadden, gingen zich gereedmaken om op de bazuin te blazen.

De andere sterke engel doet mijn denken aan de Man uit Daniël 10. In Daniël 9: gaat het over de man (engel?) Gabriël. Deze verteld belangrijke zaken aan Daniël. Het lijkt dan in Daniël 10 om een andere Man te gaan, die Daniël niet als de man Gabriël herkent. Deze andere Man spreekt in Daniël 10: 13 en 21 over de vorst Michaël. Deze Michaël kom ik tegen in Daniël 12: 1 en Openbaring 12: 7.

Daniël 10: 5, 6 5 Ik sloeg mijn ogen op en zag, en zie, er was een Man, gekleed in linnen, Zijn heupen omgord met het fijne goud uit Ufaz. 6 Zijn lichaam was als turkoois, Zijn gezicht als het uiterlijk van de bliksem, Zijn ogen als vuurfakkels, Zijn armen en Zijn voeten als de glans van gepolijst koper en het geluid van Zijn woorden als het geluid van een menigte.
Daniël 12: 1 In die tijd zal Michaël opstaan, de grote vorst, hij die uw volksgenoten bijstaat. Het zal een benauwde tijd zijn, zoals er niet geweest is sinds er een volk is geweest tot op die tijd. In die tijd zal uw volk ontkomen: ieder die gevonden wordt, opgeschreven in het boek.
Openbaring 12: 7 Toen brak er oorlog uit in de hemel: Michaël en zijn engelen voerden oorlog tegen de draak, ook de draak en zijn engelen voerden oorlog.

Uit de hemel afdalen. Hierbij moet ik denken aan: Handelingen 1: 11 die ook zeiden: Galilese mannen, waarom staat u omhoog te kijken naar de hemel? Deze Jezus, Die van u opgenomen is naar de hemel, zal op dezelfde wijze terugkomen als u Hem naar de hemel hebt zien gaan.

Hij was bekleed met een wolk. De wolk duidt op hemelse heerlijkheid zoals ik zie in Exodus 16: 10 / 40: 34, Mattheus 17: 5 en Openbaring 14: 14. Ex.16: 10b gebeurde het dat, zie, de heerlijkheid van de HEERE in de wolk verscheen.
Ex.40: 34 Toen overdekte de wolk de tent van ontmoeting, en de heerlijkheid van de HEERE vervulde de tabernakel,
Mattheus 17: 5 Terwijl hij nog sprak, zie, een lichtende wolk overschaduwde hen; en zie, een stem uit de wolk zei: Dit is Mijn geliefde Zoon, in Wie Ik Mijn welbehagen heb; luister naar Hem!
Openbaring 14: 14 En ik zag, en zie, een witte wolk, en op de wolk zat Iemand als een Mensenzoon, met op Zijn hoofd een gouden kroon en in Zijn hand een scherpe sikkel.

En boven Zijn hoofd was een regenboog. Deze regenboog brengt mij naar Openbaring 4: 3 waar bij tijdens de 1e Blik in de hemel een regenboog rondom de troon zal zijn. En het doet mij denken aan de boog na de zondvloed welke een teken was van het verbond met Noach in: Genesis 9: 13 Mijn boog heb Ik in de wolken gegeven; die zal dienen als teken van het verbond tussen Mij en de aarde.
Openbaring 4: 3 En Hij Die daar zat, zag eruit als de stenen jaspis en sardius. En er was een regenboog rondom de troon, die eruit zag als een smaragd.

Zijn gezicht was als de zon. Dit duidt heel duidelijk op de verschijning van Christus in: Mattheus 17: 2 En Hij werd voor hun ogen van gedaante veranderd; Zijn gezicht straalde als de zon en Zijn kleren werden wit als het licht. Openbaring 1: 16b en Zijn gezicht was zoals de zon schijnt in haar kracht.

En Zijn voeten waren als zuilen van vuur. Vuur is een beeld van oordeel. Christus zal in Openbaring komen om te oordelen. Openbaring 1: 15a en Zijn voeten waren als blinkend koper, gloeiend gemaakt in een oven,

Deze sterke engel doet mij heel erg denken aan Christus zoals Hij beschreven wordt in Openbaring 1 : 13 – 16. In Openbaring 5 is er een verband met de boekrol en het geopende boekje hier in vers 2. Anderen denken dat het om een 'echte' sterke engel gaat. De meningen zijn hierover verdeeld. Ik ben geneigd te zeggen dat het hier om Christus gaat, net als de Herziene Statenvertaling die hier 'Andere' met een hoofdletter schrijft.

2 En Hij had in Zijn hand een boekje, dat geopend was. En Hij zette Zijn rechtervoet op de zee en Zijn linker op de aarde.

En Hij had in Zijn hand een boekje, dat geopend was. Dit boekje komt alleen hier in Openbaring 10 voor. In de grondtekst staat 'biblaridion' wat wordt vertaald met 'boekrolletje'. In Openbaring 5: 2, 5 en 9 gaat het om een boekrol (biblion) met zegels die nog geopend zullen worden. Het lijkt mij hier over verschillende boekrollen te gaan. Openbaring 5: 5b Zie, de Leeuw Die uit de stam van Juda is, de Wortel van David, heeft overwonnen om de boekrol te openen en zijn zeven zegels te verbreken.

De andere sterke engel, of Christus zette Zijn rechtervoet op de zee en Zijn linker op de aarde. Dit geeft totale heerschappij aan, over de volkeren (zee) in het algemeen en land en volk van Israël in het bijzonder. In de grondtekst staat in het Grieks 'ges'. Dat betekent: land, aarde. Christus zal Koning worden over het beloofde land. Daarvan lees ik in:

Deuteronomium 11: 24 Elke plaats die uw voetzool betreedt, zal van u zijn; vanaf de woestijn en de Libanon, vanaf de rivier, de rivier de Eufraat, tot aan de zee in het westen zal uw gebied zich uitstrekken.
Jozua 1: 3 Elke plaats die uw voetzool betreedt, heb Ik u gegeven, overeenkomstig wat Ik tot Mozes gesproken heb.

Rechts en links. Zie o.a. Openbaring 1: 16 en 20. Als ik naar de betekenis van links en rechts kijk dan moet ik onder anderen denken aan Mattheus 25: 33 en 34 waar Gods Woord een duidelijk onderscheid maakt tussen de gezegde schapen aan de rechterkant en de vervloekte bokken aan de linkerkant. Of die zegen en vloek hier in Openbaring ook opgaat is mij niet duidelijk. 

Mattheus 25: 33, 34, 41 33 En Hij zal de schapen aan Zijn rechterhand zetten, maar de bokken aan Zijn linkerhand. 34 Dan zal de Koning zeggen tegen hen die aan Zijn rechterhand zijn: Kom, gezegenden van Mijn Vader, beërf het Koninkrijk dat voor u bestemd is vanaf de grondlegging van de wereld. 41 Dan zal Hij ook zeggen tegen hen die aan de linkerhand zijn: Ga weg van Mij, vervloekten, in het eeuwige vuur, dat voor de duivel en zijn engelen bestemd is.

3 En Hij riep met een luide stem, zoals een leeuw brult. En toen Hij geroepen had, lieten de zeven donderslagen hun stemmen horen.

In de grondtekst staat: “En hij-schreeuwt met grote stem net zoals leeuw loeit en wanneer hij-schreeuwt spreken de zeven donderslagen de van hen-zelf stemmen

En Hij riep met een luide stem. Zie Openbaring 1: 10 / 5: 2, 12 / 6: 10 / 7: 2, 10 en 8: 13. Het is hier een belangrijke boodschap temeer omdat de luide stem hier wel heel erg hard roept. Hij brult namelijk als een leeuw. Zo kan God zich openbaren. Zie ook:

Jeremia 25: 30 – 32 30 En moet tegen hen al deze woorden profeteren, en tegen hen zeggen: De HEERE zal brullen als een leeuw vanuit de hoogte, vanuit Zijn heilige woning Zijn stem laten klinken. Hij zal geweldig brullen tegen Zijn woonplaats, Hij zal een vreugderoep als van druiventreders aanheffen tegen alle bewoners van de aarde. 31 Vreselijk gedruis zal komen tot aan het einde der aarde, want de HEERE heeft een rechtszaak met de volken; Híj zal een rechtszaak voeren met alle vlees. De goddelozen heeft Hij overgegeven aan het zwaard, spreekt de HEERE. 32 Zo zegt de HEERE van de legermachten: Zie, onheil gaat uit van volk tot volk. Een zware storm wordt opgewekt van de uithoeken van de aarde.
Amos 3: 8 De leeuw heeft gebruld. Wie zou niet bevreesd zijn? De Heere HEERE heeft gesproken. Wie zou niet profeteren?
Hosea 11: 10 Zij zullen achter de HEERE aan gaan, Hij zal brullen als een leeuw. Ja, Híj zal brullen, en de kinderen zullen bevende komen van de kant van de zee.

Zeven donderslagen lieten hun stemmen horen. De luide stem roept dan wel hard, maar wat er gezegd wordt is niet duidelijk. Het geluid klinkt als donderslagen.

Naast deze 7 donderslagen wordt in Openbaring nog 7 keer over donderslagen gesproken:
1. 4: 5 De donderslagen die van de troon uitgaan. 
2. 6: 1 Bij het verbreken van het eerste zegel, de donderslagen zeggen 'kom en zie'. 
3. 8: 5 Bij het vuur uit het wierookvat op aarde geworpen. 
4. 10: 3, 4 Zeven donderslagen zullen hun stemmen laten horen. 
5. 11: 19 Bij de tempel van God die in de hemel wordt geopend. 
6. 14: 2 Voordat de 144.000 een nieuw lied zingen. 
7. 16: 17,18 Bij het uitgieten van de 7e schaal. 
8. 19: 6 Als Christus Koning zal worden.

4 En toen de zeven donderslagen hun stemmen hadden laten horen, stond ik op het punt ze op te schrijven. Maar ik hoorde een stem uit de hemel tegen mij zeggen: Verzegel wat de zeven donderslagen gesproken hebben en schrijf dat niet op.

Ook al weet ik niet wat de zeven donderslagen zeggen en wat het geluid betekent, Johannes heeft het blijkbaar wel gehoord. Hij staat op het punt om het op te schrijven. Dat was hij zo gewend in alle andere keren dat hij iets hoorde, zoals in Openbaring 1: 10, 11, 19 en / 14: 13 / 19: 9 en 21: 5 waar hij wel moest schrijven. Maar daarin wordt hij nu verhinderd door een stem uit de hemel.

Verzegel wat de zeven donderslagen gesproken hebben en schrijf dat niet op. Dat is wel bijzonder want de tijd van geheimhouding en verzegeling lijkt met het schrijven van Openbaring voorbij, behalve in dit gedeelte. Alhoewel, in vers 7 zou mogelijk een aanwijzing te vinden zijn dat die verzegeling wel eens niet zo lang zou kunnen duren, namelijk tot het blazen van de zevende bazuin door de zevende engel.

Het verzegelen gebeurde ook in: Daniël 8: 26 Wat betreft het visioen van de avond en de morgen, wat gezegd is, dat is de waarheid. En u, houd het visioen geheim, want er liggen nog vele dagen vóór het gebeuren zal. 
Daniël 12: 4 Maar u, Daniël, houd deze woorden geheim en verzegel dit boek tot de tijd van het einde. Velen zullen het onderzoeken en de kennis zal toenemen.

5 En de Engel Die ik op de zee en op de aarde zag staan, hief Zijn hand op naar de hemel,
6 en Hij zwoer bij Hem Die leeft in alle eeuwigheid, Die de hemel heeft geschapen met wat daarin is, de aarde met wat daarop is en de zee met wat daarin is, dat er geen tijd meer zou zijn.

Iets dergelijks staat ook in: Daniël 12: 7 Toen hoorde ik de Man, gekleed in linnen, Die Zich boven het water van de rivier bevond, en Hij hief Zijn rechter- en Zijn linkerhand op naar de hemel en zwoer bij Hem Die eeuwig leeft: Na een vastgestelde tijd, vastgestelde tijden en een helft, wanneer Hij er een einde aan gemaakt zal hebben om de macht van het heilige volk stuk te slaan, zal er aan al deze dingen een einde komen.

In Daniël 12: 7 lees ik dat God 'een vastgestelde tijd, vastgestelde tijden en een helft, bepaald heeft om de macht van het volk stuk te slaanHier, in Openbaring, lijkt de tijd van het einde van deze dingen aangebroken te zijn. Er zal geen tijd meer zijn om zich te bekeren zo heb ik gezien in Openbaring 9: 20 en 21. En dat komt omdat eindelijk het Koninkrijk van God nu werkelijk bijna zal aanbreken. Christus zal Koning worden. Daarvan lees ik vanaf Openbaring 11: 15. In vers 7 wordt dit Koninkrijk 'het geheimenis van God', genoemd. Dan zal ook de tijd van het wreken van de martelaren voorbij zijn. Zie Openbaring 6: 11 en 9: 6.

En de Engel Die ik op de zee en op de aarde zag staan. Zie vers 2.

Hief Zijn hand op naar de hemel. Een vergelijkbare tekst lees ik in: Deuteronomium 32: 40 Want Ik hef Mijn hand op naar de hemel en zeg: Zo waar Ik in eeuwigheid leef:

In de grondtekst staat: de hand van-hem de rechterhand tot-in de hemel. Hier in dit vers wordt het woordje 'rechter' niet genoemd, terwijl het wel zo in de grondtekst staat. Wonderlijk. Zie ook Openbaring 1: 16 en 13: 16 waar in het vers wel rechterhand staat, wat overeenkomt met de grondtekst. Hoe het ook zij, de andere Engel zal zijn rechterhand opheffen en een eed uitspreken. In Exodus 6: 7 lees ik ook over een eed met opgeheven hand.

Exodus 6: 7 Ik zal u brengen in het land waarvoor Ik Mijn hand opgeheven heb, dat Ik het aan Abraham, Izak en Jakob geven zou. Ik zal het u in erfelijk bezit geven, Ik, de HEERE.

En Hij zwoer bij Hem. De eed wordt uitgesproken en uitgebeeld door het gebruik van de (rechter)hand, zie ook Genesis 24: 9. In Deuteronomium 6: 13 lees ik over het zweren bij de Naam van de HEERE. Genesis 24: 9 Toen legde de dienaar zijn hand onder de heup van Abraham, zijn heer, en hij zwoer hem dat. Deuteronomium 6: 13 U moet de HEERE, uw God, vrezen, Hem dienen en bij Zijn Naam zweren.

In alle eeuwigheidIn de grondtekst staat: tot in de eeuwen van de eeuwen. We hebben minstens 5 eeuwen. In Galaten 1: 4 staat dat ik in de tegenwoordige slechte wereld (grondteksteeuw) leef. Efeze 2: 7 zegt dat er eeuwen komen. Dit is meervoud, dus dat duidt op minstens 2 eeuwen net als in Prediker 1: 10 waar gaat het over eeuwen die voor ons geweest zijn.
Gal.1: 4 de tegenwoordige slechte wereld, 
Ef.2: 7 opdat Hij in de komende eeuwen... 
Pred.1: 10 In de eeuwen die voor ons geweest zijn, is het er al geweest.

Die de hemel heeft geschapen met wat daarin is, de aarde met wat daarop is en de zee met wat daarin isZie ook Openbaring 4: 11. In Genesis 1 en 2 lees ik over de schepping en in: Exodus 20: 11 Want in zes dagen heeft de HEERE de hemel en de aarde gemaakt, de zee, en al wat erin is, en Hij rustte op de zevende dag. Daarom zegende de HEERE de sabbatdag, en heiligde die.
Het zweren bij Hem, die hemel en aarde en alles wat daarbij hoort geschapen heeft en er zodoende zeggenschap over heeft, legt een groot gewicht in de schaal.

Dat er geen tijd meer zou zijnIn Jesaja 45: 7 lees ik dat de Here de tijd en de duur bepaald van duisternis en onheil, maar ook van licht en vrede. Dat eerste is hier in Openbaring 10 nog steeds aan de orde, zoals ook in Deuteronomium 28: 15, Jesaja 42: 14 – 17 en Klaagliederen 3: 38 – 40. Het laatste, licht en vrede, zal spoedig hierna werkelijkheid worden.

Jesaja 45: 7 Ik formeer het licht en schep de duisternis, Ik maak de vrede en schep het onheil; Ik, de HEERE, doe al deze dingen.
Deuteronomium 28: 15 Daarentegen zal het gebeuren, als u de stem van de HEERE, uw God, niet gehoorzaam bent door al Zijn geboden en Zijn verordeningen, die ik u heden gebied, nauwlettend te houden, dat al deze vervloekingen over u zullen komen en u zullen treffen:
Klaagliederen 3: 38, 39, 40 38 Komt niet uit de mond van de Allerhoogste voort het kwade en het goede? 39 Wat klaagt dan een mens die leeft? Laat ieder klagen over zijn zonden! 40 Laten wij onze wegen onderzoeken en doorzoeken, en laten wij terugkeren tot de HEERE!

7 Maar in de dagen van de stem van de zevende engel, wanneer die op de bazuin zal blazen, zal ook het geheimenis van God volbracht worden, zoals Hij aan Zijn dienstknechten, de profeten, verkondigd heeft.

Maar in 'de dagen' van de stem van de zevende engel, wanneer die op de bazuin zal blazen. 'Deze dagen' worden aangekondigd in Openbaring 11: 15, en zal daadwerkelijk in vervulling gaan in Openbaring 19: 6. Ik zie dat 'deze dagen' een bepaalde periode zal zijn. 
Openbaring 11: 15 En de zevende engel blies op de bazuin, en er klonken luide stemmen in de hemel, die zeiden: De koninkrijken van de wereld zijn van onze Heere en van Zijn Christus geworden, en Hij zal Koning zijn in alle eeuwigheid
Openbaring 19: 6 En ik hoorde zoiets als een geluid van een grote menigte en als een gedruis van vele wateren en een geluid als van zware donderslagen: Halleluja, want de Heere, de almachtige God, is Koning geworden.

Zal ook het geheimenis van God volbracht worden. Het gaat hier niet over het geheimenis van Efeze 3: 3, 4, 9 en Kolossenzen 1: 26 en 27 waar Christus Het Hoofd van het Lichaam en de hoop der heerlijkheid onder de heidenen is. Kolossenzen 1: 26, 27 26 namelijk het geheimenis, dat eeuwen en geslachten lang verborgen is geweest, maar nu geopenbaard is aan Zijn heiligen. 27 Aan hen heeft God willen bekendmaken wat de rijkdom is van de heerlijkheid van dit geheimenis onder de heidenen: Christus onder u, de hoop op de heerlijkheid.

Nee, het zal hier over een ander geheimenis gaan, zoals Hij aan Zijn dienstknechten, de profeten, verkondigd heeft. Het volk Israël zal Zijn Verlosser aannemen zodat Hij Koning kan worden.

Jesaja 25: 6 – 9 6 De HEERE van de legermachten zal op deze berg voor alle volken een feestmaal met uitgelezen gerechten aanrichten, een feestmaal met gerijpte wijnen, met uitgelezen gerechten vol merg, met gezuiverde gerijpte wijnen. 7 En Hij zal op deze berg verslinden de sluier waarmee het gezicht van alle volken omsluierd is, en de bedekking waarmee alle naties bedekt zijn. 8 Hij zal de dood voor altijd verslinden, de Heere HEERE zal de tranen van alle gezichten afwissen en de smaad van Zijn volk wegnemen van heel de aarde, want de HEERE heeft gesproken. 9 Op die dag zal men zeggen: Zie, Dit is onze God; wij hebben Hem verwacht, en Hij zal ons verlossen. Dit is de HEERE, wij hebben Hem verwacht, wij zullen ons verheugen en verblijden in Zijn heil.

Amos 3: 7 Voorzeker, de Heere HEERE doet niets tenzij Hij Zijn geheimenis heeft geopenbaard aan Zijn dienaren, de profeten.

Dan zal gebeuren wat er geprofeteerd is in Ezechiël 37. Het opengaan van de graven doet mij denken aan 1 Korinthe 15: 51 en 52 waar de onvergankelijke mensen opgewekt worden bij het klinken van de laatste (zevende) bazuin.

Ezechiël 37: 9, 11, 12 9 Hij zei tegen mij: Profeteer tegen de geest, profeteer, mensenkind! Zeg tegen de geest: Zo zegt de Heere HEERE: Geest, kom uit de vier windstreken en blaas in deze gedoden, zodat zij tot leven komen. 11 Toen zei Hij tegen mij: Mensenkind, deze beenderen zijn heel het huis van Israël. Zie, ze zeggen: Onze beenderen zijn verdord en onze hoop is vergaan, wij zijn afgesneden! 12 Profeteer daarom, en zeg tegen hen: Zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik zal uw graven openen en Ik zal u uit uw graven doen oprijzen, Mijn volk, en Ik zal u brengen in het land van Israël.

1 Korinthe 15: 51, 52 51 Zie, ik vertel u een geheimenis: Wij zullen wel niet allen ontslapen, maar wij zullen allen veranderd worden, 52 in een ondeelbaar ogenblik, in een oogwenk, bij de laatste bazuin. Immers, de bazuin zal klinken en de doden zullen als onvergankelijke mensen opgewekt worden, en ook wij zullen veranderd worden.

8 En de stem die ik uit de hemel gehoord had, sprak opnieuw met mij en zei: Ga, neem het boekje dat geopend ligt in de hand van de Engel Die op de zee en op de aarde staat.

En de stem die ik uit de hemel gehoord had, sprak opnieuw met mij. Zie vers 3. en 4. Deze stem lijkt hier van Iemand anders te komen dan van de Engel die het geopende boekje in de hand heeft. Is die iemand God en de engel Christus? Zie mijn uitleg bij vers 1 onderaan.

Ga, neem het boekje dat geopend ligt in de hand van de Engel. Zie vers 1 en 2. Ezechiël 2: 9 Toen zag ik, en zie, er was een hand naar mij uitgestoken. En zie, daarin was een boekrol.

De Engel Die op de zee en op de aarde staat. Zie vers 5.

9 En ik ging naar de Engel toe en zei tegen Hem: Geef mij dat boekje. En Hij zei tegen mij: Neem het en eet het op, en het zal uw buik bitter maken, maar in uw mond zal het zoet zijn als honing.
10 En ik nam het boekje uit de hand van de Engel en at het op, en het was in mijn mond zoet als honing, maar toen ik het opgegeten had, werd mijn buik bitter.

De Engel. Zie vers 1.

Geef mij dat boekje. Ik krijg, uit de manier waarop Johannes hier deze engel gebied het boekje aan hem te geven, de indruk dat Johannes deze engel niet als Christus herkent. Maar zijn reactie kan ook een antwoord zijn op vers 8 waar een stem (van God?) uit de hemel Johannes zegt het boekje aan te nemen van de engel.

En Hij zei tegen mij: Neem het en eet het op. Het zal uw buik bitter maken, maar in uw mond zal het zoet zijn als honing. Hieronder staan enkele teksten die overeenkomen met dit gedeelte uit vers 9 en 10. Ik vind er ook verwijzingen naar de zoete smaak in de mond. Dit is de eerste reactie op het eten van het geopende boekje. Maar wanneer het resultaat van het eten duidelijk wordt, wordt het boekje bitter in de buik, zoals ook in Ezechiël 3: 14.

Zelf denk ik dat met het eten van het boekje bedoeld wordt dat Johannes de woorden van het boekje goed tot zich door moest laten dringen. Datzelfde gold voor Jeremia en Ezechiël. Ze moesten dit overdenken en er over spreken. Ze zouden er blij van worden want het ging over de verlossing van het volk Israël en de verdelging van hun vijanden. En natuurlijk zou dit veel strijd kosten wat voor de bitterheid zal zorgen.

Jeremia 15: 16 Zodra Uw woorden gevonden werden, at ik ze op. Uw woord was mij tot vreugde en tot blijdschap in mijn hart, want Uw Naam is over mij uitgeroepen, HEERE, God van de legermachten.

Ezechiël 2: 8c en 9 8c Doe uw mond open en eet wat Ik u geef. 9 Toen zag ik, en zie, er was een hand naar mij uitgestoken. En zie, daarin was een boekrol.
Ezechiël 3: 1 – 3, 14 1 Daarna zei Hij tegen mij: Mensenkind, eet wat u aantreft. Eet deze rol op, ga, spreek tot het huis van Israël. 2 Toen deed ik mijn mond open en Hij gaf mij die rol te eten. 3 Hij zei tegen mij: Mensenkind, geef uw buik te eten, vul uw binnenste met deze rol, die Ik u geef. Toen at ik en hij werd in mijn mond als honing zo zoet. 14 Toen hief de Geest mij op en voerde mij weg en ik ging weg, bitter bedroefd en hevig ontdaan, en de hand van de HEERE was zwaar op mij.

Psalm 19: 10b, 11 10b de bepalingen van de HEERE zijn waarachtig, met elkaar zijn zij rechtvaardig. 11 Zij zijn begerenswaardiger dan goud, ja, dan veel zuiver goud; en zoeter dan honing en honingzeem uit de raat.
Psalm 119: 103 Hoe zoet zijn Uw woorden voor mijn gehemelte, zoeter dan honing voor mijn mond.

Johannes 6: 53 – 56 53 Jezus dan zei tegen hen: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Als u het vlees van de Zoon des mensen niet eet en Zijn bloed niet drinkt, hebt u geen leven in uzelf. 54 Wie Mijn vlees eet en Mijn bloed drinkt, heeft eeuwig leven, en Ik zal hem doen opstaan op de laatste dag. 55 Want Mijn vlees is het ware voedsel en Mijn bloed is de ware drank. 56 Wie Mijn vlees eet en Mijn bloed drinkt, blijft in Mij en Ik in hem.

11 En Hij zei tegen mij: U moet opnieuw profeteren over vele volken, naties, talen en koningen.

En Hij zei tegen mij. In de grondtekst staat: En zij-zeggen tot-mij. Het zijn dus meerdere personen, stemmen die tot Johannes spreken. Het kan de stem zijn van de andere sterke engel in vers 1 en 3 die met een luide stem als van een leeuw brult. En het kan de stem uit de hemel zijn uit vers 4 en 8.

U moet opnieuw profeteren. In de grondtekst staat: Het-is-bindend jou weer profeteren. Johannes kon er niet onderuit. Hij was genoodzaakt om opnieuw of weer te profeteren. Daarvoor had hij het boekje moeten opeten net als Jeremia in Jeremia 15: 16 en 25: 15 – 17, 30 – 32.

Jeremia 25: 15 – 17, 30 – 32 15 Want zo heeft de HEERE, de God van Israël, tegen mij gezegd: Neem deze beker van de wijn van de grimmigheid uit Mijn hand, en geef die te drinken aan al de volken tot wie Ik u zend, 16 zodat zij drinken en waggelen en zich als een waanzinnige gedragen vanwege het zwaard dat Ik onder hen zend. 17 Toen nam ik deze beker uit de hand van de HEERE en gaf die te drinken aan al de volken tot wie de HEERE mij gezonden had: 30 En moet tegen hen al deze woorden profeteren, en tegen hen zeggen: De HEERE zal brullen als een leeuw vanuit de hoogte, vanuit Zijn heilige woning Zijn stem laten klinken. Hij zal geweldig brullen tegen Zijn woonplaats, Hij zal een vreugderoep als van druiventreders aanheffen tegen alle bewoners van de aarde. 31 Vreselijk gedruis zal komen tot aan het einde der aarde, want de HEERE heeft een rechtszaak met de volken; Híj zal een rechtszaak voeren met alle vlees. De goddelozen heeft Hij overgegeven aan het zwaard, spreekt de HEERE. 32 Zo zegt de HEERE van de legermachten: Zie, onheil gaat uit van volk tot volk. Een zware storm wordt opgewekt van de uithoeken van de aarde.

Over vele volken, naties, talen en koningen. Jeremia en Paulus moesten ook spreken tot de volkeren en koningen. En net als de profeten van het Oude Testament moet Johannes profeteren over de volkeren en koningen. Het zal een vreselijke bittere boodschap worden, maar uiteindelijk zal het in Openbaring 21: 24 tot een goed en zoet einde komen.

Jeremia 1: 9, 10 9 Toen stak de HEERE Zijn hand uit en raakte mijn mond aan. En de HEERE zei tegen mij: Zie, Ik geef Mijn woorden in uw mond. 10 Zie, Ik stel u op deze dag aan over de volken en over de koninkrijken, om weg te rukken en af te breken, om te vernielen en omver te halen, maar ook om te bouwen en te planten.

Handelingen 9: 15, 16 15 Maar de Heere zei tegen hem: Ga, want deze is voor Mij een uitverkoren instrument om Mijn Naam te brengen naar de heidenen en de koningen en de Israëlieten. 16 Want Ik zal hem laten zien hoeveel hij moet lijden voor Mijn Naam.

Openbaring 21: 24 En de naties die zalig worden, zullen in haar licht wandelen, en de koningen van de aarde brengen hun heerlijkheid en eer erin.

Samenvatting:
Johannes ziet een andere sterke engel, mogelijk Christus, uit de hemel afdalen. Deze engel heeft een geopend boekje in zijn hand. Hij zet, in vers 2, zijn rechtervoet op de aarde en zijn linkervoet op de zee. De engel brult met luide stem en zeven donderslagen laten ook hun stemmen horen. Johannes wil opschrijven wat hij hoort, maar daarin wordt hij verhinderd. Het gesprokene moet verzegeld worden. Daarna vraagt Johannes het boekje op en de engel geeft het hem met de opdracht het op te eten. Het zal zijn buik bitter maken maar in zijn mond is het zoet als honing; vers 9. Verder zegt de engel dat Johannes opnieuw moet profeteren over vele volken, naties, talen en koningen.

Terug naar: 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten