Inleiding

Is het zo belangrijk hoe we de Bijbel lezen? Mijn ervaring is van wel. Ik was bijna gestrand in de tegenstrijdigheden in Gods Woord en de verschillende uitleggingen daarover. Staan er dan in de Bijbel teksten die elkaar tegenspreken? Ik heb ze wel gevonden. Neem bijvoorbeeld 1 Korinthe 7,26,29 en vergelijk dat met 1 Timotheüs 5:14. Ik weet wel dat je de teksten in het verband moet lezen, maar dan nog kwam ik er niet uit. In mijn studie "tegenstrijdigheden in de Bijbel" kun je lezen waar ik zoal tegenaan ben gelopen en hoe ik deze vermeende tegenstrijdigheden mag lezen.

In de verzen 1 Korinthe 1:10 en Filippenzen 2:2 spreekt de Bijbel over eensgezindheid. Als ik om mij heen kijk heb ik het idee dat we alles behalve eensgezind zijn. Over het werk van Christus denken we veelal wel hetzelfde, maar er zijn verder veel verschillen en dus ook veel groepen.

In de VISIE van januari 2014 wordt in “slijpsteen” gevraagd of werken aan kerkelijke eenheid verspilde energie is. 61 % vindt van niet, 39 % vindt van wel.

Ik denk dat veel van de verschillen te maken hebben met hoe we de Bijbel lezen.

Wat ik veel hoor en lees is dat wij tegenwoordig leven in en mogen bouwen aan het Koninkrijk van God. De Here Jezus wordt aanbeden als onze Koning. Maar is Christus op dit moment Koning? Hierover kun je lezen in mijn studie "De toekomst van de mens" deel 1 "Het Koninkrijk"

Maar om de bedoeling van het Koninkrijk goed te begrijpen raad ik je aan ook de andere delen van de studie te lezen. Daar vind je dan ook een een uitleg over "de hel", waar ik me aan gewaagd heb. Eén en ander hebben, naar mijn idee, met elkaar te maken.

"De hel" is een onderwerp waar we mee in onze maag zitten. Ongeveer 10 jaar geleden werd daar in diverse tijdschriften aandacht aan besteed. In het blad CV-Koers schreef een bekende Nederlander dat hij zou willen dat er een ander verhaal was dan "de hel". Bovendien werd het "ons nare geheimpje" genoemd.

Waar ik natuurlijk benieuwd naar ben is wat je van de studies vindt.

Studie: "De toekomst van de mens" Deel 5: Het Lichaam van Christus. Bedeling van de genade.

Deze studie is het vervolg op: 
Deel 1: "Het Koninkrijk van God" 
Deel 2: "De opname" en "wat er gebeurt bij het sterven" 
Deel 3: "De opstandingen van de gelovige en ongelovige"
Deel 4: "De gehenna, de poel van vuur" van de Bijbelstudie: "DE TOEKOMST VAN DE MENS"

De studie behandelt de volgende onderwerpen: 
10.       De bedeling van de genade voor de heidenen. 
10.1      Geestelijke zegeningen. 
10.2      Levend gemaakt. 
10.3      Uitverkiezing. 
10.4      Mede opgewekt. 
10.5      Wederopstanding.
10.6      Verschijning.
10.7      De laatste dagen. 
11.        Kinderen van de ongehoorzaamheid.  
11.1      Zonde. 
11.2      De dood. 
11.3      Het oordeel. 
11.4      De toorn van God. 
11.5      Geen erfenis in het Koninkrijk van Christus en van God. 
12.        De dood is vernietigd. 
12.1      Verzoening. 
12.2      Elke knie en elke tong. 
12.3      De laatste kans. 
12.4      Een laatste woord.

B.        De toekomst van de mens nu.


Is de toekomst van de mens tegenwoordig anders dan in de bedeling van het Koninkrijk? Naar mijn idee zeer zeker wel. Ik heb gezien dat God in de periode van het Koninkrijk van de mensen bekering, geloof en gehoorzaamheid verwacht, waardoor ze behouden kunnen worden en het Koninkrijk zullen binnen gaan. Wanneer de mens zich niet bekeert en zodoende ook niet gelooft en gehoorzaam kan zijn, zal hij het Koninkrijk niet beërven. Ik wil aantonen dat de gelovige nu enkel op grond van geloof en genade behouden wordt en dat hij een Hemelse toekomst heeft. En ik wil ook de toekomst van de ongelovige in deze bedeling onderzoeken.

10.       De bedeling van de genade voor de heidenen.


Ef.3: 2  Indien gij maar gehoord hebt van de bedeling der genade Gods, die mij gegeven is aan u;
Col.1: 25  Welker dienaar ik geworden ben, naar de bedeling van God, die mij gegeven is aan u, om te vervullen het Woord Gods;
Wij leven tegenwoordig in de bedeling van genade. Paulus was degene die de bijzondere boodschap van deze  periode mocht doorgeven aan de heidenen. Genade is het kernwoord van deze bedeling. Wat houdt dit in voor onze tijd?

Ef.1: 6, 7  6 Tot prijs der heerlijkheid Zijner genade, door welke Hij ons begenadigd heeft in den Geliefde; 7  In Welken wij hebben de verlossing door Zijn bloed, namelijk de vergeving der misdaden, naar den rijkdom Zijner genade,
Ef.2: 7 – 10  7 Opdat Hij zou betonen in de toekomende eeuwen den uitnemenden rijkdom Zijner genade, door de goedertierenheid over ons in Christus Jezus. 8  Want uit genade zijt gij zalig geworden door het geloof; en dat niet uit u, het is Gods gave; 9  Niet uit de werken, opdat niemand roeme. 10  Want wij zijn Zijn maaksel, geschapen in Christus Jezus tot goede werken, welke God voorbereid heeft, opdat wij in dezelve zouden wandelen.
2Tim.1: 9  Die ons heeft zalig gemaakt, en geroepen met een heilige roeping; niet naar onze werken, maar naar Zijn eigen voornemen en genade, die ons gegeven is in Christus Jezus, voor de tijden der eeuwen;
Tit.2: 11  Want de zaligmakende genade Gods is verschenen aan alle mensen.

Zalig maken is in het Grieks ‘sozo’ en het betekent: redden, goed doen, geheel maken, genezen, gezond maken.
Genade is in het Grieks ‘charis’ en het betekent: genadig, goedgunstig, gratie, gift, vrijheid, genot, verkiezing.
Terwijl in de periode van het Koninkrijk aan strenge voorwaarden voldaan moest worden om behouden te worden, zie paragraaf 1.4 (deel 1 van "De toekomst van de mens") zie ik dat dit in de bedeling van de genade niet het geval is. Wij krijgen vergeving van misdaden en verlossing door het bloed van de Here Jezus. Dit wordt ons geschonken en dat is genade. Door de rijkdom van de genade van de Here Jezus worden we zalig, door geloof. Dit geloof is niet uit onszelf, dit is een gave van God. Geen enkele inspanning of werk van onszelf kan ons redden. Het is alles het werk van God. Hij heeft ons geschapen in Christus Jezus om de werken te doen die Hij bereid heeft voor ons. Wij mogen daarin in wandelen. Het zijn geestelijke zegeningen.
Deze genade boodschap is voor iedereen, alleen staat niet iedereen er open voor.

10.1      Geestelijke zegeningen.


De zegeningen voor Handelingen 28: 28 waren en zullen zichtbaar zijn op aarde, want dit zijn de zegeningen van het Koninkrijk. De zegeningen van Efeze en Kolossensen zijn niet zichtbaar op aarde. Het zijn geestelijke zegeningen in de hemel in Christus, die de heidenen in de genade bedeling, ten deel zijn gevallen.

Ef.1: 3 – 5  3 Gezegend zij de God en Vader van onzen Heere Jezus Christus, Die ons gezegend heeft met alle geestelijke zegening in den hemel in Christus. 4  Gelijk Hij ons uitverkoren heeft in Hem, voor de grondlegging der wereld, opdat wij zouden heilig en onberispelijk zijn voor Hem in de liefde; 5  Die ons tevoren verordineerd heeft tot aanneming tot kinderen, door Jezus Christus, in Zichzelven, naar het welbehagen van Zijn wil.

In vers 3 wordt gesproken over de hemel. In het Grieks staat hier ‘epouranios’ en dit betekent: boven de hemel, uitspansel, boven de lucht, hemels, in de hemel, hoog verheven. De NBG spreekt hier over ‘de hemelse gewesten. Dit is een onderdeel van de hemel die boven de ‘gewone’ hemel, in het Grieks de ouranios, uitgaat.
En daar bevinden zich de speciale zegeningen van de gelovige heidenen, waar toe ook ik behoor.
Deze zegeningen zijn nu al mijn deel in Christus. Bovendien had God deze zegeningen ver van tevoren bereid, namelijk ‘voor de grondlegging der wereld’. De zegeningen worden mijn deel als ik mijn hart er voor open stel. Dit kan ik alleen doen als ik er van gelezen heb in Gods Woord. Maar ik hoef er niet voor te werken of mij er voor in te spannen.

10.2      Levend gemaakt.


Ef.2: 1 En u heeft Hij mede levend gemaakt, daar gij dood waart door de misdaden en de zonden;
Ef.2: 4, 5  4 Maar God, Die rijk is in barmhartigheid door Zijn grote liefde, waarmede Hij ons liefgehad heeft, 5  Ook toen wij dood waren door de misdaden, heeft ons levend gemaakt met Christus; (uit genade zijt gij zalig geworden),
Kol.2: 13, 14  13 En Hij heeft u, als gij dood waart in de misdaden, en in de voorhuid uws vleses, mede levend gemaakt met Hem, al uw misdaden u vergevende; 14  Uitgewist hebbende het handschrift, dat tegen ons was, in inzettingen bestaande, hetwelk, zeg ik, enigerwijze ons tegen was, en heeft datzelve uit het midden weggenomen, hetzelve aan het kruis genageld hebbende;

En in deze teksten lees ik dat God ons al lief heeft gehad toen wij nog dood waren door zonden en misdaden, dus leefden zonder God. Kan ik hier uit opmaken dat de geestelijke zegeningen al klaar liggen voor ieder mens, of hij het nu gelooft of niet? Dat lijkt er wel op. Hoe God dit heeft gedaan lees ik in Kolossensen 2: 14. De Here Jezus heeft het document met voorschriften waarin wij werden aangeklaagd, uitgewist en het vernietigd door het aan het kruis te nagelen, zo staat in de NBV.Maar toen ik nog niet geloofde wist ik van dit alles niets. Ik ben het gaan beleven toen mijn ogen hiervoor opengingen. Toen kwam er die blijdschap en zekerheid van geloof in mijn hart, en kwam ik tot werkelijk leven. God heeft verlangd dat iedereen zijn hart voor Zijn Liefde zou openzetten.

10.3      Uitverkiezing.


Ef.1: 4  Gelijk Hij ons uitverkoren heeft in Hem, voor de grondlegging der wereld, opdat wij zouden heilig en onberispelijk zijn voor Hem in de liefde;
1 Tim.1: 15  Dit is een getrouw woord, en alle aanneming waardig, dat Christus Jezus in de wereld gekomen is, om de zondaren zalig te maken, van welke ik de voornaamste ben.
1 Tim.2: 4 – 6   4 Welke wil (thelo), dat alle mensen zalig worden, en tot kennis der waarheid komen. 5  Want er is een God, er is ook een Middelaar Gods en der mensen, de Mens Christus Jezus;
6  Die Zichzelven gegeven heeft tot een rantsoen voor allen, zijnde de getuigenis te zijner tijd;
1Tim.4: 10  Want hiertoe arbeiden wij ook, en worden versmaad, omdat wij gehoopt hebben op den levenden God, Die een Behouder is aller mensen, maar allermeest der gelovigen.
Titus 2: 11  Want de zaligmakende genade Gods is verschenen aan alle mensen.
2 Pet.3: 9  De Heere vertraagt de belofte niet (gelijk enigen dat traagheid achten), maar is lankmoedig over ons, niet willende, dat enigen verloren gaan, maar dat zij allen tot bekering komen.

In sommige kerken leert men dat je speciaal door God uitverkoren moet worden om behouden te worden.
Maar in deze teksten zie ik dat God wil dat alle mensen zalig worden. Het Griekse woord ‘thelo’ betekent: keuze, voorkeur, verkiezen, wensen. Hierin ligt geen absolute wil, in de zin van ‘als God iets wil, of niet wil, is er voor een mens geen ontkomen meer aan’. Nee, het verlangen van God is open, Hij wenst, Zijn voorkeur gaat ernaar uit dat  ieder mens behouden, gered zou worden. De enige voorwaarde is dat ik geloof dat God dit ook voor mij heeft bedoeld. In Efeze 1: 4 zie ik dat God ieder mens uitverkoren heeft, al voor de dat hij de wereld geschapen had.
Hij heeft hiervoor alles in gereedheid gebracht, door Zijn Zoon naar deze aarde te laten komen. De Here Jezus heeft alles volbracht en in Hem is nu alle macht. Als wij het offer van de Here Jezus aanvaarden zullen wij kracht krijgen om godzalig te leven in deze wereld. Maar zelfs als wij falen, blijven de zegeningen ons deel. Want wij ontvangen het op grond van het volbrachte werk van de Here Jezus, waarin wij mogen geloven, en niet door onze werken. Dit principe vind ik ook terug in ‘genade’, paragraaf 10.

10.4      Mede opgewekt.


Ef. 2: 6  En heeft ons mede opgewekt, en heeft ons mede gezet in den hemel in Christus Jezus;
Kol.2: 12  Zijnde met Hem begraven in den doop, in welken gij ook met Hem opgewekt zijt door het geloof der werking Gods, Die Hem uit de doden opgewekt heeft.
Kol.3: 1   Indien gij dan met Christus opgewekt zijt, zo zoekt de dingen, die boven zijn, waar Christus is, zittende aan de rechterhand Gods.

Wij waren dood door onze zonden en misdaden, Efeze 2: 5, paragraaf 10.2. Maar door het offer van Christus zijn we reeds met de Here Jezus opgewekt. Dit betekent dat we met Hem, in de geest, onze plaats in de (boven) hemel, de epouranios, oftewel de hemelse gewesten (NBG) al hebben ingenomen. De werkelijke opstanding zal gebeuren bij ons sterven.

10.5      Wederopstanding.


Fil.1: 21 – 23  21 Want het leven is mij Christus, en het sterven is mij gewin. 22  Maar of te leven in het vlees, hetzelve mij oorbaar zij, en wat ik verkiezen zal, weet ik niet. 23  Want ik word van deze twee gedrongen, hebbende begeerte, om ontbonden te worden en met Christus te zijn; want dat is zeer verre het beste.
Fil.3: 10, 11, 21  10 Opdat ik Hem kenne, en de kracht Zijner opstanding, en de gemeenschap Zijns lijdens, Zijn dood gelijkvormig wordende; 11  Of ik enigszins moge komen tot de wederopstanding der doden. 21  Die ons vernederd lichaam veranderen zal, opdat hetzelve gelijkvormig worde aan Zijn heerlijk lichaam, naar de werking, waardoor Hij ook alle dingen Zichzelven kan onderwerpen.

Paulus kon er naar verlangen om te sterven. Het zou hem winst opleveren. Hij bedoelt, naar mijn idee, dat hij er op vooruit zal gaan omdat hij dan met een heerlijk lichaam, gelijk aan dat van Christus (Filippensen 3: 21), bij Christus zal zijn, wat de allerbeste plaats is. Dat wordt ook duidelijk door de uitdrukking ‘wederopstanding’ in Filippensen 3: 11. Dit woord komt alleen in deze tekst voor. Het heeft dus een hele speciale betekenis. In het Grieks staat hier exanastasis, en het betekent: vooropstanding, uitopstanding. Ik heb tot nu toe gezien dat de doden in het graf moeten wachten op de opstanding. Het woord wat daarvoor gebruikt wordt (in o.a. 1 Kor.15: 21, 42) is anastasis, en het betekent: opstanding uit de dood, weer verijzen tot leven. Maar hier staat er ‘ex’ voor, wat ‘voor’ of ‘uit’ betekent en dat houdt in dat er een opstanding vooraf gaat aan, of uit gaat boven de andere opstandingen. En omdat Paulus zegt dat hij, wanneer hij sterft, bij Christus zal zijn, kan ik geloven en aannemen dat hij daar in een oogwenk zal zijn, met een verheerlijkt lichaam.

In Fil.3: 11 staat de uitdrukking ’ enigszins moge komen’. In de NBG staat ‘zou mogen komen’. Het NBV heeft ‘in de hoop misschien’. Het lijkt er zo op dat dit voor Paulus een enorme onzekerheid is. Maar in de grondtekst wordt het Griekse woord ‘katantao’ gebruikt. Dit woord komt 13 keer elders voor en wordt daar vertaald door: aankomen, heeft bereikt, is gekomen. Er zit dus helemaal geen onzekerheid in de betekenis. Ik kan dan ook aannemen dat Paulus bedoelt dat het voor hem, en ook voor ons, zeker is dat de wederopstanding zijn, ons deel zal worden. Dit is een fantastisch uitzicht voor ons, gelovigen in deze tijd. Geen wachttijd in het graf, maar een voortzetting van ons leven in de (boven) hemel, de epouranios, oftewel de hemelse gewesten (NBG) waar we in de geest nu al zijn. 

10.6      Verschijning.


Fil.3: 20, 21  20 Maar onze wandel is in de hemelen, waaruit wij ook den Zaligmaker verwachten, namelijk den Heere Jezus Christus;
Kol.3: 4  Wanneer nu Christus zal geopenbaard zijn, Die ons leven is, dan zult ook gij met Hem geopenbaard worden in heerlijkheid.
1 Tim.6: 14  Dat gij dit gebod houdt, onbevlekt en onberispelijk, tot op de verschijning van onzen Heere Jezus Christus;
Tit.2: 13  Verwachtende de zalige hoop en verschijning der heerlijkheid van den groten God en onzen Zaligmaker Jezus Christus;

Verschijning is in het Grieks epiphanaia en het betekent: manifestatie, de komst of nadering van Christus, ( verleden of toekomende tijd) verschijnen, optreden, helderheid, schitterend.
De verschijning van Christus zal een geweldige gebeurtenis zijn. Er zal dan het een en ander gebeuren. Ik heb al gezien in paragraaf 2.1 (deel 2 "De toekomst van de mens") at dit moment ook ‘de toekomst’ de parousia van onze Heer Jezus Christus wordt genoemd. De Heer zal terugkeren naar de aarde om Koning te worden. Er zal een groep gelovigen, uit de bedeling van het Koninkrijk, tot Hem vergaderd worden om zo voor altijd bij de Heer te zijn, 1Thessalonicensen 4: 13 – 17 en 2 Thessalonicensen 2: 2.

Maar bij de epiphanaia zal er een groep gelovigen, uit de genade bedeling, met Hem verschijnen en geopenbaard worden in heerlijkheid. Dit kan alleen als zij reeds bij Hem zijn, door de wederopstanding. Ik heb gezien in het stukje hiervoor dat Paulus daarover sprak. Door deze wederopstanding zullen wij, want deze hoop is voor ons, direct bij de Here Jezus te zijn. En wij zullen dus met Hem verschijnen.
Ik geloof dat er bij de epiphanaia geen levende leden meer van Zijn Lichaam op aarde zullen zijn. Alle gelovigen zullen reeds in de hemel zijn en hebben een verheerlijkt lichaam ontvangen. Zij hebben deel gekregen aan de wederopstanding. Zij zullen als Zijn Lichaam, als een volkomen man, Efeze 4: 13, met Hem verschijnen. Zie verder ook mijn studie: "De uitopstanding en de verschijning met Christus". 

10.7      De laatste dagen.


De genade periode zal op een bepaald moment afgelopen zijn en overgaan in de bedeling van het Koninkrijk, of het duizend jarig rijk. En het is nog maar de vraag of er dan nog gelovigen uit de genade bedeling zijn, in verband met de zware tijden en de verleiding. Ik lees over de zware tijden en de verleiding in:

2 Tim.3: 1  En weet dit, dat in de laatste dagen ontstaan zullen zware tijden.
2 Tim.4: 3, 4  3  Want er komt een tijd dat de mensen de heilzame leer niet meer verdragen, maar leraren om zich heen verzamelen die aan hun verlangens tegemoetkomen en hen naar de mond praten. 4  Ze zullen niet meer naar de waarheid luisteren, maar naar verzinsels. NBV

De Here Jezus vraagt Zich ook al af in het Lukas evangelie of Hij nog geloof zal vinden, als Hij terugkomt.
Luk.18: 8  Ik zeg u, dat Hij hun haastelijk recht doen zal. Doch de Zoon des mensen, als Hij komt, zal Hij ook geloof vinden op de aarde?
En in Openbaring 3: 14 – 22 lees ik over een gemeente die meent dat ze het voor elkaar heeft. Maar God denkt daar anders over.
Openb.3: 16, 17  16 Zo dan, omdat gij lauw zijt, en noch koud noch heet, Ik zal u uit Mijn mond spuwen. 17  Want gij zegt: Ik ben rijk, en verrijkt geworden, en heb geens dings gebrek; en gij weet niet, dat gij zijt ellendig, en jammerlijk, en arm, en blind, en naakt.

Dan wil ik nu gaan kijken wat er in de toekomst met de ongelovigen in de genade bedeling gebeurt.

11.       Kinderen van de ongehoorzaamheid.


Ef.2: 1 – 3  1En u (heeft Hij mede levend gemaakt) daar gij dood (nekros) waart door de misdaden en de zonden; 2  In welke gij eertijds gewandeld hebt, naar de eeuw dezer wereld, naar den overste van de macht der lucht, van den geest, die nu werkt in de kinderen der ongehoorzaamheid; 3  Onder dewelke ook wij allen eertijds verkeerd hebben in de begeerlijkheden onzes vleses, doende den wil des vleses en der gedachten; en wij waren van nature kinderen des toorns, gelijk ook de anderen;

Uit deze tekst blijkt dat alle mensen zondaars en daardoor automatisch kinderen van de ongehoorzaamheid zijn. Alle mensen wandelen en handelen onder invloed van de overste van de macht der lucht, de satan. Door hun zonden zijn ze als het ware dood voor God. En als mensen hun vertrouwen niet op God gaan stellen en geloven dat de Here Jezus voor hun zonden gestorven is, zoals ik hiervoor heb gezien, dan blijven ze kinderen van de ongehoorzaamheid. Wat heeft dat allemaal voor gevolgen? Laat ik eerst eens kijken wat zonde is.

11.1      Zonde.


In Genesis kan ik lezen hoe de eerste zonde door Eva en Adam werd bedreven. God houdt Adam verantwoordelijk voor de zonde, want God had aan Adam het enige verbod bekend gemaakt, namelijk:
Gen.2:17  Maar van den boom der kennis des goeds en des kwaads, daarvan zult gij niet eten, want ten dage, als gij daarvan eet, zult gij den dood sterven.

Door dit gebod te overtreden kreeg de gehele mensheid te maken met de gevolgen.
Rom.5: 12, 14  12 Daarom, gelijk door een mens de zonde in de wereld ingekomen is, en door de zonde de dood; en alzo de dood (thanatos) tot alle mensen doorgegaan is, in welken allen gezondigd hebben. 14  Maar de dood (thanatos) heeft geheerst van Adam tot Mozes toe, ook over degenen, die niet gezondigd hadden in de gelijkheid der overtreding van Adam,
Rom.3: 23  Want zij hebben allen gezondigd, en derven de heerlijkheid Gods;

Maar hier aan vooraf ging een andere overtreding, namelijk die van satan.
Jes.14: 12 – 15  12 Hoe zijt gij uit den hemel gevallen, o morgenster, gij zoon des dageraads! hoe zijt gij ter aarde nedergehouwen, gij, die de heidenen krenktet! 13  En zeidet in uw hart: Ik zal ten hemel opklimmen, ik zal mijn troon boven de sterren Gods verhogen; en ik zal mij zetten op den berg der samenkomst aan de zijden van het noorden. 14  Ik zal boven de hoogten der wolken klimmen, ik zal den Allerhoogste gelijk worden. 15  Ja, in de hel zult gij nedergestoten worden, aan de zijden van den kuil!
Ez.28: 14, 17  14  Gij waart een gezalfde, overdekkende cherub; en Ik had u alzo gezet; gij waart op Gods heiligen berg; gij wandelde in het midden der vurige stenen. 17  Uw hart verheft zich over uw schoonheid; gij hebt uw wijsheid bedorven, vanwege uw glans; Ik heb u op de aarde henengeworpen, Ik heb u voor het aangezicht der koningen gesteld, om te zien op u.

Satan heeft zijn hart verheft. Hij wilde als God zijn. Hij werd trots en hoogmoedig. Toen werd hij op aarde geworpen. En thans is hij de god van deze eeuw en de overste van de macht der lucht.

2 Kor.4: 4  In dewelke de god dezer eeuw de zinnen verblind heeft, namelijk der ongelovigen, opdat hen niet bestrale de verlichting van het Evangelie der heerlijkheid van Christus, Die het Beeld Gods is.
Ef.2: 2  In welke gij eertijds gewandeld hebt, naar de eeuw dezer wereld, naar den overste van de macht der lucht, van den geest, die nu werkt in de kinderen der ongehoorzaamheid;

Maar hij zal zijn straf niet ontlopen, hij die er de oorzaak van is dat de gehele mensheid onder de vloek ligt. Uiteindelijk zal hij vernietigd worden in de gehenna, de poel van vuur, zoals ik heb gezien in Openb.20: 10 en in Ez.28: 18, zie paragraaf 7 en 7.1 (deel 4 "De toekomst van de mens").

Zonde is in het Hebreeuws ‘chêt’ of ‘chattââh’ en het betekent: misdaad, straf, boete, fout, gebrek, defect, schuld, berdroeven, smarten, betreuren, aanstoot, ergernis, vergrijp, overtreding, afstraffing. In het Grieks is het ‘hamartia’ en het betekent: zonde, zondig, schandelijk, aanstoot, ergernis, vergrijp, overtreding. Het komt van ‘hamartano’ en dat betekent: een fout begaan, zich vergissen, zondigen, op verboden terrein komen, zich vergrijpen. Als een rode draad loopt door dit alles heen dat iemand de heerlijkheid van God mist.

11.2      De dood.


Nu ik weet wat ‘zonde’ is, wil ik gaan kijken naar de gevolgen van de zonde.
In Genesis 2: 17 werd al tegen Adam gezegd dat wanneer hij van de boom van kennis van goed en kwaad zou eten hij de dood (muth) zou sterven (muth)
Dood en sterven is in het Hebreeuws ‘muth’ en het betekent: doodgaan, dood zijn, vernietigen.   
Dood kan in het Grieks ‘nekros’ zijn en het betekent: lijken, of ‘thanatos’ en dit betekent: dood.

Ook het Nieuwe Testament maakt melding van de dood als gevolg van de zonde:
Rom.6: 16, 21, 23  16 Weet gij niet, dat wien gij uzelven stelt tot dienstknechten ter gehoorzaamheid, gij dienstknechten zijt desgenen, dien gij gehoorzaamt, of der zonde tot den dood (thanatos), of der gehoorzaamheid tot gerechtigheid? 21  Wat vrucht dan hadt gij toen van die dingen, waarover gij u nu schaamt? Want het einde derzelve is de dood (thanatos). 23  Want de bezoldiging (loon) der zonde is de dood, (thanatos)
1 Cor.15: 56  De prikkel nu des doods (thanatos) is de zonde; en de kracht der zonde is de wet.
Col.2: 13  En Hij heeft u, als gij dood (nekros) waart in de misdaden, ………
Jak.1: 15  Daarna de begeerlijkheid ontvangen hebbende baart zonde; En de zonde voleindigd zijnde baart den dood (thanatos)

Deze teksten spreken een duidelijke taal. Toch heb ik deze teksten nooit goed kunnen begrijpen. Dat komt door de uitleg die men er in het algemeen aan heeft gegeven. Want men leert dat dood niet dood is. Men leert dat ‘de ziel’ onsterfelijk is. Maar ondertussen weet ik dat de mens in zijn geheel sterft en dat hij moet wachten in het graf tot opstanding en dan te maken krijgt met een oordeel.
Over het algemeen wil niemand graag sterven en afscheid nemen van alles wat hen dierbaar is. Velen zijn bang voor de dood, bang voor het onbekende, zelfs als ze niet geloven in leven na dit leven. Daaruit blijkt dus dat sterven een straf is.

11.3      Het oordeel.


Joh.3: 18  Die in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld, maar die niet gelooft, is alrede veroordeeld, dewijl hij niet heeft geloofd in den Naam des eniggeboren Zoons van God.
In Johannes 3: 18 lees ik heel duidelijk dat gelovigen niet veroordeeld worden. En eigenlijk zie ik verder in deze tekst dat een ongelovige al reeds deel heeft aan het oordeel. Dit oordeel wordt daadwerkelijk uitgevoerd na het sterven. Sterven is hier in het Grieks ‘apothnesko’ en het betekent: doodgaan, dood, sneuvelen.
Hebr.9: 27  En gelijk het den mensen gezet is, eenmaal te sterven (apothnesko), en daarna het oordeel;

Wonderlijk, dat het oordeel na het sterven komt. Maar dan moet er wel iets met deze dode gebeurd zijn, want in het graf wordt hij niet geoordeeld. En dan kom ik weer uit bij de opstanding, die ook voor een ongelovige geld, zoals ik heb gezien in:
Joh.5: 28, 29  28 Verwondert u daar niet over, want de ure komt, in dewelke allen, die in de graven zijn, Zijn stem zullen horen; 29  En zullen uitgaan, die het goede gedaan hebben, tot de opstanding des levens, en die het kwade gedaan hebben, tot de opstanding der verdoemenis.

En inderdaad, de ongelovigen zullen opstaan vanuit het graf ten oordeel (verdoemenis) Maar ook de levenden, dit zijn degenen die in leven zijn op het moment dat de Heer wederkomt, zullen veroordeeld worden bij de verschijning van de Here Jezus, als Hij Zijn Koningschap aanvaardt. Deze levenden moeten dan ook wel ongelovigen zijn, want gelovigen worden niet veroordeeld.

2 Tim.4: 1  Ik betuig dan voor God en den Heere Jezus Christus, Die de levenden en doden (nekros) oordelen zal in Zijn verschijning en in Zijn Koninkrijk:
1 Petr.4: 5  Dewelke zullen rekenschap geven Dengene, Die bereid staat om te oordelen de levenden en de doden (nekros)
Openb.11: 17, 18  17 Zeggende: Wij danken U, Heere God almachtig, Die is, en Die was, en Die komen zal! Dat Gij Uw grote kracht hebt aangenomen, en als Koning hebt geheerst; 18  En de volken waren toornig geworden, en Uw toorn is gekomen, en de tijd der doden (nekros), om geoordeeld te worden, en om het loon te geven Uw dienstknechten, den profeten, en den heiligen, en dengenen, die Uw Naam vrezen, den kleinen en den groten; en om te verderven degenen, die de aarde verdierven.

Oordeel is in het Grieks ‘krima’ of ‘krisis’ en het betekent: opnieuw wreken, oordeel, Godsoordeel, straf des hemels, veroordeling, beschuldiging. Het oordeel heeft alles te maken met Gods toorn.

11.4      De toorn van God.


Ef.5: 6  Dat u niemand verleide met ijdele woorden; want om deze dingen komt de toorn Gods over de kinderen der ongehoorzaamheid.
Col.3: 6  Om welke de toorn Gods komt over de kinderen der ongehoorzaamheid;
Rom.1: 18  Want de toorn Gods wordt geopenbaard van den hemel over alle goddeloosheid, en ongerechtigheid der mensen, als die de waarheid in ongerechtigheid ten onder houden.
Rom.2: 5  Maar naar uw hardigheid, en onbekeerlijk hart, vergadert gij uzelven toorn als een schat, in den dag des toorns, en der openbaring van het rechtvaardig oordeel Gods.

Toorn is in het Grieks ‘orge’ en het betekent: straf, kastijding, toorn, verontwaardiging, wraak.
In Romeinen 2: 5 lees ik over de dag van de toorn en dat kwam ik ook tegen in Openbaring 11: 18.
Maar waartoe wordt de ongelovige dan veroordeeld?

11.5  Geen erfenis in het Koninkrijk van Christus en van God.


Ef.5: 5  Want dit weet gij, dat geen hoereerder, of onreine, of gierigaard, die een afgodendienaar is, erfenis heeft in het Koninkrijk van Christus en van God.

Een afgodendienaar is iemand die God niet dient. En zo iemand heeft geen erfenis in het koninkrijk van Christus en van God. Wordt met dit Koninkrijk de hemel bedoeld? Dat is wel de algemene uitleg. En men redeneert dat als iemand geen erfenis heeft in de hemel dan gaat hij naar ‘de hel’. Maar toch staat dat er niet zo. En als ik het vergelijk met Efeze 1: 3, waar wordt gesproken van zegeningen in de hemel ‘epouranios’, dan zijn dat inderdaad zegeningen in de hemel. Dus ik geloof dat als er Koninkrijk staat er ook Koninkrijk bedoeld wordt. Maar dan gaat het om hetzelfde oordeel als in de periode dat de komst van het Koninkrijk gepredikt werd en zal worden. Dan zal de ongelovige opstaan ter verdoemenis, of ten afgrijzen. Hij zal geen plaats krijgen in het Koninkrijk.
1 Cor.6: 9, 10  9 Of weet gij niet, dat de onrechtvaardigen het Koninkrijk Gods niet zullen beerven? 10  Dwaalt niet; noch hoereerders, noch afgodendienaars, noch overspelers, noch ontuchtigen, noch die bij mannen liggen, noch dieven, noch gierigaards, noch dronkaards, geen lasteraars, geen rovers zullen het Koninkrijk Gods beerven.
En in Openbaring staat het zo:
Openb.22: 15  Maar buiten zullen zijn de honden, en de tovenaars, en de hoereerders, en de doodslagers, en de afgodendienaars, en een iegelijk, die de leugen liefheeft, en doet.

Op grond van Efeze 5: 5 mag ik aannemen dat een ongelovige, die leeft in de genade periode, na zijn opstanding, een plaats krijgt buiten het Koninkrijk. En daar is het donker en akelig zonder De Koning, zoals ik gezien heb in Mattheüs 8: 12, 22: 13 en 25: 30. Daar zal gejammerd en met de tanden worden geknarst (paragraaf 2.5 deel 2 van "De toekomst van de mens").
Dit is alleen al een reden om aan de ongelovigen de boodschap van het werk van de Here Jezus te brengen, zodat hij deze weg niet hoeft te gaan. Want hem wacht nog een hoop moeite en verdrukking.
Maar ik mag hem, behalve deze waarschuwing, ook goed nieuws brengen.

12.       De dood is vernietigd.


Ik zag al in Johannes 5: 28 en 29 (paragraaf 4 deel 3 "De toekomst van de mens") dat de doden zullen opstaan. Ook al gelooft de ongelovige dit niet, het zal hem wel overkomen. Want de Here Jezus heeft door Zijn opstanding de dood, als laatste vijand, overwonnen.

Joh. 5: 21 – 29  21 Want gelijk de Vader de doden opwekt en levend maakt, alzo maakt ook de Zoon levend, Die Hij wil. 22  Want ook de Vader oordeelt niemand, maar heeft al het oordeel den Zoon gegeven; 23  Opdat zij allen den Zoon eren, gelijk zij den Vader eren. Die den Zoon niet eert, eert den Vader niet, Die Hem gezonden heeft. 24  Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Die Mijn woord hoort, en gelooft Hem, Die Mij gezonden heeft, die heeft het eeuwige leven, en komt niet in de verdoemenis, maar is uit den dood overgegaan in het leven. 25  Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: De ure komt, en is nu, wanneer de doden zullen horen de stem des Zoons Gods, en die ze gehoord hebben, zullen leven. 26  Want gelijk de Vader het leven heeft in Zichzelven, alzo heeft Hij ook den Zoon gegeven, het leven te hebben in Zichzelven; 27  En heeft Hem macht gegeven, ook gericht te houden, omdat Hij des mensen Zoon is. 28  Verwondert u daar niet over, want de ure komt, in dewelke allen, die in de graven zijn, Zijn stem zullen horen; 29  En zullen uitgaan, die het goede gedaan hebben, tot de opstanding des levens, en die het kwade gedaan hebben, tot de opstanding der verdoemenis.
Rom.1: 4  Die krachtelijk bewezen is te zijn de Zoon van God, naar den Geest der heiligmaking, uit de opstanding der doden, namelijk Jezus Christus, onzen Heere:
1 Cor.15: 1 – 8, 19 – 21, 42  1 Voorts, broeders, ik maak u bekend het Evangelie, dat ik u verkondigd heb, hetwelk gij ook aangenomen hebt, in hetwelk gij ook staat; 2  Door hetwelk gij ook zalig wordt, indien gij het behoudt op zodanige wijze, als ik het u verkondigd heb; tenzij dan dat gij tevergeefs geloofd hebt. 3  Want ik heb ulieden ten eerste overgegeven, hetgeen ik ook ontvangen heb, dat Christus gestorven is voor onze zonden, naar de Schriften; 4  En dat Hij is begraven, en dat Hij is opgewekt ten derden dage, naar de Schriften; 5  En dat Hij is van Cefas gezien, daarna van de twaalven. 6  Daarna is Hij gezien van meer dan vijfhonderd broeders op eenmaal, van welken het merendeel nog over is, en sommigen ook zijn ontslapen. 7  Daarna is Hij gezien van Jakobus, daarna van al de apostelen. 8  En ten laatste van allen is Hij ook van mij, als van een ontijdig geborene, gezien. 19  Indien wij alleenlijk in dit leven op Christus zijn hopende, zo zijn wij de ellendigste van alle mensen. 20   Maar nu, Christus is opgewekt uit de doden, en is de Eersteling geworden dergenen, die ontslapen zijn. 21 Want dewijl de dood door een mens is, zo is ook de opstanding der doden door een Mens. 42  Alzo zal ook de opstanding der doden zijn.
1 Cor.15: 26  De laatste vijand, die te niet gedaan wordt, is de dood.
2 Tim.1: 10  Doch nu geopenbaard is door de verschijning van onzen Zaligmaker Jezus Christus, Die den dood heeft te niet gedaan, en het leven en de onverderfelijkheid aan het licht gebracht door het Evangelie;

Hoewel ieder mens deel heeft aan de opstanding, zal dit voor de ongelovige een opstanding ten oordeel zijn.
Maar het is niet een opstanding vanuit ‘de hel’ terug naar ‘de hel’. Ik geloof dat de ongelovige geen deel zal hebben aan de zegeningen van het Koninkrijk. Maar ik geloof dat hij wel opnieuw en kans krijgt om het evangelie aan te nemen. Want is het niet zo dat de Joden, ten tijde van het Koninkrijk, de wereld in zullen trekken om het evangelie van het Koninkrijk te brengen? En is God niet een God van Liefde? Daarbij past een enorm geduld. Geduld wat God ook naar Zijn volk Israël toe heeft gehad. Zij hebben meerdere kansen gekregen om de Messias aan te nemen. Op grond hiervan durf ik te geloven dat God ook lankmoedig is naar de ongelovige in de genade tijd. Want er zijn heel veel mensen die nooit het evangelie hebben gehoord. Zouden die dan zomaar verloren gaan? En zou God niet mild zijn ten opzichte van de ongelovigen die het evangelie niet hebben kunnen aannemen omdat de christenheid er zo’n verwrongen beeld van heeft gegeven? En dan bedoel ik dat wij, als gelovigen, verteld hebben dat de mens, als hij niet gelooft, naar ‘de hel’ gaat. Veel ongelovigen vinden dit aanmatigend. Zij aanvaarden dit dreigement niet. Zij willen niet op grond van angst overtuigd worden. En nu ik de waarheid ken, over deze dingen, kan ik kan hen geen ongelijk geven. Dit is in feite ook niet het principe wat God toepast. Hij heeft de mens een vrije wil gegeven om uit liefde in Hem te geloven en Hem te dienen.
Laten we eerlijk zijn. Heeft de Gemeente niet enorm gefaald in het laten zien van die Liefde? Bovendien zijn we er niet in geslaagd één te zijn:
Joh.17: 21 – 23  21 Opdat zij allen een zijn, gelijkerwijs Gij, Vader, in Mij, en Ik in U, dat ook zij in Ons een zijn; opdat de wereld gelove, dat Gij Mij gezonden hebt.
22  En Ik heb hun de heerlijkheid gegeven, die Gij Mij gegeven hebt; opdat zij een zijn, gelijk als Wij Een zijn; 23  Ik in hen, en Gij in Mij; opdat zij volmaakt zijn in een, en opdat de wereld bekenne, dat Gij Mij gezonden hebt, en hen liefgehad hebt, gelijk Gij Mij liefgehad hebt.
Ef.4: 3, 4  3 U benaarstigende te behouden de enigheid des Geestes door den band des vredes.
4  Een lichaam is het, en een Geest, gelijkerwijs gij ook geroepen zijt tot een hoop uwer roeping;

Maar ik meen ook dat wanneer de ongelovige blijft volharden in zijn ongeloof er uiteindelijk een einde komt aan het geduld van God. Er komt een eind oordeel en daarna volgt er een definitief einde, zoals ik gezien heb in Openbaring 20: 11 – 15. (paragraaf 6.1 deel 3 van "De toekomst van de mens"))

12.1      Verzoening.


In paragraaf 10.3 heb ik al gezien dat God wil, verlangt dat iedereen behouden wordt. Hij heeft hiervoor alle maatregelen genomen. Hij heeft de wereld zo lief gehad dat Hij de Here Jezus, Zijn Zoon heeft gezonden. De Here Jezus heeft de dood overwonnen, Hij heeft dus de straf van de zonde op Zich genomen. Maar de Here Jezus heeft nog meer gedaan. Hij is voor de ons gestorven toen wij nog zondaars waren. Dus voordat ik tot geloof kwam was er al verzoening over mijn zonde tot stand gekomen. Dit betekent dat God al gunstig gestemd was over mij als zondaar door het volbrachte werk van de Here Jezus. Alleen had ik daar toen nog geen weet van. Dat heeft een ongelovige dus ook niet. Maar voor God is dit wel zo. Ik vind dat in:

Joh.1: 29  Des anderen daags zag Johannes Jezus tot zich komende, en zeide: Zie het Lam Gods, Dat de zonde der wereld wegneemt!
Joh.3: 16, 17  16 Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe.
17  Want God heeft Zijn Zoon niet gezonden in de wereld, opdat Hij de wereld veroordelen zou, maar opdat de wereld door Hem zou behouden worden.
Rom.5: 6 – 12  6 Want Christus, als wij nog krachteloos waren, is te Zijner tijd voor de goddelozen gestorven. 7  Want nauwelijks zal iemand voor een rechtvaardige sterven; want voor den goede zal mogelijk iemand ook bestaan te sterven. 8  Maar God bevestigt Zijn liefde jegens ons, dat Christus voor ons gestorven is, als wij nog zondaars waren. 9  Veel meer dan, zijnde nu gerechtvaardigd door Zijn bloed, zullen wij door Hem behouden worden van den toorn. 10  Want indien wij, vijanden zijnde, met God verzoend zijn door den dood Zijns Zoons, veel meer zullen wij, verzoend zijnde, behouden worden door Zijn leven. 11  En niet alleenlijk dit, maar wij roemen ook in God, door onzen Heere Jezus Christus, door Welken wij nu de verzoening gekregen hebben. 12  Daarom, gelijk door een mens de zonde in de wereld ingekomen is, en door de zonde de dood; en alzo de dood tot alle mensen doorgegaan is, in welken allen gezondigd hebben.
Rom.5: 18 – 21  18 Zo dan, gelijk door een misdaad de schuld gekomen is over alle mensen tot verdoemenis; alzo ook door een rechtvaardigheid komt de genade over alle mensen tot rechtvaardigmaking des levens. 19  Want gelijk door de ongehoorzaamheid van dien enen mens velen tot zondaars gesteld zijn geworden, alzo zullen ook door de gehoorzaamheid van Enen velen tot rechtvaardigen gesteld worden. 20  Maar de wet is bovendien ingekomen, opdat de misdaad te meerder worde; en waar de zonde meerder geworden is, daar is de genade veel meer overvloedig geweest; 21  Opdat, gelijk de zonde geheerst heeft tot den dood, alzo ook de genade zou heersen door rechtvaardigheid tot het eeuwige leven, door Jezus Christus onzen Heere.
2 Kor.5: 19 – 21  19 Want God was in Christus de wereld met Zichzelven verzoenende, hun zonden hun niet toerekenende; en heeft het woord der verzoening in ons gelegd. 20  Zo zijn wij dan gezanten van Christus wege, alsof God door ons bade; wij bidden van Christus wege: laat u met God verzoenen. 21  Want Dien, Die geen zonde gekend heeft, heeft Hij zonde voor ons gemaakt, opdat wij zouden worden rechtvaardigheid Gods in Hem.
Col.1: 14, 20, 21  14 In Denwelken wij de verlossing hebben door Zijn bloed, namelijk de vergeving der zonden; 20  En dat Hij, door Hem vrede gemaakt hebbende door het bloed Zijns kruises, door Hem, zeg ik, alle dingen verzoenen zou tot Zichzelven, hetzij de dingen, die op de aarde, hetzij de dingen die in de hemelen zijn. 21  En Hij heeft u, die eertijds vervreemd waart, en vijanden door het verstand in de boze werken, nu ook verzoend,
Col.2: 13  En Hij heeft u, als gij dood waart in de misdaden, en in de voorhuid uws vleses, mede levend gemaakt met Hem, al uw misdaden u vergevende;
1 Joh.4: 9  Hierin is de liefde Gods jegens ons geopenbaard, dat God Zijn eniggeboren Zoon gezonden heeft in de wereld, opdat wij zouden leven door Hem.

Ook al gelooft de ongelovige dit werk van verzoening niet, hij mag weten dat het al voor hem gebeurd is. Gods liefde gaat uit naar de mensen en naar Zijn schepping. Voor God is deze wereld, de kosmos, door Christus verlost van de vloek waar de wereld, sinds de zondeval, onder lag.

12.2      Elke knie en elke tong.


Jes.45: 23  Ik heb gezworen bij Mijzelven, er is een woord der gerechtigheid uit Mijn mond gegaan, en het zal niet wederkeren: dat Mij alle knie zal gebogen worden, alle tong Mij zal zweren.
Rom.14: 11  Want er is geschreven: Ik leef, zegt de Heere; voor Mij zal alle knie zich buigen, en alle tong zal God belijden.
Fill.2: 11  En alle tong zou belijden, dat Jezus Christus de Heere zij, tot heerlijkheid Gods des Vaders.
Openb.5: 13  En alle schepsel, dat in den hemel is, en op de aarde, en onder de aarde, en die in de zee zijn, en alles, wat in dezelve is, hoorde ik zeggen: Hem, Die op den troon zit, en het Lam, zij de dankzegging, en de eer, en de heerlijkheid, en de kracht in alle eeuwigheid.

Als ik deze teksten lees dan krijg ik het idee dat er voor geen enkel mens een ontkomen aan is. Iedereen zal moeten erkennen dat de Here Jezus de heerlijkheid van God de Vader is en bovendien het Lam is op de troon.
Zou dat komen omdat tijdens het duizendjarig rijk iedereen de Here Jezus zal kunnen aanschouwen op Zijn troon als Hij Koning is? Dit klinkt aannemelijk temeer omdat dan de opstanding der doden al plaats heeft gevonden in Openbaringen 11: 18.
Maar de Bijbel zegt ook nog dat na de opstanding, de hemelen er niet meer zullen zijn. Zou het dan mogelijk zijn om zo een blik naar boven te werpen? Zal dat mede een reden kunnen zijn dat de mensen hun knieën zullen buigen en moeten erkennen dat Christus Koning is?

Job 14: 12  Alzo ligt de mens neder, en staat niet op; totdat de hemelen niet meer zijn, zullen zij niet opwaken, noch uit hun slaap opgewekt worden.
Openb.6: 14  En de hemel is weggeweken, als een boek, dat toegerold wordt; en alle bergen en eilanden zijn bewogen uit hun plaatsen.

12.3      De laatste kans.


In Openbaring 20: 7 en 8 lees ik dat satan nog één keer rond zal mogen gaan om te verleiden.
Openb.20: 7, 8  7 En wanneer de duizend jaren zullen geeindigd zijn, zal de satanas uit zijn gevangenis ontbonden worden. 8  En hij zal uitgaan om de volken te verleiden, die in de vier hoeken der aarde zijn, den Gog en den Magog, om hen te vergaderen tot den krijg; welker getal is als het zand aan de zee.
Wanneer iemand verleid wordt is er een mogelijkheid dat hij deze verleiding weerstaat. Alhoewel de eindstrijd heftig zal zijn en er weinigen zullen zijn die dit overleven, zal er toch een redding zijn voor degenen die zich niet daar satan laten verleiden:
Openb.20: 12 – 13 12 En ik zag de doden, klein en groot, staande voor God; en de boeken werden geopend; en een ander boek werd geopend, dat des levens is; en de doden werden geoordeeld uit hetgeen in de boeken geschreven was, naar hun werken.13  En de zee gaf de doden, die in haar waren; en de dood en de hel gaven de doden, die in hen waren; en zij werden geoordeeld, een iegelijk naar hun werken.

Waneer iemand zich wel laat verleiden, dan wacht hem een definitief einde, namelijk de poel van vuur welke de tweede dood is.
Openb.20: 15  En zo iemand niet gevonden werd geschreven in het boek des levens, die werd geworpen in den poel des vuurs.
Openb.21: 8  Maar den vreesachtigen, en ongelovigen, en gruwelijken, en doodslagers, en hoereerders, en tovenaars, en afgodendienaars, en al den leugenaars, is hun deel in den poel, die daar brandt van vuur en sulfer; hetwelk is de tweede dood.

En dan wil ik hier nogmaals, in verband met de ernst van de zaak, de aandacht vestigen op Johannes 3: 18.
Joh.3: 18  Die in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld, maar die niet gelooft, is alrede veroordeeld, dewijl hij niet heeft geloofd in den Naam des eniggeboren Zoons van God.

12.4      Een laatste woord.


Dan ben ik nu aan het einde gekomen van deze studie. Het resultaat was in de eerste plaats onthutsend. Daarna kwam de blijdschap over de ontdekking dat er geen eeuwige kwelling is voor de ongelovigen. Maar er blijven zaken die zeer ernstig zijn.
Voor mezelf heb ik de vele onderdelen, die te maken hebben met dit onderwerp, op een rijtje gezet. Ik heb er veel van geleerd. Niet dat ik nu meen dat er niets meer te leren valt. Ongetwijfeld blijft het me bezig houden en zal ik dingen ontdekken die anders zijn. Ook meen ik niet dat deze studie compleet is. Er zijn nog heel veel teksten die ik niet heb behandeld.
Maar wat ik nog graag wil doorgeven is dat ik een ander beeld van God heb gekregen. Ik ben God gaan zien als een God van Liefde en als een rechtvaardig God. Eerder kon ik niet begrijpen dat God naast Zijn schitterende nieuwe hemel en aarde een eeuwig verderfelijk oord, zoals ‘de hel’ kon aanvaarden. Ik kon niet begrijpen dat God zou kunnen genieten van ‘het volmaakte’ als daar ergens zoiets gruwelijks is als ’de hel’. Ook al beweerde men nog zo vaak dat dit noodzakelijk was vanwege het ongeloof en hoogmoed van de mens, en dat wij, als wij in de hemel zijn, geen weet meer zouden hebben van deze dingen. Nee, God is werkelijk rechtvaardig. Degene die het verdiend zal vernietigd worden, alhoewel ik geloof dat dit er maar weinigen zullen zijn. En wat overblijft, is enkel Licht en Leven.


December 2005.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten