Inleiding

Is het zo belangrijk hoe we de Bijbel lezen? Mijn ervaring is van wel. Ik was bijna gestrand in de tegenstrijdigheden in Gods Woord en de verschillende uitleggingen daarover. Staan er dan in de Bijbel teksten die elkaar tegenspreken? Ik heb ze wel gevonden. Neem bijvoorbeeld 1 Korinthe 7,26,29 en vergelijk dat met 1 Timotheüs 5:14. Ik weet wel dat je de teksten in het verband moet lezen, maar dan nog kwam ik er niet uit. In mijn studie "tegenstrijdigheden in de Bijbel" kun je lezen waar ik zoal tegenaan ben gelopen en hoe ik deze vermeende tegenstrijdigheden mag lezen.

In de verzen 1 Korinthe 1:10 en Filippenzen 2:2 spreekt de Bijbel over eensgezindheid. Als ik om mij heen kijk heb ik het idee dat we alles behalve eensgezind zijn. Over het werk van Christus denken we veelal wel hetzelfde, maar er zijn verder veel verschillen en dus ook veel groepen.

In de VISIE van januari 2014 wordt in “slijpsteen” gevraagd of werken aan kerkelijke eenheid verspilde energie is. 61 % vindt van niet, 39 % vindt van wel.

Ik denk dat veel van de verschillen te maken hebben met hoe we de Bijbel lezen.

Wat ik veel hoor en lees is dat wij tegenwoordig leven in en mogen bouwen aan het Koninkrijk van God. De Here Jezus wordt aanbeden als onze Koning. Maar is Christus op dit moment Koning? Hierover kun je lezen in mijn studie "De toekomst van de mens" deel 1 "Het Koninkrijk"

Maar om de bedoeling van het Koninkrijk goed te begrijpen raad ik je aan ook de andere delen van de studie te lezen. Daar vind je dan ook een een uitleg over "de hel", waar ik me aan gewaagd heb. Eén en ander hebben, naar mijn idee, met elkaar te maken.

"De hel" is een onderwerp waar we mee in onze maag zitten. Ongeveer 10 jaar geleden werd daar in diverse tijdschriften aandacht aan besteed. In het blad CV-Koers schreef een bekende Nederlander dat hij zou willen dat er een ander verhaal was dan "de hel". Bovendien werd het "ons nare geheimpje" genoemd.

Waar ik natuurlijk benieuwd naar ben is wat je van de studies vindt.

Studie: "Efeze 2"

Bedeling van de genade: Efeze 2. 

Vervolg op Efeze 1.  Ik geef hier de link naar deze studie en ook naar Efeze 3, 4, 5 en 6 die ondertussen af zijn.

Efeze 1  
Efeze 3     
Efeze 4
Efeze 5 
Efeze 6

Hoe wil God dat ik leef in deze tijd.

Efeze 2: 1 – 22

1 Ook u heeft Hij met Hem levend gemaakt, u die dood was door de overtredingen en de zonden, 2a waarin u voorheen gewandeld hebt,
Paulus richt zich hier tot de heidenen. In Efeze 1: 1 – 12 schreef Paulus over ons en wij. Dan had hij het over zichzelf en over de Israëlieten. Maar vanaf vers 13 schrijft hij over 'ook u' en richt hij zich mede tot de heidenen. Zie de beschrijving bij dat vers in de studie Efeze 1.

In de Efeze brief en in alle latere brieven van Paulus is er geen verschil meer tussen Israëlieten, Joden en heidenen. Dat was wel zo tijdens Handelingen en in de brieven die Paulus heeft geschreven tijdens Handelingen. Zie voor verdere uitleg hiervoor de inleiding van Efeze 1.

In dit vers staat: “u heeft Hij met Hem levend gemaakt”. Dat staat niet in de grondtekst. In de Statenvertaling vertaling staat dit gedeelte schuin gedrukt.

De getrouwe gelovigen waren voor God geestelijk 'dood' door overtredingen en zonden waarin ze, voordat ze geloofden, gewandeld hadden en leefden.
Overtredingen (paraptooma) betekent: het ernaast vallen / de val naast. Die overtreding begon bij Eva en Adam. Zij werden ongehoorzaam aan God en vielen naast de zegen en de positie die God met hen voor ogen had. Alle mensen hebben deel aan deze zonde van Eva en Adam.
Zonden (harmatia) betekent: het doel missen. Dat doel missen komt overeen met het ernaast vallen. Als ik door overtredingen naast mijn positie in Christus val mis ik, door deze zonde, het doel in mijn leven. Ik verwonder mij erover dat hier niet allerlei zonden genoemd worden zoals overspel, stelen of haten van mensen. Het zonder God leven lijkt de grootste zonde te zijn. Ieder mens begint met deze zonde:
Rom.5: 12 Daarom, zoals door één mens de zonde in de wereld is gekomen, en door de zonde de dood, en zo de dood over alle mensen is gekomen, in wie allen gezondigd hebben.

Maar ook ieder mens mag de keuze maken om Gods Woord te vertrouwen en de verlossing, door Christus volbracht, te aanvaarden. Dit maakt iemand levend ook al moet hij nog wel sterven. Dit sterven betreft dan alleen het aardse lichaam. Een gelovige in deze bedeling krijgt, als zijn lichaam het opgeeft, deel aan de de uitopstanding. Zie verder vers 4.
In de Efeze brief wordt alleen in dit vers geschreven over zonden.

2b overeenkomstig het tijdperk van deze wereld, overeenkomstig de wil van de aanvoerder van de macht in de lucht, van de geest die nu werkzaam is in de kinderen van de ongehoorzaamheid,
Dit tijdperk (aioon) is de periode waarin ik nu leef in deze wereld (kosmos). Het is de tegenwoordige boze eeuw; Galaten 1: 4. In deze eeuw werkt Satan, als aanvoerder (SV: overste) van de macht in de lucht, in de kinderen van de ongehoorzaamheid. Deze lucht is de eerste hemel. Dit is de lucht rondom de aarde waarin de vogels vliegen. Satan bevind zich in deze lucht. Ik kan hem niet zien. Maar ik heb wel met hem te maken gehad zoals in vers 1 en 3 staat. Mijn wandel was in die contreien.

3 onder wie ook wij allen voorheen verkeerden, in de begeerten van ons vlees, door de wil van het vlees en de gedachten te doen; en wij waren van nature kinderen des toorns, evenals de anderen.
Paulus schrijft dat zij en wij allemaal onder de aanvoerder van de macht in de lucht vielen. Wij werden gedreven door ongezonde begeerten. Wij hadden last van ongezonde gedachten. Wij waren van nature kinderen van de toorn. Hier wordt in de grondtekst hetzelfde woord gebruikt voor kinderen als in Efeze 1: 5 namelijk 'huiothesia' wat 'zoon' betekent. Het gaat hier dus ook om een 'zoonschap' en wel een zoonschap van de toorn. Over hen kwam de toorn van God lees ik in Efeze 5: 6. Dat heeft ook voor mij gegolden. Dat is ernstig. Ik zou sterven. Ik zou wel opstaan bij de komst van Christus (1Korinthe 15: 22, Daniël 12: 2 en Johannes 5: 28, 29) maar dit zou een opstanding ten verdoemenis, ten oordeel zijn. Na die opstanding zou ik geen deel krijgen aan het Koninkrijk van God.

Efeze 5: 5 – 8 5 Want dit moet u weten, dat geen enkele ontuchtpleger, onreine of hebzuchtige, die een afgodendienaar is, een erfdeel heeft in het Koninkrijk van Christus en van God. 6 Laat niemand u misleiden met inhoudsloze woorden, want om deze dingen komt de toorn van God over de kinderen van de ongehoorzaamheid. 7 Wees dan hun metgezellen niet. 8 Want u was voorheen duisternis, maar nu bent u licht in de Heere; wandel als kinderen van het licht.
Zie verder deel 5 van mijn studie "De toekomst van de mens"

Ook al merk ik de begeerte van het vlees en van mijn gedachten nog wel in mijn leven, ik weet dat ik mag staan op Gods belofte van vers 4 en 5.

4 Maar God, Die rijk is in barmhartigheid, heeft ons door Zijn grote liefde, waarmee Hij ons liefgehad heeft, 5 ook toen wij dood waren door de overtredingen, met Christus levend gemaakt uit genade bent u zalig geworden
Doordat ik de verlossing en de vergeving heb ben ik niet meer (geestelijk) 'dood'. Mijn positie is niet meer gescheiden van God. Ik heb in die positie van Eva en Adam gewandeld maar heb mijn doel gevonden IN Christus. Hierin ervaar ik de rijke barmhartigheid en grote liefde van God welke er al was toen ik nog door de overtredingen 'dood' voor God was. Maar met Hem ben ik levend gemaakt. Ik val niet meer onder de toorn van God. Mijn oude positie telt niet meer mee.

'Uit genade zalig geworden' staat in de Statenvertaling tussen haakjes. Dat betekent dat het niet in de grondtekst staat. Maar de zin is wel in overeenkomst met de intentie van deze verzen. Er is mij genade bewezen doordat ik mijn leven en hart aan Christus heb mogen geven en Zijn Offer heb mogen aanvaarden. Daarna heeft God Zich IN Christus over mij ontfermd. Met Christus ben ik zalig geworden wat betekent dat ik gered, behouden ben. Ik zal deel krijgen aan de uitopstanding uit de dood. Zie verder mijn studie: "De uitopstanding en de verschijning met Christus"

Met Christus levend gemaakt. De grondtekst maakt duidelijk, door de toevoeging van 'sun' dat ik samen, mede (sun) met Christus levend ben gemaakt. Ik ben één geworden met Christus. Dat geld voor alle gelovigen in deze bedeling, Israëlieten en heidenen uit de volkeren. Dit gaat mijn begrip verre te boven. Het woordje samen, mede (sun) is kenmerkend voor de latere brieven van Paulus. Het komt meerdere keren voor in de Efeze brief, namelijk nog in 2: 6 'opwekken met en zetten met'; 2: 19 'medeburger'; 2: 21 en 4: 16 'samengevoegd zijn'; 2: 22 'samen gebouwd worden'; 3: 6 'mede-erfgenamen, mede-lichaam, mede-deelgenoot'; 4: 3 'samenbinding'; 4: 16 'samen gebracht'; en 5: 11 'gemeenschap hebben'.

6 en heeft ons met Hem opgewekt en met Hem in de hemelse gewesten gezet in Christus Jezus,
Toen ik 'dood' was, voor God, door zonden en misdaden kwam ik niet aanmerking voor het Koninkrijk van God zo las ik in vers 3. Als ik mijn leven niet aan Christus had gegeven zou ik in de toorn van God blijven en sterven. Maar nu ben ik met Hem opgewekt en ben zelfs in de hoogste hemel gezet IN Christus.

Met Hem opgewekt is ook een uitdrukking waar het woordje 'sun' in voorkomt in de grondtekst, zie vers 5. In de Statenvertaling staat: En heeft ons mede opgewekt, en heeft ons mede gezet in den hemel in Christus Jezus;
Samen, mede met Christus ben ik opgewekt. Dit opgewekt zijn is iets anders dan de opstanding. De opstanding komt nadat ik gestorven ben. Opgewekt zijn is het wakker zijn geworden uit mijn 'dode' toestand. Ik ben gaan zien dat ik het doel miste. Ik ben dus opgewekt. Zie ook vers 1. Dit lees ik ook in:

Kol.2: 12 U bent immers met Hem begraven in de doop, waarin u ook met Hem bent opgewekt, door het geloof van de werking van God, Die Hem uit de doden heeft opgewekt.
Kol.3: 1 Als u nu met Christus opgewekt bent, zoek dan de dingen die boven zijn, waar Christus is, Die aan de rechterhand van God zit.

De opstandingskracht is al wel in mij aanwezig maar Paulus zegt in Filippenzen 3: 11 en 12 dat hij dit nog niet verkregen heeft. En dat geld ook voor mij. Ik ben 'wakker gemaakt' maar de werkelijke opstanding komt na mijn dood.
Fil.3: 11, 12 11 om hoe dan ook te komen tot de opstanding van de doden. 12 Niet dat ik het al verkregen heb of al volmaakt ben, maar ik jaag ernaar om het ook te grijpen. Daartoe ben ik ook door Christus Jezus gegrepen.

Ik ben niet alleen met Christus opgewekt maar bovendien mede met Hem gezet in de hemelse gewesten. Daar zijn de dingen die boven zijn. Die 'dingen' mag ik zoeken en er mij op richten. Daar is Christus nu ook. Dit is 'ver boven' alle overheid, macht, kracht, heerschappij en elke naam die genoemd wordt, staat in Efeze 1: 21. Zie ook Efeze 1: 3.

7 opdat Hij in de komende eeuwen de alles overtreffende rijkdom van Zijn genade zou bewijzen, door de goedertierenheid over ons in Christus Jezus.
8 Want uit genade bent u zalig geworden, door het geloof, en dat niet uit u, het is de gave van God;
De komende eeuwen. Dat zijn er minstens twee. Na deze eeuw komt de eeuw van het Koninkrijk, oftewel het duizend jarig rijk. Daarna komt de eeuw van de nieuwe hemel en aarde. In deze eeuwen zal God mij, samen met alle getrouwen uit deze bedeling, de alles overtreffende rijkdom laten zien. Dit is opnieuw een uitdrukking in de Efeze brief die uitstijgt boven alle wat er tot dan toe geschreven was. Alles overtreffende rijkdom. Het is het meeste. En het is een gave van God die te maken heeft met het zalig, behouden, gered worden. Er is niets van mij bij. Het lijkt er zelfs op dat bedoeld wordt dat het geloof een gave van God is. Ik weet dat het nooit om mijn geloof gaat, maar om het geloof VAN Christus. Hij heeft 'geloof' laten zien en ik mag daarin delen. Ja, dat is alles overtreffend. Dan klopt het ook niet mee als mensen zeggen dat als je maar gelooft, je kunt genezen. Want het ligt niet aan mijn geloof. Genezing is IN het geloof van Christus. En in deze bedeling hebben genezingen niet de prioriteit. De dingen die boven boven zijn hebben de prioriteit. Wat ik wel kan doen is vertrouwen. Ik mag er op vertrouwen dat alles wat God mij hier belooft, alle geestelijke zegeningen, mijn deel zijn en zullen worden IN Christus in de hemelse gewesten.

9 niet uit werken, opdat niemand zou roemen.
10 Want wij zijn Zijn maaksel, geschapen in Christus Jezus om goede werken te doen, die God van tevoren bereid heeft, opdat wij daarin zouden wandelen.
Er staat in vers 9 dat ik niet uit werken zalig ben geworden. In vers 10 staat dat ik geschapen ben in Christus Jezus om goede werken te doen, die God bereid heeft. Vers 10 lijkt in tegenspraak met vers 9. Toch is dat niet zo. Vers 9 gaat over mijn werken. Daardoor wordt ik niet behouden. Ik ben niet behouden omdat ik zo goed mijn best heb gedaan, of omdat ik een nobel mens ben. Ik ben behouden op grond van Genade; vers 8

Vers 10 gaat over de werken die God bereid heeft voor ons IN Christus Jezus. Het gaat over mijn positie IN Christus welke God voor mij bereid heeft. Dat geld voor ieder mens in deze bedeling. God had ons immers al voor de grondlegging van de wereld op het oog; Efeze 1: 4! En God wil graag dat ik 'wandel' in die Werken van Christus. Naar mijn idee betekent dit wandelen dat ik gebruik maak van datgene wat Christus voor mij gedaan heeft en er er uit leef. Bijvoorbeeld als ik mij schuldig voel om vroegere beleden zonden dan mag ik zeggen tegen mezelf dat ik IN Christus gereinigd en geheiligd ben. God ziet mij IN Christus aan. Dat geld ook voor de zonden die ik nu nog doe of nog ga doen. Dat wandelen lijkt mij voornamelijk een geestelijke zaak, die zeker zijn zichtbare uitwerking zal hebben. Want als ik mij een bevrijd mens voel zal ik ook een blij en positief mens zijn. En dat is hopelijk aan mij te zien.
Ik ben in wezen voor die positie IN Christus geschapen.

'Geschapen' komt vier keer voor in de Efeze brief:
A 2: 10, wij zijn geschapen in Christus Jezus
B 2: 1, de twee zijn tot een nieuwe mens geschapen
A 3: 9, God heeft alles geschapen door Christus Jezus
B 4: 24, de nieuwe mens aandoen, die naar God geschapen is
Mooi om te zien hoe de twee A verzen met elkaar te maken hebben en ook de twee B verzen.

11 Bedenk daarom dat u die voorheen heidenen was in het vlees en die onbesnedenen genoemd werd door hen die genoemd worden besnijdenis in het vlees, die met de hand gebeurt,
Paulus richt zich in dit vers speciaal tot de heidenen uit de volkeren, maar ook tot de 10 stammen van Israël zoals in vers 12 is te zien. De heidenen werden door de joden, de 2 stammen (Juda en Benjamin), onbesnedenen genoemd. Zij waren heidenen, volkeren in het vlees en niet wederom geboren. Maar nu hebben zij allen deel aan de geestelijke zegeningen (Efeze 1: 4 – 14).
Die besnijdenis van de Israëlieten gebeurde met de hand. Dat wil zeggen dat het een ingrijpen door mensen was. God had de besnijdenis voorgeschreven bij de instelling van het Oude Verbond; Romeinen 11: 4. Maar nu in deze bedeling is er sprake van een besnijdenis zonder handen zo lees ik in:

Kol.2: 10, 11 10 En u bent volmaakt geworden in Hem, Die het Hoofd is van iedere overheid en macht. 11 In Hem bent u ook besneden met een besnijdenis die niet met handen plaatsvindt, door het uittrekken van het lichaam van de zonden van het vlees, door de besnijdenis van Christus.
De besnijdenis van Christus daar versta ik Zijn kruisiging onder. Die kruisiging was plaatsvervangend. Ik wordt niet meer gekruisigd om mijn zonden. Ik ben IN Christus en dus met Hem gekruisigd; Galaten 2: 20. Dat is zonder handen gebeurd. Dat is een geestelijk gebeuren. Dat lees ik ook in:
Fil.3: 3 Want wij zijn de besnijdenis, wij die God in de Geest dienen en in Christus Jezus roemen en niet op het vlees vertrouwen.

12 dat u in die tijd zonder Christus was, vervreemd van het burgerschap van Israël en vreemdelingen wat betreft de verbonden van de belofte. U had geen hoop en was zonder God in de wereld.
Het gaat in deze verzen over heidenen uit de volkeren maar ook over heidenen die in die tijd vervreemd waren van het burgerschap van Israël. Ik geloof dat Paulus zich in dit vers mede richt tot de Israëlieten die behoren tot de 10 stammen. Deze waren en zijn verstrooid onder de volkeren. Zij hebben tot het burgerschap van Israël behoord en heidenen uit de volkeren niet. Maar ongehoorzaamheid en ongeloof hebben gemaakt dat de 10 stammen verstrooid werden en dat zij nu overal wonen. Zij waren zonder Christus, God en zonder hoop. Zij werden door de Joden (2 stammen) onbesnedenen genoemd. Zij vielen niet meer onder het oude en het nieuwe verbond en het burgerschap van Israël. Zij waren vreemdelingen in de verstrooiing geworden. Zij werden over één kam gescheerd met de heidenen uit de volkeren. Maar voor God behoren zij nog steeds bij Zijn uitverkoren volk. Juist ook voor hen is deze boodschap uit de Efeze brief. Ook voor hen heeft Paulus zijn zeven latere brieven geschreven opdat niemand verloren zal gaan. Vers 13 gaat hier verder op in.

13 Maar nu, in Christus Jezus, bent u, die voorheen veraf was, door het bloed van Christus dichtbij gekomen.
Nu mochten ook de verstrooide Israëlieten, die voorheen dus veraf waren, IN Christus door Zijn Bloed, dichtbij komen. Ik heb altijd gedacht dat met degenen die ver weg zijn (Statenvertaling zegt 'die verre zijn') de heidenen uit de volkeren bedoeld worden. Maar nu geloof ik dat dit niet zo is. Ik haal in dit verband Daniël 9: 7 aan:

Daniël 9: 7 Bij U, Heere, is de gerechtigheid, maar bij ons de schaamte op het gezicht zo is het heden ten dage bij de mannen van Juda, bij de inwoners van Jeruzalem en bij heel Israël, bij hen die dichtbij zijn en die ver weg zijn, in alle landen waarheen U hen verdreven hebt om hun trouwbreuk, die zij tegenover U gepleegd hebben.


Ik zie in dit vers dat het over de mannen van Juda (2 stammen) gaat en heel Israël (10 stammen). Juda was dichtbij en de Israëlieten ver weg. Zij waren verstrooid. Ik zie het ook in Jeremia 31: 10 waarbij ik ook moet denken aan Johannes 10: 16 waar het gaat over deze schaapskooi en andere schapen. Naar mijn idee verblijven in 'deze schaapskooi' de 2 stammen en zijn de 'andere schapen' de 10 stammen. Samen zullen ze één kudde worden.
Joh.10: 16 Ik heb nog andere schapen, die niet van deze schaapskooi zijn; ook die moet Ik binnenbrengen, en zij zullen Mijn stem horen en het zal worden één kudde en één Herder.

Lees ook nog Ezechiël 44: 10 waar zeker met degene die ver weg zijn de Levieten bedoeld worden. De Levieten is één stam van de 10 stammen. Lees verder nog Micha 4: 7 en Zacharia 6: 15. In dit laatste vers zullen degenen die ver weg zijn bouwen in de tempel. Het is niet voor te stellen dat dit bouwen door heidenen uit de volkeren gedaan zal worden. Voor God zijn de 10 stammen net zo belangrijk als de 2 stammen. Uiteindelijk zullen alle 12 stammen bereikt worden met het evangelie van het Koninkrijk. Met het huis van Juda en met het huis van Israël zal in de komende eeuw het Nieuwe Verbond worden opgericht zo lees ik in Hebreeën 8: 8 en Jeremia 31: 31 – 34.
Zie verder mijn studie: "De verbonden".

Zo zie ik dat degenen die veraf waren, de tien stammen samen met de heidenen uit de volkeren, dichtbij mogen komen. Samen met de getrouwe gelovigen uit de twee stammen worden zij verzoend, of beter vertaald, worden zij weder verzoend (apokatallasso)Zie voor de uitleg van weder verzoenen Efeze 2: 16.

Kol.1: 21 En Hij heeft u, die voorheen vervreemd was en vijandig gezind, zoals bleek uit uw slechte daden, nu ook verzoend,

De verlossing door het bloed van Christus is de basis van alle geestelijke zegen. Ongelovigen vinden de dood van Christus gruwelijk. Ik heb wel van enkelen gehoord dat zij niet kunnen of willen aanvaarden dat dit voor hen nodig was. Toch is dit de enige manier om het werkelijke leven te ontvangen.

14 Want Hij is onze vrede, Die beiden één gemaakt heeft. En door de tussenmuur, die scheiding maakte, af te breken, 15a heeft Hij de vijandschap in Zijn vlees tenietgedaan, namelijk de wet van de geboden, die uit bepalingen bestond,
In Christus zijn beide partijen, Israëlieten en heidenen één gemaakt. Er was een tussen muur tussen deze groepen. Deze tussenmuur (of wand) is de wet en de geboden met zijn regels. In Mattheus 5: 17 en 18 is te zien dat de wet nog zeker belangrijk was. Ook in Handelingen 21: 10 werd de wet nog steeds gehandhaafd. Die wet van geboden bracht vijandschap. Dat zie ik in heel het Oude Testament. In Handelingen 15 was het ook een strijdpunt. Daar gaat het over de wet die door de heidenen niet gehouden hoeft te worden. Vers 20 geld voor hen.
Hand.15: 19, 20 19 Daarom ben ik van oordeel dat men het hun die zich uit de heidenen tot God bekeren, niet lastig moet maken, 20 maar aan hen moet schrijven dat zij zich dienen te onthouden van de dingen die door de afgoden besmet zijn, van ontucht, van het verstikte en van bloed.

15b opdat Hij die twee in Zichzelf tot één nieuwe mens zou scheppen en zo vrede zou maken, 16 en opdat Hij die beiden in één lichaam met God zou verzoenen door het kruis, waaraan Hij de vijandschap gedood heeft.
De tussenmuur is afgebroken om die twee, die beiden (Israëlieten en heidenen) IN Christus tot één nieuwe mens te scheppen. Zij zijn samen met Christus die nieuwe mens. Christus is het Hoofd en de gelovigen vormen Zijn Lichaam. Christus heeft dit tot stand gebracht door het kruis. Daar is de vijandschap gedood. En in de latere brieven van Paulus, met als eerste de Efeze brief, mag Paulus dit verkondigen. Het was tot dan toe een geheim.

Het valt mij op dat hier niet geschreven wordt dat beide partijen deel hebben aan het Nieuwe Verbond. Dit is wel wat ik altijd geleerd heb. Maar ik zie dat hier niet terug. Dat klopt ook wel want het Nieuwe Verbond zal in de toekomst opgericht worden met het huis van Israël en met het huis van Juda; Hebreeën 8: 8. Dit zal gebeuren wanneer aan deze bedeling een einde komt en God de draad weer op zal nemen met Zijn volk Israël. Dan zal God de wetten in de harten van de Israëlieten schrijven zo lees ik in:

Hebr.8: 10 Want dit is het verbond dat Ik met het huis van Israël sluiten zal na die dagen, zegt de Heere: Ik zal Mijn wetten in hun verstand geven en Ik zal die in hun hart schrijven. Ik zal hun tot een God zijn, en zij zullen Mij tot een volk zijn.

Het Nieuwe Verbond zal dus niet met heidenen uit de volkeren worden opgericht. Zie ook mijn studie: "De verbonden".

Nee, de gelovige heidenen van nu, waaronder de gelovige Israëlieten (10 stammen) en de gelovige Joden (2 stammen) zullen samen deel krijgen aan de nieuwe mens. Voor de nieuwe mens gelden niet “de wet van de geboden, die uit bepalingen bestond”. God zou vrede maken tussen beide partijen. God zou beide partijen niet alleen verzoenen maar zelfs 'weder verzoenen' (apokatallasso). Dit weder verzoenen is een sterkere uitdrukking dan verzoenen. Letterlijk betekent het: vanaf (een lage positie) veranderen naar / overeenstemmen met. Gelovigen van nu en de gelovigen uit de 10 en 2 stammen worden door het kruis weder verzoend, met God, in één Lichaam, het Lichaam van Christus, de Nieuwe Mens. Indrukwekkend. Ik lees dit ook in:

Kol.1: 20, 21 20 en dat Hij door Hem alle dingen met Zichzelf verzoenen zou, door vrede te maken door het bloed van Zijn kruis, ja door Hem, zowel de dingen die op de aarde zijn als de dingen die in de hemelen zijn. 21 En Hij heeft u, die voorheen vervreemd was en vijandig gezind, zoals bleek uit uw slechte daden, nu ook verzoend,

17 En bij Zijn komst heeft Hij door het Evangelie vrede verkondigd aan u die veraf was, en aan hen die dichtbij waren. 18 Want door Hem hebben wij beiden door één Geest de toegang tot de Vader.
Bij de komst van Christus op aarde, in de evangeliën beschreven, heeft Christus reeds de vrede verkondigd aan hen die veraf waren, de 10 stammen en aan het die dichtbij waren, de 2 stammen. Zie ook vers 13 – 16.

Verkondigen is in het Grieks: euaggelizo. In dat Griekse woord zie ik ons woord 'evangelie' terug. 'Evangelie' is in het Grieks 'euaggelion', wat 'goede juiste boodschap' betekent. Het gaat om de goede juiste boodschap voor deze bedeling. 

Ik ben geneigd om te zeggen dat vers 18 speciaal gericht is aan de 2 en de 10 stammen. Wij beiden (2 stammen en 10 stammen) hebben door één geest, oftewel kracht, de toegang hebben tot de Vader. Dat lees ik ook in Efeze 3: 12.

19 Zo bent u dan niet meer vreemdelingen en bijwoners, maar medeburgers van de heiligen en huisgenoten van God,
Door de verkondiging van het evangelie van Vrede zijn de heiligen en getrouwen uit de 10 stammen niet meer vreemdelingen en bijwoners. Bijwoners betekent letterlijk: 'naast het huis'. Nee, zij mogen zich medeburgers van de andere getrouwen noemen. Mede burgers is opnieuw een woord wat alleen in dit vers voor komt. Zie ook Efeze 2: 5. 

Maar ook heidenen uit de volkeren horen hierbij. Dat wordt in Efeze 3 duidelijk.
Zo ben ik dus een huisgenoot van God. Dit moet ik even laten inwerken. Ik woon met God in één huis. Dat kan alleen door Christus. Dat huisgenoot zijn is meer dan het priesterschap wat voor de Israëlieten is weggelegd. Een priester mocht niet in het aardse heilige der heilige komen. Dat mocht alleen de Hogepriester. Christus is de Hogepriester zegt Hebreeën 9: 11.
Maar ik mag elke dag weten dat ik bij God woon, in de hemelse gewesten, samen met alle getrouwen van deze bedeling. Ik ben daar nu nog niet fysiek. Maar dat is wel mijn hoop en uitzicht. Zie ook Efeze 1: 18.
Nu ik ouder wordt merk ik dat ik toch wel meer over deze 'verhuizing' nadenk.

20 gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, waarvan Jezus Christus Zelf de hoeksteen is,
Dat mede burgerschap is gebouwd op een fundament wat gelegd is door apostelen en profeten. Die apostelen ken ik vanuit de evangeliën. Later kwam daar Paulus bij die een speciale bediening had voor de heidenen zo lees ik in:

Gal.2: 7, 9 7 Maar integendeel, zij zagen dat aan mij het Evangelie onder de onbesnedenen toevertrouwd was, zoals aan Petrus dat onder de besnedenen. 9 En toen Jakobus, Kefas en Johannes, die geacht werden steunpilaren te zijn, de mij gegeven genade erkenden, gaven zij mij en Barnabas de rechterhand van gemeenschap, opdat wíj naar de heidenen en zíj naar de besnedenen zouden gaan.

Die speciale bediening van Paulus wordt bevestigd in:
Efeze 3: 1 Om deze reden ben ik, Paulus, de gevangene van Christus Jezus, voor u, die heidenen bent,
Paulus mocht het fundament, van het geheim van het Lichaam van Christus, leggen voor de heidenen uit de volkeren. En nu ook voor de getrouwe gelovigen uit het volk Israël. De getrouwe gelovigen uit Israël behoren nu ook bij de Gemeente het Lichaam van Christus nadat het Koninkrijk aan het einde van Handelingen niet opgericht kon worden door ongeloof. 
Christus is de hoeksteen van dit Lichaam waarvan ik een mede burger ben met alle getrouwen van deze bedeling van genade. Er zijn ook profeten die mee hebben gedaan aan het leggen van dit fundament. Dat fundament was nieuw in die tijd. Als profeten nu het Woord van God brengen dan kunnen zij dit alleen maar doen vanuit het bestaande Woord van God. Zij onderwijzen uit de Bijbel. Zo is het bedoelt in Efeze 4: 11.

21 en op Wie het hele gebouw, goed samengevoegd, verrijst tot een heilige tempel in de Heere;
22 op Wie ook u mede gebouwd wordt tot een woning van God, in de Geest.

Allebeide verzen beginnen met 'op Wie'. Deze 'Wie' is Christus. Voor het woordje 'op' staat in andere vertalingen 'in'. En dat is mooi, want dat is het onderwerp van deze brief. IN CHRISTUS. Het draait om Hem. IN Christus is het hele gebouw gebouwd tot een woning, een woonstede van God. Hier wordt de opbouw van het het Lichaam van Christus vergeleken met de opbouw van een een gebouw, een tempel en woning. Maar het is wel een 'geestelijk' gebouw of woning, een heilige tempel IN de Heer. Geen aardse kerk of iets dergelijks. Zie ook:
Efeze 4: 16 Van Hem uit wordt het hele lichaam samengevoegd en bijeengehouden door elke band die ondersteuning geeft, overeenkomstig de mate waarin ieder deel werkzaam is. Zo verkrijgt het lichaam zijn groei, tot opbouw van zichzelf in de liefde.

In de verzen 21 en 22 vind ik weer twee 'samen, mede' (sun) woorden, zie ook vers 5 en 6. Dit zijn 'samengevoegd' en 'mede gebouwd'. Ik ben samengevoegd met andere getrouwen in dit gebouw, deze tempel wat het Lichaam van Christus is. Tegelijkertijd ben ik mede gebouwd, met dezelfde andere getrouwen, tot een geestelijke woning van God. Het gaat om datzelfde Lichaam.
Het is de enige keer in de latere brieven van Paulus dat er gesproken wordt over 'tempel' en 'woning van God'.

Geraadpleegde literatuur:

"De brief aan de Efeziërs" vers voor vers geschreven door H.B. Slagter. Dit boek is zeker de moeite waard om aan te schaffen en te gebruiken bij het bestuderen van de Efeze brief.

Friese Bijbel 1995. Nederlands Bijbelgenootschap, Haarlem en Katholieke Bijbelstichting, 's-Hertogenbosch.

Online Bijbel


Geen opmerkingen:

Een reactie posten