Inleiding

Is het zo belangrijk hoe we de Bijbel lezen? Mijn ervaring is van wel. Ik was bijna gestrand in de tegenstrijdigheden in Gods Woord en de verschillende uitleggingen daarover. Staan er dan in de Bijbel teksten die elkaar tegenspreken? Ik heb ze wel gevonden. Neem bijvoorbeeld 1 Korinthe 7,26,29 en vergelijk dat met 1 Timotheüs 5:14. Ik weet wel dat je de teksten in het verband moet lezen, maar dan nog kwam ik er niet uit. In mijn studie "tegenstrijdigheden in de Bijbel" kun je lezen waar ik zoal tegenaan ben gelopen en hoe ik deze vermeende tegenstrijdigheden mag lezen.

In de verzen 1 Korinthe 1:10 en Filippenzen 2:2 spreekt de Bijbel over eensgezindheid. Als ik om mij heen kijk heb ik het idee dat we alles behalve eensgezind zijn. Over het werk van Christus denken we veelal wel hetzelfde, maar er zijn verder veel verschillen en dus ook veel groepen.

In de VISIE van januari 2014 wordt in “slijpsteen” gevraagd of werken aan kerkelijke eenheid verspilde energie is. 61 % vindt van niet, 39 % vindt van wel.

Ik denk dat veel van de verschillen te maken hebben met hoe we de Bijbel lezen.

Wat ik veel hoor en lees is dat wij tegenwoordig leven in en mogen bouwen aan het Koninkrijk van God. De Here Jezus wordt aanbeden als onze Koning. Maar is Christus op dit moment Koning? Hierover kun je lezen in mijn studie "De toekomst van de mens" deel 1 "Het Koninkrijk"

Maar om de bedoeling van het Koninkrijk goed te begrijpen raad ik je aan ook de andere delen van de studie te lezen. Daar vind je dan ook een een uitleg over "de hel", waar ik me aan gewaagd heb. Eén en ander hebben, naar mijn idee, met elkaar te maken.

"De hel" is een onderwerp waar we mee in onze maag zitten. Ongeveer 10 jaar geleden werd daar in diverse tijdschriften aandacht aan besteed. In het blad CV-Koers schreef een bekende Nederlander dat hij zou willen dat er een ander verhaal was dan "de hel". Bovendien werd het "ons nare geheimpje" genoemd.

Waar ik natuurlijk benieuwd naar ben is wat je van de studies vindt.

Studie: "Efeze 3"

Bedeling van de genade: Efeze 3. 

Efeze 3 is het vervolg op de studies over Efeze 1 en 2. Ik doe regelmatig aanhalingen uit deze hoofdstukken. Daarom geef ik hier de linken naar deze twee studies en ook naar Efeze 4 en 5 die ondertussen af zijn.

Efeze 1  
Efeze 2   
Efeze 4
Efeze 5 
Efeze 6

Hoe wil God dat ik leef in deze tijd.

Efeze 1: 1 – 21.

1 Om deze reden ben ik, Paulus, de gevangene van Christus Jezus, voor u, die heidenen bent,
Behalve dat Paulus werkelijk een gevangene was, was hij ook een gevangene van Christus. Voor u, de heidenen. Hiermee bedoelt Paulus alle gelovigen uit alle volkeren, zoals ik in de inleiding van Efeze 1 heb uitgelegd. Zie ook Efeze 1: 13 en 2: 11 – 14.

Paulus is tegelijkertijd een gevangene om hetgeen hij heeft geschreven in de voorgaande hoofdstukken. Hij schreef daar over het afbreken van de tussenmuur, die bestond uit 'de wet', geboden en bepalingen; 2: 14, 15. Hij schreef over de nieuwe mens in 2: 15 en dat God beide, Israëlieten en heidenen uit de volkeren in een Lichaam met God zou weder verzoenen; 2: 16. Dat was een revolutionaire boodschap omdat voordat Paulus de Efeze brief en de andere latere brieven schreef er altijd onderscheid was tussen Joden en heidenen. Sommige uitleggers zeggen dat de scheidsmuur tussen de Israëlieten en de heidenen al in Handelingen 10 was weggenomen. Daar kregen heidenen inderdaad deel aan de kracht (heilige geest) van God. Maar zij hoefden niet 'de wet' te houden zoals ik lees in Handelingen 15. De Joden hielden zich wel aan 'de wet' en dat was ook zeker nog de bedoeling. Maar vanaf de Efeze brief waren de Israëlieten en de heidenen uit de volkeren één IN Christus. Er was geen onderscheid meer. In de toekomst, als deze bedeling aan zijn einde komt, zal God de draad weer opnemen met Zijn volk Israël en worden de heidenen weer via Israël gezegend.
Zie eveneens de inleiding van Efeze 1.

Paulus schrijft in Kolossenzen 1: 24 over zijn lijden, wat overeen komt met zijn gevangenschap waarover hij hier in Efeze 3: 1 schrijft.
Kol.1: 24 Nu verblijd ik mij in mijn lijden voor u en vervul in mijn vlees wat overblijft van de verdrukkingen van Christus, ten behoeve van Zijn lichaam, dat is de gemeente.

2 als u tenminste gehoord hebt van de uitdeling van de genade van God die aan mij gegeven is ten behoeve van u,
Horen. Dat is belangrijk in deze bedeling. Ik lees dat ook in Efeze 1: 13. Eerst horen en dan vertrouwen of geloven. De getrouwen moesten horen van de uitdeling van de genade van God. Het woordje 'uitdeling' is in het Grieks 'oikonomia' wat 'uitdeling, bedeling en rentmeesterschap' betekent. In de Statenvertaling vertaling staat:
2 Indien gij maar gehoord hebt van de bedeling der genade Gods, die mij gegeven is aan u;

Deze genade boodschap geld speciaal voor deze bedeling. Paulus, als rentmeester in deze bedeling, mocht de boodschap van genade van God uitdelen ten behoeve van u, dit zijn alle gelovigen. 


Paulus schrijft in dit hoofdstuk drie keer dat hem genade is gegeven:
1. 3: 2 Mij is het rentmeesterschap van de genade gegeven
2. 3: 7 Mij is de gave van de genade van God gegeven
3. 3: 8 Mij is de genade gegeven
Dat het er drie keer staat geeft wel aan hoe belangrijk dit is. En als ik de vorige twee hoofdstukken nog eens lees raak ik onder de indruk van deze genade.

3 dat Hij mij door openbaring dit geheimenis bekendgemaakt heeft (zoals ik eerder in het kort geschreven heb;
God heeft door openbaring aan Paulus dit geheimenis bekend gemaakt. Mogelijk wist hij al van deze dingen toen hij de 2e Korinthe brief schreef, maar mocht hij er nog niet over spreken. In 2 Korinthe 12: 3 en 4 lees ik:
2Kor. 12: 3, 4 3 En ik weet van deze mens of het in het lichaam of buiten het lichaam gebeurde, weet ik niet; God weet het 4 dat hij werd opgenomen in het paradijs en onuitsprekelijke woorden heeft gehoord, die het een mens niet is geoorloofd uit te spreken.
In 2 Korinthe 12 kon Paulus er nog niet over spreken maar nu mag hij dit geheim in deze speciale situatie ontsluieren, bekend maken. Zie ook Efeze 1: 17, punt 2. Het geheim is dat wat hier in vers 1 beschreven staat. Israëlieten en heidenen zijn IN Christus één. De tussen muur is weggenomen. Zij zijn de nieuwe mens, behorend bij het ene Lichaam waar Christus het Hoofd van is. Paulus geeft aan dat hij dit al eerder kort beschreven heeft. Mogelijk bedoelt hij Efeze 1: 9 en 10.

4 waaraan u, als u dit leest, mijn inzicht kunt bemerken in het geheimenis van Christus),
Een gedeelte van het 3e vers en dit vers staat in deze en in de Statenvertaling tussen haakjes. Dat zou betekenen dat het niet in de grondtekst staat. Maar dit kan ik in de grondtekst en andere vertalingen niet terug vinden.

De getrouwe gelovigen zouden deze woorden lezen en het inzicht van Paulus opmerken. Dit inzicht gaat over het geheimenis van Christus zoals beschreven in vers 3 en vers 6. Natuurlijk kende men Christus als Jezus Die gestorven was aan het kruis en was opgestaan. Men wist ook dat Hij Koning zou worden wanneer het Koninkrijk der hemelen opgericht zou worden. Maar de kennis van Christus uit vers 3 en 6 was onbekend. Het was tot op dat moment een mysterie, een geheimenis. Daarom wordt ook wel gesproken over deze bedeling als de 'bedeling van het geheimenis'.

'Lezen' is in het Grieks; 'anaginosko'. Het betekent: wat onderscheiden, onderscheid maken, herkennen en erkennen'.


'Bemerken' is in het Grieks 'nouo'. Het betekent: het waarnemen, bemerken met het verstand, er verstand van hebben. Het lezen van de getrouwe gelovige gebeurt met het verstand, met het intellect.


Mijn 'inzicht' is in het Grieks 'sunesis'. Het betekent: samen kennis, wetenschap. Mogelijk bedoelt Paulus dat hij zijn inzicht nu mag delen met de getrouwen. Dan hebben zij samen deel aan deze kennis. Het gaat in het Lichaam van Christus ook over het samen één zijn. Ik vind dat hier weer terug. 


'Sunesis' wordt ook nog gebruikt in Kolossenzen 1: 9. Daar is het vertaald door 'geestelijk inzicht'. In Kolossenzen 2: 2 is het vertaald door 'volle zekerheid van het verstand'.

Samengevat wordt in 3 en 4 vers uitgelegd dat de getrouwe gelovigen de kennis en het inzicht dat Paulus heeft en door mocht geven, over het geheimenis van Christus, met onderscheidt lezen en waarnemen. Zie ook Filippenzen 1: 10 en mijn studie: "Beproeft de dingen die daarvan verschillen"


5 dat in andere tijden niet bekendgemaakt is aan de mensenkinderen, zoals het nu geopenbaard is aan Zijn heilige apostelen en profeten door de Geest,
Dit geheimenis (vers 3) van Christus is in geen enkele andere bedeling aan mensen bekend gemaakt. Zie ook mijn studie: "Van of voor de grondlegging der wereld"

Er staan over dit geheimenis dan ook geen profetieën in de Bijbel of andere teksten die er naar verwijzen. Dat is logisch want anders zou deze uitspraak niet kloppen.

Het geheimenis van Christus wordt nu pas geopenbaard, door Paulus aan alle heilige apostelen en profeten die er waren. Ik lees dit ook in: Kol.1: 26 namelijk het geheimenis, dat eeuwen en geslachten lang verborgen is geweest, maar nu geopenbaard is aan Zijn heiligen.

Het zou voor de apostelen en profeten wel eens schokkend kunnen zijn geweest dat Israël zijn speciale positie kwijt was en een volk is geworden onder de volken met gelijke rechten en zegeningen. Maar als eenmaal beseft wordt hoe groot en rijk deze zegeningen zijn behoeft niemand zich meer benadeeld te voelen, integendeel zelfs.

6 namelijk dat de heidenen mede-erfgenamen zijn en tot hetzelfde lichaam behoren en mede-deelgenoten zijn van Zijn belofte in Christus, door het Evangelie,
In dit vers lees ik nogmaals wat de rijkdommen zijn van de getrouwe gelovigen in deze bedeling. De heidenen, oftewel de volkeren, behoren samen, met Israël, tot hetzelfde Lichaam. Dit is het Lichaam van Christus. Er zijn in deze tekst drie speciale woorden, namelijk 'sun' woorden. Zie ook Efeze 2: 4.

1. 'Mede-erfegnamen' is in het Grieks 'sugkleronomos'. het betekent dat de getrouwe gelovigen samen erfgenamen zijn. 
2. 'Hetzelfde Lichaam' is in het Grieks 'sussoma'. Het betekent; samen lichaam, mede lichaam. Deze uitdrukking komt alleen in dit vers voor. Dit geeft aan hoe speciaal de positie is van de gelovigen in deze bedeling. 
3. 'Mede deelgenoten' is in het Grieks 'summetochos'. Het komt alleen voor in dit vers en in Efeze 5: 7. Het is niet voor niets dat deze eenheid zoveel nadruk en aandacht krijgt, en dat er speciale uitdrukkingen door de Geest van God gebruikt worden om duidelijk te maken dat er echt GEEN onderscheid is tussen mensen en groepen. 

Ik kan dan wel in het verleden uitgelegd hebben gekregen dat er al tijdens Handelingen geen onderscheid was tussen Joden en Grieken, toch is dat niet waar. Als ik Handelingen 3: 11 vergelijk met Galaten 3: 28, welke brief is geschreven tijdens Handelingen, dan lijken deze teksten inderdaad oppervlakkig gezien gelijk. 
Kol.3: 11 Daarbij is niet Griek en Jood van belang, besnedene en onbesnedene, barbaar en Scyth, slaaf en vrije, maar Christus is alles en in allen.
Gal.3: 28 Daarbij is het niet van belang dat men Jood is of Griek; daarbij is het niet van belang dat men slaaf is of vrije; daarbij is het niet van belang dat men man is of vrouw; want allen bent u één in Christus Jezus.

In Galaten 3: 18 was het niet van belang dat men slaaf of geen slaaf was of dat men man of vrouw was. En het was niet van belang dat men Jood of Griek was. In Galaten 3 : 18 ontbreekt 'besnedene en onbesnedene, barbaar en Scyth'. En dat is een belangrijk verschil met Kolossenzen 3: 11. In Kolossenzen 3: 11 is de groep groter waartussen geen verschil meer is.
Blijkbaar was er in Galaten 3: 28 toch nog onderscheid tussen de besnedene en onbesnedene, barbaar en Scyth en de Jood en Griek toen deze verzen tijdens Handelingen werden geschreven. En dat klopt ook wel met andere tekstgedeelten uit Handelingen zoals Handelingen 15. Laat ik eens kijken wat er in de grondtekst over deze groepen staat.

1. 'Joden' dat zijn de twee stammen. Zij zijn de besnedenen. 
2. 'Grieken' is in het Grieks 'hellen'. Dat zijn mensen die in de Griekse eilanden of kolonies wonen. Het zijn niet Joden die Grieks spreken. Maar dit kunnen wel Israëlieten zijn behorend bij de 10 stammen. 
3. 'De Barbaar' is een bepaalde heiden groep, onbesneden dus. 
4. 'Scyth' is ook een bepaalde heiden groep, mogelijk Russen, ook onbesnedenen.
Er zijn ook nog 'hellenisten', dat zijn geboren Joden die Grieks spreken. Maar deze groep wordt in beide verzen niet genoemd.
Dit alles geeft mijn Engelse Griekse online Bijbel aan.

Zo zie ik dus dat Joden en Grieken behoren tot het volk Israël. Maar de barbaar en scyth niet. Deze vallen onder de heidenen van de volkeren. En in de Galaten brief, tijdens Handelingen was er de tussenmuur nog tussen heidenen en Israëlieten. Maar in de Efeze brief is er dus absoluut geen verschil meer tussen deze groepen. Zij behoorden allen bij het Lichaam van Christus. Er was geen verschil in behandeling en zegeningen. Zij waren mede – erfgenamen en mede-deelgenoten in dit samen lichaam. Dit is tot op heden nog steeds zo.

In Kolossenzen 3: 11 ontbreekt wel de man en de vrouw. Tussen man en vrouw is geen verschil wat betreft het ontvangen van alle zegeningen in de Efeze brief. Zij behoren net zo goed tot het ene Lichaam van Christus. Maar er is wel een andere orde tussen hen. Dat kom ik nog tegen in Efeze 5: 21 – 33.

'Zijn belofte in Christus'. God heeft Zijn beloftes waargemaakt in Christus. Die beloftes heeft God al geregeld voor de tijden der eeuwen en door Paulus mochten deze laatste speciale beloftes worden geopenbaard. Als ik IN Christus ben door mijn vertrouwen IN Hem dan deel ik in die beloftes.
In verband hiermee lees ik in Titus 1: 2 in de hoop op het eeuwige leven, dat God, Die niet liegen kan, vóór de tijden der eeuwen beloofd heeft. En Hij heeft op de door Hem bestemde tijd Zijn Woord geopenbaard,

'Voor de tijden der eeuwen'. Dat komt overeen met 'in andere tijden niet bekend gemaakt' zoals in Efeze 3: 5 staat. Voor die tijden heeft God Zijn belofte in Christus al gegeven met hoop op het eeuwige leven.
'Belofte' is in het Grieks 'epangelia'. 'Evangelie' is in het Grieks 'euaggelion', wat 'goede juiste boodschap' betekent. Beide woorden lijken op elkaar en het gaat dus om de beloofde goede juiste boodschap voor deze bedeling.

7 waarvan ik een dienaar geworden ben, krachtens de gave van de genade van God, die mij gegeven is, naar de werking van Zijn kracht.

Paulus is een dienaar geworden van het evangelie voor deze bedeling. Dat lees ik in vers 6 en in Kolossenzen 1: 23. Paulus kan dit niet genoeg benadrukken want hij zal met moeite geloofd worden zoals ik in de 2 Timotheüs 4: 16 kan lezen. Maar God heeft hem deze genade gave gegeven. Het is Gods kracht die in Paulus werkt.

Het evangelie voor deze bedeling is de goede boodschap van mijn behoud; Efeze 1: 13, Kolossenzen 1: 13, 14 en van vrede; Efeze 6: 15. Die vrede is vooral van toepassing op het samengaan van de volkeren met de Israëlieten; vers 6. Die vrede is nodig nu deze twee groepen in EEN Lichaam verenigd worden. Christus geeft deze vrede. Hij is de vrede.

8 Mij, de allerminste van alle heiligen, is deze genade gegeven, om onder de heidenen door het Evangelie de onnaspeurlijke rijkdom van Christus te verkondigen,
Paulus ziet zichzelf als de allerminste van alle getrouwe gelovigen. Mogelijk heeft dit te maken met dat hij de gelovigen, voordat hij door Christus Zelf overtuigd werd, heeft laten vervolgen zoals hij schrijft in 1 Korinthe 15: 9. Paulus is zich bewust van de genade die hem is gegeven zoals hij ook in vers 7 al schreef. En nu mag hij de volkeren de onnaspeurlijke rijkdom van Christus verkondigen. Wat een blijde boodschap.
'Onnaspeurlijke' is in het Grieks 'anexichniastos'. Het betekent; niet na te speuren, niet te begrijpen. Deze boodschap van het Ene Lichaam met Christus als het Hoofd daarvan is niet na te speuren in de rest van de Bijbel. Het is een nieuwe openbaring. En of ik het kan begrijpen? Ik kan een poging wagen, maar als hier staat dat de rijkdom van Christus onnaspeurlijk is dan zal dit best moeilijk zijn. Dan blijft over dat ik erop mag vertrouwen dat Gods Woord waar is.

9 en allen te verlichten, opdat zij mogen begrijpen wat de gemeenschap aan het geheimenis inhoudt, dat door de eeuwen heen verborgen is geweest in God, Die alle dingen geschapen heeft door Jezus Christus,
In Efeze 1: 18 bidt Paulus voor verlichte ogen van mijn verstand. Zie verder het commentaar van Efeze 1: 18.
Hier wenst hij opnieuw voor allen die verlichte ogen zodat de getrouwe gelovigen zullen begrijpen wat de gemeenschap aan het geheimenis inhoudt. Dat geheimenis is Christus, als Hoofd van die ene Gemeente die bestaat uit getrouwen uit alle volkeren, inclusief de Israëlieten. Dit geheimenis is door de eeuwen heen verborgen geweest. Zie hiervoor ook mijn commentaar van vers 5 en 6.

Wij leven op dit moment in de derde eeuw. Dit is de eeuw waarin satan de macht heeft. Zie Efeze 2: 2.
Voor deze eeuw zijn er nog minstens twee eeuwen geweest zo lees ik in Prediker 1: 10 Is er iets waarvan men kan zeggen: Kijk eens, dat is nieuw? In de eeuwen die voor ons geweest zijn, is het er al geweest.
En tijdens al deze eeuwen was deze boodschap, die geopenbaard wordt in de Efeze brief, verborgen. Het was verborgen geweest in God die alle dingen geschapen heeft door Jezus Christus. Dit doet mij denken aan Johannes 1: 3 en:

Kol.1: 16 Want door Hem zijn alle dingen geschapen die in de hemelen en die op de aarde zijn, die zichtbaar en die onzichtbaar zijn: tronen, heerschappijen, overheden of machten; alle dingen zijn door Hem en voor Hem geschapen.

10 opdat nu door de gemeente aan de overheden en de machten in de hemelse gewesten de veelvuldige wijsheid van God bekendgemaakt zou worden, 11 volgens het eeuwige voornemen dat Hij gemaakt heeft in Christus Jezus, onze Heere.
Maar nu, op het moment van het schrijven van Paulus, is dit geheimenis door hem geopenbaard aan de gemeente van Christus; zie ook vers 5 en 6. En het doel van deze openbaring is dat aan de overheden en machten in de hemelse gewesten de veelvuldige wijsheid van God bekend gemaakt zou worden. Die veelvuldige wijsheid is o.a. het geheimenis wat Paulus hier bekend mag maken, zie vers 6 en Efeze 2: 15, de nieuwe mens. Maar ook Efeze 1: 1 – 23 geeft een beeld van die veelvuldige wijsheid van God. 

Dat voornemen had God al voor de totstandkoming van de eeuwen. Het was een eeuwig voornemen. Eeuwig is niet altoosdurend, maar zoals ik in vers 9 kan zien heeft het te maken met de eeuwen, tijdperken. Het was een voornemen der eeuwen. In Hebreeën 1: 2 en 11: 3 lees ik over de Zoon die door God als erfgenaam is gemaakt van alles. En God heeft door Christus, Die het Woord is, de eeuwen gemaakt. In de grondtekst staat in deze verzen, van Hebreeën geen wereld (kosmos) maar eeuwen (aioon).

Dat bekend maken speelt zich af in de hemelse gewesten. Eigenlijk is dit heel wonderlijk. Ik zou eerder deze veelvuldige wijsheid op aarde aan de ongelovigen willen laten zien. Maar God doet dit niet. Dit bekend maken aan de overheden en machten komt overeen met de positie van de Gemeente die ook in de hemelse gewesten is.

Die overheden en machten kom ik ook tegen in: Efeze 6: 12 Want wij hebben de strijd niet tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van de duisternis van dit tijdperk, tegen de geestelijke machten van het kwaad in de hemelse gewesten.

Wij strijden tegen de overheden en machten, tegen de geestelijke machten van het kwaad, in de hemelse gewesten. Dat doen wij met de geestelijke wapenuitrusting, dat is Christus. Christus heeft die strijd al gewonnen door zijn opstanding. Hij is de hemelen doorgegaan lees ik in Hebreeën 4: 14. Hij heeft de overwinning daar reeds bekend gemaakt.

En nu gebruikt God ook de gemeente, het Lichaam van Christus, om Zijn Wijsheid, dat is Christus, te laten zien. Zie ook Efeze 2: 7.

12 In Hem hebben wij de vrijmoedigheid en de toegang met vertrouwen, door het geloof in Hem;
In Christus hebben wij vrijmoedigheid. Het is er gewoon. Ik heb! Dat betekent dat ik er niet meer om hoef te vragen. Die vrijmoedigheid is aanwezig. Als ik dat niet beleef kan dit aan mijn persoonlijkheid liggen. Bijvoorbeeld dat ik verlegen ben of angstig. Dit hoeft niet erg te zijn. Omstandigheden kunnen maken dat iemand niet goed uit de verf kan komen. Maar ik mag in alle omstandigheden weten dat er vrijmoedigheid is en God daarvoor danken. Vrijmoedigheid kan ik nodig hebben om over Christus te spreken of over Het geheimenis. Ik kan het nodig hebben om te bidden of in gevallen van vervolging en verdrukkingen. Tegelijkertijd heb ik toegang met vertrouwen, niet door mijn geloof, maar door het geloof van Christus. In de grondtekst staat: “In Wie wij hebben de vrijmoedigheid en de toegang in vertrouwen door het geloof van Hem”. 

Ik 'heb' door het geloof van Christus. Dat klopt ook wel want mijn, of het geloof is vaak afhankelijk van omstandigheden. Dan zou ik, als ik mij rot voel, niet vrijmoedigheid of de verlossing hebben. Maar zo werkt het niet. Het hangt niet van mij of mijn geloof af. Het 'hebben' hangt af van het geloof van Christus. En de Bijbel zegt dat Christus alles volbracht heeft. Daarmee is het 'hebben' een feit. In het Engels wordt 'het geloof in Hem' in dit vers vertaald door 'trough His faith'.

Ik noem een paar praktische voorbeelden van 'het hebben'. In Efeze 1: 7 staat dat dat wij de verlossing hebben door Zijn bloed. Die verlossing is er en ik mag dit feit in vertrouwen aanvaarden voor mijn leven. In Efeze 2: 18 staat dat wij beiden (heidenen en Israëlieten) door één geest toegang hebben tot God de Vader. Omdat het een feit is mag ik dit aannemen.

13 Daarom vraag ik u dat u de moed niet verliest vanwege mijn verdrukkingen omwille van u, want dat is uw heerlijkheid.
Ik vind dit een moeilijke zin. Maar ik doe een poging om het te begrijpen. Die verdrukking heeft Paulus om wille van de u, de getrouwe gelovigen. In een andere vertaling staat dat Paulus die verdrukking heeft ten behoeve van u. Ik kan mij heel goed voorstellen dat wanneer ik zou merken dat iemand om mij verdrukking zou ervaren ik dat erg naar zou vinden. Paulus vraagt hier om niet de moed te verliezen. En het lijkt erop dat hij zelf de moed ook niet heeft verloren ook al waren de verdrukkingen zwaar zoals ik kan lezen in Filippenzen 4: 10 – 14. Paulus kan zich verblijden in zijn lijden als hij maar weet dat de getrouwe gelovigen blijven in de hoop van het evangelie.

Kol.1: 23, 24 23 als u tenminste in het geloof blijft, gefundeerd en vast, en u niet laat afbrengen van de hoop van het Evangelie, dat u gehoord hebt, dat gepredikt is in de hele schepping die onder de hemel is, waarvan ik, Paulus, een dienaar geworden ben. 24 Nu verblijd ik mij in mijn lijden voor u en vervul in mijn vlees wat overblijft van de verdrukkingen van Christus, ten behoeve van Zijn lichaam, dat is de gemeente.


Dit laatste vers maakt de verdrukking van Paulus wat begrijpelijker. De verdrukking van Paulus zijn te behoeve van het lichaam van Christus, de Gemeente. Dat Lichaam, de Gemeente van na Handelingen, is niet door de Here Jezus verkondigd, maar door Paulus. In die zin maakt Paulus af wat overblijft van de verdrukkingen van Christus. En om die Gemeente draait het in deze bedeling. Het niet verliezen van de moed is de heerlijkheid van de getrouwe gelovigen en van mij. Dit heeft te maken met het zijn en blijven IN Christus ondanks verdrukkingen van Christus, Paulus en welke gelovige dan ook.


14 Om deze reden buig ik mijn knieën voor de Vader van onze Heere Jezus Christus,
In vers 1 staat dezelfde uitdrukking; om deze reden. Daar heeft het te maken met dat wat in Efeze 2 staat. Hier heeft het te maken met dat wat in de verzen ervoor staat. Paulus buigt zijn knieën voor de Vader omdat:

vers 3- 5;  Hij eindelijk het geheimenis bekend mocht maken  
vers 6; De heidenen mede-erfgenamen zijn van het samen lichaam             
vers 7; Paulus een dienaar van deze boodschap was                                 
vers 7, 8; Paulus die genade ontvangen had  
vers 10; De Gemeente de veelvuldige wijsheid van God bekend mocht maken 
vers 12; Het vast staat door het geloof van Christus
vers 13; Om de heerlijkheid van de getrouwe gelovigen 

Buigen drukt eerbied, nederigheid en dienen uit. Eerbied voor de Vader van onze Heere Jezus Christus. Als Christus, in de Bijbel, in verband met Zijn Vader wordt genoemd dan staat er altijd 'Jezus Christus'. Dan wordt de Here Jezus altijd eerst met de naam genoemd die Maria aan hem moest geven in Lukas 1: 31. Vader van onze Heere Jezus Christus komt 7 keer voor in de Bijbel. Onder anderen in Efeze 1: 3 en Kolossenzen 1: 3.

15 naar Wie elk geslacht in de hemelen en op de aarde genoemd wordt,
Ik moet bij dit vers denken aan Efeze 1: 21 en 22 waar staat dat Christus is gezet boven alles. In Kolossenzen 1: 16 lees ik dat al deze dingen geschapen zijn door Hem en voor Hem. Christus is dus gezet boven alles wat door en voor Hemzelf is geschapen.
Kol.1: 16 Want door Hem zijn alle dingen geschapen die in de hemelen en die op de aarde zijn, die zichtbaar en die onzichtbaar zijn: tronen, heerschappijen, overheden of machten; alle dingen zijn door Hem en voor Hem geschapen.

En hier, in vers 15, komt daar bij dat elk geslacht in de hemel en op aarde naar Christus genoemd wordt. Het gevolg daarvan is vers 16.

16 opdat Hij u geeft, naar de rijkdom van Zijn heerlijkheid, met kracht gesterkt te worden door Zijn Geest in de innerlijke mens,
Die innerlijke mens waarmee ik bekleed ben, Efeze 2: 15, 4: 24 en Kolossenzen 3: 10, is de nieuwe mens. God heeft mij de kracht, geest van Christus gegeven, Efeze 1: 13, om gesterkt te worden in de hoedanigheid van de nieuwe mens. God geeft mij naar de rijkdom van de Heerlijkheid van Christus. God heeft ons Christus als Hoofd van het samen lichaam gegeven. In Efeze 1: 17 lees ik:
Ef.1: 17 opdat de God van onze Heere Jezus Christus, de Vader van de heerlijkheid, u de Geest van wijsheid en van openbaring geeft in het kennen van Hem,

Kracht is in het Grieks 'dunamis' (dynamiet). Deze kracht vind ik ook in Efeze 1: 21 en in 3: 7, 16, 20. Het gaat niet om mijn kracht maar om de kracht van Christus. God sterkt mij vanuit Zijn rijkdom en heerlijkheid met Zijn kracht. En het gevolg hiervan is vers 17.

17 opdat Christus door het geloof in uw harten woont en u in de liefde geworteld en gefundeerd bent,
Wat een mooi feit of verzekering. Want dat is de betekenis voor 'het geloof' (pistis) in de grondtekst. Zie ook vers 12b.
Het gevolg van die rijkdom van zijn heerlijkheid (vers 16) is dat Christus in mijn hart woont, als een geloofszekerheid. Daardoor heb ik zijn liefde, als fundament, in mijn hart. Ik zie dat ook in:
Kol.2: 7 geworteld en opgebouwd in Hem, en bevestigd in het geloof, zoals u onderwezen bent; wees daarin overvloedig, met dankzegging.
Nu Christus in mijn hart woont en ik in Zijn liefde geworteld en gefundeerd ben heeft dat twee gevolgen, welke ik vind in vers 18 en 19.

18 opdat u ten volle zou kunnen begrijpen, met alle heiligen, wat de breedte en lengte en diepte en hoogte is,
1. In Efeze 3: 17, 18 lees ik over de breedte, lengte, hoogte en diepte van de Liefde van Christus. Er is hier sprake van vier dimensies. Meer dimensies zijn er niet. In vers 18 is er een volheid aan begrijpen, wat wordt weergegeven door middel van deze vier dimensies. Dit is het eerste gevolg van het feit dat Christus in mijn hart woont. Deze volheid komt overeen met de inhoud van de latere brieven van Paulus waar hij het geheimenis mag vertellen. Met alle getrouwe gelovigen kan ik pas volledig begrijpen Wie Christus in al Zijn volheid is.

In Openbaring 21: 16 lees ik over de de lengte, en de breedte, en de hoogte van de stad. Ik zie dat daar de diepte ontbreekt. Het onderwijs in Openbaring gaat over de grote verdrukking en de komst van Christus en volgt op de evangeliën. Dit bevestigt dat er in de latere brieven van Paulus een diepere dimensie aangeboord wordt in het kennen van de liefde van Christus. Die diepere dimensie is verbonden met het Lichaam van Christus en zal daar ook altijd mee verbonden blijven. Dit is een zegen van deze bedeling.

19 en u de liefde van Christus zou kennen, die de kennis te boven gaat, opdat u vervuld zou worden tot heel de volheid van God.
2. In vers 19 vind ik het tweede gevolg van het feit dat Christus in mijn hart woont. Dat is dat ik de liefde van Christus mag kennen die de kennis te boven gaat. In de grondtekst staat voor 'te boven gaan'; overstijgend of overtreffend. Die uitdrukking kom ik ook in Efeze 1: 19 en Efeze 2: 7 tegen. Zie ook de uitleg bij die verzen. Het is de meeste liefde die ik kan kennen van Christus. Het overtreft alles. Dat overtreffende is in overeenkomst met de inhoud van het geheimenis; Christus die het Hoofd is van Zijn gemeente welke bestaat uit gelovigen uit de volkeren en de Israëlieten.

Als ik deze overtreffende liefde ken dan word ik vervuld tot heel de volheid van God. Die volheid vind ik terug in de de breedte, lengte, diepte en hoogte van vers 18. Zie ook Efeze 1: 23. Die volheid zal in de toekomst mijn deel worden samen met alle getrouwe gelovigen. Maar ik mag weten dat mijn positie nu reeds in die volheid is.
En in Kolossenzen 1: 19 en 2: 7 lees ik meer over die volheid. Al met al bevestigd het dat het hier in Efeze om het 'meeste' gaat.
Kol.1: 19 Want het heeft de Vader behaagd dat in Hem heel de volheid wonen zou, Kol.2: 9 Want in Hem woont heel de volheid van de Godheid lichamelijk.

20 Hem nu Die bij machte is te doen ver boven alles wat wij bidden of denken, overeenkomstig de kracht die in ons werkzaam is,
Er staat in dit vers dat God de kracht heeft om veel meer te doen dan wat wij bidden of denken. Het gaat ons begrip te boven. Ik hoef alleen maar te kijken naar de vorige verzen en eigenlijk geheel de Efeze brief.

Bij machte is in de grondtekst 'dunamai'. Het betekent; kracht. Zie ook Efeze 1: 19.

Ik merk op dat gelovigen heel vaak de kracht van God afmeten aan wat zij hier op aarde zien. Zij verwachten wonderen en tekenen. Maar dat is niet wat God doet in deze bedeling. Natuurlijk kan God dit. Daarin is Hij niet veranderd. Maar in deze bedeling ligt Gods kracht meer op het geestelijke terrein. God is bezig in de hemelse gewesten. Hij bouwt een Lichaam voor Christus Die het Hoofd is van dit Lichaam.

Die wonderlijk grote kracht is in ons werkzaam. Het geeft dat het gebed uit Efeze 1: 17 verhoort kan worden en Filippenzen 2: 13 vervult kan worden. En met verlichte ogen van mijn verstand mag ik het zien, ook al gaat het mijn verstand te boven.
Ef.1: 17, 18a 17 opdat de God van onze Heere Jezus Christus, de Vader van de heerlijkheid, u de Geest van wijsheid en van openbaring geeft in het kennen van Hem, 18a namelijk verlichte ogen van uw verstand,
Fil.2: 13 want het is God, Die in u werkt zowel het willen als het werken, naar Zijn welbehagen.

21 Hem zij de heerlijkheid in de gemeente, door Christus Jezus, in alle geslachten, tot in alle eeuwigheid. Amen.
God zij de heerlijkheid door Christus in de Gemeente. Nu zie ik dat nog niet. Maar het zal wel gebeuren zo lees ik in Kolossenzen 3: 4:
Kol.3: 4 Wanneer Christus geopenbaard zal worden, Die ons leven is, dan zult ook u met Hem geopenbaard worden in heerlijkheid.
Aan het einde van deze eeuw zal Christus terug komen naar deze aarde. En de leden van het Lichaam van Christus zullen met Hem geopenbaard worden. Ook Efeze 1: 6 gaat over die heerlijkheid.

in alle geslachten”. In de grondtekst staat: 'tot in alle de generaties'. Voor het begrijpelijk maken van de geslachten lees ik vers 15 hierbij.

in alle eeuwigheid”. In de grondtekst staat: 'van de eeuw van de eeuwen'. 
Deze heerlijkheid zal zijn tot in de toekomende eeuw, de eeuw van het Koninkrijk der hemelen wat op aarde opgericht gaat worden. Zie ook Efeze 1: 21

Geraadpleegde lectuur:

"De brief aan de Efeziërs" vers voor vers geschreven door H.B. Slagter. Dit boek is zeker de moeite waard om aan te schaffen en te gebruiken bij het bestuderen van de Efeze brief.

Online Bijbel

Interlineair bijbel

Geen opmerkingen:

Een reactie posten