Inleiding

Is het zo belangrijk hoe we de Bijbel lezen? Mijn ervaring is van wel. Ik was bijna gestrand in de tegenstrijdigheden in Gods Woord en de verschillende uitleggingen daarover. Staan er dan in de Bijbel teksten die elkaar tegenspreken? Ik heb ze wel gevonden. Neem bijvoorbeeld 1 Korinthe 7,26,29 en vergelijk dat met 1 Timotheüs 5:14. Ik weet wel dat je de teksten in het verband moet lezen, maar dan nog kwam ik er niet uit. In mijn studie "tegenstrijdigheden in de Bijbel" kun je lezen waar ik zoal tegenaan ben gelopen en hoe ik deze vermeende tegenstrijdigheden mag lezen.

In de verzen 1 Korinthe 1:10 en Filippenzen 2:2 spreekt de Bijbel over eensgezindheid. Als ik om mij heen kijk heb ik het idee dat we alles behalve eensgezind zijn. Over het werk van Christus denken we veelal wel hetzelfde, maar er zijn verder veel verschillen en dus ook veel groepen.

In de VISIE van januari 2014 wordt in “slijpsteen” gevraagd of werken aan kerkelijke eenheid verspilde energie is. 61 % vindt van niet, 39 % vindt van wel.

Ik denk dat veel van de verschillen te maken hebben met hoe we de Bijbel lezen.

Wat ik veel hoor en lees is dat wij tegenwoordig leven in en mogen bouwen aan het Koninkrijk van God. De Here Jezus wordt aanbeden als onze Koning. Maar is Christus op dit moment Koning? Hierover kun je lezen in mijn studie "De toekomst van de mens" deel 1 "Het Koninkrijk"

Maar om de bedoeling van het Koninkrijk goed te begrijpen raad ik je aan ook de andere delen van de studie te lezen. Daar vind je dan ook een een uitleg over "de hel", waar ik me aan gewaagd heb. Eén en ander hebben, naar mijn idee, met elkaar te maken.

"De hel" is een onderwerp waar we mee in onze maag zitten. Ongeveer 10 jaar geleden werd daar in diverse tijdschriften aandacht aan besteed. In het blad CV-Koers schreef een bekende Nederlander dat hij zou willen dat er een ander verhaal was dan "de hel". Bovendien werd het "ons nare geheimpje" genoemd.

Waar ik natuurlijk benieuwd naar ben is wat je van de studies vindt.

zondag 18 januari 2015

Onze positie IN Christus.

Onze positie IN Christus. Efeze 1: 3


In het vorige blog stukje schreef ik dat ik me dit jaar ging bezinnen over onze heerlijke positie in Christus. Hierover gaat het o.a. in de Efeze brief. Deze brief heeft Paulus geschreven in 60 á 62 na Christus. Hij was toen in Rome. Daar verzamelde hij nog één keer de voornaamste Joden om hen het evangelie van het Koninkrijk uit te leggen en hen te bewegen vanuit Mozes en de profeten tot geloof te komen (Handelingen 28: 23) Maar dit gaat niet lukken. En Paulus moet nu het einde van het nabij gekomen Koninkrijk aankondigen. Dit Koninkrijk zou op aarde gevestigd worden als Israël de Messias had aangenomen ( Handelingen 3: 19-21) Paulus zegt in Handelingen 28: 28 dat het heil (dit is Christus) (1) (niet het Koninkrijk) nu naar de heidenen (grondtekst: 'ethnos' = volkeren) gaat en dat zij wel zullen horen. In die twee jaar dat Paulus in Rome woont schrijft hij nog zeven brieven namelijk: De brief aan Efeze, Filippenzen, Filemon, Kolossenzen, 1 Timoteüs, Titus en 2 Timoteüs. De laatste drie brieven heeft Paulus een aantal jaren later geschreven. Paulus schreef de brieven in deze volgorde gezien de datering van de brieven. Dat is een andere volgorde dan die in de Bijbel staat. (In een volgende studie, die ik aan het voorbereiden ben, ga ik het hebben over de volgorde van de Bijbelboeken en hoe ik de Bijbel lees) 
Dit ter inleiding. Nu terug naar de Efeze brief.

In Efeze 1: 3 lijkt het of Paulus God de Vader zegent. Maar het woord 'gezegend' betekend hier 'goed spreken'. Paulus spreekt goed van God de Vader. (2)

Ef.1: 3 Gezegend zij de God en Vader van onzen Heere Jezus Christus, Die ons gezegend heeft met alle geestelijke zegening in den hemel in Christus.

Het zijn geestelijke zegeningen, geen vleselijke.
Ik moet bekennen dat ik de geestelijke zegeningen niet altijd zie en begrijp. Ze zijn weggelegd bij God in de hemel. Het gaat ons deel nog worden en we hebben er nu al deel aan. Neem nu de teksten uit het vorige stukje, Efeze 3: 10, 11 en Hebreën 4: 14. Christus is de hemelen doorgegaan en toont daar Zijn Lichaam aan de overheden en machten. Dat Lichaam zijn wij. Ik kan dit niet zien, maar het is een belangrijke geestelijke waarheid. Het maakt dat ik me verwonder.

Het zijn zegeningen in de hemelse gewesten, niet op aarde.
Ik ben aards gericht en woon met alles wat in mij is op aarde. De prediking is tegenwoordig gericht op het Koninkrijk van God. De Bijbel bedoelt met dit Koninkrijk het Koninkrijk wat op aarde zal worden opgericht. (Zie mijn studie:"De toekomst van de mens" deel 1) Dat zal er zeker komen. Maar de zegeningen van dit Koninkrijk zijn nu niet mijn zegeningen. Mijn zegeningen zijn hemels, ja zelfs boven hemels, dat is wat de uitdrukking 'hemelse gewesten' betekend.  In de grondtekst staat 'epouranios'. Dat woord komt alleen voor in Efeze 1: 3, 10, Efeze 2: 6, Efeze 3: 10, Efeze 6: 12 en Filippenzen 2: 10. Je kunt hier ook spreken van hemel der hemelen. De hemelse gewesten is de woonplaats van God.(2)

Onze zegeningen zijn dus in de hemelse gewesten daar waar Christus is. Wij zijn het Lichaam van Christus. Wij zij één met Christus. Eén Lichaam en Christus het Hoofd. Dat is dichterbij dan een Koning bij zijn Koninkrijk of een Bruidegom bij zijn Bruid.

Ef.4: 15  Maar de waarheid betrachtende in liefde, alleszins zouden opwassen in Hem, Die het Hoofd is, namelijk Christus;
Kol.1: 24  Die mij nu verblijde in mijn lijden voor u, en vervulle in mijn vlees de overblijfselen van de verdrukkingen van Christus, voor Zijn lichaam, hetwelk is de Gemeente;


Het is IN Christus, niet in de mens.
Ik kan deze zegeningen alleen ontvangen IN Christus. Daarvoor is overgave en geloof nodig. Het gaat niet om mijn geloof maar om het geloof wat Christus had en heeft. Daar mag ik aanspraak op maken. Dat is ook weer zo iets onbegrijpelijks. Ik schiet in alles te kort. Maar Christus heeft alles volbracht.

Nog een tekst die het verschil tussen aardse en hemelse zaken bevestigd is:
Kol.3: 1, 2 1 Indien gij dan met Christus opgewekt zijt, zo zoekt de dingen, die boven zijn, waar Christus is, zittende aan de rechter hand Gods. 2  Bedenkt de dingen, die boven zijn, niet die op de aarde zijn.
In dit vers wordt tegelijkertijd duidelijk dat Christus nog geen Koning is en dat er nu dus nog geen Koninkrijk is. Christus zit aan de rechterhand van God en daar blijft Hij zitten totdat God Zijn vijanden aan Zijn voeten heeft neergelegd.
Hebr.1: 13  En tot welken der engelen heeft Hij ooit gezegd: Zit aan Mijn rechter hand, totdat Ik Uw vijanden zal gezet hebben tot een voetbank Uwer voeten?

(2) Bron: http://www.everread.nl/Home  Boek: "De brief aan de Efeziërs" vers voor vers door H.B. Slagter.

De teksten komen uit de Staten vertaling.