Inleiding

Is het zo belangrijk hoe we de Bijbel lezen? Mijn ervaring is van wel. Ik was bijna gestrand in de tegenstrijdigheden in Gods Woord en de verschillende uitleggingen daarover. Staan er dan in de Bijbel teksten die elkaar tegenspreken? Ik heb ze wel gevonden. Neem bijvoorbeeld 1 Korinthe 7,26,29 en vergelijk dat met 1 Timotheüs 5:14. Ik weet wel dat je de teksten in het verband moet lezen, maar dan nog kwam ik er niet uit. In mijn studie "tegenstrijdigheden in de Bijbel" kun je lezen waar ik zoal tegenaan ben gelopen en hoe ik deze vermeende tegenstrijdigheden mag lezen.

In de verzen 1 Korinthe 1:10 en Filippenzen 2:2 spreekt de Bijbel over eensgezindheid. Als ik om mij heen kijk heb ik het idee dat we alles behalve eensgezind zijn. Over het werk van Christus denken we veelal wel hetzelfde, maar er zijn verder veel verschillen en dus ook veel groepen.

In de VISIE van januari 2014 wordt in “slijpsteen” gevraagd of werken aan kerkelijke eenheid verspilde energie is. 61 % vindt van niet, 39 % vindt van wel.

Ik denk dat veel van de verschillen te maken hebben met hoe we de Bijbel lezen.

Wat ik veel hoor en lees is dat wij tegenwoordig leven in en mogen bouwen aan het Koninkrijk van God. De Here Jezus wordt aanbeden als onze Koning. Maar is Christus op dit moment Koning? Hierover kun je lezen in mijn studie "De toekomst van de mens" deel 1 "Het Koninkrijk"

Maar om de bedoeling van het Koninkrijk goed te begrijpen raad ik je aan ook de andere delen van de studie te lezen. Daar vind je dan ook een een uitleg over "de hel", waar ik me aan gewaagd heb. Eén en ander hebben, naar mijn idee, met elkaar te maken.

"De hel" is een onderwerp waar we mee in onze maag zitten. Ongeveer 10 jaar geleden werd daar in diverse tijdschriften aandacht aan besteed. In het blad CV-Koers schreef een bekende Nederlander dat hij zou willen dat er een ander verhaal was dan "de hel". Bovendien werd het "ons nare geheimpje" genoemd.

Waar ik natuurlijk benieuwd naar ben is wat je van de studies vindt.

Studie: "Efeze 4"

Bedeling van de genade: Efeze 4.

Efeze 4 is het vervolg op de studies over Efeze 1, 2 en 3. Ik doe regelmatig aanhalingen uit deze hoofdstukken. Daarom geef ik hier de linken naar deze drie studies. En ook van Efeze 5 en 6 die ondertussen af zijn.

Efeze 1 Efeze 2 Efeze 3 Efeze 5  Efeze 6

Hoe wil God dat ik leef in deze tijd.

Efeze 4: 1 – 32

1 Zo roep ik, de gevangene in de Heere, u op tot een wandel die de roeping waarmee u geroepen bent, waardig is,

Behalve dat Paulus werkelijk een gevangene was, was hij tevens een gevangene in de Heere. Zie ook Efeze 3: 1 waar hij de gevangene was van Christus Jezus. Waarom het verschil van naam voor Christus? Heere is in de grondtekst 'kurios'. Dat betekent dat Christus naast de gekruisigde Messias ook Heer en Meester is. En Paulus spreekt Christus hier dus als 'Meester' aan. In die aanspreek titel zit iets van gezag en waarde verschil. Een meester staat in rangorde boven een leerling. Mogelijk wil Paulus zeggen dat Christus erkent mag worden in deze positie. Ik mag Christus volgen en dienen omdat Hij Gods Zoon is en zodanig Meester is over alles wat geschapen is; Efeze 3: 9c.

Paulus roept mij op tot een waardige wandel. Het is een roeping in overeenstemming met mijn positie. Deze waardige wandel mag voortkomen uit de positie die ik heb in het lichaam van Christus met Christus als Hoofd.

Dit is de eerste keer in de Efeze brief dat Paulus schrijft over mijn/onze verantwoordelijkheid. Ook de volgende verzen gaan daarover. Wandelen doe ik fysiek. Maar ik geloof dat hier een 'geestelijk' wandelen, een levenshouding, bedoeld wordt. Om dat te laten zien ga ik naar Filippenzen 3: 15 – 20.
Fil.3: 15 – 20 15 Laten wij dan, die geestelijk volwassen zijn, deze gezindheid hebben; en als u iets anders gezind bent, ook dat zal God u openbaren. 16 Maar tot zover wij gekomen zijn, laten wij naar dezelfde regel wandelen, laten wij eensgezind zijn. 17 Wees met elkaar mijn navolgers, broeders, en houd het oog gericht op hen die zó wandelen, zoals u ons tot een voorbeeld hebt. 18 Want velen ik heb dikwijls met u over hen gesproken en zeg het nu ook onder tranen wandelen als vijanden van het kruis van Christus. 19 Hun einde is het verderf, hun god is de buik en hun eer is in hun schande; zij bedenken aardse dingen. 20 Ons burgerschap is echter in de hemelen, waaruit wij ook de Zaligmaker verwachten, namelijk de Heere Jezus Christus,

Het is de bedoeling dat ik 'geestelijk' volwassen ben, eensgezind ben, niet wandel als vijand van het kruis en geen aardse dingen bedenk. Want mijn plaats, burgerschap, is in de hemel. Ik zie dat dit allemaal 'geestelijke' zaken zijn. Het komt voort uit het onderwijs wat Paulus in de Efeze en in de Filippenzen brief geeft. Het is niet een kwestie van 'sla links of rechts af'. Ik moet 'weten' wat volwassenheid en eensgezind zijn is. Ik geloof dat ik bezig ben om volwassen te worden als ik het onderwijs van Paulus ter harte neem, het aanvaard. Als ik dat samen doe met de andere getrouwe gelovigen dan zijn we op de goede weg. Het is belangrijk om geen aardse dingen te bedenken want mijn positie is in de hemel; zie ook Efeze 3: 19. En in Efeze 1: 3 zie ik dat mijn zegeningen ook hemels zijn. Dit alles vormt een mooie eenheid. In die eenheid ben ik eensgezind met andere getrouwe gelovigen. Die geestelijke wandel wordt zichtbaar in vers 2.

2 in alle nederigheid en zachtmoedigheid, met geduld, door elkaar in liefde te verdragen,
Nederigheid en zachtmoedigheid en met geduld. Daar heb ik wel een beeld bij. De ene mens heeft deze eigenschappen van nature meer dan de andere. Maar dat doet niet ter zake. Dit is wat God van mij vraagt. Wel heb ik geleerd dat ik niet over mij heen hoef te laten lopen. Maar ook daarin mag ik nederig en zachtmoedig zijn. Eigenlijk mag ik naar de Here Jezus kijken. En bij Hem zie ik dat hij ook 'streng' kon zijn, onder anderen bij de reiniging van de tempel. Ik haal Filippenzen 2: 3 – 5 aan:
Fil.2: 35 3 Doe niets uit eigenbelang of eigendunk, maar laat in nederigheid de een de ander voortreffelijker achten dan zichzelf. 4 Laat eenieder niet alleen oog hebben voor wat van hemzelf is, maar laat eenieder ook oog hebben voor wat van anderen is. 5 Laat daarom die gezindheid in u zijn die ook in Christus Jezus was,

De ander voortreffelijker achten. In de grondtekst staat 'superieur achten'. Best lastig om dat waar te maken als ik het niet met die ander eens ben en meen dat ik eigenlijk gelijk heb. Maar ik denk dat 'gelijk hebben' van minder belang is dan mijn gezindheid, mijn houding naar anderen. Het is de bedoeling dat ik 'agape' liefde laat zien. Dat is liefde die boven menselijke liefde uitstijgt, Het is de liefde die Christus had en heeft en alles te maken heeft met 'genade'. En als ik besef hoeveel 'genade' mij betoont is dan mag het zo zijn dat ik deze 'genade' ook naar anderen heb. Zie tevens Efeze 1: 15.
En met deze genadige liefde kan ik vers 3 in praktijk brengen.

3 en u te beijveren om de eenheid van de Geest te bewaren door de band van de vrede:
Efeze 4: 3 sluit aan bij Filippenzen 2: 1 en 2.
Fil.2: 1, 2 1 Als er dan enige bemoediging is in Christus, als er enige troost is van de liefde, als er enige gemeenschap is van de Geest, als er enige innige gevoelens en ontfermingen zijn, 2 maak dan mijn blijdschap volkomen, doordat u eensgezind bent, dezelfde liefde hebt, één van ziel bent en één van gevoelen.

Is er eensgezindheid in het Lichaam van Christus? Dat zou wel zo moeten zijn. Op grond van onze positie in het Lichaam van Christus is die eensgezindheid er. God ziet de Gemeente IN Christus aan. Wat ik alleen maar kan doen is deze eenheid bewaren. Ik hoef het niet te bewerken. Maar de praktijk is weerbarstig. Eenheid lijkt soms ver weg. Ik heb daar geen direct antwoord op. Ik weet dat ik de Bijbel soms anders 'lees' en uitleg dan anderen. En het is lastig om dit te verloochenen. En het is net zo lastig om het te verkondigen. Zou Paulus dat ook ervaren hebben toen hij het 'geheimenis' bekend mocht maken? Hij zegt in 2 Timoteüs 4: 7:
2Tim.4: 7 Ik heb de goede strijd gestreden. Ik heb de loop tot een einde gebracht. Ik heb het geloof behouden.
'Behouden' is het zelfde woord als 'bewaren'. Paulus heeft de 'goede strijd' gestreden en het geloof behouden of bewaard. Hij is hierin een voorbeeld voor mij.

4 één lichaam en één Geest, zoals u ook geroepen bent tot één hoop van uw roeping,
In dit vers wordt het 'één zijn' van vers 3 nog eens extra benadrukt. Er worden drie punten punten genoemd.

1. Eén Lichaam. Dat is Het Lichaam van Christus waar het in deze brief steeds over gaat. Christus is het Hoofd en dit Lichaam welke bestaat uit getrouwe gelovigen uit de Israëlieten en de heidenen.

2. In dit ene Lichaam is ook één Geest. Geest is in de grondtekst 'pneuma' en het betekent: lucht, adem, blazen, engel of demon, goddelijk, de geest van Christus, de Heilige Geest. Het lijkt mij aannemelijk dat die ene Geest de Geest van Christus is. En die Geest of adem is aanwezig in de eensgezinde Gemeente. In Efeze 1: 13 staat dat ik met die Geest verzegeld ben toen ik tot geloof kwam. Zie verder het commentaar bij dit vers.

3. Het ene Lichaam met de geest van Christus is geroepen tot één hoop. Ik kwam die hoop ook al tegen in Efeze 1: 18. In Efeze 2: 12 is men zonder hoop. In Kolossenzen 1: 5 lees ik over een hoop die is weggelegd in de hemelen, namelijk het evangelie, de goede juiste boodschap voor deze bedeling. In Kolossenzen 1: 27 lees ik dat Christus onder ons de hoop op heerlijkheid is.
Kol.1: 5, 27  5 vanwege de hoop die voor u is weggelegd in de hemelen. Hiervan hebt u eerder gehoord door het Woord van de waarheid, namelijk van het Evangelie. 27 Aan hen heeft God willen bekendmaken wat de rijkdom is van de heerlijkheid van dit geheimenis onder de heidenen: Christus onder u, de hoop op de heerlijkheid.

Titus 1: 2 in de hoop op het eeuwige leven, dat God, Die niet liegen kan, vóór de tijden der eeuwen beloofd heeft. En Hij heeft op de door Hem bestemde tijd Zijn Woord geopenbaard,
Titus 2: 13 terwijl wij verwachten de zalige hoop en verschijning van de heerlijkheid van de grote God en onze Zaligmaker, Jezus Christus.
In Titus 1: 2 lees ik over de hoop op leven van de eeuw, welke God voor de tijden der eeuwen beloofd heeft. Hier zie ik weer die uitdrukking van Efeze 3: 5. Zie het commentaar bij dat vers. In Titus 2: 13 lees ik over de 'zalige hoop en verschijning van de heerlijkheid van de grote God en onze Zaligmaker, Jezus Christus'. Dat is heel wat. Ik geloof dat ik deze hoop nog aan kan vullen met Kolossenzen 3: 4 waarin staat dat wanneer Christus zal worden geopenbaard, verschijnen zal, wij met Hem in heerlijkheid zullen worden geopenbaard. Als Christus terugkomt dan zijn wij daar bij en de wereld zal zien wie en wat Zijn Lichaam is. Wat een enorme hoop. Wij zullen voor altijd bij Hem zijn.
Kol.3: 4 Wanneer Christus geopenbaard zal worden, Die ons leven is, dan zult ook u met Hem geopenbaard worden in heerlijkheid.

5 één Heere, één geloof, één doop,
Paulus gaat nog even door op die 'eenheid'. In dit vers worden weer drie punten genoemd.
4. Eén Heere. Zie vers 1 voor de betekenis van 'Heere'. Dat is voor getrouwe gelovigen niet zo moeilijk te begrijpen. Er is één Christus, de Here Jezus Christus.
5. Als er één Christus is levert dat ook één geloof op. Het is het geloof van Christus. Zie Efeze 3: 12. Dat geloof is gebaseerd op Gods Woord, de Bijbel.
6. En er is ook één doop. Dit is een lastig punt, want de verschillende gemeenschappen in Nederland belijden verschillende dopen. Zo is er een kinderdoop uitgevoerd door besprenkeling met water. Er is een volwassen doop en meestal gebeurd dit door onderdompeling. Dan is er nog een geestesdoop vaak verricht door hand oplegging. Wonderlijk dat er in de Efeze brief bijna niets over deze dopen wordt gezegd. Wel lees ik in:
Kol.2: 12 U bent immers met Hem begraven in de doop, waarin u ook met Hem bent opgewekt, door het geloof van de werking van God, Die Hem uit de doden heeft opgewekt.

Doop is in de grondtekst 'baptisma' en het betekent; onderdompeling, verdiept zijn in. In Kolossenzen 2: 12 lees ik dat ik met Christus begraven ben. Begraven is in de grondtekst 'sunthaphentes' en het betekent; samen begraven zijn. Het is weer een van de 'sun' woorden, zie ook Efeze 2: 4 en Efeze 3: 6. Net als het woord 'opgewekt'. Daar staat in de grondtekst 'sunegerthete. En dat betekent; samen opgewekt. De getrouwe gelovige is samen met alle andere gelovigen ondergedompeld, begraven IN de dood van Christus en met Hem opgewekt. Het is een 'geestelijk' gebeuren. Ik heb dit ontvangen op grond van Gods Woord waarop ik vertrouwen mag. En omdat het een 'geestelijke' zaak is heeft het geen zin om een werkelijke doop te ondergaan. Dit maakt de geloofswaarheid niet sterker. Ik geloof dit ook op grond van Kolossenzen 2: 10 en 11 waar staat dat de getrouwe gelovigen besneden zijn met een besnijdenis die niet met de handen heeft plaatsgevonden. Ditzelfde geld voor de doop. Daarom kan er ook sprake zijn van één doop. 

Kol.2: 10, 11 10 En u bent volmaakt geworden in Hem, Die het Hoofd is van iedere overheid en macht. 11 In Hem bent u ook besneden met een besnijdenis die niet met handen plaatsvindt, door het uittrekken van het lichaam van de zonden van het vlees, door de besnijdenis van Christus.

6 één God en Vader van allen, Die boven allen en door allen en in u allen is.
7. Ook geloof ik op grond van Gods Woord, de Bijbel, dat er één God en Vader is. Hij is in de eerste plaats de Vader van de Here Jezus. Maar God is ook de Vader van allen. En in de grondtekst staat dat dit woordje 'allen' (panton) ook werkelijk allen en alle dingen zijn. Romeinen 11: 36 beaamt dit en ook Efeze 1: 21, 22, Efeze 3: 15 en Kolossenzen 1: 16.
Kol.1: 16 Want door Hem zijn alle dingen geschapen die in de hemelen en die op de aarde zijn, die zichtbaar en die onzichtbaar zijn: tronen, heerschappijen, overheden of machten; alle dingen zijn door Hem en voor Hem geschapen.

7 Maar aan ieder van ons is de genade gegeven naar de maat van de gave van Christus.
'Genade' is het thema van de Efeze brief. In dit vers wordt mij, en aan een ieder persoonlijk van De Gemeente, de genade in volheid gegeven. Want in de latere brieven openbaart Christus Zich in Zijn totale volheid. Dat is de volle maat van de gave (grondtekst; geschenk) van Christus. Zie verderop bij Efeze 4: 13

Het woord 'genade' komt 11 keer voor in deze brief. Het begint al in Efeze 1: 2 waar de getrouwe gelovigen gegroet worden met de woorden 'genade zij u en vrede'. Lees ook Efeze 1: 7 met het commentaar. Efeze 2: 8 zegt dat ik uit genade zalig ben geworden. Efeze 3: 2 spreekt over een 'uitdeling' van Genade waarvan Paulus een dienaar is geworden. Maar ook in de andere latere brieven van Paulus lees ik over 'genade'.
1 Tim.1: 14 De genade van onze Heere is echter zeer overvloedig geweest, met geloof en liefde, die er is in Christus Jezus.
2 Tim.2: 9 Hij heeft ons zalig gemaakt en geroepen met een heilige roeping, niet overeenkomstig onze werken, maar overeenkomstig Zijn eigen voornemen en genade, die ons gegeven is in Christus Jezus vóór de tijden der eeuwen,
Titus 2: 11 Want de zaligmakende genade van God is verschenen aan alle mensen,
Titus 3: 7 opdat wij, gerechtvaardigd door Zijn genade, erfgenamen zouden worden, overeenkomstig de hoop van het eeuwige leven.

In de Bijbel komt het woord 'genade' 192 keer voor. God is een God van genade en die genade is verschenen aan alle mensen; Titus 2: 11.

8 Daarom zegt Hij: Toen Hij opvoer in de hoogte, nam Hij de gevangenis gevangen en gaf Hij gaven aan de mensen.
Vers 8 is een gevolg van vers 7. Christus kan dit hier zeggen omdat Hij de volheid van genade waar gemaakt heeft. Hij is in de eerste plaats die Gave. Verder kan ik denken aan de gaven uit Efeze 4: 11.

Christus is na Zijn opstanding opgevaren naar de hemel. Tijdens dit opvaren nam hij de gevangenis gevangen. In de grondtekst staat: “Hij neemt krijgsgevangen krijgsgevangenschap”. Dit vers is een aanhaling van Psalm 68: 19. Er wordt wel uitgelegd dat Christus de Oudtestamentische doden mee heeft genomen de hemel in. Maar dat is een vergezochte conclusie bij dit vers. Bovendien liggen doden in het Oude Testament in het graf te wachten op de opstanding. Die opstanding moet nog komen. Zie mijn studie: “De toekomst van de mens” deel 3. 

30 April 2017 hoorde ik een preek over de '1e' hemelvaart. Dat staat in Johannes 20: 17. De Here Jezus moest eerst naar de hemel om daar Zijn overwinning te tonen. Daar lees ik van in: Kolossenzen 2: 15 Hij heeft de overheden en de machten ontwapend, die openlijk te schande gemaakt en daardoor over hen getriomfeerd.

Tijdens die hemelvaart kwam hij langs de gevangenis van de demonen, en heeft die gevangen genomen zoals hier in Efeze 4: 8 staat. Die gevangenis is de atmosfeer, de lucht om ons heen, zeg maar onze leefomgeving. Het is de 'tartarus' uit 2 Petrus 2: 4, wat helaas in de HSV en SV vertaald is door 'hel'. In de NBG is het vertaald door afgrond. In onze leefatmosfeer vertoeven de demonen, onder anderen uit Genesis 6. Het is dus niet voor niets dat ik de geestelijke wapenrusting van Efeze 6 nodig heb.
1 Petrus 3: 19 behoort ook bij dit stukje over deze '1e' hemelvaart.

1 Petrus 3: 19  door Wie Hij ook, toen Hij heenging, aan de geesten in de gevangenis gepredikt heeft,
2 Petrus 2: 4 Want als God de engelen die gezondigd hebben, niet gespaard heeft, maar hen in de hel geworpen en overgegeven heeft aan de ketenen van de duisternis om tot het oordeel bewaard te worden;

Ook in brochure 21 hoofdstuk 3  van de site “Levend Water” lees ik hierover. 

9 Wat betekent dit toen Hij opvoer anders dan dat Hij ook eerst neergedaald is in de diepten, namelijk de aarde?

Dit vers bevestigd hetgeen ik hier boven heb uitgelegd namelijk dat de 'tartarus' onze leefomgeving, atmosfeer is. Christus kon alleen maar opvaren in de hoogte nadat Hij eerst is neergedaald naar de aarde. De aarde wordt hier 'de diepte' genoemd. Die diepte heeft niets met 'een hel' te maken. 

Christus kon alleen maar opvaren in de hoogte nadat Hij eerst is neergedaald naar de aarde. In Johannes 3: 13 staat dat alleen de Zoon des mensen, de Here Jezus neergedaald en opgevaren is.
Joh.3: 13 En niemand is opgevaren naar de hemel dan Hij Die uit de hemel neergedaald is, namelijk de Zoon des mensen, Die in de hemel is.
In de evangeliën kan ik lezen hoe de Here Jezus in Israël heeft gewandeld op de aarde.

10 Degene Die neergedaald is, is ook Degene Die opgevaren is ver boven alle hemelen om alle dingen te vervullen.
Nadat de Here Jezus zijn taak had volbracht op aarde kon hij opvaren ver boven de hemelen om alles te vervullen. Zie Efeze 1: 21 – 23.
Er zijn drie hemelen. De lucht is de eerste hemel. De tweede hemel is de sterrenhemel en de derde hemel is daar nog weer achter.

11 En Hij heeft sommigen gegeven als apostelen, anderen als profeten, weer anderen als evangelisten en nog weer anderen als herders en leraars,
God heeft sommigen als apostelen gegeven. Dat waren er ook echt maar sommigen. Er zijn twaalf apostelen voor Israël geweest; zie Galaten 2: 7 en 9.
Gal.2: 7, 9 7 Maar integendeel, zij zagen dat aan mij het Evangelie onder de onbesnedenen toevertrouwd was, zoals aan Petrus dat onder de besnedenen. 9 En toen Jakobus, Kefas en Johannes, die geacht werden steunpilaren te zijn, de mij gegeven genade erkenden, gaven zij mij en Barnabas de rechterhand van gemeenschap, opdat wíj naar de heidenen en zíj naar de besnedenen zouden gaan.

Paulus was de dertiende en hij had een speciale bediening zoals we hier in de Efeze brief lezen, o.a. in Efeze 3: 3. Ik hoor wel eens dat een moderne prediker zich apostel laat noemen. Maar dat kan hij of zij nooit zijn want ik lees in 1 Korinthe 4: 9 dat Paulus en de twaalf apostelen de laatsten zijn. In 1 Korinthe 9: 1 lees ik dat een apostel de Heer moeten hebben gezien. Paulus beroept zich hierop omdat sommigen hem als apostel niet erkennen.
1 Kor.4: 9 Want ik denk dat God ons, de laatste apostelen,
1 Kor.9: 1 Ben ik niet een apostel? Ben ik niet vrij? Heb ik niet Jezus Christus, onze Heere, gezien? Bent u niet mijn werk in de Heere?

God heeft anderen als profeten gegeven. Een profeet is een 'gave' aan de Gemeente zie vers 8. In het Oude testament gaf een een profeet rechtstreeks woorden van God door. In de evangeliën sprak God door Zoon. Niet in 'de' zoon. In de grondtekst ontbreekt dit lidwoord. Het zegt mij dat vader en Zoon één zijn.
Hebr.1: 1 Nadat God voorheen vele malen en op vele wijzen tot de vaderen gesproken had door de profeten, heeft Hij in deze laatste dagen tot ons gesproken door de Zoon,

Een profeet spreekt namens God. En God heeft gesproken in Zijn Woord. Aan dit woord mag niets meer toegevoegd worden en ook niet afgehaald worden lees in in Openbaring 22: 18 en 19.
Openb.22: 18, 19 18 Want ik getuig aan ieder die de woorden van de profetie van dit boek hoort: Als iemand iets aan deze dingen toevoegt, zal God hem de plagen toevoegen die in dit boek geschreven zijn. 19 En als iemand afdoet van de woorden van het boek van deze profetie, zal God zijn deel afdoen van het boek des levens, en van de heilige stad, van de dingen die in dit boek geschreven zijn.

Nu zijn bovenstaande woorden mogelijk alleen bedoelt voor het boek Openbaring. Daarom wil ik deze teksten aanvullen met 2 Timoteüs 2: 16.
2 Tim.3: 16 Heel de Schrift is door God ingegeven en is nuttig om daarmee te onderwijzen, te weerleggen, te verbeteren en op te voeden in de rechtvaardigheid,
Een moderne profeet kan het woord uitleggen met als doel mensen te onderwijzen, zie Efeze 2: 20. Weerleggen is in de grondtekst 'elegchos'. Het betekent: blootleggen, bewijzen.

Ook zijn er evangelisten gegeven. Zij mogen de juiste blijde boodschap doorgeven in deze genade bedeling. 'Evangelie' is in het Grieks 'euaggelion', wat 'goede juiste boodschap' betekent. Zie ook Efeze 3: 6.
Verder zijn er nog herders en leraars aan de Gemeente gegeven. Een herder is de leider van de kudde. En een leraar leert de kudde. Dat zie ik in 2 Timoteüs 3: 16. Ze onderwijzen aan de Gemeente dat wat nodig en geschikt is voor dat moment.

12 om de heiligen toe te rusten tot het werk van dienstbetoon, tot opbouw van het lichaam van Christus,
De heiligen dat zijn de apart gezette en daardoor toegewijde getrouwe gelovigen. Zie ik Efeze 1: 1.
Deze gaven, in de vorm van mensen met bedieningen, zijn gegeven om de heiligen toe te rusten zodat ook zij leren dienen. Dat dienen zal het Lichaam van Christus opbouwen. Deze opbouw moet leiden tot vers 13.

13 totdat wij allen komen tot de eenheid van het geloof en van de kennis van de Zoon van God, tot een volwassen man, tot de maat van de grootte van de volheid van Christus,
Het uiteindelijke doel van deze gaven in vers 11 is dat alle getrouwe gelovigen tot eenheid komen van het geloof en de kennis van Christus. Over deze eenheid begon Paulus al in vers 3 – 6. Over het kennen van Christus lees ik ook in Efeze 1: 17. Als deze eenheid van het geloof en van de kennis van Christus groeit vormt het Lichaam zich tot een volwassen man.
Volwassen is in de grondtekst 'teleios' Het betekent: volmaakt, voltooid, volkomen, tot zijn doel gekomen. Het Lichaam vervult de volheid van Christus. Het lichaam mag tot volle wasdom komen. Christus is het Hoofd en de Gemeente het Lichaam. Samen vormen zij de nieuwe mens, de volwassen man. Zie ook Efeze 4: 7.

14 opdat wij geen jonge kinderen meer zouden zijn, heen en weer geslingerd door de golven en meegesleurd door elke wind van leer, door het bedrog van de mensen om op listige wijze tot dwaling te verleiden,
Als het lichaam volwassen is geworden geld dat ook voor mij persoonlijk. Ik ben geen jong kind meer in dit Lichaam van Christus.
Jong kind is in de grondtekst 'nepios'. Het betekent: onmondigen, zonder woord. Een jong kind is onmondig. Het kan zich niet voldoende verweren met woorden. Maar ik ben op de hoogte van Gods Woorden voor deze bedeling en ben mondig geworden. Dat heeft tot gevolg dat ik niet meer heen weer hoef te worden geslingerd tussen allerlei tegenstrijdige  uitleggingen die bijvoorbeeld gebaseerd zijn op leringen uit de eerdere brieven van Paulus die hij tijdens Handelingen heeft geschreven. Ook geld dit voor leringen uit de overige brieven. Tevens geld dit voor het onderwijs van God aan het volk Israël. Niet dat daar geen Goddelijke waarheden in zitten, maar wel dat deze waarheden mogelijk niet van toepassing zijn op dit tijdperk, de bedeling van genade. Ik denk o.a. aan wonderen en tekenen en gaven van heilige geest.
Zie mijn studie: “Doop met heilige geest”.
Of ook mijn studie: “Het Oude en het Nieuwe Verbond”  

15 maar dat wij, door ons in liefde aan de waarheid te houden, in alles toe zouden groeien naar Hem Die het Hoofd is, namelijk Christus.
Het gaat nog steeds over de 'gaven' door God gegeven aan de Gemeente het Lichaam van Christus. Die gaven leiden tot dienstbetoon; vers 12. Dit leidt dan weer tot liefde (grondtekst: agapé zie ook vers 2). Het is liefde die boven menselijke liefde uitstijgt voor de waarheid, geldend voor de bedeling van genade. Liefde voor 'de waarheid' is in tegenstelling tot onmondig zijn; vers 14. Ik kan liefde voor de waarheid hebben omdat ik weet, als volwassene wat die waarheid is. En als ik dat weet kan ik mij er ook aan houden. Zodat ik tot in (grondtekst: eis) Christus groei, het Hoofd van het Lichaam. Ook al ben ik een volwassen lid van de Gemeente, ik groei nog steeds. Hierover zegt Kolossenzen 2: 19d:
Kol.2: 19 opgroeit door de groei die van God komt.

16 Van Hem uit wordt het hele lichaam samengevoegd en bijeengehouden door elke band die ondersteuning geeft, overeenkomstig de mate waarin ieder deel werkzaam is. Zo verkrijgt het lichaam zijn groei, tot opbouw van zichzelf in de liefde.
Er komen twee 'sun' woorden voor in deze tekst. Zie ook Efeze 2: 5.
1. Samengevoegd. In de grondtekst staat 'sunarmologeo'. Het betekent: samen verbindingen leggen.
2. Bijeengehouden. In de grondtekst staat 'sumbibazo'. Het betekent: samen stappen maken, verenigen, instrueren, concluderen.

Vanuit Christus wordt het Lichaam samengevoegd en bijeengehouden. Dat komt doordat Christus het Hoofd is. Zonder Hoofd is het Lichaam stuurloos. Maar ook de leden van het Lichaam leggen verbindingen met elkaar. Zij maken samen stappen, ze verenigen zich, geven instructies en trekken conclusies. Door dit samen te doen groeit het Lichaam, naar de volwassenheid, en wordt het opgebouwd in liefde (agapé, zie vers 2 en 15).
In Kolossenzen 2: 19 lees ik over het Lichaam van Christus:
Kol.2: 19 het hoofd, waaruit het hele lichaam, dat van banden en pezen voorzien is en daardoor samengevoegd, opgroeit door de groei die van God komt.

17 Dit zeg ik dan en getuig ervan in de Heere, dat u niet meer wandelt zoals de andere heidenen wandelen, in de zinloosheid van hun denken,
Dan komt er in dit vers een waarschuwing niet meer te wandelen zoals de andere heidenen of volkeren. In de grondtekst staat i.p.v. heidenen 'ethnos'. Het betekent: natiën, volkeren. Het gaat over de overige volkeren waartoe ook de getrouwe gelovigen behoren, zie Efeze 1 bij de inleiding.

Dat wandelen is niet fysiek, maar geestelijk. Dat zie ik aan het vervolg van deze zin. Er wordt over zinloos denken gesproken. Dit staat in tegen stelling tot het bedenken van de dingen die boven zijn.
Kol.3: 2 Bedenk de dingen die boven zijn en niet die op de aarde zijn,

In de Staten Vertaling staat dat ik niet moet wandelen in de ijdelheid van het gemoed. In de grondtekst staat voor denken/gemoed 'nous'. Het betekent: verstand, het waarnemen, bemerken met het verstand, er verstand van hebben. Zie ook vers 1 waar opgeroepen wordt om te wandelen waardig de roeping waarmee geroepen is. Wandelen komt vaker voor in de Efeze brief en daar zit een patroon in. a. is negatief en b. is positief.
a. 2: 2 Voorheen wandelen in overtredingen en zonden
       b. 2: 10 wandelen in goede werken
       b. 4: 1 wandelen waardig de roeping
a. 4: 17 niet te wandelen zoals de heidenen
       b. 5: 2 wandelen in liefde
       b. 5: 8 wandelen als kinderen van het licht
a. 5: 15 niet te wandelen als onwijzen
       b. 5: 15 wandelen als wijzen

18 verduisterd in het verstand, vervreemd van het leven dat uit God is, door de onwetendheid die in hen is, door de verharding van hun hart.
19 Zij hebben zich, ongevoelig als ze zijn geworden, overgegeven aan losbandigheid, om alle onreinheid begerig te bedrijven.

Vers 18 en 19 gaan nog even door op de wandel van de andere volkeren. Bijzonder dat hier niet staat dat zij vervreemd zijn van het burgerschap van Israël. En dat klopt ook wel want het gaat hier over alle heidenen en volkeren. Het gaat hier niet specifiek over de tien stammen die vervreemd waren van het burgerschap van Israël; Efeze 2: 12. Hier is men vervreemd van het leven uit God en daardoor is hun verstand verduisterd en niet in staat om de dingen te bedenken die van God zijn. Er is onwetendheid in hen. Onwetendheid is in de grondtekst 'agnoia'. Het betekent: zonder kennis. Dit is tegengesteld aan de kennis van vers 13. Deze onwetendheid komt door de verharding van hun hart. Die verharding van het hart heeft ook gemaakt dat zij ongevoelig zijn geworden, waar door ze zich overgegeven hebben aan losbandigheid en onreinheid. Al deze verschijnselen hebben met elkaar te maken. Ik moet hierbij denken aan de uitzending “Grenzeloos misbruikt”

In Romeinen 1: 21 lees ook over deze duisterheid en in vers 24 over het hieraan overgegeven worden.
Rom.1: 21, 24 21 Want zij hebben, hoewel zij God kennen, Hem niet als God verheerlijkt of gedankt, maar zij zijn verdwaasd in hun overwegingen en hun onverstandig hart is verduisterd. 24 Daarom ook heeft God hen in de begeerten van hun hart overgegeven aan de onreinheid om hun lichamen onder elkaar te onteren.

Is daar dan geen weg uit terug? Ja zeker wel. Er is een weg van verlossing wanneer men Christus leert kennen en aanvaard dat Hij voor alle zonden aan het kruis is gestorven. Ik was vroeger ook verduisterd in mijn verstand enz. 

Maar wat zegt Efeze 2: 1 – 5:
Ef.2: 1, 4 1 Ook u heeft Hij met Hem levend gemaakt, u die dood was door de overtredingen en de zonden, 2a waarin u voorheen gewandeld hebt, 4 Maar God, Die rijk is in barmhartigheid, heeft ons door Zijn grote liefde, waarmee Hij ons liefgehad heeft, 5 ook toen wij dood waren door de overtredingen, met Christus levend gemaakt uit genade bent u zalig geworden

20 Maar u hebt Christus zo niet leren kennen,
21 als u Hem tenminste gehoord hebt en door Hem bent onderwezen, zoals de waarheid in Jezus is,
Inderdaad, ik mocht Christus leren kennen. Ik heb van Hem gehoord. Daarover gaat ook Efeze 1: 13 en 3: 2. En ik ben door Hem onderwezen. Dit onderwijzen is gebeurt door een evangelisatie avond en later door prediking uit Gods Woord. Ook mocht ik zelf de Bijbel lezen en bestuderen zodat ik meer en meer ontdek dat de waarheid in Jezus is

Zie ook Efeze 1: 13 waar het woord der waarheid het evangelie van hun zaligheid is.
In vers 24 is de nieuwe mens in overeenkomst met het beeld van God geschapen in waarheid, rechtvaardigheid en heiligheid.
In Efeze 5: 9 is waarheid een vrucht van de Geest.
In Efeze 6: 14 wordt ik opgeroepen om de lendenen te omgorden met de waarheid.

Er staat in vers 21 'Jezus' en niet Christus, omdat het in dit vers gaat om de Zoon als mens op aarde.

22 namelijk dat u, wat betreft de vroegere levenswandel, de oude mens aflegt, die te gronde gaat door de misleidende begeerten,
De waarheid in Jezus is dat ik de oude mens afleg en niet meer wandel zoals vroeger. Die oude mens ging ten gronde door misleidende begeerten. Zie ook vers 19, waar het over onreinheid gaat die nogal heftig is. Het kan ook om een 'mildere' vorm van onreinheid gaan zo lees ik in Kolossenzen 3: 8.
Kol.3: 8, 9 8 Maar nu, legt ook u dit alles af, namelijk toorn, woede, slechtheid, laster, en schandelijke taal uit uw mond. 9 Lieg niet tegen elkaar, aangezien u de oude mens met zijn daden uitgetrokken hebt,
Col 3:8 Maar nu legt ook gij dit alles af, namelijk gramschap, toornigheid, kwaadheid, lastering, vuil spreken uit uwen mond.(SV)

Hoe doe ik dat, de oude mens afleggen of uittrekken? Gelukkig mag ik weten dat in Romeinen 6: 6 staat dat mijn oude mens met de Here Jezus gekruisigd is. Dat is ook wat er in Galaten 2: 20 staat.
Rom.6: 6 Dit weten wij toch, dat onze oude mens met Hem gekruisigd is, opdat het lichaam van de zonde tenietgedaan zou worden en wij niet meer als slaaf de zonde zouden dienen.
Gal.2: 20 Ik ben met Christus gekruisigd; en niet meer ik leef, maar Christus leeft in mij; en voor zover ik nu in het vlees leef, leef ik door het geloof in de Zoon van God, Die mij heeft liefgehad en Zichzelf voor mij heeft overgegeven.
Door de inhoud van deze verzen te aanvaarden kunnen vers 23 en 24 waarheid worden.

23 en dat u vernieuwd wordt in de geest van uw denken,
24 en u bekleedt met de nieuwe mens, die overeenkomstig het beeld van God geschapen is, in ware rechtvaardigheid en heiligheid.
'Ware' is hetzelfde woord als 'waarheid'. Zie vers 21.
Nieuwe mens komt ook voor in Efeze 2: 15 en Kolossenzen 3: 10
Kol.3: 10 en u met de nieuwe mens bekleed hebt, die vernieuwd wordt tot kennis, overeenkomstig het beeld van Hem Die hem geschapen heeft.

Doordat de oude mens met de Here Jezus is gekruisigd kan ik bekleed worden met de nieuwe mens. En daardoor kan ik ook vernieuwd worden in de geest van mijn denken.
Vernieuwd worden is in de grondtekst 'ananeoosthai' en het betekent: verjongd worden, opnieuw nieuw maken, compleet nieuw maken. Het komt alleen hier voor.
Denken is in de grondtekst 'noos'. Dat betekent: denken met het verstand. Zie ook vers 17.

Die nieuwe mens is Christus. En dus kan ik zeggen dat ik, als nieuwe mens, naar het beeld van God ben geschapen. En in Christus ben ik geheiligd en gerechtvaardigd lees ik in 1 Korinthe 6: 11.
1 Cor.6: 11 Sommigen van u zijn dat wel geweest, maar u bent schoongewassen, maar u bent geheiligd, maar u bent gerechtvaardigd, in de naam van de Heere Jezus en door de Geest van onze God.

25 Leg daarom de leugen af en spreek de waarheid, ieder tegen zijn naaste; wij zijn immers leden van elkaar.
Omdat vers 24 waarheid in mijn leven is geworden behoef ik niet meer te liegen. In Johannes 8: 44 staat dat Satan de vader van de leugen is. Met Satan wil ik niets te maken hebben daarom leg ik de leugen af. Het staat er in de gebiedende wijs. En dat geld ook voor het spreken van de waarheid. Dit doe ik samen met mijn naaste, de leden van het Lichaam.

26 Word boos, maar zondig niet; laat de zon niet ondergaan over uw boosheid, 27 en geef de duivel geen plaats.

Boos is in de grondtekst 'orgizo'. Het betekent: boos, toorn, gramschap.
Boosheid is in de grondtekst 'parorgismos'. Het betekent: toorn, gramschap.
Zoals het in de HSV staat krijg ik het idee dat ik boos mag worden. Maar neem ik de grondtekst erbij dan lees ik: jullie zijn boos en toch niet zondigt”. Dat geeft meer aan dat als ik dan toch boos wordt ik moet proberen niet te zondigen.
De nieuwe mens zou eigenlijk helemaal niet boos moeten worden. Boos worden is zondigen en dat is mijn doel missen. Het doel van dit hoofdstuk is dat ik waardig wandel in de roeping waarmee ik geroepen ben; vers 1. Als ik dan toch boos wordt dan moet ik het voor de nacht weer in orde maken. Dat kan zijn dat ik iets naar God toe moet belijden of ook naar mijn naaste toe. Zo blijf ik praktisch in Gods genade en krijgt de duivel geen voet aan de grond bij mij. Belijd ik het niet niet dan loop ik kans op bitterheid. En daar is niemand mee geholpen, alhoewel Gods reddende genade nooit van me af genomen kan worden lees in Efeze 1: 7 waar staat dat ik de verlossing heb en de vergeving van overtredingen.
Hebr.12: 15 Zie erop toe dat niemand achteropraakt in de genade van God, en dat er geen enkele wortel van bitterheid opschiet en onrust veroorzaakt zodat daardoor velen bezoedeld worden.

28 Wie gestolen heeft, moet niet meer stelen, maar zich liever inspannen om met de handen goed werk te doen, om iets te kunnen delen met wie gebrek heeft.
Ja, ik heb wel eens iets gestolen. Het was een handdoek van mijn werk. Bijzonder dat ik dit nog weet, want het is minstens 40 jaar terug. Maar het is beter om gewoon te werken voor mijn spullen en het dan te delen met anderen die het minder hebben, of zelfs gebrek hebben. Wel bijzonder dat dit hier genoemd wordt. Ik zou zeggen er zijn ergere dingen, zoals moord. Mogelijk noemt Paulus hier dit stelen omdat moord wel logisch is dat een getrouwe gelovige dit niet doet. Maar ietsje stelen? Wat zou het voor kwaad kunnen. Toch hoort het niet bij de nieuwe mens. Net zoals vers 29.

29 Laat er geen vuile taal uit uw mond komen, maar wel iets goeds, dat nuttig is tot opbouw, opdat het genade geeft aan hen die het horen.
Ik maak mij wel eens zorgen over mezelf, want als ik schrik komt er meestal een naar woord uit mijn mond. Ook besef ik dat een roddel op de loer ligt en ik weet niet helemaal zeker of anderen daar ook soms geen last van hebben. En roddelen is vernietigend.
Dus is het ook weer niet voor niets dat Paulus dit mee geeft aan de heiligen.
In de grondt staat voor vuile 'sapros'. Dat betekent: corrupt, slecht, verrot.
Dat is toch niet iets om zomaar overheen te stappen. Kolossenzen 3: 8 spreekt o.a. over laster en schandelijke taal uit uw mond wat ik af moet leggen.
Kol.3: 8 Maar nu, legt ook u dit alles af, namelijk toorn, woede, slechtheid, laster, en schandelijke taal uit uw mond.

Maar verder streef ik er naar om positief te spreken. Dat bouwt op en geeft genade aan degene die het horen. Het werkt zelfs als een positieve boemerang zo lees ik in Efeze 6: 8.
Ef.6: 8 U weet immers dat wat ieder aan goeds gedaan heeft, hij dat van de Heere terug zal krijgen, hetzij slaaf, hetzij vrije

30 En bedroef de Heilige Geest van God niet, door Wie u verzegeld bent tot de dag van de verlossing.
Blijkbaar kan ik God bedroeven wanneer ik lelijke dingen doe. Het gaat hier om de Geest van God. Die is uiteraard Heilig. Ik ben verzegeld met de geest; Efeze 1: 13, oftewel de kracht van God en dat tot aan de dag van de verlossing. In Filippenzen 1: 6 en 10 staat:
Fil.1: 6, 10 6 Ik vertrouw erop dat Hij Die in u een goed werk begonnen is, dat voltooien zal tot op de dag van Jezus Christus. 10 opdat u kunt onderscheiden wat wezenlijk is, opdat u oprecht bent en zonder aanstoot te geven tot de dag van Christus,

31 Laat alle bitterheid, woede, toorn, geschreeuw en laster van u weggenomen worden, met alle slechtheid,
Nog een vermaning in het verlengde vanaf vers 25. Hier suggereert de tekst dat al dit slechte van ons weggenomen kan worden als we dit toelaten. En het is zo dat nu ik Christus heb leren kennen ik ook het liefste deze dingen niet meer in praktijk breng.

32 maar wees ten opzichte van elkaar vriendelijk en barmhartig, en vergeef elkaar, zoals ook God in Christus u vergeven
In de grondtekst staat: “genade gevende aan jullie zelf zoals ook de God in Christus genade geeft”.
Genade gevend gaat verder dan vergeving geven en ontvangen. Genade is alles omvattend. Het scheld mij alles kwijt. En zo mag ik ook alles kwijtschelden aan anderen en kan ik vriendelijk en barmhartig zijn.
Ik mag mij uit strekken naar het goede. En in de kracht van Gods Geest moet dit kunnen. Zeker als ik besef hoeveel genade mij in Christus is betoond en wat de Here Jezus daarvoor heeft gedaan.

Geraadpleegde bronnen:

s4Dutch-GNT-2016 Concordant Greek Text with Dutch interlinear:

De brief aan de Efeziërs” vers voor vers geschreven door H.B. Slagter. Dit boek is zeker de moeite waard om aan te schaffen en te gebruiken bij het bestuderen van de Efeze brief. 

Terug naarEfeze 1 Efeze 2 Efeze 3 Efeze 5  Efeze 6


3 opmerkingen:

  1. Hoi Rinkse ik heb een stukje tekst gebruikt bij een plaatje over vers 32 (met jouw naam en blog als bron erbij.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Hoi Rinkse ik heb een stukje tekst gebruikt bij een plaatje over vers 32 (met jouw naam en blog als bron erbij.

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Dat is goed. Ik heb het gezocht, maar heb het (nog) niet kunnen vinden.

      Verwijderen