Inleiding

Is het zo belangrijk hoe we de Bijbel lezen? Mijn ervaring is van wel. Ik was bijna gestrand in de tegenstrijdigheden in Gods Woord en de verschillende uitleggingen daarover. Staan er dan in de Bijbel teksten die elkaar tegenspreken? Ik heb ze wel gevonden. Neem bijvoorbeeld 1 Korinthe 7,26,29 en vergelijk dat met 1 Timotheüs 5:14. Ik weet wel dat je de teksten in het verband moet lezen, maar dan nog kwam ik er niet uit. In mijn studie "tegenstrijdigheden in de Bijbel" kun je lezen waar ik zoal tegenaan ben gelopen en hoe ik deze vermeende tegenstrijdigheden mag lezen.

In de verzen 1 Korinthe 1:10 en Filippenzen 2:2 spreekt de Bijbel over eensgezindheid. Als ik om mij heen kijk heb ik het idee dat we alles behalve eensgezind zijn. Over het werk van Christus denken we veelal wel hetzelfde, maar er zijn verder veel verschillen en dus ook veel groepen.

In de VISIE van januari 2014 wordt in “slijpsteen” gevraagd of werken aan kerkelijke eenheid verspilde energie is. 61 % vindt van niet, 39 % vindt van wel.

Ik denk dat veel van de verschillen te maken hebben met hoe we de Bijbel lezen.

Wat ik veel hoor en lees is dat wij tegenwoordig leven in en mogen bouwen aan het Koninkrijk van God. De Here Jezus wordt aanbeden als onze Koning. Maar is Christus op dit moment Koning? Hierover kun je lezen in mijn studie "De toekomst van de mens" deel 1 "Het Koninkrijk"

Maar om de bedoeling van het Koninkrijk goed te begrijpen raad ik je aan ook de andere delen van de studie te lezen. Daar vind je dan ook een een uitleg over "de hel", waar ik me aan gewaagd heb. Eén en ander hebben, naar mijn idee, met elkaar te maken.

"De hel" is een onderwerp waar we mee in onze maag zitten. Ongeveer 10 jaar geleden werd daar in diverse tijdschriften aandacht aan besteed. In het blad CV-Koers schreef een bekende Nederlander dat hij zou willen dat er een ander verhaal was dan "de hel". Bovendien werd het "ons nare geheimpje" genoemd.

Waar ik natuurlijk benieuwd naar ben is wat je van de studies vindt.

Studie: "Engelen".

Engelen.

17 februari publiceerde Dirk van Genderen  een artikel over engelen. Door dit artikel werd ik uitgedaagd om onderzoek te doen naar de functie en bediening van engelen. In het artikel wordt uitgelegd wat er in Gods Woord geschreven staat over engelen en hoe engelen in persoonlijke levens kunnen handelen. Bovendien voegt Dirk een aantal waarschuwingen toe. In de reacties viel het me op hoeveel engelenervaringen er waren en welke waarde mensen eraan hechten. Dat toetsing in de praktijk lastig is, wordt duidelijk door een reactie van een bezoeker van de site: “En ja, het is niet te controleren. Kunnen wij de Heer controleren op Zijn ingrijpen? Het is te bijzonder”. 

Ik ben het niet eens met deze reactie, want dat zou betekenen dat de ervaring van mensen de overhand heeft. Maar hoe kan ik weten of ik met een engel Gods of een engel van satan te maken heb? Kwam de duivel niet met een Bijbeltekst in Mattheus 4: 6 bij de Here Jezus? Gelukkig kende de Here Jezus het Woord van Zijn Vader heel goed en Hij liet zich niet verleiden en misleiden. Christus antwoordde met een andere tekst. Dit is wat ik ook mag doen, maar daarvoor moet ik wel weten wat Gods Woord over engelen zegt.

In de Bijbel vind ik veel over engelen. Op de site “Cristipedia lees ik er een goede uitleg over. Zo ook op de site "Honderd Bijbelstudies", "Herschepping" en “Christian answersOp deze laatste site lees ik: “Als de mensen in de Bijbel een engel zagen, was hun typische reactie om bevreesd op hun knieën te vallen en hun gezicht te bedekken, doodsbang”.
Dat is een heel ander geluid als wat ik op de site van Dirk van Genderen lees. En niet alleen daar maar ook op de site “Ontdek God”. 

Dus wordt het tijd de hoogste tijd voor een eigen onderzoek en studie.
Ik werk vanuit de Herziene Staten Vertaling en maak gebruik van mijn online Bijbel van de Staten Vertaling. Ook raadpleeg ik regelmatig de grondtekst

De studie zal gaan over:
Engelen in het Oude testament.
Engelen in de vier evangeliën.
Engelen in Handelingen.
Engelen in de eerste zes brieven van Paulus.
Engelen in Hebreeën.
Engelen in Openbaring.
Engelen in de latere brieven van Paulus.
Overheden en machten.
Duivel en satan. 
Morgensterren.
Cherubs.
Samenvatting.

Engelen in het Oude testament.

Engel is in het Hebreeuws 'mal’ak'. Het betekent: Engel, boodschapper, ambassadeur.
In het Oude Testament worden engelen 106 keer genoemd en dit is voor het merendeel in verbinding met de Israëlieten. Het gaat te ver om alle teksten hier te noemen en te behandelen. Ik noem er een paar. 
In Genesis en Exodus hadden Hagar, Abraham en Mozes te maken met een engel. In Numeri 20: 16 zond God de Israëlieten een engel toen zij uit Egypte trokken. In Numeri 22: 23 - 27 zag de ezel van Bileam een engel. In Richteren 6: 12 ziet Gideon en engel.

Richteren 2:1 – 5 4 En toen de Engel van de HEERE deze woorden tot alle Israëlieten gesproken had, gebeurde het dat het volk luid begon te huilen.
2 Koningen 1: 3 Maar de Engel des HEEREN sprak tot Elia,
1 Kronieken 21: 16 Toen David zijn ogen opsloeg, zag hij de engel van de HEERE
Jes.37: 36 Toen trok de engel van de HEERE ten strijde en sloeg in het legerkamp van Assyrië honderdvijfentachtigduizend man neer. Toen men de volgende morgen vroeg opstond, zie, het waren allemaal dode lichamen.
Jesaja 63: 9 In al hun benauwdheid was Hij benauwd; de Engel van Zijn aangezicht heeft hen verlost. Door Zijn liefde en door Zijn genade heeft Híj hen bevrijd; Hij hief hen op en droeg hen al de dagen van weleer.
Daniël 6: 23 Mijn God heeft Zijn engel gezonden en Hij heeft de muil van de leeuwen toegesloten

Zacharia1: 14 De Engel Die met mij sprak, zei tegen mij: Predik: Zo zegt de HEERE van de legermachten: Met grote na-ijver zet Ik Mij in voor Jeruzalem en voor Sion.
In het boek Zacharia komt de engel 18 keer voor. Deze spreekt onder anderen met Zacharia over de toekomst van het volk Israël.
De personen die in het Oude Testament genoemd worden hadden allemaal een bepaalde bediening. Hagar zou uitgroeien tot een groot volk lees ik in Genesis 16: 10.

Dirk van Genderen haalt Psalm 91: 11 en 12 aan en zegt daarvan dat het “de taak van engelen is om ons te beschermen en voor ons te zorgen, zolang de Heere ons hier in dit leven laat.”
Als ik de teksten lees in het kader van het Oude Testament en van de hele psalm dan zie ik dat het hier gaat om Israëlieten in de benauwdheid; vers 15 en let ook op vers 8. Uiteindelijk zal God degene die in de Schuilplaats van de Allerhoogste is gezeten; vers 1, Zijn heil doen zien; vers 16.

Als ik de teksten toe pas op de bedeling waarin ik leef dan klopt de inhoud niet met de werkelijkheid, ook al kan deze psalm veel troost en hoop bieden. Want het is niet zo dat goddelozen in deze bedeling verdelgd worden. Dat zal in de toekomst wel gebeuren. Bovendien, hoeveel gelovigen worden er niet vervolgd, gemarteld en vermoord. En zeker zal God al deze gelovigen ook Zijn heil laten zien. Maar in deze psalm staat de ze bewaard worden op al hun wegen en hun voeten niet zullen stoten. Dat dit geen realiteit is lees ik regelmatig op de site van “Open Doors”. 
Ps.91: 11, 12 11 Want Hij zal voor u Zijn engelen bevel geven dat zij u bewaren op al uw wegen. 12 Zij zullen u op de handen dragen, zodat u uw voet aan geen steen stoot.

Conclusie:
Engelen werden door God gebruikt ten behoeve van het volk Israël. Zij streden soms voor het volk zoals in Jesaja 37: 36 en dat zullen ze in de toekomst, tijdens de grote verdrukking weer doen, wanneer het volk Israël zich zal bekeren.

Engelen in de vier evangeliën.

Engel is in het Grieks 'aggelos'. Het betekent: Engel, boodschapper.
In de Evangeliën worden engelen 75 keer genoemd. 
In Mattheus 4: 10 en 11 zie ik een combinatie van een gevallen engel, satan en 'goede' engelen. Het is natuurlijk ook goed om stil te staan bij de duivel, wat ik verderop zal doen.

Matt.4: 10, 11 10 Toen zei Jezus tegen hem: Ga weg, satan, want er staat geschreven: De Heere, uw God, zult u aanbidden en Hem alleen dienen. 11 Toen liet de duivel Hem gaan; en zie, engelen kwamen en dienden Hem.
Matt.18: 10 Pas op dat u niet een van deze kleinen veracht. Want Ik zeg u dat hun engelen in de hemelen altijd het aangezicht zien van Mijn Vader, Die in de hemelen is.

Op grond van Mattheus 18: 10 gelooft men dat ieder kind zijn beschermengel heeft. In dit vers gaat het speciaal over kinderen, of kleingelovigen zoals Dirk van Genderen uitlegt, van het volk Israël. Ik geloof zeker dat alle kinderen in de hemel een engel hebben die het aangezicht van God de Vader ziet, maar dat is hier op aarde in deze bedeling niet zichtbaar. Wat ik zie is dat lang niet alle kinderen beschermd worden, ook niet van gelovigen. Kinderen lijden soms enorm.

Lukas 16: 22 wordt nog aangehaald door Dirk van Genderen. Maar aangezien deze gelijkenis een parabole is, wat een denkbeeldig gefingeerd verhaal betekent, hoef ik deze tekst niet mee te laten gelden in mijn studie over engelen. 
Luk.16: 22 Het gebeurde nu dat de bedelaar stierf en door de engelen in de schoot van Abraham gedragen werd.

Conclusie:
Engelen hebben in de evangeliën te maken met de Here Jezus en het volk Israël.

Engelen in Handelingen.

In het boek Handelingen worden engelen 19 keer genoemd. In vier teksten gaat het over een engel in verband met Cornelius en Petrus, namelijk in Handeling 10: 3,7 en 22 en in 11: 13. Er verschijnt een engel aan Cornelius en men legt deze gebeurtenis vaak uit als bewijs dat God in Handelingen op gelijke wijze handelt met Israëlieten als met de heidenen. Datzelfde lees ik in het artikel van Dirk van Genderen. Die uitleg gaat hier niet op. In de grondtekst  staat in Handelingen 10: 28 voor 'iemand van een ander volk': 'iemand van een andere stam'. Cornelius is iemand van een andere stam, namelijk iemand van de tien stammen. Joden komen uit de twee stammen, namelijk Juda en Benjamin 
Hand.10: 28 En hij zei tegen hen: U weet dat het een Joodse man niet toegestaan is om met iemand van een ander volk om te gaan of bij hem binnen te gaan; maar God heeft mij laten zien dat ik geen mens onheilig of onrein mag noemen.

Conclusie:
Deze verklaring komt geheel overeen met de inhoud van het boek Handelingen, waar de apostelen met de prediking nog steeds gericht zijn op de Israëlieten.

Engelen in de eerste zes brieven van Paulus.

In de zes brieven die Paulus tijdens Handeling heeft geschreven komen engelen 11 keer voor. Ik noem de teksten hieronder.
2 Kor.11: 14 En geen wonder, want de satan zelf doet zich voor als een engel van het licht.
2 Kor.12: 7 En opdat ik mij door het alles overtreffende karakter van de openbaringen niet zou verheffen, is mij een doorn in het vlees gegeven, een engel van de satan, om mij met vuisten te slaan, opdat ik mij niet zou verheffen.
Gal.1: 8 Maar zelfs als wij, of een engel uit de hemel, u een evangelie zouden verkondigen, anders dan wat wij u verkondigd hebben, die zij vervloekt.
Gal.4: 14 En toch hebt u mijn beproeving, die in mijn lichaam plaatsvond, niet veracht of verafschuwd, maar ontving u mij als een engel van God, ja, als Christus Jezus.
Rom.8: 38 Want ik ben ervan overtuigd dat noch dood, noch leven, noch engelen, noch overheden, noch krachten, noch tegenwoordige, noch toekomstige dingen,
1 Kor.4: 9 Want ik denk dat God ons, de laatste apostelen, heeft tentoongesteld als mensen die ter dood veroordeeld zijn. Wij zijn immers een schouwspel geworden voor de wereld en voor engelen en voor mensen.
1 Kor.6: 3 Weet u niet dat wij engelen zullen oordelen? Hoeveel te meer dan alledaagse dingen?
1 Kor.11: 10 Daarom moet de vrouw een teken van gezag op het hoofd hebben, omwille van de engelen.
1 Kor.13: 1 Al zou ik de talen van de mensen en van de engelen spreken, maar ik had de liefde niet, dan zou ik klinkend koper of een schallende cimbaal zijn geworden.
Gal.3: 19 Waartoe dient dan de wet? Zij is eraan toegevoegd omwille van de overtredingen, totdat het Nageslacht zou gekomen zijn aan Wie het beloofd was; en zij is door engelen in de hand van de middelaar beschikt.
2 Thess.1: 7 en aan u die verdrukt wordt, samen met ons verlichting te geven bij de openbaring van de Heere Jezus vanuit de hemel met de engelen van Zijn kracht,

In 2 Korinthe 11: 14 lees ik dat satan zich voor kan doen als een engel van het licht. Hier kom later in deze studie op terug. In 2 Korinthe 12: 7 wordt Paulus door een engel geslagen. In Galaten 1: 8 lees ik dat engelen met een andere boodschap kunnen komen dan Paulus bracht. Paulus vervloekt zo'n engel. In Galaten 4: 14 wordt Paulus als een engel ontvangen, maar hij is dat niet. In de toekomst openbaart Christus Zich met de engelen lees ik in 1 Thessalonicenzen 1: 7

Conclusie:
Tot nu toe bevestigd zelfs het boek Handelingen dat engelen speciaal te maken hebben met het volk Israël. Dat geld ook voor de brieven die geschreven zijn tijdens Handelingen. Als ik de teksten lees vind ik nergens aanwijzingen die er op lijken dat engelen de dingen doen die tegenwoordig worden beschreven in de getuigenissen over engelen.

Engelen in Hebreeën.

Hebreeën is een bijzondere brief. Het is geschreven aan de heilige broeders die deelgenoten zijn van de hemelse roeping.
Hebr.3: 1 Daarom, heilige broeders, deelgenoten aan de hemelse roeping, let op de Apostel en Hogepriester van onze belijdenis: Christus Jezus.
'Heilige broeders' komt alleen in deze tekst voor. Zij hebben deel aan een hemelse roeping. Daar wordt de aanwezigheid in het hemelse Jeruzalem mee bedoeld, met allen die daar ook aanwezig zijn, lees ik in: Hebreeën 12: 22, 23, 24a 22 Maar u bent genaderd tot de berg Sion en tot de stad van de levende God, tot het hemelse Jeruzalem en tot tienduizendtallen van engelen, 23 tot een feestelijke vergadering en de gemeente van de eerstgeborenen, die in de hemelen opgeschreven zijn, en tot God, de Rechter over allen, en tot de geesten van de rechtvaardigen, die tot volmaaktheid zijn gekomen, 24a en tot de Middelaar van het nieuwe verbond, Jezus,

Deze hemelse roeping is een andere roeping dan waar de Gemeente, het Lichaam van Christus deel aan heeft.  Het gaat te ver om daar nu op in te gaan.

De naam 'Hebreeën' komt in de gehele brief niet voor. Toch heeft men ooit gemeend dat de brief aan de Hebreeërs is geschreven. Daar is een goede reden voor want ik lees in: Hebr.1: 1 Nadat God voorheen vele malen en op vele wijzen tot de vaderen gesproken had door de profeten, heeft Hij in deze laatste dagen tot ons gesproken door de Zoon,

'Ons', dat zijn de heilige broeders. Wie hun vaderen zijn lees ik in:
Ex.4: 5 opdat zij geloven dat de HEERE aan u verschenen is, de God van hun vaderen, de God van Abraham, de God van Izak en de God van Jakob.
Het gaat dus in de brief om opvolgers van de vaderen en dat zijn zonder meer de Israëlieten, Hebreeërs dus. Mijn online Staten Vertaling geeft aan dat een Hebreeër iemand is met een Joodse of Israëlische nationaliteit.

In Hebreeën worden engelen 12 keer genoemd. Ik vind de teksten in:
Hebr.1: 4 – 7 en 13 4 Hij is zoveel meer geworden dan de engelen als de Naam die Hij als erfdeel ontvangen heeft, voortreffelijker is dan die van hen. 5 Want tegen wie van de engelen heeft God ooit gezegd: U bent Mijn Zoon, heden heb Ik U verwekt? En verder: Ik zal voor Hem tot een Vader zijn, en Hij zal voor Mij tot een Zoon zijn? 6 En wanneer Hij vervolgens de Eerstgeborene in de wereld brengt, zegt Hij: En laten alle engelen van God Hem aanbidden. 7 En van de engelen zegt Hij weliswaar: Die Zijn engelen maakt tot geesten en Zijn dienaren tot een vuurvlam, 13 En tegen wie van de engelen heeft Hij ooit gezegd: Zit aan Mijn rechterhand, totdat Ik Uw vijanden neergelegd heb als een voetbank voor Uw voeten?
Hebr.2: 2, 5, 7, 9, 16 2 Want als het woord dat door engelen gesproken werd, al bindend was en elke overtreding en ongehoorzaamheid rechtvaardige vergelding ontving, 5 Want Hij heeft de komende wereld, waarover wij spreken, niet onderworpen aan de engelen, 7 U hebt hem voor korte tijd minder gemaakt dan de engelen; met heerlijkheid en eer hebt U hem gekroond. U hebt hem gesteld over de werken van Uw handen; 9 maar wij zien Jezus met heerlijkheid en eer gekroond, Die voor korte tijd minder dan de engelen geworden was, vanwege het lijden van de dood, opdat Hij door de genade van God voor allen de dood zou proeven. 16 Want werkelijk, Hij neemt de engelen niet aan, maar Hij neemt het nageslacht van Abraham aan.
Hebr.12: 22 Maar u bent genaderd tot de berg Sion en tot de stad van de levende God, tot het hemelse Jeruzalem en tot tienduizendtallen van engelen,
Hebr.13: 2 Vergeet de gastvrijheid niet, want hierdoor hebben sommigen zonder het te weten engelen onderdak geboden.

Het is met name deze laatste tekst die regelmatig genoemd wordt bij degene die ervaringen hebben met engelen. Toch wordt de tekst sowieso niet goed gebruikt, want er staat dat die sommigen niet geweten hebben dat zij engelen onderdak hebben geboden. Dan kan het nooit als een engel ervaring gezien worden.

In de verzen in de Hebreeën brief gaat het zonder twijfel over Christus de Zoon van God. De Engelen staan onder Christus en eren Hem. In Hebreeën 12: 22 zijn de heilige broeders genaderd tot, onder anderen, engelen. 
In Hebreeën 3: 1 wordt Christus Jezus de Apostel en Hogepriester genoemd. De Israëlieten zijn bekend met een Hogepriester, zowel in het Oude Testament als in het Nieuwe Testament.

Ook in de 1e brief van Petrus wordt 2 keer geschreven over engelen, namelijk in 1 Petrus 1: 12 en 3: 22. Deze teksten geven geen ander licht op de zaak. 

Conclusie:
De inhoud van de Hebreeën brief is gericht aan de Israëlieten, de Hebreeërs. Het is onmogelijk om deze inhoud toe te passen op de Gemeente, het Lichaam van Christus. Bovendien geven de teksten, waarin engelen voorkomen, wederom geen aanleiding voor de engelenervaringen van deze tijd. 

Engelen in Openbaring.

In Openbaring worden engelen 67 keer genoemd.
In Openbaring 1: 1 is er een engel die aan Johannes de openbaring van Christus mag doorgeven. In Openbaring 1: 20 worden engelen de zeven sterren van de zeven gemeenten genoemd. De engel komt terug aan het begin van elke gemeente. Engelen doen diverse dingen in Openbaring:

Openb.8: 2 En ik zag de zeven engelen die vóór God stonden en aan hen werden zeven bazuinen gegeven.
Openb.9: 15 En de vier engelen werden losgemaakt. Zij waren in gereedheid gehouden tegen het uur en de dag en de maand en het jaar dat zij het derde deel van de mensen zouden doden.
Openb.12: 7 Toen brak er oorlog uit in de hemel: Michaël en zijn engelen voerden oorlog tegen de draak, ook de draak en zijn engelen voerden oorlog.
Openb.15: 6, 7 6 En de zeven engelen, die de zeven plagen hadden, kwamen uit de tempel, gekleed in smetteloos en blinkend linnen, en omgord om de borst met gouden gordels. 7 En een van de vier dieren gaf de zeven engelen zeven gouden schalen, gevuld met de toorn van God, Die leeft tot in alle eeuwigheid.
Openb.21: 12 Zij had een grote en hoge muur met twaalf poorten, en bij die poorten twaalf engelen. Ook waren er namen op geschreven, namelijk van de twaalf stammen van de Israëlieten.

Conclusie:
Openbaring gaat over de toekomst van Israël, wat wel heel duidelijk wordt in Openbaring 21: 12. Dit geeft dus al aan dat de huidige engelenervaringen niet getoetst kunnen worden door teksten uit dit boek.

Engelen in de latere brieven van Paulus.

Engelen komen dus tot nu toe voornamelijk voor in verband met het volk Israël. En nauwelijks in verband met de Gemeente van Christus waarvan Hij het Hoofd is. Dit is een belangrijk uitgangspunt. Want als engelen door God gegeven zijn als dienaren aan het volk Israël hoe kan het dan dat zoveel tegenwoordige gelovigen uit de andere volkeren menen engelenervaringen te hebben?
Ik weet dat velen niet het onderscheid maken tussen de de bedeling van het Lichaam van Christus, bestaande uit gelovigen uit alle volken, inclusief Israël, en de bedeling van de gemeenten bestaande uit Joden en Grieken. Paulus heeft, tijdens Handelingen, zijn eerste zes brieven geschreven aan die gemeenten. In die tijd was het Koninkrijk van God nabij. 

De latere zeven brieven die Paulus heeft geschreven gaan over het Lichaam van Christus. Het zijn de brieven aan: Efeze, Filippenzen, Kolossenzen, 1 en 2 Timoteüs, Titus en Filemon. In deze latere brieven wordt 3 keer over engelen geschreven:
Kol.2: 18 Laat u niet de prijs ontzeggen door iemand die behagen schept in nederigheid en engelenverering, intreedt in wat hij niet gezien heeft, zonder reden gewichtig doet door zijn vleselijke denken,
1 Tim.3: 16 En buiten alle twijfel, groot is het geheimenis van de godsvrucht: God is geopenbaard in het vlees, is gerechtvaardigd in de Geest, is verschenen aan de engelen, is gepredikt onder de heidenen, is geloofd in de wereld, is opgenomen in heerlijkheid.
1 Tim.5: 21 Ik bezweer u, ten overstaan van God en de Heere Jezus Christus en de uitverkoren engelen, dat u deze dingen in acht neemt zonder vooroordeel en zonder iets uit partijdigheid te doen.

Conclusie:
Ik lees in deze teksten niets wat de persoonlijke belevingen van gelovigen rechtvaardigt. Sterker nog, in Kolossenzen 2: 18 proef ik een waarschuwing i.v.m. engelenverering. Het is God die in deze bedeling het contact met engelen heeft.

Overheden en machten.

Verder wordt in de Efeze en Kolossenzen brief geschreven over 'overheden en machten' waar God in de eerste plaats Zijn veelvuldige wijsheid aan bekend maakt. Dit doet God door de Gemeente, het Lichaam van Christus.
Ef.3: 10 opdat nu door de gemeente aan de overheden en de machten in de hemelse gewesten de veelvuldige wijsheid van God bekendgemaakt zou worden,
Ef.6: 12 Want wij hebben de strijd niet tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van de duisternis van dit tijdperk, tegen de geestelijke machten van het kwaad in de hemelse gewesten.
Kol.2: 15 Hij heeft de overheden en de machten ontwapend, die openlijk te schande gemaakt en daardoor over hen getriomfeerd.

Deze overheden en machten zijn in de laatste 2 verzen geen positieve machten. Ik wordt er voor gewaarschuwd en heb de geestelijke wapenrusting nodig.

Duivel en satan.

In Efeze 4: 27 en in Efeze 6: 11 lees ik: Ef.4: 27 En geeft den duivel geen plaats. Ef.6: 11 Bekleed u met de hele wapenrusting van God, opdat u stand kunt houden tegen de listige verleidingen van de duivel. 

In 2 Korinthe 11: 14 heb ik al gelezen dat satan zich voordoet als een engel van het licht. Satan is dezelfde als de slang in Genesis 3: 1 – 4 en in:
Openb.20: 2 En hij greep de draak, de oude slang, dat is de duivel en de satan, en bond hem voor duizend jaar,

Ik word juist in de Efeze brief, de brief voor het Lichaam van Christus, gewaarschuwd voor de listen van de duivel die zich al vanaf Genesis voordoet als een engel van het licht. Dat houdt in dat het goed lijkt wat hij doet. En zoals ik gezien heb bij de verzoeking aan de Here Jezus in de woestijn, in Mattheus 4: 10 en 11, komt hij ook nog met het Woord van God wat hij ietsjes aanpast zoals in Genesis. Daarom heb ik de wapenrusting hard nodig.
De naam 'duivel' komt in het Oude Testament alleen in voor in Jesaja 34: 14. De naam 'satan' komt 11 keer voor in het boek Job en 5 keer in andere boeken.

Morgenster.

Morgenster komt 5 keer voor in Gods Woord. 4 Keer positief en 1 keer negatief. De positieve teksten vind ik in 2 Petrus 1: 19, Openbaring 2: 28 en 22: 16. In deze laatste tekst is het een naam voor Christus. In Job 38: 7 worden engelen morgensterren genoemd die juichten bij de schepping van de aarde.
Job 38: 7 Toen de morgensterren samen vrolijk zongen, en al de kinderen van God juichten?

De negatieve tekst vind ik in Jesaja 14: 12. Uit de verzen daar omheen kan ik de conclusie trekken dat het over de duivel gaat die een gevallen engel is geworden. Hij openbaart zich daarna regelmatig als een engel van het licht.
Jes.14: 12 Hoe bent u uit de hemel gevallen, morgenster, zoon van de dageraad! U ligt geveld op de aarde, overwinnaar over de heidenvolken!

Cherubs.

Cherubs komen 48 keer voor in het Oude Testament en 1 keer in de Hebreeën brief waar de cherub in verband met de ark van het Verbond voorkomt. Dit is geheel in overeenkomst met de inhoud van de Hebreeën brief.
Hebreeën 9: 5 En boven op deze ark waren de cherubs van Gods heerlijkheid, die het verzoendeksel overschaduwden. Over deze dingen zullen wij nu niet stuk voor stuk spreken.

De meeste cherubs hebben te maken met:
De ark in Exodus 25: 16 – 19. 
Het altaar in 1 Koningen 6: 22 en 25. 
De versieringen de Tempel in 1 Koningen 6: 3. 
Met God in 2 Samuël 22: 11 en in Psalm 18: 11.

Er is één cherub die er uitspringt. Dat vind ik in:
Ez.28: 13a, 14 – 17 13a u was in Eden, de hof van God. 14 U was een cherub die zijn vleugels beschermend uitspreidt. Daarvoor heb Ik u aangesteld. U was op Gods heilige berg, u wandelde te midden van vurige stenen. 15 Volmaakt was u in uw wegen, vanaf de dag dat u geschapen werd, totdat er ongerechtigheid in u gevonden werd. 16 Door de overvloed van uw handel vulde men uw midden met geweld, en ging u zondigen. Daarom verbande Ik u van de berg van God, en deed Ik u verdwijnen, beschermende cherub, uit het midden van de vurige stenen. 17 Vanwege uw schoonheid werd uw hart hoogmoedig, u richtte uw wijsheid te gronde vanwege uw luister. Ik wierp u ter aarde,

Het laatste vers van Ezechiël komt overeen met Jesaja 14: 12. De cherub, de gevallen morgenster, wordt op de aarde geworpen. Hij gaat nu nog rond als een engel van het licht en soms als een briesende leeuw. In de toekomst zal dit zeker als een briesende leeuw zijn; 1 Petrus 5: 8. Daarna zal hij geveld worden. Tijdens het 1000 jarig rijk is hij gebonden lees ik in Openbaring 20: 1 – 3. In Openbaring 20: 10 wordt hij in de poel van vuur geworpen waarna hij verteerd wordt  in Ezechiël 28: 18.

Samenvatting.

In mijn studie ben ik tot de conclusie gekomen dat engelen verbonden zijn met het volk van God, de Israëlieten. Toch hebben hedendaagse gelovigen uit de volkeren (heidenen) blijkbaar wel ervaringen met engelen en wonderen. Het is dus de grote vraag welke engel dit geeft. In het artikel van Dirk van Genderen wordt wel gewaarschuwd voor de invloed van verkeerde engelen. Maar mensen met engelenervaringen lijken dit niet te onderzoeken. En dat is ook erg lastig als er vanuit wordt gegaan dat wat iemand ervaart altijd goed is. 

Maar nu ik weet dat engelen verbonden zijn met het volk Israël hoef ik geen waarde te hechten aan engelenervaringen. Dat het 'wonder' bij de ene mens wel werkt en bij de ander niet ligt, naar mijn idee, aan het waarde oordeel dat mensen zelf aan hun beleving geven. Ik zou zeggen dat iemand 'geluk' heeft gehad en danken mag voor de bewaring tijdens een ongeluk. En als dit niet is gebeurd dan mag iemand weten dat God bij hem is. 

Ik vind het merkwaardig om te lezen op de site van Dirk van Genderen hoeveel mensen er een beleving met een engel hebben gehad of menen te hebben gehad. Nog merkwaardiger vind ik het dat de vele tekenen, waaronder de bediening van engelen die bestemd zijn voor het volk Israël, door Israël liefhebbende gelovigen zonder meer toegeëigend worden aan het Lichaam van Christus welke grotendeels bestaat uit heidenen. Men laat niets over voor het volk Israël. Ik denk ook aan het Nieuwe Verbond, de vervulling met Heilige geest, en de Bruidsbelofte

Bronnen voor deze studie zijn, behalve de al reeds genoemde sites, ook nog twee artikelen op de site “Amen” namelijk een artikel over de bediening van engelenEn een artikel over de hemelse machten.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten