Inleiding

Is het zo belangrijk hoe we de Bijbel lezen? Mijn ervaring is van wel. Ik was bijna gestrand in de tegenstrijdigheden in Gods Woord en de verschillende uitleggingen daarover. Staan er dan in de Bijbel teksten die elkaar tegenspreken? Ik heb ze wel gevonden. Neem bijvoorbeeld 1 Korinthe 7,26,29 en vergelijk dat met 1 Timotheüs 5:14. Ik weet wel dat je de teksten in het verband moet lezen, maar dan nog kwam ik er niet uit. In mijn studie "tegenstrijdigheden in de Bijbel" kun je lezen waar ik zoal tegenaan ben gelopen en hoe ik deze vermeende tegenstrijdigheden mag lezen.

In de verzen 1 Korinthe 1:10 en Filippenzen 2:2 spreekt de Bijbel over eensgezindheid. Als ik om mij heen kijk heb ik het idee dat we alles behalve eensgezind zijn. Over het werk van Christus denken we veelal wel hetzelfde, maar er zijn verder veel verschillen en dus ook veel groepen.

In de VISIE van januari 2014 wordt in “slijpsteen” gevraagd of werken aan kerkelijke eenheid verspilde energie is. 61 % vindt van niet, 39 % vindt van wel.

Ik denk dat veel van de verschillen te maken hebben met hoe we de Bijbel lezen.

Wat ik veel hoor en lees is dat wij tegenwoordig leven in en mogen bouwen aan het Koninkrijk van God. De Here Jezus wordt aanbeden als onze Koning. Maar is Christus op dit moment Koning? Hierover kun je lezen in mijn studie "De toekomst van de mens" deel 1 "Het Koninkrijk"

Maar om de bedoeling van het Koninkrijk goed te begrijpen raad ik je aan ook de andere delen van de studie te lezen. Daar vind je dan ook een een uitleg over "de hel", waar ik me aan gewaagd heb. Eén en ander hebben, naar mijn idee, met elkaar te maken.

"De hel" is een onderwerp waar we mee in onze maag zitten. Ongeveer 10 jaar geleden werd daar in diverse tijdschriften aandacht aan besteed. In het blad CV-Koers schreef een bekende Nederlander dat hij zou willen dat er een ander verhaal was dan "de hel". Bovendien werd het "ons nare geheimpje" genoemd.

Waar ik natuurlijk benieuwd naar ben is wat je van de studies vindt.

Studie: "Leven wij in de tijd van Handelingen?"

Leven wij in de tijd van Handelingen?


Dat is het onderwerp van een artikel op het CIP:

"Apostel Edgar Holder van Levende Steen Ministries te Spijkenisse schrijft in dit artikel op CIP dat wij nog steeds leven in de tijd van Handelingen. Volgens hem betekent dit dat wij de doop met heilige geest nodig hebben. Jezus zelf heeft gezegd dat Hij de Trooster zou zenden om ons de volle waarheid te leren en hoe zouden we dat kunnen weigeren? Wij zouden Jezus dan niet op een rijke manier kennen.
De apostel zegt: “Elke christen heeft de Heilige Geest, maar niet elke christen is gedoopt met de Heilige Geest. De doop met de Heilige Geest is een toerusting om hetzelfde te kunnen doen als Jezus. Niet alleen liefde en blijdschap uitstralen, maar ook kracht! Jezus, Petrus en Paulus preekten alle drie met de kracht van de Heilige Geest. Ze deden wonderen, tekenen en spraken met autoriteit. Als je met de autoriteit van de Heilige Geest spreekt, zien mensen dat het niet van jezelf komt. Je spreekt met Zijn glorie en kracht. Je kunt daar sterk in groeien! Een vereiste is wel om een nauwe relatie met de Heilige Geest te hebben. Teveel christenen houden de Geest op verre afstand. Ook wonderen horen hier onafscheidelijk bij. Dat wil Hij vandaag de dag ook nog steeds doen in de levens van christenen. Hij is gisteren, vandaag en tot in alle eeuwigheid dezelfde God! Wonderen overtuigen mensen van het bestaan van God. Veel ongelovigen die wonderen in onze kerk zien, beginnen te beseffen dat er een bovennatuurlijke God is. Ze openen zich voor God en accepteren Jezus als hun Verlosser. Wonderen kunnen een belangrijke aanleiding zijn tot bekering! Het is interessant om te zien dat de snelst groeiende tak van het christendom in de wereld, juist de tak is waar mensen de kracht van de Heilige Geest erkennen en toepassen. Petrus zegt dat de doop met de Heilige Geest voor jou is, je kinderen en alles wat er achteraan komt. Dat ontdekte ik ook.De profeet Joël zegt dat God zijn Geest in de laatste dagen zal uitstorten op alle vlees. Op iedereen: dienstknechten, dienstmaagden, jongelingen, ouderen. De laatste dagen zijn ingeluid met het boek Handelingen. Het heet Handelingen der Apostelen, maar het is eigenlijk Handelingen van de Heilige Geest. Daar zitten we nog midden in!” 

Als ik deze woorden lees dan zeg ik dat Edgar Holder volkomen gelijk heeft. Maar dit is alleen zo wanneer wij werkelijk in de tijd van Handelingen leven. En daar heb ik grote twijfels over. Door een wandeling te maken door het boek 'Handelingen', wil ik laten zien:

  • waar het in Handelingen over gaat
  • tot wie Handelingen zich richt

In deze studie wil ik het niet hebben over de doop met heilige geest. Daarover heb ik al een studie gemaakt, namelijk: De doop met heilige geest.
Ik gebruik de teksten uit de Herziene Staten vertaling.

Handelingen 1

Hand.1:3 – 8  3 Hij heeft Zichzelf, nadat Hij geleden had, ook levend aan hen vertoond, met veel onmiskenbare bewijzen, veertig dagen lang, waarbij Hij door hen gezien werd en over de dingen sprak die het Koninkrijk van God betreffen. 4 En toen Hij met hen samen was, beval Hij hun dat zij niet uit Jeruzalem weg zouden gaan, maar de belofte van de Vader zouden verwachten, die u, zei Hij, van Mij gehoord hebt; 5 want Johannes doopte wel met water, maar u zult met de Heilige Geest gedoopt worden, niet lang na deze dagen. 6 Zij dan die samengekomen waren, vroegen Hem: Heere, zult U in deze tijd voor Israël het Koninkrijk weer herstellen? 7 En Hij zei tegen hen: Het komt u niet toe de tijden of gelegenheden te weten die de Vader in Zijn eigen macht gesteld heeft, 8 maar u zult de kracht van de Heilige Geest ontvangen, Die over u komen zal; en u zult Mijn getuigen zijn, zowel in Jeruzalem als in heel Judea en Samaria en tot aan het uiterste van de aarde.

Hand.1: 8 nee: ge zult kracht opnemen van de heilige geestesadem die over u komt, en ge zult getuigen van mij in Jeruzalem en in heel Judea en Samaria, ja tot het uiteinde van het aardland! (Naardense Bijbel)

In Handelingen 1: 3 lees ik dat de Here Jezus veertig dagen met de discipelen sprak over de dingen van het Koninkrijk van God. In Markus 16: 15 – 20 vind ik iets van wat de Heer met Zijn Apostelen heeft besproken. Markus 16: 14 – 20 wordt door pinkstergelovigen uitgelegd als een opdracht voor ons als gelovigen uit de heidenen. Ik denk dat dit niet klopt. Het woord wat Christus in Marcus 16 spreekt richt Hij aan de elf apostelen, zo lees ik in vers 14. In vers 19 lees ik dan dat de Heer opgenomen wordt in de hemel en Zich gezet heeft aan de rechterhand van God. De vervulling van deze woorden in Marcus 16: 14 – 20 vindt plaats in Handelingen 2.

Markus 16: 14 – 20 14 Later is Hij geopenbaard aan de elf, terwijl zij aanlagen, en Hij verweet hun hun ongeloof en hardheid van hart, omdat zij hen niet geloofd hadden die Hem gezien hadden nadat Hij opgewekt was. 15 En Hij zei tegen hen: Ga heen in heel de wereld (kosmos), predik het Evangelie aan alle schepselen. 16 Wie geloofd zal hebben en gedoopt zal zijn, zal zalig worden, maar wie niet geloofd zal hebben, zal verdoemd worden. 17 En hen die geloofd zullen hebben, zullen deze tekenen volgen: in Mijn Naam zullen zij demonen uitdrijven; in vreemde talen zullen zij spreken; 18 slangen zullen zij oppakken; en als zij iets dodelijks zullen drinken, zal het hen beslist niet schaden; op zieken zullen zij de handen leggen en zij zullen gezond worden. 19 De Heere dan is, nadat Hij tot hen gesproken had, opgenomen in de hemel en heeft Zich gezet aan de rechterhand van God, 20 maar zij gingen overal heen om te prediken, en de Heere werkte mee en bevestigde het Woord door de tekenen die erop volgden. Amen.


Luk.24: 46 – 51 46 En Hij zei tegen hen: Zo staat er geschreven en zo moest de Christus lijden en uit de doden opstaan op de derde dag. 47 En in Zijn Naam moet onder alle volken bekering en vergeving van zonden gepredikt worden, te beginnen bij Jeruzalem. 48 En u bent van deze dingen getuigen. 49 En zie, Ik zend de belofte van Mijn Vader op u; maar blijft u in de stad Jeruzalem, totdat u met kracht uit de hoogte bekleed zult worden. 50 Hij leidde hen naar buiten tot bij Bethanië. En Hij hief Zijn handen op en zegende hen. 51 En het geschiedde, terwijl Hij hen zegende, dat Hij Zich van hen verwijderde. En Hij werd opgenomen in de hemel.

Lukas 24: 46 – 51 sluit mooi aan bij Handelingen 1. De boeken Lukas en Handelingen zijn door Lukas geschreven zo lees ik in Handelingen 1: 1. Lukas schreef deze boeken aan Théofilus; Lukas 1: 4.
De Heer beval de apostelen in Handelingen 1: 4 om niet uit Jeruzalem te gaan. Zij zouden gedoopt worden met kracht van de Heilige Geest, en niet met de Heilige Geest zelf, zo lees ik in vers 8 (1). Zij vragen in vers 6 of de Heer in deze tijd (dat moeten wij lezen als in die tijd) het Koninkrijk van God zal herstellen.
In het Mattheüs, Markus en Lukas evangelie staat dat het Koninkrijk der Hemelen, of van God, nabij was gekomen. Dat hadden de discipelen dus ook regelmatig gehoord en nu zij onderwezen werden over dit nabij gekomen Koninkrijk, is hun vraag volkomen terecht. De Heer geeft geen rechtstreeks antwoord. Hij zegt in vers 7 dat zij niet hoeven te weten wanneer het Koninkrijk zal worden opgericht. Later in Handelingen zal blijken dat God er alles aan doet om het volk Israël tot bekering te bewegen, maar dat dit niet lukt. Dus is het terecht dat de Here Jezus de discipelen nu niets toezegt.

(1) Zie studie: "De doop met heilige geest". 
In de inleiding leg ik het verschil uit tussen de Heilige Geest en de kracht van de Heilige Geest.

De discipelen zullen dus kracht ontvangen om getuigen van Christus te zijn in Jeruzalem, Judea, Samaria en tot het uiterste van de aarde. Het woord wat in de grondtekst voor aarde gebruikt wordt is 'ge'. Datzelfde 'ge' wordt ook regelmatig vertaald door 'land'. Bijvoorbeeld het land 'ge' Israël (2). In de Naardense Bijbel vertaald men 'ge' door aardland. Dus kan het ook zo zijn dat de discipelen getuigen van Christus zullen zijn tot aan het uiterste van het land Israël. En dat komt overeen met wat in de Galaten brief staat, namelijk: 

Gal. 2: 7, 9 7 Maar integendeel, zij zagen dat aan mij (Paulus) het Evangelie onder de onbesnedenen toevertrouwd was, zoals aan Petrus dat onder de besnedenen. 9 En toen Jakobus, Kefas en Johannes, die geacht werden steunpilaren te zijn, de mij gegeven genade erkenden, gaven zij mij en Barnabas de rechterhand van gemeenschap, opdat wíj naar de heidenen en zíj naar de besnedenen zouden gaan.

Heel duidelijk lees ik hier dat de apostelen, over wie het ook in Handelingen 1 gaat, naar de besneden zouden gaan. Dat komt dus overeen met hun opdracht in Handelingen 1: 8. Dit is dezelfde opdracht die ik vind in Mattheüs 28: 19, Markus 16: 16-20 en Lukas 24: 47-49. Het was de bedoeling dat de apostelen uiteindelijk de hele wereld (kosmos Markus 16: 15) zouden bereiken met het evangelie van het Koninkrijk. Maar dat is nog niet gebeurt, zoals duidelijk zal worden in Handelingen. In de toekomst zal het volk Israël opnieuw de gelegenheid krijgen het Koninkrijk aan te kondigen.

(2) Zie studie: “beproeft de dingen die verschillen”.

Na de woorden in Handelingen 1: 3 – 8 wordt de Here Jezus opgenomen, of opgeheven. Aan de discipelen wordt beloofd dat de Here Jezus op dezelfde manier terug zal komen. Dit lees ik ook in Mattheüs 24: 30 en Openbaring 1: 7. En in Openbaring 11: 15 lees ik dat Christus Koning zal zijn en dat de koninkrijken van de wereld van Hem zijn. Dat is nu nog niet het geval. Wij leven nu niet in die tijd. Want wij hebben Christus nog niet op de wolken zien terugkomen. En Hij is nu nog geen zichtbare Koning over deze wereld.

Matth. 24: 30 En dan zal aan de hemel het teken van de Zoon des mensen verschijnen; en dan zullen al de stammen van de aarde (ge) rouw bedrijven en zij zullen de Zoon des mensen zien, als Hij op de wolken van de hemel komt met grote kracht en heerlijkheid.
Openb.1: 7 Zie, Hij komt met de wolken, en elk oog zal Hem zien, ook zij die Hem doorstoken hebben. En alle stammen van de aarde (ge) zullen rouw over Hem bedrijven. Ja, amen.
Openb.11: 15 En de zevende engel blies op de bazuin, en er klonken luide stemmen in de hemel, die zeiden: De koninkrijken van de wereld (oikoumene) zijn van onze Heere en van Zijn Christus geworden, en Hij zal Koning zijn in alle eeuwigheid.

Daarna wordt er in Handelingen 1:15-26 een andere apostel gezocht in de plaats van Judas. Het moest iemand zijn die met de apostelen was omgegaan en getuige was van de opstanding van Christus. 

Hand.1: 21, 22  21 Het is dus nodig dat een van de mannen die met ons omgegaan zijn gedurende heel de tijd dat de Heere Jezus onder ons in- en uitging, 22 te beginnen met de doop van Johannes tot op de dag waarop Hij van ons opgenomen werd, met ons getuige wordt van Zijn opstanding.

De twaalf apostelen zijn belangrijk voor God. Zij zullen een speciale taak krijgen en met Christus regeren. Het getal twaalf is cruciaal. Het is het getal van de bestuurlijke volmaaktheid, zo las ik op blz. 263 in het boek: “Getallen van de Bijbel” door E.W. Bullinger. 

Mattheüs 19: 28 En Jezus zei tegen hen: Voorwaar, Ik zeg u dat u die Mij gevolgd bent, in de wedergeboorte, als de Zoon des mensen zal zitten op de troon van Zijn heerlijkheid, ook zult zitten op twaalf tronen en de twaalf stammen van Israël zult oordelen. 
Gen.35: 22b  En de zonen van Jakob waren twaalf.
Gen.49: 28a  Al deze stammen van Israël zijn twaalf; 

In Openbaring 7: 5-8 komen deze twaalf stammen weer ter sprake. En ook in: Openb.21: 12, 14 12 Zij had een grote en hoge muur met twaalf poorten, en bij die poorten twaalf engelen. Ook waren er namen op geschreven, namelijk van de twaalf stammen van de Israëlieten. 14 En de muur van de stad had twaalf fundamenten met daarop de twaalf namen van de twaalf apostelen van het Lam.

Dan is er natuurlijk een 13e apostel, namelijk Paulus. Hij is op wonderlijke manier aangeraakt door Christus. Dat kom ik nog tegen in Handelingen 9. Geeft deze roeping van Paulus als 13e apostel niet aan dat er nog steeds apostelen kunnen worden aangesteld? Nee, dat denk ik niet. De 12 apostelen hebben een bijzondere bediening voor Israël, zo heb ik vastgesteld. En Paulus had een bijzondere bediening voor de heidenen in en na Handelingen. Toen hij alles had doorgegeven wat hij moest doorgeven was het Woord Volmaakt. Er mag niets aan toegevoegd of van afgedaan worden zo lees ik in Openbaring 22: 18 en 19.

Edgar Holder wordt een apostel genoemd en laat zich een apostel noemen. God praat rechtstreeks met hem, geeft hem dromen en heeft hem geroepen door een visioen zo legt hij uit.

Tja, dit is voor mij niet te controleren. Ik kan dit niet toetsen aan Gods Woord. Het zou ook een groot verlangen van hemzelf kunnen zijn en daar is op zich niets mis mee. En dat verlangen is waarheid geworden. Daar is ook niets mis mee. De gemeenteleden hebben flink bijgedragen in de kosten voor de nieuwe kerk.
Maar ik blijf mij afvragen of Edgar Holder (en andere 'apostelen' van deze tijd) voldoet aan de voorwaarden voor een apostel. Is hij met de apostelen omgegaan gedurende de periode dat de Here Jezus op aarde was? Is hij getuige geweest van de opstanding van Christus? Is hij een zoon van Jacob en behoort hij tot de twaalf stammen van Israël? Kan ik zijn roeping vergelijken met de speciale bediening van Paulus? Het antwoord is: nee.

Conclusie van Handelingen 1: 
  • Het gaat hier over het Koninkrijk van God wat nabij was gekomen. 
  • De discipelen krijgen de opdracht om dit te verkondigen in Jeruzalem, Judea, Samaria en tot het uiterste van het land Israël.

Handelingen 2

In dit hoofdstuk gaat het over het talen wonder. Het Pinksterfeest zou gevierd worden. In vers 5 staat dat er in Jeruzalem Joden uit alle volken woonden. Zij spraken diverse talen, die genoemd worden in vers 9 en 10. De discipelen, een menigte van 120 personen, zo lees ik in Handelingen 1: 15, waren bijeen. Bijzonder is dat het aantal discipelen 10 keer zoveel is als het aantal apostelen. Het aantal van 12 blijft gehandhaafd in 120.

Er was een geluid van een geweldige windvlaag en er waren vlammen te zien op een ieder van deze discipelen. Zij werden vervuld met heilige geest en zij spraken, als Galileeërs, andere talen. Het waren de talen van de Joden uit de volken. Als er met hen gespot wordt neemt Petrus het woord. En hij zegt:

Handelingen 2: 14 - 22 14 Maar Petrus, die daar met de elf andere apostelen stond, verhief zijn stem en sprak tot hen: Joodse mannen en u allen die in Jeruzalem woont, dit moet u bekend zijn en laat mijn woorden tot uw oren doordringen: 15 deze mensen zijn namelijk niet dronken, zoals u vermoedt, want het is pas het derde uur van de dag. 16 Maar dit is wat gesproken is door de profeet Joël: 17 En het zal zijn in de laatste dagen, zegt God, dat Ik zal uitstorten van Mijn Geest op alle vlees; en uw zonen en uw dochters zullen profeteren, uw jongemannen zullen visioenen zien en uw ouderen zullen dromen dromen. 18 En ook op Mijn dienaren en op Mijn dienaressen zal Ik in die dagen van Mijn Geest uitstorten en zij zullen profeteren. 19 En Ik zal wonderen geven in de hemel boven en tekenen op de aarde beneden: bloed, vuur en rookwalm. 20 De zon zal veranderd worden in duisternis en de maan in bloed, voordat de grote en ontzagwekkende dag van de Heere komt. 21 En het zal zo zijn dat ieder die de Naam van de Heere zal aanroepen, zalig zal worden. 22 Israëlitische mannen, luister naar deze woorden: Jezus de Nazarener, een Man Die u van Godswege aangewezen is door krachten, wonderen en tekenen, die God in uw midden door Hem gedaan heeft, zoals u ook zelf weet,

Petrus legt uit aan de Joodse mannen en allen die in Jeruzalem wonen (Joden uit alle volken, vers 5) dat de discipelen niet dronken zijn.  Nee, wat er gebeurt is voorzegd door de profeet Joël. Joël profeteerde aan de kinderen van Sion, zo lees ik in Joël 2: 23, 27 – 32. Als ik Handelingen 2: 17 – 21 lees maken de verschijnselen grote indruk op mij. Er zal geest uitgestort worden, kracht zoals de Here Jezus in Handelingen 1: 8 zei. Er zal geprofeteerd en gedroomd worden. Maar er zullen ook wonderen en tekenen in de hemel en op het land beneden zijn: bloed vuur en rookwalm. De zon wordt verduisterd en de maan wordt bloed. En dan komt de grote ontzagwekkende dag van de Heer. Ik kan mij voorstellen dat het angstaanjagend zal zijn, een maan van bloed en een verduisterde zon. 

Wat mij altijd weer opvalt is dat pinkstergemeentes, en ook Edgar Holder in zijn artikel, vers 17 en 18 aanhalen en promoten. Maar over vers 19 en 20 wordt niets gezegd. Joël en Petrus noemen het hier in één adem. Het hoort bij elkaar.

Ik lees in dit gedeelte dat er een tijd komt, en die leek aan gebroken te zijn, dat er geest uitgestort zou worden. Deze uitstorting van geest zal grote gevolgen hebben voor het Joodse volk. Zij zullen namelijk allemaal tot bekering en geloof komen en dan zullen zij wonderen doen en profeteren. Zij hebben het talen wonder nodig omdat zij aan alle verstrooide ongelovige
Israëlieten , die diverse talen spreken, de grote werken van God zullen verkondigen, zie Handelingen 1: 11.
In 1 Korinthe 14: 21 en 22 lees ik dat juist het spreken in andere talen een teken voor de ongelovige Israëliet is, die behoort tot 'dit volk'.

1Kor.14: 21, 22  21 In de wet staat geschreven: Door mensen die een andere taal spreken, en door andere lippen zal Ik spreken tot dit volk, en ook dan zullen zij niet naar Mij luisteren, zegt de Heere. 22 Zo zijn de andere talen dus tot een teken, niet voor hen die geloven, maar voor de ongelovigen, en zo is de profetie niet voor de ongelovigen, maar voor hen die geloven.

De tot geloof gekomen Israëlieten hebben visioenen en dromen nodig om het Woord van God door te geven in die moeilijke tijd die komen gaat. Er staat duidelijk in Handelingen 2: 17 dat uw zonen, dochters en ouderen deze gaven zullen krijgen. Ik meen dat dit dus niet voor iedere gelovige is, maar voor de zonen, dochters en ouderen van het volk Israël. Er is namelijk altijd een probleem met het toetsen van de visioenen, zoals die in deze tijd voorkomen. Vaak wordt dit helemaal niet getoetst maar voor 'waar' aangenomen. Toetsen is ook lastig, want degene die droomt of een visioen heeft, lijkt onaantastbaar. Toch moeten we alles toetsen. Hoe doe ik dat dan, want men zegt dat als een visioen uitkomt het waar is. Maar zo eenvoudig is het niet. Ik geloof dat de toetsing bestaat uit het feit dat de dromen en visioenen niet voor deze tijd is en bovendien bestemd is voor het volk Israël. En zeker is het niet zo dat in de gemeente door iemand een visioen kan worden doorgegeven voor iemand anders. Meen je een visioen te hebben, pas dit dan toe op jezelf. Ga je dan de mist in dan zijn de gevolgen voor jezelf. God is bij machte om een ieder persoonlijk door Zijn Woord, in het hart, aan te spreken. En zegt de Bijbel niet in Openbaring 22: 18 en 19 dat wij niets af en toe moeten voegen aan de Profetie van het Woord van God? Laten wij het dan ook houden bij dit Woord van God.

Van Moslims lees ik regelmatig dat zij een droom krijgen over Christus. Deze droom is voor henzelf en brengt hen tot geloof in Christus.

Wat opvalt is dat de pinkstergelovigen niet lezen aan wie Handelingen 2: 14 en 22 gericht is, namelijk aan Joodse mannen en u allen die in Jeruzalem woont Ja, als men deze zinnen negeert dan is het niet zo verwonderlijk dat deze teksten op ons volkeren toegepast worden, met alle verwarring die dit met zich mee brengt. Maar ik geloof dat deze aanwijzing niet voor niets is opgeschreven onder leiding van de Heilige Geest. Bovendien zal ik laten zien dat in geheel Handelingen en de brieven die tijdens Handelingen geschreven zijn, de boodschap voornamelijk gericht is aan het volk Israël. 

Hand.2: 36- 39, 43 36 Laat dan heel het huis van Israël zeker weten dat God Hem tot een Heere en Christus gemaakt heeft, namelijk deze Jezus, Die u gekruisigd hebt. 37 En toen zij dit hoorden, werden zij diep in het hart geraakt en zeiden tegen Petrus en de andere apostelen: Wat moeten wij doen, mannenbroeders? 38 En Petrus zei tegen hen: Bekeer u en laat ieder van u gedoopt worden in de Naam van Jezus Christus, tot vergeving van de zonden; en u zult de gave van de Heilige Geest ontvangen. 39 Want voor u is de belofte en voor uw kinderen en voor allen die veraf zijn, zovelen als de Heere, onze God, ertoe roepen zal. 43 En er kwam vrees over iedereen; en er werden veel wonderen en tekenen door de apostelen gedaan.

Ook in deze verzen zie ik dat het woord gericht is aan heel het huis van Israël. Dat zijn de twee en de tien stammen. Voor hen is de belofte, voor hun kinderen en allen die veraf zijn. Vroeger las ik in diegene die veraf zijn de heidenen. Maar in het kader van Handelingen klopt dat niet. Wat wel klopt is, dat met degenen die veraf zijn, de verstrooide tien stammen worden bedoeld. Zij zijn veraf van de Joden. De Joden zijn de twee stammen die in die tijd in het land Israël woonden. In vers 43 lees ik dat er door de (twaalf) apostelen wonderen en tekenen gedaan werden.

Conclusie van Handelingen 2: 
  • De 120 discipelen, inclusief de twaalf apostelen ontvangen heilige geest, dit is kracht van God, om de ongelovige Israëlieten in Jeruzalem over de grote daden van God te vertellen. 
  • De belofte is voor heel het huis van Israël.

Handelingen 3

In Handelingen 3 wordt een kreupele man genezen door Petrus. Dit is een aanleiding voor een gesprek met het volk, wat zich verzamelt had rondom de genezen man.

Hand.3: 12, 19- 26
 12 Toen Petrus dat zag, antwoordde hij het volk: Israëlitische mannen, waarom verwondert u zich hierover, of waarom kijkt u ons zo doordringend aan, alsof wij door onze eigen kracht of godsvrucht hebben bewerkstelligd dat deze man nu loopt? 19 Kom dus tot inkeer en bekeer u, opdat uw zonden uitgewist worden en er tijden van verkwikking zullen komen van het aangezicht van de Heere, 20 en Hij Jezus Christus zal zenden, Die tevoren aan u verkondigd is. 21 Hem moet de hemel ontvangen tot de tijden waarin alle dingen worden hersteld, waarover God gesproken heeft bij monde van al Zijn heilige profeten door de eeuwen heen. 22 Want Mozes heeft tegen de vaderen gezegd: De Heere, uw God, zal voor u een Profeet laten opstaan uit uw broeders, zoals ik; naar Hem moet u luisteren in alles wat Hij tot u zal spreken. 23 En het zal zo zijn dat al wie niet geluisterd zal hebben naar deze Profeet, uit het volk uitgeroeid zal worden. 24 En ook al de profeten vanaf Samuel en zovelen als er daarna gesproken hebben, hebben deze dagen aangekondigd. 25 U bent kinderen van de profeten en van het verbond dat God met onze vaderen sloot, toen Hij tegen Abraham zei: En in uw Nageslacht zullen alle geslachten van de aarde gezegend worden. 26 God, Die Zijn Kind Jezus heeft doen opstaan, heeft Hem eerst naar u gezonden om u hierin te zegenen dat Hij ieder van u zou afbrengen van zijn slechte daden.

Petrus doet een oproep aan de Israëlitische mannen om tot bekering te komen, zodat hun zonden uitgewist kunnen worden. Als ze dit doen dan kan God Jezus Christus terugzenden, zoals hen is gezegd in Handelingen 1: 11. De Israëlieten zijn kinderen van het verbond wat God met Abraham sloot. In hen zullen alle geslachten van de aarde gezegend worden. Het is maar de vraag of hier de gehele aarde bedoeld wordt. Het woord wat in de grondtekst voor aarde gebruikt wordt is 'ge'. Datzelfde 'ge' wordt ook regelmatig vertaald door 'land'.
'Alle geslachten' kan slaan op de twaalf stammen. In de grondtekst is het woord voor stammen en geslachten hetzelfde. (2) In ieder geval is hier in Handelingen de boodschap aan de twaalf geslachten van Israël gericht. Dit wordt nog eens bevestigd door vers 26.

(2) Zie studie: “beproeft de dingen die verschillen”.

In Handelingen 3: 25 wordt gesproken over het verbond met Abraham. Daarvan lees ik al in: 
Genesis 12: 2, 3 2 En Ik zal u tot een groot volk maken, en u zegenen, en uw naam groot maken; en wees een zegen! 3 En Ik zal zegenen, die u zegenen, en vervloeken, die u vloekt; en in u zullen alle geslachten des aardrijks gezegend worden. SV

Gen.12: 3 Ik zal zegenen wie jou zegenen en wie jou verwenst zal ik vervloeken; door jou zullen gezegend zijn alle families op de -rode- grond! Naardense Bijbel

Gen.13: 14, 15 14 En de HEERE zeide tot Abram, nadat Lot van hem gescheiden was: Hef uw ogen op, en zie van de plaats, waar gij zijt noordwaarts en zuidwaarts, en oostwaarts en westwaarts. 15 Want al dit land, dat gij ziet, zal Ik u geven, en aan uw zaad, tot in eeuwigheid. SV

Het woord 'aardrijks' in Genesis 12: 3 heeft in het Hebreeuws dezelfde
betekenis als het Griekse 'ge'. Het gaat hier en in Genesis 13: 14 en 15 over het beloofde land Israël (2). De Naardense Bijbel vertaald 'ge' met -rode- grond.

In dat -rode- grond land zal het volk Israël als priesters en koningen wonen voor God. En als priesters en koningen zullen zij de grote daden van God verkondigen en het nabij gekomen Koninkrijk aankondigen. Dit is de boodschap die door Petrus in Handelingen 2 en 3 wordt gebracht.

Ex.19: 5, 6
 5 Nu dan, indien gij naarstiglijk Mijner stem zult gehoorzamen, en Mijn verbond houden, zo zult gij Mijn eigendom zijn uit alle volken, want de ganse aarde is Mijn; 6 En gij zult Mij een priesterlijk koninkrijk, en een heilig volk zijn. Dit zijn de woorden, die gij tot de kinderen Israëls spreken zult. SV

1 Petr.2: 9, 10
 9 Maar u bent een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilig volk, een volk dat God Zich tot Zijn eigendom maakte; opdat u de deugden zou verkondigen van Hem Die u uit de duisternis geroepen heeft tot Zijn wonderbaar licht, 10 u, die voorheen geen volk was, maar nu Gods volk bent; u, die zonder ontferming was, maar nu in ontferming aangenomen bent.

Petrus schrijft in zijn brieven ook over deze belofte en opdracht. Het gaat allemaal over een zichtbaar Koninkrijk dat op aarde opgericht gaat worden. Dit Koninkrijk wordt aangeduid in het Oude en Nieuwe testament door het zand der zee.

Gen.32:12
 Gij hebt immers gezegd: Ik zal gewisselijk bij u weldoen, en Ik zal uw zaad stellen als het zand der zee, dat vanwege de menigte niet geteld kan worden! SV
Jes.10:22  Want ofschoon uw volk, o Israël! is gelijk het zand der zee, zo zal toch maar het overblijfsel daarvan wederkeren; de verdelging is vastelijk besloten, overvloeiende met gerechtigheid. SV
Rom.9: 27 En Jesaja roept over Israël uit: Al zou het getal van de Israëlieten zijn als het zand van de zee, slechts het overblijfsel zal behouden worden.

Maar dit Koninkrijk wordt ook in Oude en Nieuwe Testament aangeduid als de sterren des Hemels. In Genesis 22: 17 komen beide uitdrukkingen voor. Dat zegt mij dat het over hetzelfde Koninkrijk gaat wat vanuit verschillende oogpunten wordt belicht. Een aardse bestemming, het zand der zee en een hemelse bestemming, de sterren de hemels. Deze laatste bestemming wordt door Paulus beschreven in de brieven die hij tijdens zijn zendingsreizen in de handelingen periode heeft geschreven, waaronder ook de brief aan de Hebreeën valt.

Gen.22:17
 Voorzeker zal Ik u grotelijks zegenen, en uw zaad zeer vermenigvuldigen, als de sterren des hemels, en als het zand, dat aan den oever der zee is; en uw zaad zal de poort zijner vijanden erfelijk bezitten. SV
Hebr.11: 12 Daarom zijn er zelfs uit één man en dat uit iemand wiens kracht al gestorven was, zovelen geboren als de sterren van de hemel in menigte en als het zand op het strand van de zee, dat niet te tellen is.

Handelingen 4

In Handelingen 4 worden Petrus en Johannes ter verantwoording geroepen bij de priesters, de bevelhebber van de tempelwacht, de sadduceeën, en allen die bij het hogepriesterlijk geslacht hoorden, vers 1 en 6, omtrent de genezing van de kreupele man. Petrus richt het woord aan de leiders van het volk Israël en aan de oudsten van Israël:

Hand.4: 8, 10
 8 Toen zei Petrus, vervuld met de Heilige Geest, tegen hen: Leiders van het volk en oudsten van Israël! 10 laat het dan bij u allen en bij heel het volk Israël bekend zijn dat door de Naam van Jezus Christus, de Nazarener, Die u gekruisigd hebt maar Die God uit de doden opgewekt heeft, dat door Hem deze man hier gezond voor u staat.

Na dit gebeuren en een vermaning om te zwijgen gaan Petrus en Johannes naar hun eigen mensen en vertellen wat de overpriesters hebben gezegd.

Handelingen 5

Dit hoofdstuk gaat over de leugen van Ananias en Saffira. Dit voorval is een belangrijk bewijs van het niet meer leven in de Handelingen tijd. Er vallen heden ten dage niet zomaar mensen dood neer omdat ze gelogen hebben. Want dan zou het er treurig uitzien in de huidige christenheid. Hoeveel voorgangers en christenen hebben er wel niet gelogen? Neem alleen maar de schandalen die telkens weer opduiken en waarover mensen niet eerlijk zijn. Maar de genade van God is groot. We leven niet voor niets in de genade bedeling, in plaats van in de Handelingen bedeling waar de wet nog heerste over de mensen. Ook een bewijs van het niet meer leven in de Handelingen periode is Handelingen 5: 15, 16, waarin allen werden genezen. Dat is nu niet zo, en de gebedsgenezers zeggen dat er ook regelmatig bij. Wat ze ook wel zeggen is dat het niet genezen komt door gebrek aan geloof van de zieke.

Geen genezingen bij Jan Zijlstra. Uitzending van Netwerk met Tijs van den Brink en Jan Zijlstra.

Hoe anders gaat het in Handelingen:
Hand.5: 15, 16 15 zodat zij de zieken naar buiten droegen op de straten en hen op bedden en lig matten legden, opdat, wanneer Petrus voorbijkwam, ook maar zijn schaduw op iemand van hen zou kunnen vallen. 16 En ook de menigte uit de steden in de omgeving kwam gezamenlijk naar Jeruzalem. Men bracht zieken en hen die door onreine geesten gekweld werden, en zij werden allen genezen.

Door deze genezingen werden de apostelen opnieuw in de gevangenis opgesloten. In vers 28 wordt hen gezegd te zwijgen over Christus. Maar dat weigeren de apostelen en ze zeggen:

Hand.5: 31 Deze Jezus heeft God door Zijn rechterhand verhoogd tot een Vorst en Zaligmaker, om Israël bekering te geven en vergeving van zonden.

Hierna wil men hen ter dood brengen, maar dit wordt voorkomen door Gamaliël. Ze worden gegeseld in vers 40 en vrijgelaten. Daarna gaan de apostelen gewoon door met prediken.

Hand.5: 42
 En zij hielden niet op iedere dag in de tempel en bij de huizen onderwijs te geven en Jezus Christus te verkondigen.

Conclusie van Handelingen 3, 4, 5:
  • Nog steeds verkondigen de apostelen hun boodschap aan de Israëlieten.
  • Dit gaat gepaard met wonderen en tekenen, waarin allen worden genezen.

Handelingen 6, 7, 8

In Handelingen 6: 1 lees ik dat het aantal discipelen toenam. Maar er kwamen geen apostelen bij. Het bleven er twaalf zo lees ik in vers 2. Stefanus wordt in vers 5 benoemd om voor de weduwen te zorgen, zie vers 1. Stefanus doet in vers 8 grote tekenen onder het volk. Hij wordt vals beschuldigd in vers 11, 13 en 14. 

In Handelingen 7 houdt Stefanus een redevoering die hij richt aan de mannenbroeders en vaders zo lees ik in vers 2. Dan staat er in vers 51- 53:

Hand.7: 51-53
 51 Hardnekkigen en onbesnedenen van hart en oren, u verzet u altijd tegen de Heilige Geest; zoals uw vaderen deden, zo doet u ook. 52 Wie van de profeten hebben uw vaderen niet vervolgd? Zelfs hebben zij hen gedood die de komst van de Rechtvaardige aankondigden, van Wie u nu verraders en moordenaars geworden bent. 53 U, die de wet ontvangen hebt door de dienst van engelen, hebt die niet in acht genomen!

Deze laatste verzen worden Stefanus niet in dank afgenomen en hij wordt gestenigd. Terwijl dit gebeurt ziet Stefanus:

Hand.7: 55, 56
 55 Maar hij, vol van de Heilige Geest, hield zijn ogen naar de hemel gericht en zag de heerlijkheid van God, en Jezus, staande aan de rechterhand van God. 56 En hij zei: Zie, ik zie de hemelen geopend en de Zoon des mensen, staande aan de rechter hand van God.

In de Hebreeën 1: 13 brief staat dat de Christus aan de rechterhand van God zit. Ik heb mij laten uitleggen dat staan een houding van actie is. Christus stond in het begin van Handelingen klaar om, als het volk Israël tot bekering zou komen, Zijn plaats op de troon in te nemen. Maar het volk komt zo snel nog niet tot bekering. Er is veel tegenstand. De Hebreeën brief is later geschreven. De Here Jezus is gaan zitten.

Hebr.1: 13
 En tegen wie van de engelen heeft Hij ooit gezegd: Zit aan Mijn rechterhand, totdat Ik Uw vijanden neergelegd heb als een voetbank voor Uw voeten?

Handelingen 8 gaat over de bekering van Simon de tovenaar en over Filippus en de kamerheer uit Ethiopië.

Conclusie van Handelingen 6, 7, 8:
  • De Here Jezus staat klaar om Zijn Koningschap op zich te nemen.
  • Het nabij gekomen Koninkrijk is de boodschap voor het volk Israël

Handelingen 9, 10, 11, 12

In Handelingen 9 kan ik lezen over de bekering van Saulus, die later Paulus wordt genoemd. Ananias moet naar Saulus toe om hem de handen op te leggen zodat hij weer kan zien. Ananias heeft moeite met Saulus, want hij was een christen vervolger. Paulus was er ook bij toen Stefanus gestenigd werd en keurde dat goed. Maar God zegt tegen Ananias:

Hand.9: 15 Maar de Heere zei tegen hem: Ga, want deze is voor Mij een uitverkoren instrument om Mijn Naam te brengen naar de heidenen en de koningen en de Israëlieten.

Saulus mag de naam van Christus brengen aan de heidenen, koningen en de Israëlieten. Maar dat doen de 12 apostelen toch ook al? Ja, maar de 12 apostelen verkondigen het nabijgekomen Koninkrijk wat op aarde opgericht zal worden, zo las ik in Handelingen 3. Paulus zal een hemels (grondtekst: 'ouranos') Koninkrijk verkondigen, met hemelse beloften.

Paulus spreekt over het hemelse Jeruzalem en de eerstgeborenen in Hebreeën 12: 22, 23 en over de eerstelingen in Romeinen 8: 23. Beide brieven zijn door Paulus tijdens Handelingen geschreven.
Zie voor de betekenis van de uitdrukkingen 'eerstgeborenen' en 'eerstelingen' mijn studie: Wie is de Bruid

Hij spreekt over het Nieuwe Verbond in Hebreeën 7: 22, 8: 7 – 13, 9: 1 en 10: 16. Zie hiervoor mijn studie: Het Oude en het Nieuwe Verbond

Paulus predikt een Hemels Koninkrijk en dat vind ik terug in de uitdrukking 'de sterren van de hemel'. Ook deze boodschap was al aangekondigd in het Oude Testament, net als die van het aardse Koninkrijk.

Gen.22:17 Voorzeker zal Ik u grotelijks zegenen, en uw zaad zeer vermenigvuldigen, als de sterren des hemels, en als het zand, dat aan de oever der zee is; en uw zaad zal de poort zijner vijanden erfelijk bezitten.  SV
Hebr.11: 12 Daarom zijn er zelfs uit één man en dat uit iemand wiens kracht al gestorven was, zovelen geboren als de sterren van de hemel in menigte en als het zand op het strand van de zee, dat niet te tellen is.

Ik moet deze boodschap niet verwarren met boodschap die Paulus verkondigd in zijn brieven geschreven na Handelingen. Want in die brieven, Efeze, Filippenzen, Kolossenzen, 1 en 2 Timotheüs, Titus en Filemon gaat het over het boven hemels (epouranios) koninkrijk en over het geheimenis van het Ene Lichaam van Christus met Christus als Hoofd, zo lees ik onder anderen in Efeze 3: 3 - 13. Zie studie: beproeft de dingen die verschillen.

Komen dan nu de heidenen in beeld? Worden zij toegevoegd aan gelovige Joden? Voorlopig nog niet. Paulus begint in vers 20 in Damascus met prediken in de synagogen. Daar kwamen alleen Joden en Israëlieten. Maar hij moet vluchten uit Damascus en gaat voor de eerste keer na zijn bekering naar Jeruzalem. Daar spreekt hij vrijmoedig over de Here Jezus met de Grieks sprekenden. Vermoedelijk zijn dit Joden.

Hand.9 : 20, 29 20 En meteen predikte hij Christus in de synagogen, dat Hij de Zoon van God is. 29 En hij sprak vrijmoedig in de Naam van de Heere Jezus; ook sprak en redetwistte hij met de Grieks sprekenden, maar die probeerden hem te doden.

Sommigen zien in de Grieks sprekenden de heidenen. Maar in de zendingsbrieven die tijdens Handelingen door Paulus geschreven zijn, worden meerdere malen de Jood en de Griek genoemd. Zij hebben dezelfde voorrechten, zoals ik kan zien in:

Rom.1: 16 Want ik schaam mij niet voor het Evangelie van Christus, want het is een kracht van God tot zaligheid voor ieder die gelooft, eerst voor de Jood, en ook voor de Griek.
Rom.2: 9 Verdrukking en benauwdheid zullen komen over de ziel van ieder mens die het kwade teweegbrengt, eerst over de Jood, en ook over de Griek,

In beide teksten staat het woordje 'ook' in de HSV en in de Staten vertaling schuingedrukt. Dat betekent dat het er in de grondtekst niet staat. Er staat dus eigenlijk: 'eerst voor/over de Jood en voor/over de Griek'.
'Griek' is in het Grieks 'hellen'. 'Heidenen' is in het Grieks 'etnos'
Het waren alleen de Joden, of de Grieks sprekende Joden die Paulus wilden doden zo lees ik in vers 29.

In Handelingen 10 heeft de gelovige Cornelius, een hoofdman over honderd Italiaanse afdelingen, vers 1, een visioen. Hij moet Simon Petrus laten halen. Ondertussen krijgt Petrus ook een visioen. Daarin laat God hem drie maal zien dat wat God gereinigd heeft door Petrus niet onheilig mag worden beschouwd. Het gaat hier om de heidense Cornelius. Petrus moet naar hem toe en verteld aan Cornelius:

Hand.10: 39 – 47
 39 En wij zijn getuigen van alles wat Hij gedaan heeft, zowel in het Joodse land als in Jeruzalem. Ze hebben Hem gedood door Hem aan een hout te hangen. 40 Deze heeft God opgewekt op de derde dag en Hij heeft gegeven dat Hij zou verschijnen, 41 niet aan heel het volk, maar aan de getuigen die door God tevoren verkozen waren, aan ons namelijk, die met Hem gegeten en gedronken hebben, nadat Hij uit de doden opgestaan was. 42 En Hij heeft ons bevolen tot het volk te prediken en te getuigen dat Hij Degene is Die door God aangesteld is tot een Rechter over levenden en doden. 43 Van Hem getuigen al de profeten dat ieder die in Hem gelooft, vergeving van zonden ontvangen zal door Zijn Naam. 44 Terwijl Petrus deze woorden nog sprak, viel de Heilige Geest op allen die het Woord hoorden. 45 En de gelovigen die van de besnijdenis waren, zovelen als er met Petrus waren meegekomen, waren buiten zichzelf dat de gave van de Heilige Geest ook op de heidenen uitgestort werd, 46 want zij hoorden hen spreken in vreemde talen en God groot maken. Toen antwoordde Petrus: 47 Kan iemand soms het water weren, zodat deze mensen, die evenals wij de Heilige Geest ontvangen hebben, niet gedoopt zouden worden?

In 1Kor 14 : 21 staat dat God door mensen die een andere taal spreken tot dit volk zal spreken. In Handelingen was alles erop gericht dat de Israëlieten tot geloof zouden komen. Het lijkt erop dat God daarvoor zelfs heidenen gebruikt. Mogelijk gebruikt God hier het talenwonder voor een extra bevestiging aan de Joden dat God de heidenen niet onrein acht.
Maar God gebruikt de heidenen ook om het volk jaloers te maken zo lees ik in: 

Rom.10: 19 Maar ik zeg: Heeft Israël het dan niet begrepen? Ten eerste is het Mozes die zegt: Ik zal u tot jaloersheid verwekken door wat geen volk is; door een onverstandig volk zal Ik u tot toorn verwekken.
Rom.11: 11 Ik zeg dan: Zijn zij soms gestruikeld met de bedoeling dat zij vallen zouden? Volstrekt niet! Door hun val echter is de zaligheid tot de heidenen gekomen om hen tot jaloersheid te verwekken.

In Handelingen 11: 1 – 18 verteld Petrus aan de apostelen en broeder in Judea wat er met de heidenen gebeurd was.

Hand.11: 18 En toen zij dit hoorden, waren zij gerustgesteld, en zij verheerlijkten God en zeiden: Zo heeft God dus ook aan de heidenen de bekering gegeven die tot het leven leidt.

Er was een verdrukking ontstaan door de steniging van Stefanus en de gelovigen werden verspreid tot in Fenicië, Cyprus en Antiochië. Maar zij spraken alleen met de Joden en Grieks sprekenden:

Hand. 11: 19, 20 19 Zij nu die, door de verdrukking die in verband met Stefanus plaatsgevonden had, overal verspreid waren, gingen het land door tot Fenicië, Cyprus en Antiochië toe, terwijl zij tot niemand het Woord spraken dan alleen tot de Joden. 20 Er waren onder hen echter enkele mannen van Cyprus en uit Cyrene die, toen ze in Antiochië gekomen waren, het woord richtten tot de Grieks sprekenden en de Heere Jezus verkondigden.


In Handelingen 12 lees ik in vers 1 en 2 over de dood van Jakobus en in vers 3 – 19 over de bevrijding van Petrus. In vers 25 lees ik dat Paulus en Barnabas voor de tweede keer naar Jeruzalem waren geweest. Daarover gaat het ook in Galaten 2: 1

Conclusie van Handelingen 9, 10, 11, 12:
  • Paulus komt tot bekering en mag de Naam van Christus brengen naar heidenen, koningen en de Israëlieten
  • De eerste heidenen komen tot geloof. Zij worden ingezet om het volk Israël jaloers te maken en hen zo tot bekering te brengen
  • De apostelen gaan gewoon door met hun prediking aan de Joden en Grieks sprekenden



Handelingen 13, 14, 15, 16

In Handelingen 13, in het jaar 49 na Chr, begint de eerste zendingsreis van Paulus. Paulus en Barnabas komen in Salamis en Pisidië en verkondigen het Woord van God in de synagogen van de Joden aan de mannen broeders.

Hand.13: 5a
 En toen zij in Salamis gekomen waren, verkondigden zij het Woord van God in de synagogen van de Joden;
Hand.13: 14 – 16 14 En zij gingen vanuit Perge het land door en kwamen in Antiochië in Pisidië; en zij gingen op de dag van de sabbat de synagoge binnen en gingen daar zitten. 15 En na het voorlezen van de Wet en van de Profeten lieten de hoofden van de synagoge tegen hen zeggen: Mannenbroeders, als er bij u een woord van bemoediging voor het volk is, spreek dan. 16 Toen stond Paulus op, wenkte met de hand en zei: Israëlitische mannen en u die God vreest, luister:

Paulus houd een redevoering aan de Israëlitische mannen. Als in vers 42 de Joden weggegaan zijn willen de heidenen graag dat Paulus ook bij hen dezelfde woorden spreekt.

Hand. 13: 44 – 48
 44 En op de volgende sabbat kwam bijna heel de stad samen om het Woord van God te horen. 45 Maar toen de Joden de menigten zagen, werden zij met afgunst vervuld en spraken tegen wat er door Paulus gezegd werd; zij spraken niet alleen tegen, maar lasterden ook. 46 Maar Paulus en Barnabas zeiden vrijmoedig: Het was nodig dat het Woord van God eerst tot u gesproken zou worden, maar aangezien u het verwerpt en uzelf het eeuwige leven niet waard oordeelt, zie, wij wenden ons tot de heidenen. 47 Zo immers heeft de Heere ons geboden: Ik heb u tot een licht voor de heidenen gesteld, opdat u tot zaligheid zou zijn tot aan het uiterste van de aarde. 48 Toen nu de heidenen dit hoorden, verblijdden zij zich en prezen het Woord van de Heere, en er geloofden er zovelen als er bestemd waren voor het eeuwige leven.

Er zijn gelovigen die menen dat in Handelingen 2 de Gemeente die het Lichaam is van Christus begint. En er zijn gelovigen die menen dat hier in Handelingen 13 de Gemeente begint. Toch geloof ik dat dit niet waar is. Ik lees tot nu toe hier in Handelingen en in de bijbehorende brieven niets over het Ene Lichaam van Christus, waarvan Hij het Hoofd is. Wel lees ik dat de Joden met afgunst vervuld worden als Paulus en Barnabas het woord ook richten tot de heidenen. En dat is precies wat de bedoeling was, zo heb ik gelezen in Romeinen 10: 19 en 11: 11. Alleen leidt de afgunst niet tot bekering, maar tot meer nijd en verwerping. Paulus en Barnabas vervolgen hun missie op dezelfde wijze als eerder. 

In Handelingen 14: 1 lees ik dat ze gewoon weer in Ikonium de synagoge in gaan. Dat betekent dus dat er nog steeds hoop is voor de Israëlieten. Er komen Joden en Grieken (hellenen) tot geloof.
Paulus geneest in Handelingen 14: 9 in Lystre een kreupele man. Dit kost hem bijna zijn leven. Hij wordt gestenigd door Joden uit Antiochië en Ikonium. 

In Handelingen 15 lees ik dat er mensen uit Judea naar Antiochië kwamen en leerden dat de heidenen besneden moesten worden. Hier waren Paulus en Barnabas het niet mee eens. Paulus bestrijd in Galaten 3 het houden van de wet door de Galaten, maar hij rept met geen woord over de vergadering in Jeruzalem. Dat betekent dat de Galaten brief voor het apostelconvent in Jeruzalem moet zijn geschreven, wat plaats vond in 50 na Chr. In Galaten 2: 1 schrijft Paulus over zijn tweede reis naar Jeruzalem. En pas op zijn derde reis naar Jeruzalem is het apostelconvent. De meningen verschillen over de datum van schrijven van de Galaten briefMaar ik geloof dat de brief in 49 na Chr. is geschreven, zoals op christipedia en in de 3e brochure van de site "LevendWater" wordt aangegeven. Zie ook het schema onderaan deze studie. 

In Jeruzalem, waar Paulus nu voor de derde keer komt, wordt een vergadering belegd en daar wordt besloten dat de heidenen (ethnos) niet besneden hoeven te worden. De Joden daarentegen hielden in geheel Handelingen de wet en werden wel besneden. Wel moeten de heidenen zich onthouden van drie dingen:

Hand.15: 19, 20
 19 Daarom ben ik van oordeel dat men het hun die zich uit de heidenen tot God bekeren, niet lastig moet maken, 20 maar aan hen moet schrijven dat zij zich dienen te onthouden van de dingen die door de afgoden besmet zijn, van ontucht, van het verstikte en van bloed.

Moeten wij ons nog steeds aan dit voorschrift houden? Ik meen van niet. Dit omdat wij niet in de Handelingenperiode leven en er ook niet naar terug hoeven. Zo lees ik in Kolossenzen, een brief geschreven aan de Ene gemeente, het Lichaam van Christus
:

Kol.2:16, 17
 16 Laat dus niemand u veroordelen inzake eten of drinken, of op het punt van een feestdag, een nieuwe maan of de sabbatten.17 Deze zaken zijn een schaduw van de toekomstige dingen, maar het lichaam is van Christus.

Paulus en Barnabas krijgen in Handelingen 15: 37 – 39 onenigheid en Paulus reist verder met Silas en begint aan zijn
 tweede zendingsreis. Deze reis duurt van het jaar 49 tot 53 na Chr. OveHandelingen 16 heb ik geen bijzonderheden te melden.

Conclusie van Handelingen 13 – 16
  • Er komen heidenen (ethnos) tot bekering, maar dat wil nog niet zeggen dat hier het Ene lichaam van Christus waarvan Hij het Hoofd is ontstaat. 
  • Paulus gaat gewoon door met zijn prediking aan de Joden in de synagogen
Handelingen 17, 18, 19, 20
Paulus en Silas komen iHandelingen 17: 1 aan in Thessalonica en gaan volgens hun gewoonte naar de synagoge van de Joden. Paulus is drie sabbatten lang met de Joden in gesprek vanuit de Schriften. In vers 4 lees ik dat er ook godvrezende Grieken (Hellenen) en vooraanstaande vrouwen tot geloof komen.

Ook van Berea in vers 10 en van Athena in vers 17 lees ik dat Paulus naar de synagoge gaat. IHandelingen 18 gebeurt eveneens hetzelfde in Korinthe.

Hand.18: 4 En hij sprak iedere sabbat in de synagoge en probeerde Joden en Grieken te overtuigen.

In Korinthe heeft Paulus in het jaar 52 na Chr. De 
1e en 2e Thessalonicenzen brief geschreven. 
In Handelingen 18: 18 staat dat Paulus een gelofte heeft gedaan. Hij heeft zijn hoofd kaal geschoren. Dit naar aanleiding van de wet op het Nazireeërschap in Numeri 6. Dit deed Paulus om de Joden te laten zien dat hij de wet hield, zo lees ik de Kanttekeningen bij de Statenvertaling: “waaruit blijkt dat deze ene belofte is geweest, niet om God daarmede dienst te doen, maar om uit liefde de zwakke Joden te dienen tot stichting, en om te tonen dat Hij geen verachter van de wet was."

In Handelingen 18: 21 en 22 is Paulus voor de vierde keer in Jeruzalem. Hij wil het loofhutten feest in Jeruzalem vieren. Hij heeft geïnspireerd door dit feest, in 53 na Chr.  de Hebreeën brief geschreven. Bron: “Levend Water” Brochure 3blz. 37 en 51. Hierna begon Paulus aan zijn derde zendingsreis.

In Handelingen 18: 19 en 26 lees ik dat de synagogen weer werden bezocht. Zo ook in: 
Handelingen 19: 8 En hij ging de synagoge binnen en sprak er vrijmoedig; drie maanden lang sprak hij met hen en probeerde hen te overtuigen van de zaken van het Koninkrijk van God.

Als toevoeging in dit vers lees ik dat Paulus spreekt over het Koninkrijk van God. Ja, dat was voortdurend de boodschap die gebracht werd. Het was nog steeds de bedoeling dat het volk Israël tot geloof zou komen zodat het Koninkrijk van God zou kunnen worden opgericht met Christus als Koning. Maar de Joden stonden niet te springen om de boodschap aan te nemen.

Hand. 19: 9 – 12
 9 Maar toen sommigen verhard werden en ongehoorzaam bleven, en tegenover de menigte kwaadspraken van de weg van de Heere, ging hij bij hen weg, en hij zonderde de discipelen af en sprak dagelijks in de school van een zekere Tyrannus. 10 En dit gebeurde twee jaar lang, zodat allen die in Asia woonden, het Woord van de Heere Jezus hoorden, zowel Joden als Grieken. 11 En God deed buitengewone krachten door de handen van Paulus, 12 zo zelfs dat, als de zweetdoeken of de doeken die hij om zijn middel droeg, van zijn lichaam op de zieken gelegd werden, de ziekten van hen weken en de boze geesten uit hen weggingen.

In vers 10 staat dat Paulus twee jaar in Efeze blijft. In die tijd, in 57 na Chr. schrijft hij de
 1e Korinthe brief.

IHandelingen 20 schrijft Paulus, ook in 57 na Chr. de 2e Korinthe brief, en in 58 na Chr. schrijft hij de Romeinen brief.
 Als ik deze 3 brieven lees in de juiste context, dus plaats in Handelingen, dan leveren zij geen problemen op. Helaas wordt dit vaak niet gedaan en de discussies zijn niet van de lucht over onderwerpen zoals: het houden van de wet, hoe zit het met Israël, gaven van de geest, het avondmaal, het oude en het nieuwe verbond en zogenaamde 'opname' waarover het ook in de brieven aan de Thessalonicenzen gaat. En hoe vaak hebben deze onderwerpen al niet tot scheuringen en verdeeldheid geleid.
In Handelingen 20: 6 staat dat Paulus zeven dagen in Troas verblijft en hij spreekt daar op de eerste dag van de week vrij lang, zodat een jonge man uit het raam valt en sterft. Maar Paulus weet dat het leven (psuche) nog in de jongeman is. Zie mijn studie: “De toekomst van de mens deel 2hoofdstuk 3.

Paulus wil in Handelingen 20 : 16 doorreizen naar Jeruzalem, waar hij niet weet wat hem daar te wachten staat, zie vers 22. Hij is in Milete en laat de ouderlingen van Efeze halen. Hij zegt hen de bekende dingen:

Hand.20: 21, 25 – 27 21 en ik heb zowel tegenover Joden als Grieken getuigd van de bekering tot God en het geloof in onze Heere Jezus Christus. 25 En nu, zie, ik weet dat u allen, bij wie ik rondgegaan ben en het Koninkrijk van God gepredikt heb, mijn gezicht niet meer zult zien. 26 Daarom betuig ik u op de huidige dag dat ik rein ben van het bloed van u allen, 27 want ik heb niet nagelaten u heel het raadsbesluit van God te verkondigen.

Conclusie van Handelingen 17 – 20:
  • Paulus predikt nog steeds vanuit de Schriften (de wet van Mozes en de profeten) tegen de Joden en Grieken in de synagogen over het nabij gekomen Koninkrijk van God
  • Paulus houdt zelf ook de wet

Handelingen 21, 22, 23, 24, 25, 26
Paulus krijgt in Handelingen 21: 4 te horen door de geest dat hij niet naar Jeruzalem moest gaan. Dit wordt bevestigd in vers 11. Maar Paulus gaat toch. En uiteindelijk zal blijken dat het goed was dat hij in Jeruzalem was, want van daaruit werd hij naar Rome gebracht. Hij kon voor koningen getuigen en hij zou naar de keizer gaan. Dat was ook wat de geest aan Paulus had gezegd toen hij met zijn bediening begon in Handelingen 9: 15.
Ik vind het wel een beetje moeilijk te begrijpen dat de geest tegenstrijdige berichten geeft. Maar misschien toch ook niet zo vreemd wanneer ik lees in 1Korinthe 14: 32 dat de geesten van de profeten onderworpen zijn aan de profeten.
Paulus verteld in Jeruzalem, waar hij nu voor de vijfde keer is, wat God door hem onder de heidenen gedaan heeft. Maar er waren ook duizenden Joden die zijn gaan geloven en zij hielden allemaal de wet. Paulus moet ook laten zien in Jeruzalem dat hij de wet houdt:

Hand.21: 24, 25
 24 Neem die bij u, reinig u samen met hen en betaal voor hen de kosten van de offers, zodat zij zich het hoofd kunnen laten scheren en allen kunnen weten dat er niets waar is van wat hun over u verteld is, maar dat u zo wandelt dat u ook zelf de wet in acht neemt. 25 Maar wat de heidenen betreft die geloven, hebben wij geschreven en goedgevonden dat zij niets dergelijks in acht hoeven te nemen, behalve dat zij zich moeten wachten voor afgodenoffers, voor bloed, voor het verstikte en voor ontucht.

De tot geloof gekomen heidenen hoeven zich niet aan de wet te houden voor hen geld datgene wat in vers 25 staat.
Paulus wordt in vers 33 gevangen genomen omdat de menigte dacht dat hij Grieken, waaronder de Efeziër Trofimus, in de tempel had gebracht.

Paulus mag in Handelingen 22 getuigen van zijn geloof en ervaringen aan het volk. In Handelingen 23 staat hij voor hun Raad en de hogepriester Ananias. Het loopt helemaal uit de hand en de soldaten van de overste rukken Paulus weg van de menigte en brengen hem in vers 11 naar de kazerne. Daar zegt de Heer tegen hem:

Hand.23: 11
 En de volgende nacht stond de Heere bij hem en zei: Heb goede moed, Paulus, want zoals u in Jeruzalem van Mijn zaak getuigd hebt, zo moet u ook in Rome getuigen.

In
 Handelingen 24 getuigd Paulus voor de hogepriester Ananias en een advocaat in het bijzijn van de stadhouder Felix. Hij zegt de bekende dingen, dat hij gelooft wat er in de wet en de profeten staat:

Hand.24: 14
 Maar dit erken ik voor u: dat ik volgens die Weg die zij sekte noemen, op die manier de God van de vaderen dien, en dat ik alles geloof wat er in de Wet en in de Profeten geschreven staat.

In 
Handelingen 25: 6 staat Paulus voor Festus. Hij mag zijn verhaal ook doen voor koning Agrippa en Bernice in Handelingen 26. Hij zegt in:
Hand.26: 6, 7 6 En nu sta ik hier en word geoordeeld over de hoop op de belofte die door God aan de vaderen gedaan is, 7 die onze twaalf stammen hopen te bereiken door voortdurend, nacht en dag, God te dienen. Om deze hoop, koning Agrippa, word ik door de Joden beschuldigd.

Hand.26: 15 – 18, 22
 15 En ik zei: Wie bent U, Heere? En Hij zei: Ik ben Jezus, Die u vervolgt. 16 Maar richt u op en sta op uw voeten, want hiertoe ben Ik aan u verschenen: om u aan te stellen als dienaar en getuige zowel van de dingen die u gezien hebt als van die waarin Ik nog aan u verschijnen zal; 17 en Ik zal u verlossen van dit volk en van de heidenen, naar wie Ik u nu zend, 18 om hun ogen te openen en hen te bekeren van de duisternis tot het licht en van de macht van de satan tot God, opdat zij vergeving van de zonden ontvangen en een erfdeel onder de geheiligden door het geloof in Mij. 22 maar door de hulp die ik van God gekregen heb, sta ik tot op deze dag als een getuige tegenover klein en groot, en zeg ik niets anders dan wat de Profeten en Mozes gezegd hebben dat er gebeuren zou,


Conclusie van Handelingen 21 – 26
  • Paulus spreekt nog steeds de twaalf stammen aan
  • Hij getuigd van dat wat in de Profeten en Mozes gezegd hebben

Handelingen 27, 28
IHandelingen 27 kan ik lezen over tocht van Paulus, met enkele andere gevangenen, naar Italië. Aanvankelijk had ik niets vermeld over dit hoofdstuk. Maar op 12 april 2015 hadden wij een Bijbelstudie over dit gedeelte en het was voor mij verrassend wat daar uitkwam. Ik wil dat graag met jullie delen door middel van een door mij gemaakt verslag van deze studie.
Eigenlijk is Handelingen 27 een samenvatting van het gehele boek Handelingen. Paulus leed schipbreuk met het gehele schip. Zo zal ook Israël 'schipbreuk' lijden. Israël zal ten ondergaan in de volkerenzee.
Paulus moest in Handelingen 27: 6 overstappen op een schip dat uit Egypte kwam. Het vervoerde graan. Van graan wordt brood gemaakt en het brood is het Woord van God, zo zegt Lukas 4:4. En in Johannes 6: 35 staat dat Christus het brood des levens is.
In vers 8 lees ik dat men aankwam in een plaats die Goede Reede (grondtekst: Goede Havens) heette. Dit is een beeld van het Koninkrijk van God wat aangeboden werd tijdens Handelingen. Maar men wilde daar niet blijven. Het schip vertrok na de vastentijd lees ik in vers 9, dus na de Grote Verzoendag. De winter stond voor de deur en het was niet slim om nu nog met een schip de Middellandse zee op te gaan. Paulus waarschuwde de bemanning maar er werd niet naar hem geluisterd. Zo luisterde Israël ook niet naar de prediking van Paulus. Terwijl aan hen de woorden van God zijn toevertrouwd.

Rom.3: 2 Want in de eerste plaats zijn hun de woorden van God toevertrouwd.

Het Woord van God zal dan ook naar de heidenen, volkeren gaan. Zij zullen horen, zo lees ik in Handelingen 28: 28. Israël raakt stuurloos net zoals het schip in Handelingen 27: 20. Er waren geen zon en sterren meer waarop ze zich konden oriënteren. Dit omdat ze Gods Woord niet hebben aangenomen. Ze werden overgeleverd aan zichzelf.
In vers 21 vermaand Paulus de bemanning. Hadden ze maar naar hem geluisterd. Maar in vers 23 – 25 is te lezen dat God hen niet in de steek laat. Ze zullen behouden worden, maar wel door de benauwdheid heen. Dat lees ik in de volgende verzen. Zo zal ook Israël pas behouden worden nadat ze door de grote verdrukking zijn gegaan! Na vers 31 luistert de bemanning wel naar Paulus die hun aanspoort om te gaan eten. Ze hebben 14 dagen (dat is 2 keer 7 dagen, beeld van 2 keer 1000 jaar?) niet gegeten. Als ze nu gaan eten zullen ze kracht ontvangen wat dient tot hun redding. Na dit eten krijgen ze weer nieuwe moed.
In vers 38 moeten ze het graan overboord gooien. De prediking van Paulus uit de wet en de profeten wordt door het volk Israël niet aangenomen. Het Woord van God zal naar de volkeren gaan. Dit Woord had via Israël naar de volkeren moeten gaan, maar door de ongehoorzaamheid van Israël gaat God de volkeren op een andere manier bereiken.
In vers 40 lees ik dat de ankers van het schip worden losgemaakt, niet doorgesneden. Een anker is het beeld van hoop, Hebreeën 6: 18, 19. In Handelingen 28 is er tijdelijk geen hoop meer voor Israël. Maar de band met Israël wordt niet voorgoed doorgesneden. En zo lees ik in vers 43 en 44 dat God allen die aan boord zijn veilig aan land zal brengen. God wil dat allen behouden worden. En uiteindelijk zal ook Israël behouden worden staat in Romeinen 11: 26 – 32.
Ook wij, gelovigen uit de volkeren, kunnen uit dit gedeelte een les leren. Wij zijn ook op reis. Laten we zorgen dat we niet heen en weer worden geslingerd door allerlei wind van leer. Laten we de wedloop lopen en de goede strijd strijden en onderscheiden waar het op aan komt

In Handelingen 28 lees ik dat Paulus is gestrand op het eiland Malta. Paulus wordt daar tijdens het bijeenrapen van takken gebeten door een adder, maar het deert hem niet, zoals voorzegt is in Markus 16: 18. Dit vers wordt door pinkstergelovigen uitgelegd als een opdracht voor ons als gelovigen. Ik denk dat dit niet klopt zoals ik al heb uitgelegd bij Handelingen 1. Na drie maanden op Malta te zijn gebleven vertrekt Paulus dan naar Rome. En zelfs daar begint Paulus met het bijeenroepen van Joden. En ook aan hen legt hij het Koninkrijk van God uit vanuit de wet van Mozes en de Profeten.

Hand.28: 17, 24
 17 En het gebeurde na drie dagen, dat Paulus hen die de voornaamsten van de Joden waren, bijeenriep. En toen zij bijeengekomen waren, zei hij tegen hen: Mannenbroeders, ik, die niets gedaan heb tegen het volk of de gewoonten van de vaderen, ik ben uit Jeruzalem als gevangene overgeleverd in de handen van de Romeinen. 23 En nadat zij voor hem een dag vastgesteld hadden, kwamen er velen naar de plaats waar hij verbleef. Hij legde het Koninkrijk van God aan hen uit en getuigde ervan, en hij probeerde hen, van 's morgens vroeg tot de avond toe, zowel uit de Wet van Mozes als uit de Profeten, te bewegen tot het geloof in Jezus. 24 En sommigen lieten zich wel overtuigen door wat er gezegd werd, maar anderen geloofden niet.

Maar ze lieten zich niet allemaal overtuigen. Dit had tot gevolg dat Paulus en oordeel uit moest spreken over het volk Israël:

Hand.28: 26 – 28 
26 Ga naar dit volk toe en zeg: Met het gehoor zult u horen, maar beslist niet begrijpen, en ziende zult u zien, maar beslist niet opmerken, 27 want het hart van dit volk is vet geworden en zij hebben met de oren slecht gehoord, en hun ogen hebben zij dichtgedaan, opdat zij niet op enig moment met de ogen zouden zien en met de oren horen en met het hart begrijpen, en zij zich zouden bekeren en Ik hen zou genezen. 28 Laat het u dan bekend zijn dat de zaligheid van God aan de heidenen gezonden is, en die zullen luisteren.

Het is de derde en laatste keer dat deze woorden uitgesproken worden. De eerste keer staan deze woorden in Jesaja 6: 9 – 10 en de tweede keer in Mattheüs 13: 14 – 15. Het oordeel over Israël wordt daadwerkelijk in het jaar 67 na Chr. vervuld als de Tempel in Jeruzalem verwoest wordt. Tot die tijd predikt Paulus nog steeds het koninkrijk van God maar dan niet meer vanuit de Wet van Mozes en de Profeten. Paulus schrijft in 60 á 61 na Chr. de brief aan Efeze. Daarin zegt hij in Efeze 3: 3 – 7 dat hij een openbaring heeft gehad en dat hij een geheimenis bekend mag maken. Zodoende laat hij de gelovigen niet gedesillusioneerd achter. Hij mag door Gods Geest een nieuwe boodschap met nieuwe hoop verkondigen. Tussen de Israëliet en heiden zal geen vijandschap meer zijn, maar zij vormen samen de "nieuwe mens" zo lees ik in Efeze 2: 15.

Conclusie van Handelingen 27, 28:
  • Paulus roept voor de laatste keer de Joden bijeen in Rome en legt het Koninkrijk van God uit vanuit de wet van Mozes en de Profeten
  • De Joden zijn verdeeld en nemen niet unaniem het evangelie aan 
  • Het oordeel volgt en het nabijgekomen Koninkrijk word uitgesteld
Het is in verband met dit onderwerp wel mooi om te lezen wat op de site van "Vrienden van Israël" staat:  

 “Gods klok voor Israël stopt echter niet met tikken bij het kruis van Golgotha in de 63e week,  zoals velen denken, omdat Israël dit uitroeien van de Messias, de Gezalfde, vergeven werd. Zodoende kreeg Israël in de Handelingenperiode een tweede kans om alsnog Messias Jezus, de Vorst, te aanvaarden. Het is pas aan het einde van de Handelingenperiode, dat Gods klok stopt met tikken voor Israël en zij in hun Lo-Ammi status terechtkomen. Totaal zijn er dan 67 zevens (469 jaar) verlopen van de 70 weken van Daniel 9 en zijn er nog 3 weken voor de toekomst over. Voor Israël staat nog 21 jaar (3 zevens) op Gods programma, nadat zij in Hand. 28:28 tijdelijk ter zijde zijn gezet. Hand.28: 28 Het zij u dan bekend, dat dit heil Gods aan de heidenen gezonden is;  die zullen dan ook horen!”

Eind conclusie:
Handelingen gaat over de geschiedenis van het volk Israël en het handelen van God met dit volk. Ze dienen nog steeds de wet.
Tijdens Handelingen heeft Paulus 7 brieven geschreven. Zo nu en dan heb ik daaruit iets geciteerd. Deze brieven beschrijven het onderwijs wat Paulus bracht aan de diverse gemeentes. Daar kunnen we zeker uit leren, maar het is wel belangrijk om deze brieven te lezen met als achtergrond de gebeurtenissen in Handelingen. Er kwamen heidenen tot geloof. Zij werden geënt op het volk Israël. Sommigen menen dat wij nu ook nog steeds geënt zijn op het volk Israël. Maar hoe kan dat als het volk Israël in Handelingen 28 Lo-Ammi is geworden en dat het heil naar de heidenen ging? Natuurlijk, God heeft zijn volk niet voor altijd verstoten. Dat lees ik heel duidelijk in de Romeinen brief.

Rom.11: 1, 25, 26 1 Ik zeg dan: Heeft God Zijn volk verstoten? Volstrekt niet! 25 Want ik wil niet, broeders, dat u geen weet hebt van dit geheimenis (opdat u niet wijs zou zijn in eigen oog), dat er voor een deel verharding over Israël is gekomen, totdat de volheid van de heidenen is binnengegaan. 26 En zo zal heel Israël zalig worden, zoals geschreven staat: De Verlosser zal uit Sion komen en zal de goddeloosheden afwenden van Jakob.

Maar nu Christus nog geen Koning van Israël is en Israël tijdelijk terzijde is geschoven, wat werd bevestigd door de vernietiging van de tempel in 70 na Christus, kunnen wij niet terug naar Handelingen. God zelf zal Zijn volk Israël terug brengen in Handelingen en dan zullen ze wel tot bekering komen en hun taak op zich nemen. Dan zullen alle volken in hen gezegend worden zoals eens is beloofd aan Abraham.

Genesis 12: 3
 En Ik zal zegenen, die u zegenen, en vervloeken, die u vloekt; en in u zullen alle geslachten des aardrijks gezegend worden. SV

Wij zijn niet het geestelijk Israël. Velen beamen dat. Maar weten we zeker dat we niet de zegeningen, die voor Israël zijn en blijven, ons toe-eigenen? Ik denk aan:
  • De explicite doop met kracht van de Heilige Geest!
  • De wonderen en tekenen die God gebruikt om Zijn woorden kracht bij te zetten, zoals ik lees in Hebreeën 2: 4!
  • Het nieuwe verbond!
  • De belofte van het Nieuwe Jeruzalem, de Bruid!
Hieronder heb ik een overzicht gemaakt van de brieven die Paulus heeft geschreven. In dat overzicht geef ik de datums van schrijven weer door vier instanties. Ze verschillen hier en daar wat. Maar de volgorde is wel duidelijk.
De geel gekleurde brieven heeft Paulus geschreven tijdens zijn reizen in Handelingen. De turkoois gekleurde brieven heeft hij in Rome geschreven tijden zijn gevangenschap. Deze laatste 7 brieven zijn gericht aan het Ene Lichaam van Christus waar Hij het Hoofd van is.

Brief Christipedia Levendwater Amen Friese Bijbel
Galaten 49 49 57 57
1 Thess. 51 52 53 52
2 Thess. 51/52 52 53 52
Hebreeën ? 53 53 80
1 Kor. 55 57 57 57
2 Kor 55/57 57 57 57
Romeinen 57 58 58 58
Efeze 60 61 62 61/63
Kolossenzen 60 61 62 61/63
Filemon 60 61 62 61/63
Filippenzen 61 62 62 61/63
1 Timotheüs 64 65 67 63/65
Titus 64 65 67 63/65
2 Timotheüs 66/67 67 68 66/67




Ik ben mij ervan bewust dat deze studie niet volmaakt is. Er blijft nog veel te ontdekken en met die ontdekkingen kunnen inzichten veranderen of groeien. Maar ik heb zelf veel rust gekregen met deze inzichten. Ik wordt nu minder heen en weer geslingerd door 'wind van leer'. Dat wil ik graag delen met jullie.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten